Event Abonneren
×

‘Jeugdarts en huisarts zijn vanzelfsprekende collega’s’

De jeugdarts en huisarts zijn vanzelfsprekende collega’s van elkaar, stelt Astrid Nielen, voorzitter van AJN Jeugdartsen Nederland. Volg ook de videosessie.

De jeugdgezondheidszorg is er voor kinderen van nul tot achttien jaar en hun ouders. En vanaf 2022 zelfs al voor de kinderen die nog moeten worden geboren, want verandering in de Wet publieke gezondheid heeft ertoe geleid dat de jeugdgezondheidszorg ook een rol gaat spelen voor het ongeboren kind tijdens de zwangerschap van de moeder.

“We bewegen ons dus verder naar voren”, zegt Astrid Nielen. “Maar voor dit jaar geldt nog dat we er zijn vanaf het moment van de geboorte van het kind, voor de hielprik en de gehoortest. De verloskundige en kraamzorg dragen de zorg over naar de jeugdverpleegkundige. Het eerste contact met de jeugdarts is als het kind rond de vier weken is. Daarna volgen de regelmatige verdere contacten in de periode van het opgroeien van het kind. Vroeger geschiedde dit volgens een heel vast patroon, tegenwoordig zijn we daar flexibeler in geworden.”

Normalisering

Dit laatste – het gegeven dat er contact blijft in de loop der jaren – is niet altijd bekend bij andere zorgprofessionals in de eerste lijn, stelt Nielen. “Ook bij de huisartsen niet altijd”, zegt ze. “Kernpunt blijft de gezondheid en ontwikkeling van het kind, maar het accent verschuift wel. Het gaat meer in samenspraak met de ouders, jongeren en de scholen. Normalisering is een belangrijk aspect van ons werk. Daarnaast willen we problemen in een vroeg stadium kunnen opsporen. Oog- en oorproblemen natuurlijk, maar ook ontwikkeling en gedrag en de psychische gezondheid. De contacten in dit kader vinden soms op school plaats, maar soms ook op een jeugdgezondheidslocatie. De school is niet altijd de meest geschikte omgeving. Soms vanwege heel praktische problemen, dan ontbreekt het bijvoorbeeld aan ruimte.”

Contactpersoon in de wijk

Het is volgens Nielen belangrijk dat de huisarts weet heeft van dit contact door de jaren heen tot het achttiende levensjaar van het kind – en in sommige gemeenten ook bij jongvolwassenen op het mbo. “Natuurlijk zien ook zij heel veel kinderen in hun spreekkamer, maar dat zijn dan vooral zieke kinderen. De jeugdgezondheidszorg ziet juist veel gezonde kinderen. Het is goed dat de huisarts zich bewust is van het feit dat hij de jeugdgezondheidszorg kan inschakelen als ouders zorgen hebben over het gedrag, de ontwikkeling of de spraak- en taalontwikkeling van een kind. En ook voor lichamelijke zaken als heuponderzoek, groei, of als een jongere veel verzuimt van school. Onze ervaring is dat de jeugdgezondheidszorg voor veel mensen nog steeds vooral geassocieerd wordt met de consultatiebureaus, maar het is dus echt meer. We kunnen het kind volgen gedurende de eerste achttien levensjaren.”

Contact en overleg

Het is volgens Nielen belangrijk dat de huisarts weet heeft van dit contact door de jaren heen tot het achttiende Veel huisartsen weten dit tegenwoordig ook wel, stelt Nielen, maar het blijkt toch weleens moeilijk voor ze te zijn de lijn naar de jeugdgezondheidszorg te leggen. “De jeugdgezondheidszorg zit binnen de wijk, maar een kind kan ook in een andere wijk of andere gemeente naar school gaan. Dan weet de huisarts niet altijd waar hij moet zijn.” Hoe kunnen huisartsen dit oplossen? “Mijn tip zou zijn: zoek een contactpersoon voor de jeugdgezondheidszorg in je eigen wijk”, zegt de voorzitter van AJN Jeugdartsen Nederland. Dan heb je tenminste een ingang, iemand die je weer verder kan helpen. De huisarts is natuurlijk de logische eerste plek waar mensen naartoe gaan met een gezondheidsvraag, maar we zijn wel collega’s van elkaar. Zorg dus ook dat je elkaars mobiele nummers hebt bijvoorbeeld, zodat je een makkelijk kanaal hebt om af te stemmen wat een goed moment is om even gezamenlijk te overleggen als een situatie daarom vraagt.”

Jeugdarts: videosessie

Wil je meepraten over de jeugdarts en de thema’s uit dit artikel? Wil je vragen stellen aan Astrid Nielen? Doe mee aan de videosessie van De Eerstelijns Community op donderdag 7 oktober om 13.00 uur.