NIVEL Zorgregistraties: het lerend gezondheidszorgsysteem in de praktijk

Met NIVEL Zorgregistraties worden routinematig vastgelegde gegevens uit de eerste lijn gebruikt voor onderzoek. Eerstelijns zorgverleners kunnen hun voordeel doen met de spiegelinformatie uit de zorgregistraties. De informatie kan bijvoorbeeld een goede basis vormen om de huisartsenpost onder de loep te nemen en een discussie te starten over de kwaliteit van de zorg.

NIVEL Zorgregistraties brengt het idee van een lerend gezondheidszorgsysteem in de praktijk. Routinematig vastgelegde gegevens uit de eerste lijn worden gebruikt voor onderzoek. Dat leidt tot kennis. Die kennis komt op twee manieren ten goede aan de zorgverleners. Ten eerste via wetenschappelijke publicaties en beleid. En ten tweede via spiegelinformatie aan de zorgverleners. Figuur 1 laat zien hoe het lerend gezondheidszorgsysteem in elkaar zit.

Alle 28 deelnemende huisartsendienstenstructuren (HDS’en, zie kader) hebben onlangs de spiegelinformatie over 2014 ontvangen. De spiegelinformatie voor huisartsenposten omvat onder andere informatie over de frequentie van contact, de urgentie van contacten, de gezondheidsproblemen waarvoor mensen contact zoeken met de huisartsenpost en welke geneesmiddelen worden voorgeschreven. De eigen HDS wordt daarbij steeds vergeleken met het gemiddelde over alle deelnemende HDS’en en vergeleken met een fictieve HDS met een vergelijkbare patiëntenpopulatie. Daarmee krijgt de HDS inzicht in bijvoorbeeld het feitelijke zorggebruik versus het verwachte zorggebruik.

Vorig jaar hebben de Samenwerkende Huisartsendiensten Rijnland (SHR) de spiegelinformatie gebruikt om de eigen praktijk onder de loep te nemen. De NIVEL terugrapportage over 2013 bracht een aantal opvallende zaken aan het licht. In vergelijking met de referentie:

  1. had de bevolking van SHR meer contacten (met name consulten) met de huisartsenpost.
  2. was de urgentie van de contacten van SHR over het algemeen hoger (meer U2 en U3 en minder U4 en U5).
  3. werden bij SHR vaker antibiotica voorgeschreven.

Deze cijfers vormden de kern van de discussie tijdens een avondsymposium voor huisartsen, triagisten en andere medewerkers van SHR. Een mogelijke verklaring voor het hogere aantal consulten zou kunnen zijn dat er met ziekenhuizen in de buurt (LUMC en Rijnland) afspraken zijn over het doorsturen van patiënten die zich rechtstreeks gemeld hebben bij de SEH, de zogenaamde “binnenlopers”. Deze worden getrieerd door de triageverpleegkundige op de SEH en bij lage urgentie doorverwezen naar de huisartsenpost. Gemiddeld worden er per jaar 8000 consulten van de SEH naar de huisartsenpost doorgesluisd. Je zou daarom denken dat de SEH, gezien de bevolkingssamenstelling, juist minder contacten heeft dan je zou verwachten, maar het is onduidelijk of dat zo is.

Download het volledige artikel hier: