EHealth goede aanvulling persoonlijk contact arts en patiënt

EHealth staat in de eerstelijnszorg hoog op de agenda. Wat komt op zorgaanbieders en patiënten af? En welke hindernissen zijn er nog?

eHealth

Tobias Bonten is huisarts-epidemioloog en assistant professor public health & eerstelijnsgeneeskunde LUMC & National eHealth Living Lab. Hij is positief gestemd over de hoeveelheid evidence die er al is voor de toepassing van eHealth. “Die is er al op heel veel gebieden”, vertelt hij. “Er zijn bijvoorbeeld goed uitgevoerde klinische trials die glashelder aantonen dat telemonitoring van de bloeddruk in het kader van cardiovasculair risicomanagement voordelen oplevert voor patiënt en professional. Voor mij een goede reden om het te implementeren, maar helaas gebeurt dit nog niet op grote schaal.”

Samenwerking en financiering

Wat is daarvoor de reden? “In de eerste plaats zijn er praktische en juridische problemen. De vraag of de cardioloog of de huisarts de hoofdbehandelaar is – en wie dus de meetuitslagen moet bekijken en beoordelen – is nog niet goed beantwoord. Het vraagt om samenwerking om hierin stappen te zetten, ook buiten de gecontroleerde setting van een trial. Het tweede probleem is het gebrek aan structurele financiering. Pas op langere termijn levert eHealth besparingen op, en wie moet dan in eerste instantie de financiering voor zijn rekening nemen?”

EHealth

Tim Kroesbergen is lid van het Patiënt Expertise Team van Stichting IKONE. Hij wijst op de onbekendheid met eHealth die bij menigeen heerst. “Als patiënt moet je een arts hebben of iemand anders die je wijst op de mogelijkheden. Technologisch is al veel meer mogelijk dan in de praktijk wordt gebruikt. En de arts moet ervoor openstaan. Een jaar of vier geleden waren artsen nog huiverig voor eHealth. Nu staan ze er meer open voor en dat heeft natuurlijk alles te maken met de krapte op de arbeidsmarkt en de groeiende zorgvraag door de toename van het aantal ouderen en chronisch zieken. Technologie zal nooit het persoonlijke contact tussen arts en patiënt vervangen, maar het kan wel een goede aanvulling zijn.”

Lees hier meer over dit onderwerp.