Event Abonneren
×

‘Specialist ouderengeneeskunde meer benutten in de eerste lijn’

De specialist ouderengeneeskunde en de huisarts kunnen in de eerste lijn veel aan elkaar hebben bij de behandeling van thuiswonende kwetsbare ouderen.  Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, liet in september een persbericht uitgaan met de boodschap dat in de plannen van het kabinet een langetermijnvisie op ouderenzorg ontbreekt. “Ouderen vormen een doelgroep met complexe […]

De specialist ouderengeneeskunde en de huisarts kunnen in de eerste lijn veel aan elkaar hebben bij de behandeling van thuiswonende kwetsbare ouderen. 

Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, liet in september een persbericht uitgaan met de boodschap dat in de plannen van het kabinet een langetermijnvisie op ouderenzorg ontbreekt. “Ouderen vormen een doelgroep met complexe zorgvragen”, zegt voorzitter-bestuurder Jacqueline de Groot hierover. “Nu ouderen ook bij toenemende kwetsbaarheid steeds langer thuis blijven wonen, komen veel van die zorgvragen bij de huisarts terecht. Ook de specialisten ouderengeneeskunde schuiven op naar de eerste lijn. Van die bewegingen zien we niets terug in de vorm van een visie van de politiek op ouderenzorg.” 

Multidisciplinaire samenwerking
De samenwerking – tussen huisarts en specialist ouderengeneeskunde – zou laagdrempelig vormgegeven moeten zijn, stelt De Groot. “Ieder afzonderlijk kunnen ze niet naar behoren zorg bieden aan kwetsbare ouderen in de thuissituatie”, zegt ze. “Het gaat om medische zorg en om kwaliteit van leven. In de verpleeghuizen bestaat multidisciplinaire samenwerking waarin met beide aspecten rekening wordt gehouden. Je zou wensen dat dit in de eerste lijn ook het geval was, met daarbij natuurlijk ook een directe lijn naar de aanbieders in het sociaal domein.”

Drie wetten, drie schotten
Wat houdt dit zoal tegen? De randvoorwaarden zijn onvoldoende gerealiseerd, stelt De Groot. Ze verwijst naar de drie wetten waarmee de aanbieders in dit verband te maken hebben: de Zorgverzekeringswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet langdurige zorg. De drie wetten leiden tot drie schotten, zegt ze, en samenwerking over die schotten heen komt onvoldoende tot stand.

“De huisarts kan voorstellen de specialist ouderengeneeskunde in te schakelen voor een huisbezoek”, legt ze uit. “Maar dat is Zvw-zorg, en als de persoon in kwestie al een Wlz-indicatie heeft, is er direct een probleem. Daar horen we als zorgverleners helemaal niet mee bezig te zijn. Onze boodschap aan de overheid is dus: onderken het probleem en los het op. Effectueer de Wlz-indicatie die iemand als thuiswonende al kan hebben pas op het moment dat die naar het verpleeghuis gaat. Zo kan de specialist ouderengeneeskunde – die in de eerste lijn onder de Zvw valt – ook juist in de thuissituatie al een rol spelen. En zorg voor financiering voor multidisciplinair overleg, zodat de huisarts en specialist ouderengeneeskunde de gelegenheid hebben om hun werk goed op elkaar af te stemmen.”

Specialisten ouderengeneeskunde
Er zijn meer problemen, stelt de voorzitter-bestuurder van Verenso. Bijvoorbeeld dat specialisten ouderengeneeskunde die in groepsverband als zelfstandigen hun diensten aanbieden in de eerste lijn, aan dezelfde regels gebonden zijn als zorginstellingen. “Ze moeten voldoen aan de Wet toelating zorginstellingen”, legt ze uit. “Dat brengt met zich mee dat ze moeten voldoen aan de Governancecode Zorg en bijvoorbeeld een raad van toezicht moeten hebben. Bovendien hebben ze te maken met zorgverzekeraars die ieder afzonderlijk eigen eisen stellen aan de afspraken. Verder mogen ze uitsluitend de tijd schrijven die ze bij de oudere doorbrengen. De reistijd, de verslaglegging en het contact met de eerstverantwoordelijke en de wijkverpleging tellen niet mee. Inmiddels trekken sommigen zich al terug omdat het uurtarief niet kostendekkend is. Dat is echt zorgelijk.”

Auteur: Frank van Wijck