De zomer van preventie: Deel 2 | VWS

Het ministerie van preventie

De zomer van preventie: Deel 2 | VWS

Het heeft lang geduurd, maar preventie is nu een centraal begrip in het beleid van het ministerie van VWS. Dat het ook een plaats krijgt in de dit najaar te verwachten contourennota ligt voor de hand. Maar welke ruimte heeft VWS om het individu daadwerkelijk te bewegen tot een gezonde leefstijl?

Het ministerie van VWS is om. Tijdens het ministerschap van Edith Schippers kwam je het woord preventie nauwelijks tegen in haar beleid. Maar nu liggen de kaarten duidelijk anders. In zijn Voortgangsbrief ‘De Juiste Zorg Op de Juiste Plek’ doen we samen van 26 juni verwees tijdelijk minister van medische zorg Martin van Rijn naar de diverse regionale initiatieven waarin burgers, zorgpartijen, inkopers en gemeenten gezamenlijk aan een integrale aanpak werken om preventie, zorg en maatschappelijke hulp op elkaar te laten aansluiten. Precies zoals het met JZOJP bedoeld is, want daarin gaat het niet alleen om het vervangen en verplaatsen van zorg, maar ook om het voorkómen ervan.
Staatssecretaris Paul Blokhuis presenteerde in 2018 het Nationaal Preventieakkoord, waarin de doelstellingen van het ministerie op het gebied van preventie zelfs met harde cijfers worden ondersteund. In 2040 moet minder dan vijf procent van de volwassenen en nul procent van de jongeren en zwangere vrouwen roken. Overgewicht moet teruggebracht zijn van 49 procent naar minder dan 38 procent. En het aantal problematische drinkers moet bijna gehalveerd zijn tot minder dan vijf procent.
Alsof dit allemaal nog niet genoeg was, opperde minister van VWS Hugo de Jonge in oktober 2019 bij Buitenhof zelfs dat hij rondliep met plannen voor een stelselwijziging omdat in het huidige stelsel de prikkels ontbreken om in te zetten op preventie.

Kostenbeheersing

Wat is hier aan de hand? Heel in het kort gesteld is dit het breed gedragen gevoel: zo kan het niet langer. De in 2006 in werking getreden Zorgverzekeringswet hield de belofte in zich van kostenbeheersing in de zorg, maar veertien jaar later is duidelijk dat van die belofte niet veel is terechtgekomen. Sterker nog: niets terecht kán komen, want de huidige zorgwetten houden in stand dat de stijgende zorgvraag en nieuwe behandelingen automatisch worden vergoed. En inderdaad: die zorgvraag stijgt en er is voortdurend sprake van nieuwe behandelingen, dus er is geen enkele reden om aan te nemen dat de zorgkosten ooit nog omlaag zullen gaan zonder sturing om dit doel te bewerkstelligen.

Regiobeeld

Die sturing probeert het ministerie langs verschillende lijnen te bewerkstelligen. Om te beginnen is in de hoofdlijnenakkoorden die het ministerie met de veldpartijen heeft afgesloten afgesproken dat die partijen een regiobeeld zouden maken van de toekomstige zorgvraag in de regio en dat ze samen plannen maken om zich op die zorgvraag voor te bereiden. Daarbij hebben ze in het kader van JZOJP ook gekeken naar de vraag welke zorg verplaatst, vervangen of voorkomen kan worden.
Zo kan een beeld worden geschetst van welke zorg behouden moet blijven en welke zorg op een andere manier kan worden georganiseerd, of middels preventie kan worden voorkomen of beperkt. Op basis hiervan maken de partijen afspraken om tot praktische en duurzame oplossingen te komen. De recente coronacrisis heeft nog eens laten zien hoe belangrijk in deze afspraken preventie is, in die zin dat leefstijl gerelateerde aandoeningen een risicofactor zijn bij corona. Dit onderstreept ook meteen het belang van het Nationaal Preventieakkoord, een programma als Welzijn op Recept en de opname van gecombineerde leefstijlinterventies in het basispakket van de zorgverzekering.

Contourennota

De nadere uitwerking van alle plannen die VWS voor de komende kabinetsperiode heeft, zal zijn weg vinden in de contourennota, die al voor de zomer verwacht werd, maar door de coronacrisis is uitgesteld naar het najaar. Wie bedenkt dat het de bedoeling van die contourennota is om in te gaan op de uitdagingen rond de organiseerbaarheid van de zorg en ondersteuning en mogelijke oplossingsrichtingen daarvoor, begrijpt dat preventie ook in deze nota een centraal begrip zal zijn. Ook het hierboven al genoemde begrip regio zal er een belangrijke plaats in krijgen. En dat is begrijpelijk, want een blauwdruk voor heel Nederland bestaat niet. In Zeeland is sprake van vergrijzing en van jeugd die wegtrekt naar andere gebieden. In het noordoosten van het land speelt naoberschap een belangrijke rol. Elders kunnen armoede, eenzaamheid of een ongezonde leefomgeving een belangrijke rol spelen in de ruimte die mensen ervaren om tot een gezonde leefstijl te komen en deze ook vol te houden. Die ‘praktische en duurzame oplossingen’ die de veldpartijen moeten ontwikkelen en implementeren op basis van hun regiobeelden, zullen dus een veelkleurig palet opleveren.

Gezonde leefstijl

Wat ze met elkaar gemeen zullen hebben, is dat ze aansporingen zullen moeten bevatten om mensen in beweging te brengen. Het ministerie kan plannen ontwikkelen om zorg te verplaatsen, vervangen en voorkomen en kan gezondheid bevorderende programma’s aanbieden. Zorgaanbieders kunnen mensen aansporen gezonder te leven, om zo gezondheidsproblemen te voorkomen of de gevolgen ervan te vertragen. Samen met professionals in het sociaal domein kunnen ze onderliggende problemen bij mensen wegnemen die de aandacht voor een gezonde leefstijl in de weg staan. Maar het zijn de mensen zelf, individu voor individu, die de bereidheid moeten tonen om serieus werk te maken van een gezonde leefstijl. In heel veel gevallen betekent dit dat ze de bereidheid moeten tonen tot een blijvende leefstijlverandering waarin ze gezonder eten, niet roken, minder drinken, meer bewegen en stress vermijden.
De heersende opvatting is dat nudging beter werkt om dit doel te bereiken dan dwang. Tegelijkertijd zien we wel dat – ook weer als gevolg van de coronacrisis – steeds nadrukkelijker de vraag wordt gesteld of alle zorg die wordt aangeboden wel zinnige zorg is. Met andere woorden: of die wel onderdeel moet uitmaken van het basispakket van de zorgverzekering. Onderdelen van de zorg waarvan de zinnigheid ter discussie staat uit de basiszorg halen en verschuiven naar de aanvullende verzekering is ook als een vorm van nudging te beschouwen, maar toch wel een minder subtiele. De vraag of de contourennota hierover iets gaat zeggen, of dat politieke partijen het aandurven om dit tot onderwerp van de verkiezingsstrijd te maken in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021, ligt nog open.

Lees hier deel 1 van de serie.

De hele serie lezen? Hier vindt u het dossier.

  1. Een goed begin is het halve werk:
    1. aanpakken van de boosdoeners die nu nog vrijuit gaan : tabaksfabrikanten en voedingsindustrie. Wetgeving (én strenge handhaving daarvan) t.a.v. maximale hoeveelheden suiker en zout in de voeding, verbod op E-sigaretten, toevoegingen aan tabak en microgaatjes in filters.
    2. in alle medisch opleidingen gaat 20% van het curriculum vanaf jaar 1 bestaan uit het vak preventie/ Publieke Gezondheid.
    3. aanzienlijk meer nationaal budget voor preventie; alleen vergoeding bij objectieve werkzaamheid en expliciete instemming en actieve deelname van de bevolking; voorkeur voor eenvoudige en collectieve aanpak en focus op de wijken waar mensen met weinig geld en opleiding wonen. De gezonde levensverwachting is daar 15 jaar korter dan in wijken waar hoogopgeleiden wonen.
    4. instelling van een wijk-epidemioloog vanuit de GGD-en als centraal gezondheidspunt. Hier komen alle kwalitatieve en kwantitatieve gegevens uit de wijk bij elkaar en wordt een jaarplan gemaakt op basis van de behoefte van die wijk.

  2. Beste Paul,

    Hartelijk dank voor je bijdrage aan de discussie over preventie. Houd alsjeblieft de volgende afleveringen van onze zomerserie in de gaten. Als eindredacteur van De Eerstelijns heb ik al een aantal nog niet gepubliceerde artikelen gelezen. Sommige passages hebben een raakvlak met jouw suggesties.

Comments are closed.