Berichten

Bestuurder Jochem Janssen: van het bedrijfsleven naar de huisartsenpost

Jochem Janssen werkt sinds juli van dit jaar als directeur van huisartsenpost ’t Hellegat in Klaaswaal. Daarvoor had hij diverse functies in het bedrijfsleven. Hij heeft al snel gemerkt dat innovatief werken in de zorg er anders aan toegaat dan in het bedrijfsleven. In het bedrijfsleven is sneller sprake van een win-winsituatie. “Succes creëert succes.”

Na zijn studie economie aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam kwam Jochem Janssen terecht in een talent development programma van KPN. Hij bleef er zestien jaar, maar vertrok “omdat je bij zo’n groot bedrijf een beperkt mandaat hebt. Ik wilde meer impact en invloed hebben.”

Maatschappelijke impact

Er volgden meer commerciële functies in diverse bedrijfssectoren. “Je kunt veel van elkaar leren. Als ik nu terugkijk, zie ik dat business tot businessmanagement en vernieuwing als een rode draad door mijn curriculum vitae lopen. Ik omarm verandering, niet als een doel op zich, maar om zaken te verbeteren.”

De verschillende functies leidden echter niet tot de maatschappelijke impact die Janssen graag wilde. Totdat de vacature van huisartsenpost ’t Hellegat voorbijkwam. “Ik heb gesolliciteerd omdat ik hier rechtstreeks het effect van mijn werk op de klanten, de patiënten, kan zien.”

Verschil bedrijfsleven

Welke ervaringen heeft Janssen de afgelopen maanden opgedaan? “Er werken hier heel betrokken en passievolle mensen. Dat zie je ook in het bedrijfsleven. Maar daar geldt: we zijn een bedrijf, we hebben te maken met concurrentie en maken een product dat de specifieke behoefte van een klant vervult. Als een business case positief is, krijg je vrij gemakkelijk de handen op elkaar voor verandering en dat motiveert. In de zorg is dit lastiger en dat kan tot frustratie leiden. De zorg is een dynamische sector, veel meer dan ik had verwacht. Er is eensgezindheid dat zaken anders en beter kunnen in het belang van de patiënt. Maar als je probeert om iets te veranderen, loop je tegen diverse belangen en partijen aan.”

Win-winsituatie

Janssen ondervond het verschil tussen bedrijfsleven en zorgsector bij een kleine proef met triage op één locatie. Gedurende een weekeinde zat de triagist van de ambulancedienst Rotterdam naast de triagist van de huisartsenpost. Ondanks positieve uitkomsten wordt deze werkwijze (nog) niet standaard ingevoerd. “De bekostiging vormt een belemmering. We hebben een goed idee en als we dat uitvoeren besparen we kosten in de keten, maar dat geld mogen we niet zomaar houden. Dat is een groot verschil met het bedrijfsleven, daar is veel sneller sprake van een win-winsituatie.”

Auteur: Corina de Feijter

Download het volledige artikel hier:

Brancheverenigingen toetsen scenario’s voor toekomstbestendige ANW-zorg

Hoe kan de werkdruk op de huisartsenpost worden verminderd? InEen, LHV en VPhuisartsen zetten veelbelovende pilots op. Voorbeelden zijn strengere triage op de post, digitale zelftriage door patiënten en één loket voor basis-spoedeisende zorg.

Een toename, ook van patiënten met een complexe zorgvraag. Huisartsen zijn er in de afgelopen jaren mee geconfronteerd, zowel in hun eigen praktijk overdag als op de huisartsenpost (HAP) in de avond, nacht en weekenden (ANW). Zózeer zelfs, dat menigeen zegt dat het water hem aan de lippen staat. Leden van InEen, LHV en VPhuisartsen vroegen hun organisaties daarom vorig jaar de handschoen op te pakken en gezamenlijk op te trekken bij vermindering en ombuiging van de patiëntenstroom.

Erkenning problematiek

De hieruit voortgekomen gezamenlijke projectgroep ‘Werkdruk in de ANW’ volgt drie sporen. Jeroen van der Noordaa is sinds een half jaar de coördinator van de projectgroep. Hij vertelt hierover: “Allereerst hebben we op bestuurlijk niveau contact gezocht met ketenpartners in de acute zorg. Die toenadering heeft geleid tot de erkenning dat niet alleen de SEH overloopt, maar ook de HAP. Iedereen realiseert zich dat het een gedeeld probleem is binnen de keten van de acute zorg, we moeten er sámen iets tegen doen. De volgende stap is dat we hierover concrete afspraken maken.”

Daarnaast vroegen de brancheverenigingen aan huisartsen in praktijken en op HAP’s naar maatregelen die zij hebben getroffen om een daling van de werkdruk te realiseren. De vele nuttige en inspirerende reacties zijn gebundeld in een online ‘gereedschapskist’ met praktijkvoorbeelden uit de ANW, die via de LHV-website te vinden is.

Systeemveranderingen

Tegelijkertijd houden de drie brancheverenigingen de toekomstbestendigheid van het klassieke model van de HAP in bestaande ANW-zorg tegen het licht. Zijn er interventies en systeemveranderingen in de keten denkbaar die de huisartsenzorg toekomstbestendiger maken? Tijdens een gezamenlijke ledenvergadering hebben de brancheverenigingen eind vorig jaar de notitie ‘Naar een toekomstbestendige ANW-zorg’ vastgesteld. Er zijn mogelijke toekomstscenario’s opgesteld. In de vorm van pilots wordt een aantal scenario’s getoetst in de praktijk. Van der Noordaa licht drie pilots toe die vóór de zomer van start moeten gaan: strengere triage op de post, digitale zelftriage door patiënten en één loket voor basis-spoedeisende zorg.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Diagnostiek op de huisartsenpost voorkomt verwijzingen

In oktober publiceerden huisarts/onderzoeker Martijn Rutten en collega’s de resultaten van een onderzoek naar directe toegang tot radiologie vanuit de huisartsenpost. Conclusie: wanneer de huisarts op de post toegang heeft tot röntgendiagnostiek worden minder patiënten onnodig naar de spoedeisende hulp verwezen. In Heerlen ervaren ze hetzelfde, vertelt Roger Eurelings, manager van de huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg.

Verhoudingsgewijs zien huisartsen op de huisartsenpost aanzienlijk meer mogelijke fracturen dan in de eigen praktijk. Toch hebben zij juist overdag direct toegang tot radiologie en moet daarvoor bij tachtig procent van de huisartsenposten doorverwezen worden naar de Spoedeisende Hulp (SEH). Kan dat zinniger en zuiniger? Met die vraag gingen Rutten en consorten aan de slag.

Het onderzoek

Uit een inventarisatie van de onderzoekers in 2015 bleek dat twintig van de destijds 117 Nederlandse huisartsenposten toegang hebben tot radiologie. Bij zes is dat ongelimiteerd, bij zeven alleen overdag en bij de andere zeven gedurende bepaalde tijdvensters. “Wij vergeleken in ons onderzoek zes huisartsenposten met verschillende modellen. We hebben gekeken naar het fractuurpercentage en het aantal mensen dat in de eerste lijn kon blijven binnen de diverse modellen. Daarnaast hebben we de huisartsen gevraagd om op te schrijven met welke indicatie ze de röntgenfoto nodig vonden.” Bij de posten waar voor radiologie moest worden doorverwezen naar de SEH, bleek de helft van de doorverwezen patiënten een breuk of luxatie te hebben. De andere helft had dus in de eerste lijn kunnen blijven. Op de posten waar deels of volledig toegang was tot radiologie werd veertig procent doorverwezen naar de SEH met een afwijkende foto en kon zestig procent onder behandeling blijven van de huisarts.

Voordelen

Bij directe toegang lijken huisartsen wel iets makkelijker een foto aan te vragen (55 procent meldt een hoge verdenking op afwijkingen/fracturen) dan wanneer er beperkt of geen toegang is (68 procent meldt een hoge verdenking). Maar volgens Rutten wegen de voordelen van directe toegang tot radiologie hier ruimschoots tegenop. “De huisarts kan zijn rol van poortwachter beter vervullen en de regie houden. Voor patiënten betekent het een kortere wachttijd en een beperktere aanslag op hun eigen risico. En de SEH profiteert ook: de drukte neemt af waardoor zij zich meer kunnen richten op complexere zorgvragen.”

Roger Eurelings, manager van Huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg (OZL) onderschrijft de voor- en nadelen. Bij hap OZL kunnen huisartsen mensen met een vermoedelijke breuk via ZorgDomein doorverwijzen voor een foto. Eurelings is heel tevreden over de samenwerking met het ziekenhuis en vindt directe toegang tot radiologie een aanrader voor andere huisartsenposten.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Kwantitatieve en kwalitatieve aandacht voor druk op acute zorg

De toenemende werkdruk op de huisartsenposten is al geruime tijd bron van discussie. Recent verscheen de Marktscan acute zorg van de Nederlandse Zorgautoriteit, die hierop ingaat. En voor het einde van het jaar zal over dezelfde materie het Kwaliteitskader spoedzorgketen verschijnen, geschreven door elf veldpartijen met het Landelijk Netwerk Acute Zorg als kartrekker. De koppeling van beide documenten – het eerste een kwantitatieve analyse, het tweede een kwalitatieve – schetst de contouren voor de route naar de toekomst.

De Marktscan acute zorg van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is tot stand gekomen naar aanleiding van signalen uit het zorgveld over toenemende druk op de acute zorg. Die druk neemt inderdaad toe, lezen we in de conclusie van de scan. “Tegelijkertijd is het wel belangrijk te constateren dat de patiënt nog steeds acute zorg krijgt als hij die nodig heeft”, zegt vervangend projectleider Dorien Mol van de NZa. “Hij komt altijd ergens in het netwerk terecht. Is de huisarts bijvoorbeeld niet beschikbaar, dan kan de ambulance worden ingezet om te waarborgen dat de patiënt op de juiste plek komt voor zijn acute zorg. Maar in het netwerk voor die acute zorg wordt wel op verschillende momenten druk ervaren. Die druk moet beter worden verdeeld om te waarborgen dat alle partijen in de keten hun eigen stukje van de acute zorg kunnen leveren en de patiënt niet hoeft te worden doorgestuurd. Dat doorsturen gebeurt nu wel en dat leidt tot een ongewenst domino-effect.” In de conclusies en aanbevelingen van de marktscan is daarom de nadruk gelegd op het belang van een goede samenwerking en daarvoor de verspreiding van informatie.

Samen verantwoordelijk

Arold Reusken van LNAZ ziet in het aanpakken van de druk op de acute zorg een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor alle partijen. “We willen gezamenlijk zorgen dat de samenwerking in de keten verder verbetert”, zegt hij, “spoedzorg vraagt om afstemming. Die samenwerking is er nu wel, maar de NZa heeft gelijk met haar stelling dat die beter kan. Voor dit proces is niet één regisseur aan te wijzen, daarvoor zijn er te veel partijen bij betrokken. Juist daarom werken we nu met alle bij de spoedzorg betrokken partijen samen aan het Kwaliteitskader spoedzorgketen, want in de praktijk richt ieder van die partijen zich primair op zijn eigen stukje in de keten, maar het is wel ons aller verantwoordelijkheid dat die stukjes goed op elkaar aansluiten. Het ultieme doel is waarborgen dat de patiënt – ongeacht op welke plaats in de acute zorgketen die zich meldt – snel op de juiste plaats zorg kan ontvangen.”

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Vier werkende oplossingen voor werkdruk op de huisarstenpost

De druk op de huisartsenpost blijft de gemoederen bezighouden. Vier huisartsenposten in het land laten zien hoe zij ermee omgaan. Van tools die de drukte voorspellen tot een nachtarts in het ziekenhuis.

Huisartsenpost Medrie in Zwolle, Flevoland en Hardenberg had problemen met de bereikbaarheid. In 75 procent van de gevallen werd de telefoon niet binnen de vereiste twee minuten opgenomen. Erik Noorda, ICT-adviseur bij Medrie, vond de oplossing in een tool voor Work Force Management. “Deze voorspelt op basis van het historisch belgedrag hoeveel patiënten wanneer bellen. Daaruit volgt een voorspelling voor de werklast voor triagisten over de komende periode. Vervolgens maakt de tool met de beschikbare diensten het meest efficiënte rooster. Daarbij wordt rekening gehouden met pieken, variabele gesprekstijden, nawerktijden, geduld van de beller en spoedlijnen. En het werkt: Medrie haalt nu wel de norm.”

Werkdruk en cijfers

“Bij ons daalde in 2017 het aantal verrichtingen met zeven procent”, vertelt Gerben Welling, voorzitter van de Raad van bestuur van HAP Oost-Brabant. “Maar de duur van het consult steeg met twee minuten. Die twee extra minuten bij 135.000 contacten levert het schrikbarende aantal van 600 extra diensten op! Dokters zijn dan geneigd om de bal bij de zorgverzekeraar te leggen, die moet de werkdruk maar wegnemen. Dat gaat niet werken. Wij moeten de oplossingen zelf bedenken. Programmamanager Stephan Hermsen van Vilans heeft een traject opgezet waarbij de dokters zelf voor een oplossing moeten zorgen. Verandering moet van de betrokkene zelf komen, alleen dan creëer je draagvlak.”

Druk door stilte

In plaats van drukte heerst er in de nacht bij HAP ’t Hellegat Dirksland stilte op de post. Toch is ook hier ‘druk’: “De HAP moest met een lage productie twee vestigingen in de lucht houden die relatief dicht bij elkaar lagen, maar in een zeer dunbevolkt en verspreid over twee eilanden. Hierdoor zaten we in financiële problemen”, aldus extern adviseur Jacqueline Bree die het traject begeleidde. “Als we niet zouden samenwerken met ketenpartners, zouden voorzieningen in dit gebied verdwijnen. Een aantrekkelijke overnamepartij waren we niet. Samenwerken met de spoedeisende hulp van ziekenhuis Van Weel-Bethesda in Dirksland bleek de beste optie.”

Eén telefoonnummer

Meer kwetsbare ouderen betekent voor de Centrale huisartsenpost Almelo meer visites die ook nog eens langer duren. En nu ouderen langer thuis blijven wonen, neemt de kans op een crisissituatie toe. Directeur Janke Snel: “De regieartsen op de HAP waren uren bezig met het afbellen van instanties en thuiszorgorganisaties om een bed voor patiënten te vinden. Ook in de dagpraktijk speelde dat probleem. Toen kwamen we op het idee om samen te werken met de thuiszorgorganisaties en het ziekenhuis.“ Nu is er één centraal telefoonnummer voor artsen om na te gaan of er een bed beschikbaar is. Het resultaat mag er zijn: meer rust voor de huisartsen en patiënten die dichter bij huis worden geplaatst.

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier:

Veertien oplossingen voor minder werkdruk op de huisartsenpost

De koepels en besturen van huisartsenposten werken aan allerlei oplossingen die de werkdruk op huisartsenposten op termijn verminderen. Door slimme inzet van ICT kan ook op korte termijn resultaat worden geboekt. Topicus deed een analyse en bedacht op basis daarvan veertien concrete oplossingen. Op 17 mei aanstaande wordt tijdens een inspiratiebijeenkomst met bestuurders besproken welke oplossingen uitwerking verdienen.

De toegenomen werkdruk op huisartsenposten brengt problemen met zich mee. Met name voor de huisartsen, die vaak al een drukke werkdag op de eigen praktijk achter de rug hebben. Het aantal praktijkhouders neemt af, zodat er sowieso meer diensten per persoon moeten worden verricht en steeds meer ANW-diensten worden verkocht aan (minder ervaren) waarnemers. Een neerwaartse spiraal dreigt.

De tijd dringt

Er zijn allerlei veelbelovende oplossingen bedacht door InEen en de LHV. Maatregelen die vaak mede afhankelijk zijn van financiers, wetgevers of andere partijen. Het kost tijd om deze in de steigers te zetten. Voor de huisartsen duurt dat te lang. De roep om de ANW-diensten facultatief te maken wordt sterker. Omdat dit het imago van de huisarts als generalistische 24/7 zorgverlener aantast, lijkt het niet wenselijk om dat pad in te slaan. Daarom is het zaak om te onderzoeken welke stappen op korte termijn al kunnen worden genomen met inzet van ICT.

Concrete oplossingen

Technische en organisatorische oplossingen heeft iedere huisartsenpost in eigen hand en zijn dus direct toe te passen. Natuurlijk is techniek geen panacee voor dit weerbarstige probleem, maar het biedt absoluut mogelijkheden om de werkdruk te beperken. ICT-leverancier Topicus bedacht veertien concrete oplossingen die binnen één jaar effectief in te voeren zijn. Denk bijvoorbeeld aan een tool die alle beschikbare eerstelijnsbedden in de regio met één druk op de knop laat zien. Of een mogelijkheid om de capaciteit op basis van slimme planning en voorspellende algoritmes af te stemmen op de vraag.

Om deze en andere oplossingen te delen met het veld, aan te scherpen en te bepalen welke als eerste gerealiseerd moeten worden, organiseert Topicus op 17 mei 2017 een inspiratiebijeenkomst. Bestuurders van huisartsenposten zijn daarbij van harte welkom.

Auteur: Topicus

Download het volledige artikel hier:

Duurzame oplossingen voor de huisartsenpost

De hoge werkdruk op de huisartsenposten is geen probleem van vandaag of gisteren. Wel maken verschillende maatschappelijke ontwikkelingen die samenkomen het probleem actueler dan ooit. Op een drukbezochte ledenvergadering van InEen in maart 2017 bezonnen bestuurders van huisartsenposten zich op strategieën die tot een duurzame oplossing kunnen leiden.

De oorzaken van de toeloop naar de huisartsenpost zijn bekend: de 24-uurseconomie waarin patiënten verwachten dat er de klok rond huisartsenzorg beschikbaar is, de transities in ouderenzorg en GGZ, de veranderingen in de jeugdzorg en de Wmo én de substitutie van de tweede naar de eerste lijn leiden tot meer drukte in de dagzorg, waardoor een overloop ontstaat naar de ANW-uren. De zorgvraag is niet alleen gegroeid, maar ook complexer geworden. De capaciteit van zorgprofessionals houdt echter geen gelijke tred met de toegenomen vraag naar huisartsenzorg. Tijdens de ledenvergadering van InEen passeerden verschillende oplossingen de revue.

Publiekscampagne

Een bewustmakingscampagne die mensen inprent dat de huisartsenpost er slechts is voor spoedgevallen. InEen en LHV zetten zich gezamenlijk in om hiervoor draagvlak te creëren bij het ministerie van VWS en de zorgverzekeraars.

Aanscherpen triage

Is het streven naar maximale veiligheid niet doorgeschoten? Zijn de triagesystemen niet te scherp afgesteld? InEen, NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) en NTS (Nederlandse Triage Standaard) onderzoeken dit.

Toegankelijkheid overdag vergroten

ANW-zorg en dagzorg zijn communicerende vaten: uitbreiding van de toegankelijkheid overdag, langere openingstijden bijvoorbeeld, kan de toeloop naar de post enigszins indammen. De uitwerking op regionaal niveau vraagt maatwerk.

Taakherschikking en -delegatie

Verpleegkundig specialisten, physician assistants en gespecialiseerde GGZ-verpleegkundigen kunnen bijvoorbeeld werk van de huisarts overnemen. En voor het toenemend aantal kwetsbare ouderen is op de huisartsenpost andere deskundigheid nodig, zoals die van een specialist ouderengeneeskunde.

Betere bereikbaarheid ketenpartners

De beschikbaarheid en bereikbaarheid van ketenpartners is onder druk komen te staan. Het is essentieel dat de samenwerking tussen de huisartsenpost en andere partners in de spoedzorg goed geregeld is.

Er komen meer oplossingen voor de werkdruk op de huisartsenpost op tafel, maar vaak zijn die niet van vandaag op morgen te realiseren. “Wij proberen de urgentie ook onder de aandacht te brengen van zorgverzekeraars”, zegt Astrid Scholl van InEen. “De vraag is niet alleen om meer geld beschikbaar te stellen, maar ook om in verband met de regionale verschillen meer flexibiliteit toe te staan in het omgaan met het budget.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

GGZ-triagist versterkt de huisartsenpost

Patiënten die tijdens de avond, nacht of het weekend psychische klachten hebben, komen vaak bij de huisartsenpost terecht. De structuur is daar echter niet op ingericht, waardoor deze mensen het risico lopen in een ‘niemandsland’ terecht te komen. In de regio Noord-Limburg staat sinds 2015 een ervaren GGZ-medewerker het team triagisten terzijde. De ervaringen zijn positief.

Patiënten met psychische klachten vragen om specifieke expertise en vergen meestal meer tijd dan patiënten met somatische klachten. Triagisten en huisartsen op de huisartsenpost  ontbreekt het doorgaans aan die extra tijd. De oriëntatie van triagisten ligt bovendien voornamelijk op somatische problematiek. “Alle partijen wilden goede hulp geven aan patiënten met psychische problemen, maar buiten kantooruren verliep dat nogal moeizaam”, zegt psychiater Cloë Bollen van GGZ-organisatie Vincent van Gogh. “Huisartsen meenden soms dat ze onvoldoende gespecialiseerde kennis hadden om goed met de problematiek om te gaan. Daar kwam bij dat de patiënt dikwijls lang op de crisisdienst moest wachten. Die dienst heeft een beperkte personele bezetting en een groot werkgebied, lange reistijden dus.”

Pilot

Op de achtergrond speelt de inkrimping van de gespecialiseerde GGZ en de overheveling naar de basis-GGZ, vertelt Bollen, terwijl de basis-GGZ daar nog niet op ingericht is. “Ingewikkelde vragen die vroeger in de psychiatrie werden opgevangen, komen nu bij de huisarts en buiten kantooruren op de spoedpost. Wij vroegen ons af: hoe krijgen we de expertise op de juiste plek en hoe kunnen we de huisarts optimaal ondersteunen bij de zorgverlening aan mensen met psychische problemen?” Het antwoord was een pilot, waarin een ervaren medewerker van de GGZ zich tijdens een deel van de ANW-uren bij het team triagisten voegt van de spoedpost Noord-Limburg.

Verwarrende situaties

De pilot, die in juni 2015 begon, is een gezamenlijk initiatief van Provico, een netwerk dat huisartsen ondersteunt op het gebied van GGZ, huisartsengroep Cohesie en GGZ-organisatie Vincent van Gogh voor geestelijke gezondheid.

Aanvankelijk was de GGZ-triagist een verpleegkundige met een gedegen GGZ-achtergrond. Intussen is het competentieprofiel bijgesteld en vervullen medewerkers van de IHT (Intensive Home Treatment-teams) de functie. Bollen legt uit waarom. “Die IHT-medewerkers zijn nog beter toegerust om patiënten in crisis adequaat op te vangen. GGZ-expertise alleen is niet genoeg, de GGZ-triagisten moeten precies weten hoe een crisisdienst werkt en wanneer er opgeschaald moet worden naar die dienst. Ze moeten kunnen de-escaleren, de eerste crisisinterventies verrichten en adviseren hoe de thuissituatie genormaliseerd kan worden als er sprake is van suïcidaliteit of agressiviteit. De GGZ-triagist moet de spoedpost kunnen ondersteunen en adviseren als er een gedragsgestoorde of agressieve patiënt binnenkomt. IHT’ers kunnen dat. We hebben gemerkt dat we een serieuze kwaliteitsslag maken.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Huisartsenpost aan eigen succes ten onder?

De werkdruk van huisartsen op de huisartsenpost (hap) neemt sterk toe. Bestuurders van huisartsenposten en huisartsen zijn bezorgd voor de kwaliteit van zorg, zo bleek tijdens een bijeenkomst georganiseerd door InEen. Maar oplossingen zijn er ook.

Eric Scheppink, algemeen directeur van Onze Huisartsen in de regio Arnhem herkent de problematiek van de toenemende werkdruk op de hap. De file ontstaat al bij de instroom zo merkt hij op. “De manier waarop de zorg in Nederland is georganiseerd en gefinancierd zorgt ervoor dat mensen makkelijk naar huisarts en hap gaan.”

Een deel van de problemen komt volgens Scheppink door de afspraak om te werken volgens de Nederlands Triage Standaard. “Het werkt op basis van ingangsklachten en urgentie waardoor we geneigd zijn op zeker te spelen en patiënten vaker uitnodigen om naar de hap te komen. Ondanks de steeds grotere invloed op dit proces door regie- en telefoonartsen.” Ook eHealth zou een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van de instroom.

Verpleegkundig specialist op huisbezoek

Naast de instroom van patiënten zorgt ook de doorstroom van zorgvragen van de patiënt voor extra druk, zo ervaart Ronald Hendrikse, medisch directeur van Huisartsen Gelderse Vallei in Ede. “Kwam voorheen de patiënt binnen met één medische vraag, nu is de vraag complex. Met als gevolg dat we meer tijd kwijt zijn aan het consult, overleg met ketenpartners en registratie en administratie.”

In zijn regio starten diverse pilots. Zo werkt de hap samen met de spoedeisende hulp (SEH). Mogelijk vervangt de SEH zelfs een nachtdienst. Ook komt er een centralist van de ambulancedienst op de hap om de ritten naar de patiënt onderling beter af te stemmen. De hap werkt met een uitgebreid spreekuur door verpleegkundig specialisten. “We overwegen zelfs om de verpleegkundige specialist visites te laten doen.”

Domeindenken

Immie Boomgaardt, regiomanager van Medrie in de regio Flevoland ziet de problemen van patiënten die na diagnose of behandeling naar huis gaan of worden opgenomen door een zorginstelling: onvoldoende zorgcapaciteit bij acute zorg tijdens de ANW-uren, minder intramurale opnamecapaciteit en nog steeds een overdosis domeindenken bij de partners in de keten, al is een verandering zichtbaar.

“We dreigen aan ons eigen succes ten onder te gaan. Helaas kunnen we de problemen niet oplossen met verlichting in werkdruk of wat extra bedden. Het echte probleem zit in de inrichting van het zorgsysteem. Toch is zij optimistisch. “We moeten beter samenwerken en minder in ons eigen domein blijven hangen. De bekostiging van de zorg is gefragmenteerd en dat stimuleert de ontschotting en de samenwerking niet. Maak daarom regionaal met de (spoed)zorgaanbieders een gemeenschappelijk doel: daar willen we naartoe. Optimaliseer de (acute) zorg met de juiste zorg op de juiste plaats.”

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier:

Landelijke huisstijl maakt huisartsenposten herkenbaar

Het is voor patiënten die ’s avonds, ’s nachts of in het weekend hulp zoeken niet altijd duidelijk. Zijn ze nu bij de Spoedeisende Hulp of de huisartsenpost? En waar vinden ze de huisartsenpost? Om helderheid te scheppen heeft InEen een logo en huisstijl voor huisartsenposten laten ontwikkelen. Veel huisartsenposten hebben deze al ingevoerd, waaronder Huisartsenposten Oost-Brabant.

De behoefte ontstond zo’n twee jaar geleden, vertelt Hannie van der Hoeven, programmamanager bij InEen. “InEen werkt aan een project voor verbetering van de samenwerking en samenhang in de keten voor acute zorg.” Onderdeel daarvan is de communicatie richting patiënten. Van der Hoeven: “We zijn gaan nadenken over de identiteit en herkenbaarheid van de huisartsenposten. Weten bezoekers wel het goede loket te vinden?” In de ledenvergadering van de huisartsenposten ontstond de vraag naar een uniform beeldmerk voor de herkenning als eerste aanspreekpunt bij spoed. Van der Hoeven: “Samen met een aantal leden hebben we dit idee verder uitgewerkt.”

Op een deelledenvergadering huisartsenposten van InEen kozen de leden vrijwel unaniem voor een van de vier gepresenteerde beeldmerken, het ontwerp van het bureau Taken By Storm. Het is een combinatie van een rood kruis met de letter ‘P’, waardoor de ‘HP’ van huisartsenpost ontstaat. Aan het logo zijn de woorden ‘Voor Spoed’ toegevoegd. “Het beeldmerk kan in twee varianten worden gebruikt”, legt Hannie van der Hoeven uit, “als logo met toevoeging van de eigen naam van de hap binnen de landelijke huisstijl, of als toegevoegd vignet binnen de eigen oude huisstijl.” Vanaf begin vorig jaar is het beschikbaar voor alle leden.

Huisartsenposten Oost-Brabant was een van de eersten die overstapte. “Het kwam goed uit omdat er net een nieuwe fusie-organisatie is ontstaan”, legt Harrie Geboers, lid van de raad van bestuur, uit. “Al vanaf 2008 streven we naar integratie tussen hap’s en SEH’s. Dat ging eerst onder de naam ‘spoedpost’.” Die naam is tekenend voor de onduidelijkheid die InEen en de huisartsenposten nu tegen willen gaan, illustreert Geboers met een anekdote. “Drie jaar geleden stond er bij ziekenhuis Bernhoven in Uden een richtingbord. Daarop stond letterlijk: ‘Huisartsenpost volg Spoedpost, Spoedeisende Hulp volg Spoedpost’. Tja, dan weten de mensen niet waar ze zijn of moeten zijn.”

Download het volledige artikel hier: