Berichten

Minder verwijzingen met eenmalige consultatie specialist

Het project Eenmalige consultatie medisch specialist in Twente startte in april 2016. Het leidt tot goede resultaten in het streven naar het verlenen van zorg op de juiste plek: in het ziekenhuis als het moet, bij de huisarts als het kan.

Het project Eenmalige consultatie medisch specialist (ECMS) is een initiatief van het Zorgnetwerk Zenderen. Hierin participeren de zorggroepen THOON en FEA, Medisch Spectrum Twente (MST), Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) en zorgverzekeraar Menzis. Adviesbureau Roset faciliteert het project.

Het concept

Binnen het project kan de huisarts een patiënt insturen voor een eenmalig consult bij de medisch specialist. Dit doet de huisarts als hij denkt de patiënt wel in de eerste lijn te kunnen behandelen, maar twijfels heeft over de diagnose of het behandelbeleid. Bij ECMS wordt het eigen risico van de patiënt niet aangesproken. De specialist roept de patiënt binnen twee weken op of beantwoordt de vraag via een eConsult. Vervolgens krijgt de huisarts een gericht advies over de behandeling. De specialist maakt geen gebruik van de diagnostische mogelijkheden van het ziekenhuis. Alleen ‘hoofd en handen’ worden ingezet. Carin Pipers, projectleider Roset, legt uit: ”Bij ECMS in Twente blijft de medisch specialist in het ziekenhuis. Dit in tegenstelling tot andere initiatieven, waarbij meekijkconsulten in de eerste lijn worden georganiseerd. Het voordeel van ECMS is dat de organisatorische impact gering is: er zijn geen aparte ruimtes of voorzieningen nodig, geen reizen van specialisten door de regio, geen verzameling van patiënten voor speciale spreekuren.”

Status pilot

Op 1 april 2016 is de pilot gestart in het adherentiegebied van MST en in samenwerking met de maatschappen neurologie, interne en reumatologie. Vanaf 1 juli 2016 is dat uitgebreid met kindergeneeskunde en dermatologie vanuit ZGT. In totaal nemen nu 58 huisartsen in Twente aan de pilot deel. De looptijd van de pilot is van april 2016 tot 1 januari 2018. In september 2017 worden de resultaten geëvalueerd en bepaald of ECMS reguliere zorg wordt in 2018.

Resultaten tot dusver

Vanaf het begin van de pilot wordt tot op patiëntniveau gemonitord hoe het proces verloopt. Zijn patiënten tevreden? Wordt er snel op een vraag door een specialist gereageerd? Kan de huisarts verder met de gegeven adviezen? Daarnaast wordt eens per kwartaal aan de deelnemers gevraagd of ze tevreden zijn over het proces. De resultaten tot dusver zijn heel positief. Wat cijfers:

  • Patiënten beoordelen het eenmalig consult bij de medisch specialist (ECMS) gemiddeld met een 8,5.
  • Huisartsen zouden zonder het ECMS in 88 procent van de gevallen direct verwijzen naar de specialist.
  • In 77 procent van de gevallen kan de behandeling worden voortgezet in de eerste lijn.
  • De specialisten achten de patiënt in 85 procent van de gevallen geschikt voor het ECMS.

Auteur: Carin Pipers, Roset

Download het volledige artikel hier:

Substitutie van osteoporosezorg en fractuurpreventie in Twente

De eerste voorzichtige resultaten van de Twentse pilot ‘Zorgprogramma Osteoporose en fractuurpreventie’ zijn veelbelovend. Alles wijst erop dat de zorg voor patiënten die door osteoporose een hoog fractuurrisico hebben uitstekend in de eerste lijn kan gebeuren. De twee voortrekkers aan het woord. Enig pionierswerk is nog wel vereist.

“Osteoporose zou niet sexy zijn…”, schampert Ton Boermans. “Kan iemand mij vertellen wat er sexy is aan hoge bloeddruk?” Boermans, huisarts in Losser en medisch adviseur osteoporose van zorggroep THOON (Twentse Huisartsen Onderneming Oost-Nederland), heeft nooit begrepen waarom er onder huisartsen en andere eerstelijnszorgverleners zo weinig belangstelling is voor wat toch een normaal onderdeel van de zorg voor kwetsbare mensen is. Zit het in ons collectieve geheugen dat je als je een dagje ouder bent weleens wat kunt breken? “Het blijft giswerk. Maar een wervelverzakking of een heupfractuur heeft wel degelijk grote consequenties.”

Op 1 april 2015 is in het gebied van Medisch Spectrum Twente (MST) de pilot ‘Zorgprogramma Osteoporose en fractuurpreventie’ van start gegaan met 21 deelnemende huisartsen uit 16 praktijken. Patiënten van vijftig jaar en ouder worden na een fractuurbehandeling via de spoedeisende hulp terugverwezen naar de huisarts voor nazorg met screening en eventuele behandeling. In tien maanden tijd waren dat er 236. Ze krijgen dus géén afspraak meer op de osteoporosekliniek van het ziekenhuis. De patiënten met een hoog fractuurrisico die al bekend zijn in de huisartsenpraktijk doen ook mee aan het programma. “De juiste zorg op de juiste plaats voor mensen met een hoger fractuurrisico, dat is wat de pilot beoogt”, zegt Monique Troost, adviseur programmaontwikkeling en zorgvernieuwing van THOON. Huisarts Boermans en Troost vonden elkaar in een gezamenlijke belangstelling voor het onderwerp osteoporose.

Pionieren

De pilot is ontwikkeld door zorggroep THOON en zorgverzekeraar Menzis in samenwerking met het ziekenhuis. “Dankzij Menzis hebben we kunnen investeren in verbetering van de osteoporosezorg in de huisartsenpraktijk”, zegt Troost. “En dankzij de goede samenwerking met MST waren we in staat de screening van de patiënt na een fractuur goed neer te zetten. Wij hebben er nooit aan getwijfeld dat deze zorg in de huisartsenpraktijk op de juiste plaats is. Al was de interesse aanvankelijk niet zo groot, een aantal huisartsen heeft de osteoporosezorg nu goed opgezet met een gestructureerd spreekuur. Voor alle zorg die je wilt substitueren geldt: pak het vanaf het begin goed aan.”

De initiatiefnemers zien de eerste resultaten als een nulmeting. Het is nog steeds pionieren, zeggen ze. Maar langzamerhand komt er meer interesse voor de behandeling van osteoporose onder huisartsen en vooral onder praktijkondersteuners.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Vroege aandacht voor jeugd-GGZ kan verwijzingen voorkomen

De inzet van scharnierconsulten en de betrokkenheid van een POH-jeugd biedt huisartsenpraktijken de ruimte om een proactieve rol te spelen in de jeugd-GGZ op het gebied van lichte psychosociale problemen bij kinderen en jongeren. Initiatieven op dit gebied laten een positief voorlopig resultaat zien.

Hoe kan de jeugd-GGZ op verantwoorde wijze vorm krijgen binnen de huisartsenpraktijk? Die vraag stelden zorggroep Huisarts en Zorg en gemeenten uit de regio Alblasserwaard-Vijfherenlanden zichzelf tegen de achtergrond van de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten op 1 januari 2015. Het gevolg was een pilot, uitgevoerd tussen mei 2014 en januari 2015 en vastgelegd in het NIVEL-rapport ‘Evaluatie huisarts in de praktijk van de jeugdzorg’. In de pilot konden huisartsen uitgebreide consulten (zogenoemde scharnierconsulten) inzetten bij jeugd met psychische problematiek. Ook was per huisartsenpraktijk een POH-jeugd inzetbaar voor vier tot acht uur per week. Daarnaast was er tijdens de pilot de mogelijkheid van consultatief advies van een psychiater of gezinstherapeut. Volgens het NIVEL-rapport is de gekozen werkwijze binnen de pilot in potentie een verrijking van het zorgaanbod.

Meer initiatieven

Zorggroep Huisarts en Zorg is niet uniek met deze aanpak. Eerder al ontstond het Eureka-project voor eerstelijns jeugd-GGZ, een initiatief van de huisartsen in Medisch Centrum Eudokia in Enschede, waarover in 2014 een NIVEL-rapport verscheen. Soortgelijke ervaringen worden nu ook opgedaan bij Twentse Huisartsen Onderneming Oost Nederland (THOON) in Hengelo. Projectmanager Henk-Jan de Winter vertelt: “Met de komst van de Jeugdwet wilde de gemeente weten wat de huisartsen op het gebied van jeugdzorg boden. Zowel de gemeente Hengelo als de huisartsen wilden de samenwerking intensiveren en onderzoeken of door een grotere rol voor de huisartsenpraktijk in de jeugd-GGz medicalisering en onnodige verwijzing kunnen worden voorkomen. Besloten werd samenwerkingsafspraken te ontwikkelen met de hele keten: huisartsen, gemeente, jeugdartsen en onderwijs. Er werd een project opgezet voor de jeugd-GGz, met dezelfde opzet van scharnierconsulten en inzet van de POH-jeugd als in Enschede. Inmiddels kunnen we vaststellen dat dit project behoorlijk succesvol is verlopen.”

Download het volledige artikel hier: