Berichten

Wat brengt 2019 de eerstelijnszorg?

Waar gaan we in het nieuwe jaar naartoe? Ooit zong Wim Kan deze woorden steevast in zijn oudejaarsconferences, nu legt De Eerstelijns de vraag voor aan vier bestuurders uit de gezondheidszorg.

Henk Stout, algemeen directeur ZGWA Zorggroep in de Drechtsteden

“In de afgelopen jaren heeft de overheid gelden vrijgemaakt voor bijvoorbeeld innovatie in de eerste lijn. Die budgetten zijn nauwelijks benut, omdat zorgverzekeraars vaak de hand op de knip houden bij ideeën uit de eerste lijn. ZGWA Zorggroep zegt: geef verzekeraars niet de kans ‘nee’ te verkopen. Dat kun je doen door concreet je regionale doelen te formuleren en daarop aanspreekbaar te zijn. Voor 2019-2022 heeft de overheid 471 miljoen euro beschikbaar gesteld voor versterking van de huisartsenzorg. Bovendien is er 133 miljoen euro voor ICT in de huisartsenpraktijk. Laten we nieuwe kansen benutten.”

Toosje Valkenburg, huisarts en medisch directeur hospice Demeter in De Bilt, lid actiecomité Het Roer Moet Om/Optimale zorg – Dappere dokters

“Ik kijk ernaar uit dat huisartsen zichzelf opnieuw definiëren en taken afbakenen. Daarmee zeggen we straks niet alleen: hier staan wij voor. We maken óók duidelijk aan andere beroepsgroepen: als wij dit doen, hebben jullie de ruimte om dát te doen. Deze duidelijkheid leidt tot betere samenwerking. Daarnaast moeten we oppassen voor overwaardering van het financieel-economische jargon in de gezondheidszorg. Harde efficiencymodellen ogen vaak perfect op papier, maar de werkvloer steunt en kreunt eronder.”

Astrid van der Put, raad van bestuur star-shl, eerstelijns diagnostisch centrum

“Wij gaan huisartsen nog meer de regie geven bij de ontwikkeling van nieuwe diensten. We vragen ze wat nodig is voor ondersteuning in optimale en efficiënte dienstverlening en zorg. Vervolgens proberen wij in samenspraak met hen in die behoefte te voorzien. Star-shl speelt hiermee in op de verschuiving van diagnostiek en behandeling van de tweede naar de eerste lijn en het streven de juiste zorg op de juiste plaats te krijgen.”

Jacco Rempe, directeur ketenzorg bij HONK, Huisartsen Organisatie Noord-Kennemerland

“De scope van huisartsen- en eerstelijnsorganisaties zal zich verbreden. Op het niveau van de huisartsenpraktijk proberen wij onder meer te ondersteunen door het faciliteren van praktijkmanagers en POH’s. De verwachting is dat praktijkmanagers ook een rol gaan spelen bij de inrichting van lokale gezondheidszorg. Daarnaast hebben wij stappen gezet om met regionale apothekers de farmacotherapeutische overleggen tussen apotheker en huisarts te faciliteren. Samen met gemeenten bekijken we hoe medische zorg en het sociaal domein in de wijk op elkaar kunnen worden afgestemd.”

Download het artikel voor de volledige vooruitblik.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Huisarts Ronald Roothans stapt in legale wietteelt

In 1980 zong de band Doe Maar over nederwiet; een mooie, groene, welriekende en nuttige plant. Achtendertig jaar later praat De Eerstelijns met huisarts Ronald Roothans uit Breda over deze wiet én het opzetten van een professionele wietkwekerij. Samen met advocaat Peter Schouten en SP-politicus Joep van Meel diende hij een manifest hierover in bij de overheid.

Al zijn hele werkend leven onderzoekt Ronald Roothans hoe hij de maatschappij en de zorg kan verbeteren. “Zie ik een mogelijkheid tot verbetering, dan wil ik dit niet tussen de vier muren van de spreekkamer houden, maar uitspreken. Zo is ook Project C ontstaan, over het cannabisbeleid”, zegt de huisarts.

Het huidige gedoogbeleid in Nederland staat ter discussie. Roothans: “De gebruiker mag cannabis halen in een shop, maar het niet vervoeren. Aanvoeren van cannabis is ook strafbaar. De shop is afhankelijk van illegale toeleveranciers. Het criminele circuit profiteert daarvan. Terwijl tabak en alcohol – die veel schadelijker zijn – vrij te verkrijgen zijn in supermarkten, brengt cannabis de gebruiker in een ‘schimmige’ situatie. Dat moet anders.”

Experiment

Begin 2017 werd de ‘Wet gesloten coffeeshopketen’ aangenomen in de Tweede Kamer. Deze beoogt de teelt en het gebruik van cannabis te reguleren en de kwaliteit en veiligheid van het product te verbeteren. Voorts worden door de werking van de wet de illegale praktijken rondom de productie en levering van cannabis afgebroken. Het praktisch uitwerken van het experiment kent vele uitdagingen. Maar die willen de drie heren wel aangaan. Roothans: “De overheid doelt in het experiment op een legale toeleverancier van cannabis. Oftewel, grote wietkwekerijen die coffeeshops voorzien. Prima idee, maar een goed beleid hierop is noodzakelijk. Met het manifest willen we hier vooraf op insteken.”

Zorgplicht

Cannabis – alsook alcohol en tabak – dienen niet in de supermarkt te liggen, maar verspreid te worden via speciaalzaken, zegt Roothans. “Een zorgplicht is eigenlijk noodzakelijk voor deze producten. Mensen moeten goed geïnformeerd worden. Cannabis is er in vele soorten. De verhoudingen zijn verschillend en daarmee ook het effect. Een etiket met productspecificatie is daarom nodig.”

Veilig en verantwoord voor zowel teelt als gebruik, daar pleiten de heren voor. Het bedrijfsplan van Roothans, Schouten en Van Meel meldt een productiefaciliteit van 12 ton cannabis per jaar. Het manifest ligt bij de landelijke commissie Knottnerus. Naar verwachting wijst de overheid begin 2019 zes tot tien gemeenten aan die met het vier jaar durende cannabisexperiment mogen meedoen.

Auteur: Betty Rombout

Download het volledige artikel hier:

Paulien van Hessen (SAG): “Maatschappelijke tweedeling in de basiszorg is onacceptabel”

Goede zorg lijkt vanzelfsprekend, maar we schieten vaak tekort bij patiënten in achterstandswijken. Waar zit de angel en hoe trekken we die eruit? De Eerstelijns is in gesprek met Paulien van Hessen, bestuurder van de Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra (SAG).

Paulien van Hessen studeerde geneeskunde en is sinds 1992 arts voor maatschappij & gezondheid. Zij begon in 2015 als bestuurder bij SAG, een koepel van zestien gezondheidscentra in Amsterdam. Van Hessen zet zich gepassioneerd in voor integrale, duurzame en warme basiszorg voor alle bijna 90.000 patiënten van SAG. Haar grootste zorg betreft mensen met lage gezondheidsvaardigheden. “Een patiëntengroep bij wie een slechte gezondheid vaak gepaard gaat met werkloosheid, schulden, sociale en psychische problemen.”

Een vaste huisarts

Van Hessen vervolgt: “Met angst en beven zie ik verschil ontstaan in toegankelijkheid van zorg. Voor een huisarts is het heel hard werken in achterstandswijken. Nieuwe huisartsen zijn moeilijk te vinden voor deze wijken en juist voor mensen in een achterstandssituatie is een vaste huisarts heel belangrijk. We moeten dus huisartsen verleiden zich te binden aan praktijken en gezondheidscentra in deze wijken. We doen als SAG ons best. Gelukkig zijn er toch steeds weer dokters die juist wel daar willen werken, voor een eigen populatie waarvoor ze heel veel kunnen betekenen. Maar het wordt kritisch. En mijn grootste zorg: wie voelt zich verantwoordelijk voor dit probleem, wie pakt het op? VWS wijst naar de zorgverzekeraars. Zij op hun beurt naar de sector, die vervolgens weer bij VWS uitkomt.”

4D-model en Krachtige Basiszorg

Dus heeft de sector zelf flink de handen uit de mouwen gestoken. Resultaat? Een werkend concept. Van Hessen: “In de wijk Overvecht in Utrecht is men gestart met het concept Krachtige Basiszorg. Twee huisartsen ontwikkelden het 4 Domeinenmodel, kortweg 4D-model.Dat maakt de vier levensgebieden inzichtelijk: lichaam, geest, maatschappelijk en sociaal. Alle gebieden hebben invloed op hoe gezond iemand zich voelt. De patiënt zelf staat in het midden.”

In navolging van Overvecht hebben gezondheidscentra in Utrecht, Rotterdam, Den Haag en Amsterdam een consortium Krachtige Basiszorg gevormd. Zij gaan het model vertalen naar hun eigen situatie. “We moeten beter samenwerken met partners in de wijk”, aldus Van Hessen. Er is meer tijd nodig voor goede gesprekken tussen patiënt en huisarts. Bij SAG willen we graag onze POH-generalisten continueren. Zij zijn vanuit het gezondheidscentrum de uitgestoken hand naar de wijk en zorgen voor warme overdrachten naar bijvoorbeeld die schuldhulpverlening; niet als regisseur, maar als vangnet. Zij zijn echt noodzakelijk.”

Auteur: Betty Rombout

Download het volledige artikel hier:

Integraal zorgplan voor kwetsbare mensen in Etten-Leur

Elke huisarts heeft te maken met kwetsbare patiënten die de deur plat lopen bij de huisartsenpraktijk, SEH en welzijnsinstanties. Ze melden zich met onduidelijke gezondheidsklachten, de oorzaak daarvan ligt vaak op sociaal-maatschappelijk terrein. In Etten-Leur ontwikkelden huisartsen en het Sociaal Wijkteam een persoonsgerichte, integrale zorgaanpak voor mensen met multiproblematiek. Huisarts Jan-Frans Mutsaerts: “Een vrijwilligersbaan kan beter werken dan medicijnen.”

Zestien huisartsenpraktijken en het Sociaal Wijkteam in Etten-Leur zijn ervan overtuigd dat hun integrale, persoonsgerichte aanpak de levenskwaliteit van kwetsbare mensen op termijn zal verbeteren. “Dat is hard nodig”, aldus huisarts en kartrekker Jan-Frans Mutsaerts. “We hebben het over mensen die extreem veel zorg en energie consumeren. Ze lopen drie keer per week de praktijk binnen zonder dat wij ze goed kunnen helpen. Dat is frustrerend voor de patiënt en de huisarts voelt zich machteloos omdat er medisch weinig aan de hand is. Ons doel is om deze mensen gerichter en béter te helpen en tegelijkertijd de hoge zorgkosten te temperen.”

Zingeving

Huisartsen en wijkteams startten in maart met de uitvoering van het project Multiprobleem Aanpak Kwetsbare Burgers. Gemeentecoördinator Marthe van Berkel schudt de ‘leuke successen’ nu al zo uit haar mouw. Jan-Frans Mutsaerts, tevens voorzitter van het regionaal samenwerkingsverband Verbonden in Zorg (ViZ): “Het goede aan dit project is dat huisartsen en gemeente de nieuwe aanpak samen hebben bedacht. Voordeel is dat ik daardoor nu weet wie wat doet binnen het sociaal domein. Ik ken de gezichten, compleet met 06-nummer erbij. Dat alleen is al enorme winst in allerhande situaties.”

Sneller juiste zorg

Multiprobleem Aanpak Kwetsbare Burgers vloeit voort uit het samenwerkingsverband ViZ in regio West-Brabant. Zorgverleners, gemeenten en zorgverzekeraar CZ werken daarin samen aan de Triple Aim-doelstelling: verbetering van de algemene gezondheid, verbetering van kwaliteit van zorg en verlagen van zorgkosten. Bedoeling van de Multiprobleem Aanpak is dat de groep kwetsbare mensen met multiproblematiek eerder en voornamelijk in zorg komt bij Sociaal Wijkteam Etten-Leur, dat snel en preventief hulp kan bieden vanuit alle denkbare disciplines binnen het sociaal domein. Daarvoor is één Centrale Coördinator Wijkteam aangesteld, die contact heeft met de huisarts. Van Berkel: “De natuurlijke gang van mensen met multicomplexe casuïstiek was tot nu toe: hup, direct naar de huisarts. Maar huisartsen weten minder goed de weg binnen het sociaal domein. De juiste hulp komt mede daardoor vaak laat op gang. We verwachten dat mensen door de nieuwe aanpak sneller de juiste zorg krijgen.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Hoogleraar Rudi Westendorp: “We moeten af van de dokter als god”

De huisarts van vroeger nam de tijd, hij informeerde naar de patiënt, de familie, zijn werk en zijn zorgen. Hij kwam gewoon langs als de patiënt te ziek was om te komen. Hij wist veel en legde allerlei verbanden. Volgens hoogleraar ouderengeneeskunde Rudi Westendorp moeten we terug naar deze generalist. Maar het primaat, dat gaat naar de patiënt.

De geneeskundige heeft grote sprongen voorwaarts gemaakt, maar gek genoeg helpt meer van hetzelfde ons niet meer vooruit, zegt Rudi Westendorp. “We kennen steeds meer specialisatie. Niets mis mee. Het is goed meer te weten over het hart of het gedrag van de mens. Maar blijven we specialiseren, dan wordt de patiënt steeds verder uiteengereten in allerlei fragmenten. En die fragmenten horen toch bij elkaar? We hebben generalisme nodig. Dat wordt te weinig onderkend. De patiënt is hier de dupe van.”

Ook de huisarts specialiseert zich steeds meer, volgens Westendorp. “Hij wil wel generalist zijn, maar het is verdraaid moeilijk. De problematiek stijgt hem boven het hoofd. Ik praat over het totale mensbeeld. Het integraal verantwoordelijk zijn voor de patiënt. Niet alleen voor zijn buikpijn. Ook weten of de patiënt net gescheiden is, want misschien heeft de patiënt daarom wel die buikpijn.”

Geen primaat

Dertig jaar geleden was de huisarts wel een generalist. Hij kende zijn patiënten en zijn familie van het wieg tot het graf. “In die integrale visie van toen zitten nu grote scheuren, zegt Westendorp. “We moeten terug naar de generalisatie. Maar wegblijven van het paternalistisch model. Het primaat dat de huisarts dacht te hebben, is hem nu niet meer gegeven. De beslissingsbevoegdheid moet weg bij de dokter. Wie dat bepaalt? De patiënt natuurlijk!”

Maar wat blijft er dan over voor de huisarts? “Een heleboel”, reageert Westendorp. “Een patiënt die bij hem komt met fragmentarische informatie van Google en de hele rataplan, heeft een professional nodig om deze informatie te duiden en in een groter geheel te plaatsen.”

Complexe situatie

Rudi Westendorp vervolgt: “De problemen van vandaag de dag zijn complex. Vroeger werden jonge kinderen oud totdat er iets faliekant misging; blijkbaar een fout in het systeem. Dat soort problemen worden tegenwoordig door preventieve maatregelen voorkomen of opgelost. De geneeskunde wordt geconfronteerd met oude mensen die steeds langer leven en bij wie het overal begint te rammelen. Hier iets fout, daar iets fout. Maak daar maar eens een goede afweging over. Hiervoor hebben we een generalistisch denkende huisarts nodig.”

Auteur: Betty Rombout

Download het volledige artikel hier:

Pharos: Laaggeletterden en zorgverleners werken samen aan passende zorg

Laaggeletterden lopen tegen barrières aan in de zorg en in de samenleving, die voor veel hoger opgeleiden ondenkbaar zijn. Adviezen van zorgverleners en informatie over gezondheid en zorg zijn voor deze mensen vaak te complex of het aanbod is niet bekend. Verwijzingen lopen vast in administratieve rompslomp of medicatie wordt niet juist gebruikt. Terwijl deze groep juist vaker kampt met chronische aandoeningen als overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten en zeven jaar eerder overlijdt.

Om te komen tot effectievere zorg voor laaggeletterden, begeleiden Vilans en Pharos  in drie gezondheidscentra (Utrecht, Kerkrade en Arnhem) een pilot waarin laaggeletterde patiënten zelf een belangrijke rol hebben. Via multidisciplinaire teams met zowel professionals als laaggeletterde patiënten wordt bekeken hoe zorg, ondersteuning en leefstijlinterventies, beter kunnen aansluiten op de vaardigheden en leefwereld van laaggeletterde patiënten.

Meer begrip

Laaggeletterden weten de huisarts goed te vinden. Maar laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden worden in de huisartsenpraktijk vaak niet (tijdig) herkend. Communicatie, materialen en praktijkorganisatie zijn meestal niet afgestemd op deze doelgroep.

Op de drie pilotlocaties leidt de samenwerking met laaggeletterde patiënten nu al tot meer begrip voor laaggeletterden en het maakt blinde vlekken zichtbaar.

Participatieve aanpak

De aanpak is geïnspireerd op de Participatory Learning and Action4 methode en op Design Thinking. De ervaringen en kennis van alle betrokkenen staan centraal en zijn gelijkwaardig. Dit  helpt het gat te dichten tussen wat patiënten willen en wat zorgorganisaties en zorgverleners doen. In het eerste projectjaar vonden meerdere bijeenkomsten plaats waarin steeds één onderwerp centraal stond, zoals het herkennen van laaggeletterdheid of de verwachtingen die laaggeletterden hebben van de zorg. Een duo van huisarts en praktijkondersteuner zorgt per praktijk voor het opvolgen van de acties die voortkomen uit de bijeenkomsten.

Eerste opbrengsten  

Uit de evaluatieronde blijkt dat de zorgverleners alerter zijn op laaggeletterdheid onder hun eigen patiënten. Ze stellen vaker gerichter vragen om laaggeletterdheid te achterhalen en registreren dit, in goed overleg met de patiënt, vaker in het dossier. Deelnemende patiënten vinden het fijn dat ze mee mogen denken en hebben het gevoel serieus te worden genomen. De meeste patiënten zijn gedurende het traject mondiger geworden en spreken soms zorgverleners direct aan op hoe zij het doen.

De begeleiding vanuit Vilans en Pharos loopt nog tot november 2018 en wordt gevolgd met onderzoek.

Auteurs: Karen Hosper, Jeanny Engels, Jeroen Havers, Maria van den Muijsenbergh

Download het volledige artikel hier:

Incident melden over muren heen

Heeft een huisarts niet vanuit het ziekenhuis vernomen dat de medicatie voor een patiënt is gewijzigd sinds de opname? In Utrecht kunnen zorgverleners dit soort – mogelijk riskante – zaken kenbaar maken via transmuraal incident melden. Het doel: leren van elkaar en zo komen tot betere en veiligere zorg.

Van de tien patiënten die de overgang maken van de eerste naar de tweede lijn of vice versa, is er bij twee tot vijf sprake van een transmuraal incident. Deze zorgwekkende cijfers worden bevestigd in nog lopend onderzoek door de afdeling Huisartsgeneeskunde van het UMC Utrecht in het Transmuraal Incident Preventie Programma (TIPP). Een van de interventies hierbinnen was het instellen van transmuraal incident melden (TIM), dat van start ging in 2016. De initiatiefnemers zijn het UMC Utrecht, het Diakonessenhuis en de coöperatie Huisartsen Utrecht Stad (HUS). Het TIM-proces is geautomatiseerd en geborgd met behulp van een applicatie die is ontwikkeld in samenwerking met softwareleverancier The Patient Safety Company. Angelien Borgdorff, bij HUS actief als programmamanager ouderen- en transmurale zorg, is een van de grondleggers. Zij heeft er ook de functie van TIM-regisseur.

Leren van incidenten

Borgdorff: “Het hoofddoel van TIM is dat de patiënt betere en veiligere zorg krijgt. Als bijvoorbeeld een huisarts of apotheker meldt dat hij geen geactualiseerd medicatieoverzicht heeft ontvangen na het ziekenhuisontslag van een patiënt, kunnen we actie ondernemen om ervoor te zorgen dat hij er voortaan wél van op de hoogte wordt gebracht door het ziekenhuis. We willen leren van incidenten en op basis van stuurinformatie komen tot betere zorgkwaliteit.”

HUS is in januari 2016 begonnen met meldingen door huisartsen en praktijkondersteuners over incidenten tussen ziekenhuis en thuis. Later is dat uitgebreid met VVT-instellingen, apothekers en een huisartsenlaboratorium. Sinds dit jaar hebben ook zorgverleners uit ziekenhuizen de mogelijkheid meldingen te doen.

Hoe werkt het?

Een zorgverlener in de eerste lijn is ongeveer vijf minuten kwijt aan het doen van een digitale melding. Als TIM-regisseur bij HUS ontvangt Angelien Borgdorff de melding, waarna zij een samenvatting maakt en deze doorstuurt naar de TIM-regisseur van de betreffende zorginstelling. Afhankelijk van het risico van de melding wordt bepaald of een analyse nodig is. Laag-risico-meldingen worden gebruikt voor trendanalyses; op hoog risico-meldingen wordt een analyse uitgevoerd.

Zijn er al resultaten te melden? Borgdorff: “Het is te vroeg om te beoordelen of TIM leidt tot betere en veiligere zorg. Maar we kunnen al wel zeggen dat het bewustzijn vergroot is onder zorgverleners.”

Auteurs: Gerben Stolk

Klik hier voor de link naar TPSC

Download het volledige artikel hier:

Diagnostiek op de huisartsenpost voorkomt verwijzingen

In oktober publiceerden huisarts/onderzoeker Martijn Rutten en collega’s de resultaten van een onderzoek naar directe toegang tot radiologie vanuit de huisartsenpost. Conclusie: wanneer de huisarts op de post toegang heeft tot röntgendiagnostiek worden minder patiënten onnodig naar de spoedeisende hulp verwezen. In Heerlen ervaren ze hetzelfde, vertelt Roger Eurelings, manager van de huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg.

Verhoudingsgewijs zien huisartsen op de huisartsenpost aanzienlijk meer mogelijke fracturen dan in de eigen praktijk. Toch hebben zij juist overdag direct toegang tot radiologie en moet daarvoor bij tachtig procent van de huisartsenposten doorverwezen worden naar de Spoedeisende Hulp (SEH). Kan dat zinniger en zuiniger? Met die vraag gingen Rutten en consorten aan de slag.

Het onderzoek

Uit een inventarisatie van de onderzoekers in 2015 bleek dat twintig van de destijds 117 Nederlandse huisartsenposten toegang hebben tot radiologie. Bij zes is dat ongelimiteerd, bij zeven alleen overdag en bij de andere zeven gedurende bepaalde tijdvensters. “Wij vergeleken in ons onderzoek zes huisartsenposten met verschillende modellen. We hebben gekeken naar het fractuurpercentage en het aantal mensen dat in de eerste lijn kon blijven binnen de diverse modellen. Daarnaast hebben we de huisartsen gevraagd om op te schrijven met welke indicatie ze de röntgenfoto nodig vonden.” Bij de posten waar voor radiologie moest worden doorverwezen naar de SEH, bleek de helft van de doorverwezen patiënten een breuk of luxatie te hebben. De andere helft had dus in de eerste lijn kunnen blijven. Op de posten waar deels of volledig toegang was tot radiologie werd veertig procent doorverwezen naar de SEH met een afwijkende foto en kon zestig procent onder behandeling blijven van de huisarts.

Voordelen

Bij directe toegang lijken huisartsen wel iets makkelijker een foto aan te vragen (55 procent meldt een hoge verdenking op afwijkingen/fracturen) dan wanneer er beperkt of geen toegang is (68 procent meldt een hoge verdenking). Maar volgens Rutten wegen de voordelen van directe toegang tot radiologie hier ruimschoots tegenop. “De huisarts kan zijn rol van poortwachter beter vervullen en de regie houden. Voor patiënten betekent het een kortere wachttijd en een beperktere aanslag op hun eigen risico. En de SEH profiteert ook: de drukte neemt af waardoor zij zich meer kunnen richten op complexere zorgvragen.”

Roger Eurelings, manager van Huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg (OZL) onderschrijft de voor- en nadelen. Bij hap OZL kunnen huisartsen mensen met een vermoedelijke breuk via ZorgDomein doorverwijzen voor een foto. Eurelings is heel tevreden over de samenwerking met het ziekenhuis en vindt directe toegang tot radiologie een aanrader voor andere huisartsenposten.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Op weg naar een regionaal samenwerkingsplatform

Op 12 oktober 2017 hield Portavita het derde seminar over regionale samenwerking in buitenplaats Mereveld in Utrecht. Thema van het symposium: hoe kunnen innovatieve ICT-platforms de regionale samenwerking tussen zorgpartners versterken en ondersteunen? Vertegenwoordigers van regionale samenwerkingsverbanden, trombosediensten en betrokkenen waren aanwezig.

Betere zorguitkomsten per gespendeerde euro kunnen alleen gerealiseerd worden door een constructieve samenwerking over de hele keten van preventie, zorg en welzijn. Makkelijker gezegd dan gedaan, zo blijkt uit onderzoek van dr. Pim Valentijn, adjunct-directeur Essenburgh Training & Advies en senior-onderzoeker bij Maastricht University en Maastricht MUMC+. “Het succes van regionale samenwerking is de optelsom van de inzet van alle betrokken partijen. Toch blijkt juist samenwerking tussen zorggroepen en ziekenhuizen het grootste struikelblok op weg naar betere regionale uitkomsten. Gedeelde verantwoordelijkheid over de zorgkwaliteit, de kosten en het nieuwe integrale verdienmodel is een andere, veel genoemde uitdaging.”

Ook de juiste functionele randvoorwaarden, zoals integrale ICT-platforms, zijn onmisbaar om regionale samenwerking duurzaam te verankeren, constateert Valentijn. “Juist op het gebied van deze functionele randvoorwaarden valt in Nederland nog een wereld te winnen.”

Multidimensionaal

Jos van Berkel, specialist Ouderengeneeskunde in Gelders Rivierenland, werkt in een netwerk van regionale samenwerking met huisarts, thuiszorg, regionaal ziekenhuis, vrijwilligers, patiënten en hun mantelzorgers. Gezondheid is multidimensioneel, stelt hij, met zowel fysieke, psychische als sociale componenten. Alleen door multidisciplinaire samenwerking kunnen problemen van kwetsbare ouderen behandeld worden. “Dat betekent dat je kennis deelt en multidisciplinaire behandelafspraken maakt. Dat kan alleen als je alle informatie voor iedereen toegankelijk maakt. Samen met Portavita hebben we daarom een zorgpad Kwetsbare ouderen op het Portavita-platform ingericht. Alle informatie komt daar samen. Je kunt erin lezen wie wat doet, wat de behandelafspraken zijn, noem maar op. Alle zorgverleners hebben er toegang toe.”

Een drempel is wel dat iedere zorgverlener daarnaast met het ICT-systeem van de eigen organisatie werkt. “Dat is niet optimaal, maar wel de realiteit. We moeten onze ICT-systemen dus goed op elkaar laten aansluiten.”

Regionale overlegtafel

Van Berkel is niet de enige zorgverlener die hiermee worstelt. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) schreef er recent een visiedocument over: De regionale overlegtafel. Edo Westerhuis, COO van Portavita begrijpt het probleem. “Zorgverleners gebruiken het ICT-platform van hun eigen organisatie, maar willen tegelijkertijd ook kunnen werken met een functionaliteit waarmee ze met andere zorgverleners kunnen samenwerken. Het Portavita Platform heeft de bouwstenen om zo’n regionale overlegtafel tot een succes te maken.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Verschil doet ertoe

Adele (35) brengt regelmatig een bezoek aan haar huisarts. Haar gewrichtsklachten nemen toe en haar suiker raakt slecht onder controle. Adele heeft alleen basisonderwijs gevolgd. Ze is al enige tijd haar baan kwijt, zit in de schuldsanering en is eenzaam. Ze wordt depressief en krijgt steeds meer overgewicht. De dreigende huisuitzetting die Adele door huurachterstand boven het hoofd hangt, is niet bekend bij haar huisarts.

Adele is één van de vele voorbeelden van patiënten die dagelijks zorgen voor ‘hoofdbrekers’ voor huisartsen, vooral in wijken waar veel sociaal economische achterstand is. Ze hoort tot de groep mensen die gemiddeld 7 jaar korter leeft en maar liefst 19 jaar minder gezonde levensjaren ervaart dan hoogopgeleide Nederlanders. De overheid wil deze sociaal economische gezondheidsverschillen verminderen dan wel stabiliseren. Dit voorjaar werd bekend dat de GIDS-gelden die gemeenten hiervoor ontvangen, ook de komende vier jaar beschikbaar zijn voor gemeenten. Wat betekent dit voor de eerstelijnszorg?

“Sociaal-economische gezondheidsverschillen hebben meerdere oorzaken; niet alleen gedrag, maar ook economische omstandigheden, fysieke en sociale leefomgeving en milieu spelen een rol. Het terugdringen van gezondheidsachterstanden vraagt om een brede aanpak waarbij meerdere domeinen, inwoners zelf én de eerste lijn betrokken zijn”, aldus Monica van Berkum, directeur van Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. Met kennis uit binnen en buitenland ontwikkelde Pharos het stimuleringsprogramma Gezond in… dat samen met Platform31, gemeenten adviseert bij de aanpak van gezondheidsachterstanden.

GIDS-gelden

Sinds 2014 ontvangen 164 gemeenten via de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad (GIDS) van het ministerie van VWS, financiële steun voor aanpak in wijken waarin grote gezondheidsachterstanden voorkomen. Van Berkum: “Een betere gezondheid kan vaak worden bereikt door ook aan andere knoppen te draaien dan we gewend zijn. Het bevorderen van een gezonde leefstijl is één van die knoppen, maar de aanpak van armoede, schulden, het begeleiden naar werk en het voorkomen van laaggeletterdheid, schooluitval en eenzaamheid zijn minstens zo belangrijk. Vandaar dat we gemeenten een brede aanpak adviseren die veel verder reikt dan het domein van Volksgezondheid en Sport.” Dat de GIDS-financiering en het stimuleringsprogramma Gezond in… de komende vier jaar worden voortgezet, stemt Van Berkum gelukkig: “Dit geeft ons de kans samen met gemeenten nog vier jaar al doende te leren. Een goede aanpak vergt tijd en een lange adem. Gelukkig gebeurt er al veel onder andere samen met wijkteams en de eerste lijn. De overtuiging dat we iets aan de gezondheidsachterstanden moeten en kunnen doen, groeit.”

Auteur: Pharos

Download het volledige artikel hier: