Congres Abonneren
×

Promotieonderzoek wijst uit: ondraaglijk lijden niet altijd hoofdreden euthanasieaanvraag

Ondraaglijk lijden niet altijd hoofdreden euthanasieaanvraag, moet werkwijze eerste lijn aangepast?

Ondraaglijk lijden, een verplicht criterium voor uitvoering van euthanasie, is bij terminaal zieke kankerpatiënten in de eerste lijn mogelijk niet het dominante motief om euthanasie aan te vragen. Dat is af te leiden uit een onderzoek waarop huisarts Kees Ruijs eind mei promoveert aan het VU medisch centrum. Kan dit gevolgen hebben voor de werkwijze in de eerste lijn?

Terminaal zieke kankerpatiënten die in de laatste fase van hun leven verzoeken om euthanasie, rapporteren even vaak ondraaglijk lijden als patiënten die geen euthanasieaanvraag doen. Dat is de voorzichtige conclusie van Kees Ruijs en collega’s van het VUmc-instituut Health and Care Research (EMGO+). Zij verrichtten een klein prospectief onderzoek in de eerste lijn.
Dat deden ze in de wetenschap dat ongeveer één op de zeven patiënten met terminale kanker die onder behandeling zijn van de huisarts, sterft als gevolg van euthanasie. Tegelijkertijd is er nog weinig onderzoek gedaan naar ondraaglijk lijden in relatie tot verzoeken om euthanasie of hulp bij zelfdoding in de eerste lijn.

Tussen mei 2003 en mei 2006 vroegen 44 Utrechtse huisartsen op verzoek van Ruijs en zijn medeonderzoekers aan 148 terminaal zieke kankerpatiënten om mee te doen. De patiënten hadden met elkaar gemeen dat ze naar verwachting binnen een halfjaar thuis zouden overlijden. Uiteindelijk hebben 76 van hen deelgenomen aan het onderzoek. Aan het begin en vervolgens om de twee maanden gingen onderzoekers bij hen langs om “ondraaglijk lijden” in kaart te brengen. Dat deden ze met behulp van de “State-of-Suffering V”, een instrument gebaseerd op 69 lichamelijke, psychologische en sociale symptomen. Van alle patiënten vroeg 27 procent expliciet om euthanasie of hulp bij zelfdoding. Dit verzoek werd gehonoreerd bij acht procent van de deelnemers. Van 64 patiënten werden de gegevens bijgehouden tot het moment van overlijden. Het merendeel meldde ondraaglijk lijden gerelateerd aan symptomen. Bij de patiënten met een euthanasieverzoek was dit 94 procent, maar bij degenen die niet om euthanasie vroegen, bleek het percentage nauwelijks lager te zijn: 87 procent.

De onderzoekers vonden tussen de twee groepen geen verschillen in ondraaglijk lijden op het vlak van lichamelijke, psychologische, sociale en existentiële symptomen. De prevalentie “totaal ondraaglijk lijden” verschilde evenmin. Dat gold ook bij ondraaglijk lijden ten gevolge van verlies van controle, autonomie en waardigheid, geen last willen zijn voor anderen en angst voor de toekomst. Deze elementen kwamen bij beide groepen even vaak voor.
De onderzoekers: ‘Deze bevindingen wijzen erop dat ondraaglijk lijden, een verplicht criterium voor het uitvoeren van euthanasie, mogelijk niet het dominante motief is om euthanasie aan te vragen.’