Praktijkhouderschap aantrekkelijk maken
Praktijkopvolging is een probleem met twee kanten. Enerzijds zijn er de zittende huisartsen die te laat gaan nadenken over opvolging. “Daar moet je al vijf jaar voor je pensioen aan beginnen”, zegt Carolien van Leeuwen. “En als je je kansen op opvolging écht wilt vergroten, moet je opleider worden. Je komt dan in contact met de jonge generatie. En je leert loslaten omdat je ziet dat een andere dokter met andere opvattingen en uitgangspunten je patiënten behandelt en dat dat ook goed gaat.”
Aan de andere kant zijn er de jonge huisartsen die terugschrikken voor praktijkopvolging vanwege al het ‘gedoe’ dat bij praktijkvoering komt kijken. “En die worden tijdens hun opleiding ook nog afgeschrikt door zittende huisartsen die uitgebreid over dat ‘gedoe’ vertellen”, zegt Van Leeuwen.
Continuïteit
Als hoofd huisartsopleiding aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) heeft zij van dichtbij met deze problematiek te maken. Hetzelfde geldt voor Hinda Stegeman, directeur/bestuurder van ROS Zorgadvies Groningen. Zij verricht promotieonderzoek naar de vraag hoe de toekomstige huisartspraktijk eruitziet en hoe die moet worden georganiseerd, met continuïteit als rode draad.
Stap naar ondernemerschap
Dat praktijkhouderschap voor jonge huisartsen geen vanzelfsprekendheid meer is, heeft volgens Van Leeuwen veel te maken met de komst van de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2006. Ze legt uit: “Het heeft voor een heel andere dynamiek gezorgd: praktijkvergroting, andere huisvesting, personeelsuitbreiding en de daarbij komende strubbelingen met ziekteverzuim. De stap naar ondernemerschap is voor jonge huisartsen veel moeilijker geworden dan vijftien jaar geleden. Tegelijkertijd is echter de kans om je het praktijkmanagement eigen te maken groter geworden. Zelf heb ik, toen ik praktijkhouder werd in Emmen, klakkeloos ja gezegd tegen verzekeringspakketten waarvan ik volstrekt geen kaas had gegeten. Daaraan besteden we nu in de opleiding veel aandacht, We bieden onze kennis erover ook blijvend aan aan alumni.”
Breed benaderen
Die kennis van zaken is essentieel, maar niet genoeg om jonge huisartsen over de streep te trekken. “We moeten de oplossing langs verschillende lijnen tegelijk zoeken”, zegt Stegeman. “Als een praktijkhouder binnen ons ROS-werkgebied een opvolger zoekt, kunnen we een filmpje maken om die praktijk onder de aandacht te brengen. En omdat we weten dat veel jonge huisartsen als duo een praktijk willen runnen, organiseren we avonden voor aios om elkaar te leren kennen. Daarbij bieden we ook een duo-spel met vragen en stellingen over wat voor praktijk ze willen, hoe ze de praktijkvoering voor zich zien, wat hun zakelijke interesses naast het huisartsenvak zijn en wat hun ideale werk-privébalans is.”
Praktijkhouderschap
Maar voor een aantrekkelijker beeld van het praktijkhouderschap is meer nodig, zegt Stegeman. “Je moet ook te rade gaan bij de stakeholders – zorgvragers, andere zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten – om te polsen wat hun ideeën en wensen zijn voor continuïteit van zorg en de toekomstige huisartspraktijk. En je moet ook antwoord geven op de vraag wat de meerwaarde is van praktijkhouderschap. Al deze vragen komen in het onderzoek aan bod, beginnend met de loopbaanwensen van de jonge huisarts.”