Event Abonneren
×

Wederzijds Begrip, het fundament voor domeinoverstijgende samenwerking

De eerstelijnszorg staat voor grote uitdagingen. Toegang, kwaliteit en betaalbaarheid staan onder druk en maken een herziening van de gezondheidszorg naar een houdbaar zorgstelsel noodzakelijk[1]. Het project  Samenredzaamheid[2] sluit hierop aan. Het richt zich op het versterken van de samenwerking tussen inwoners en professionals in zorg en welzijn.  

1,5-daagse Masterclass organisatie-overstijgend samenwerken in de zorg | voor bestuurders

Geert Rutten1,  Emmy Derckx2, Miranda Laurant1
1Lectoraat Organisatie van Zorg en Dienstverlening, HAN University of Applied Sciences
2KOH (Stichting Kwaliteit en Ontwikkeling Huisartsenzorg)


Samenredzaamheid
De eerstelijnszorg staat voor grote uitdagingen. Toegang, kwaliteit en betaalbaarheid staan onder druk en maken een herziening van de gezondheidszorg naar een houdbaar zorgstelsel noodzakelijk[1]. Het project  Samenredzaamheid[2] sluit hierop aan. Het richt zich op het versterken van de samenwerking tussen inwoners en professionals in zorg en welzijn.  

Zorg wordt bij voorkeur in de eigen omgeving gegeven. Met de toepassing van het concept Positieve Gezondheid worden gezondheidsproblemen breed geïnventariseerd. Zo zien we dat vaak niet-medische zorg en ondersteuning de betere optie is.

Het streven is dat mensen zo lang mogelijk zelfredzaam zijn. Dit betekent ook dat mensen die dicht bij de zorgvrager staan (mantelzorg), in samenwerking met professionals, een rol kunnen spelen om passende zorg en ondersteuning te bieden. Naast mantelzorg ontstaan er ook steeds meer inwonersinitiatieven die deze ondersteuning kunnen bieden. We noemen dat Samenredzaamheid.

Verschillende taal
Het voorgaand project Sterk Wijknetwerk heeft laten zien dat het voor een goede samenwerking belangrijk is dat iedereen elkaar goed begrijpt. Zorgverleners, welzijnswerkers en inwoners gebruiken soms andere woorden terwijl ze hetzelfde bedoelen of ze gebruiken dezelfde woorden, maar bedoelen er iets anders mee. Het komen tot wederzijds begrip is echter veelal onderbelicht. Duidelijke afspraken over begrippen is daarom een fundament onder het succes van de samenwerking. 

Wederzijds begrip
Onderzoekers van de HAN en KOH ontwikkelden in co-creatie met een expertgroep een methode die behulpzaam is bij het komen tot wederzijds begrip en een gezamenlijk begrippenkader. De expertgroep bestond uit tien deelnemers die het zorg-, welzijns- en bestuursdomein en de inwoners vertegenwoordigden. Met de expertgroep is het proces van wederzijdse begripsvorming doorlopen en tegelijkertijd gemonitord. Er zijn vier online-bijeenkomsten georganiseerd afgewisseld met feedback loops. De bijeenkomsten werden door alle deelnemers als zeer inspirerend en verrijkend ervaren.

Dit proces heeft geresulteerd in de Methode Wederzijds Begrip. In het proces van begripsvorming zijn zes stappen geïdentificeerd: Doel bepalen; Begrippen kiezen; Betekenis geven; Definities vaststellen; Implementatie en Evaluatie. Elke stap heeft zijn eigen doelstelling en aanpak. Het betreft geen lineair, maar een iteratief proces. Doordat begripsvorming in co-creatie met de betrokkenen in een samenwerkingsverband plaatsvindt, worden begrippen steeds aan de praktijk getoetst en zijn implementatie en evaluatie een doorlopend proces. De Methode Wederzijds Begrip is een verdiepende methode en sluit aan op de vier stappen van netwerkvorming: verkennen, vormgeven, verdiepen en verankeren.

Contextafhankelijk
De vorming van een begrippenkader is contextafhankelijk en daarmee afhankelijk van het thema waarvoor de samenwerking wordt opgezet en welke partijen erbij aansluiten. Een algemeen geldend begrippenkader is daarom moeilijk te realiseren. Het is raadzaam bij het opstarten van een samenwerkingsverband in dit proces te investeren en de Methode Wederzijds begrip te gebruiken. 

Figuur 1: Methode Wederzijds Begrip

[1] Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2021) Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak, wrr-Rapport 104, Den Haag: wrr.
[2] Het project wordt uitgevoerd door het Lectoraat Organisatie en Dienstverlening van de HAN in samenwerking met de Stichting Kwaliteit en Ontwikkeling Huisartsenzorg (KOH). Financier: Ministerie van VWS

  1. HOE KRIJGEN WE WEER SPITINOMIE IN ONZE WIJK ?
    Een advies aan iedereen m.b.t. onze ouderenzorg.

    1. Inleiding.
    Onze ouderenzorg loopt tegen haar grenzen aan. Wat betreft de mantel- en de professionele zorg.
    Traditioneel beleid werkt niet meer. Dat is duidelijk. Maar wat wel te doen ?

    2. Zorg en de wijk.
    In de jaren 80 publiceerde ik vijf rapporten met de titel ‘En dan nemen we de wijk’.
    Het betrof onderzoek in drie steden naar de relatie tussen wijkkenmerken en de aard en omvang van de vraag naar resp. politiezorg, thuiszorg en ziekenhuiszorg. Leeftijdsopbouw en de SES van de wijk waren steeds de bepalende parameters. Wat bewoners zelf konden doen was deel van het onderzoek.

    In 2008 publiceerde ik als interim-beleidsmedewerker bij een gemeente in Twente onderstaande over de toekomst van de ouderenzorg . Het betreft de conclusies van een conferentie dat jaar waarbij alle relevante partijen aanwezig waren.

    De burger c.q. de verzekerde dient zich bewust te worden van de situatie dat er straks onvoldoende professionele thuiszorg is. En onvoldoende mantelzorg.
    En dat dit betekent dat men zich ook zelf moet gaan voorbereiden op deze situatie. Men dient z’n invloed richting gemeente, zorgverzekeraar en politiek aan te wenden om het volgende te bereiken:

    – Het opstarten en coachen van mantelzorg rond ouderen moet deel worden van de reguliere huisartsenzorg. Deze huisartsenzorg dient hiervoor met een praktijkondersteuner mantelzorg ( de POMZ) te worden toegerust. Deze zorg dient in de basisverzekering te worden opgenomen.

    – Zorgverzekeraars en gemeenten dienen als een keten samen te werken wat betreft de lokale eerstelijnszorg. Alleen hierdoor kan de mantelzorg in de te leveren professionele zorg worden geïntegreerd.

    – Mantelzorg door de directe omgeving, ook voor mensen die geen familie zijn, dient te worden georganiseerd en gecoördineerd. Bij voorkeur door een wijkcoördinator.
    Ouderen kunnen hier uiteraard ook zelf actief aan meedoen.
    En zo sociaal kapitaal opbouwen voor als ze deze zelf mantelzorg nodig hebben.
    – Mogelijk moet mantelzorg betaald gaan worden.
    Zeker bij mantelzorgers die anders gewoon zouden werken.

    – De uitstroom van personeel uit de thuiszorg dient te worden gestopt.
    Integrale en zelfsturende zorg en minder bureaucratie zijn hiervoor voorwaarde.

    We kregen kort daarna de Lehmann- en de Eurocrises. De focus werd hierdoor een totaal andere. Met de aanbevelingen werd zo 12 jaar niets gedaan. Met als gevolg de problemen die we nu hebben.
    3. Zorg en cultuur.
    Sinds 1994 bemoei ik mij met de Griekse gezondheidszorg. Met name met de eerstelijnszorg op Kreta. En sinds 10 jaar woon ik daar nu in een klein dorp.
    De Griekse gezondheidszorg bestaat voornamelijk uit ‘cure’. De huisarts heeft niet de positie als in Nederland. De Griek is vrij zelf te bepalen bij wie hij hulp zoekt. Meestal bij één van de vrijgevestigde medisch specialisten. Het is zo een weinig effectief en dus onnodig duur systeem.
    Als je in het ziekenhuis moet worden opgenomen dien je zelf je ‘care’ te regelen. Je kunt voor een daar fors bedrag per nacht een verpleegkundige inhuren. Maar meestal is het je familie die hier moet inspringen. Grieken zijn dus gewend hun ‘care’ zelf te moeten regelen. Ook thuis bij ouderdom. En er is maar één leverancier daarvoor: Je eigen familie.
    Griekenland (en de rest van Zuid-Europa) is nog steeds voornamelijk een agrarisch- en familieland. En als je hulp nodig hebt doe je een beroep op je familie. Nederland is een geïndividualiseerd hightech-land. Daar los je je eigen problemen op. Of anders kun je terugvallen op individuele voorzieningen.
    Ons woord ‘economie’ komt van het Griekse woord ‘oi oikonomoi’. Het betekent ‘de wetten van het huis’. En is gericht op ‘regelsysteem’ processen. Griekenland en de rest van Zuid Europa moeten het meer hebben van ‘de wetten van het thuis’; de ‘oi spitinomio’. Spitinomie gaat over ‘dichtbij’, ‘kleinschalig’ en ‘zelfsturend’. Over processen binnen het eigen ‘natuurlijk systeem’: Het gezin, de familie, de school, de kerk, het dorp, de wijk. Want iets anders is er meestal niet.
    Zorg voor ‘veiligheid’, ‘gezondheid’, ‘opvoeding’ en ‘de omgeving’ is ‘qualitate qua’ altijd ‘spitinomisch’. In Nederland en Griekenland. Maar door zaken als individualisering en ontwikkeling van de ‘markt’ is onze spitinomie op veel plaatsen verdwenen. In de wijk. Maar ook daar waar spitinomie-professionals als huisartsen, praktijkondersteuners, verpleegkundigen, wijkagenten, thuiszorgers, onderwijzers e.d. hun werk moeten doen. Het is door ons zorgverzekeringsstelsel ook daar nu ‘markt’. Dat geeft perverse effecten (*). Met als gevolg dat de spitinomie in de wijk nog meer verdwijnt.
    4. De parameters van ‘spitinomie’.
    In mijn Griekse dorp heb ik uitvoerig bestudeerd wat de parameters zijn voor effectieve spitinomie. Het zijn: ‘Dichtbij’ , ‘Relatie’ en ‘Continuïteit’ . Afgekort tot DRC.
    In mijn dorp wonen vooral ouderen. Maar de jongeren zijn continu aanwezig. Van de kinderen blijft er altijd één in het dorp wonen. Meestal een zoon. De dochters trouwen verderop, maar komen regelmatig terug. In het weekend is het hier altijd druk en gezellig. Het dorp blijft op deze wijze een netwerk van familie- en dorprelaties.

    5. Spitinomie in Nederland.
    Bovenbeschreven situatie zul je in Nederland nog nauwelijks aantreffen. Daar is iedereen door tal van oorzaken geïndividualiseerd over heel het land verspreid geraakt. Alleen voor mensen afkomstig uit culturen als de Griekse zijn ‘Dichtbij’, ‘Relatie’ en ‘Continuïteit’ nog dagelijkse realiteit. Daar is de ouderenzorg vaak nog steeds onderling geregeld. De vraag is dus ‘hoe’ huidig Nederland hiervan kan leren.
    6. Voorstellen.

    • Over ‘Dichtbij’.
    Zoals gesteld, je woont als mantelzorger vaak niet meer in de buurt van je ouders. Dat is lastig. Ik weet nog hoe moeilijk het was om in 2008 een mantelzorgwoning voor je moeder in je tuin te mogen zetten. Dat is niet meer zo. Maar je moet wel geld en een tuin hebben om zoiets te kunnen doen. Voor veel stadswijken is dit dus geen oplossing.
    Wat wel kan helpen is een landelijk initiatief waarbij in kaart wordt gebracht welke ouders richting welke kinderen willen verhuizen en welke huizen daar wanneer voor vrij komen omdat deze huizen vrij komen omdat andere ouders naar hun kinderen verhuizen. Et cetera. Dit is een ingewikkelde landelijke puzzel, maar onze huidige computers kunnen zoiets aan.
    Het niet meer hoeven reizen naar hun ouders scheelt de mantelzorger een hoop tijd, geld en energie. En ons allemaal een hoop emissie. Dat wachtlijsten van woningzoekenden er door kunnen worden gefrustreerd is helaas juist.
    • Over ‘Relatie’.
    Thuiszorg wordt in Nederland momenteel geleverd door ‘familie’, ‘vrijwilligers’ en/of ‘professionals’. Tussen ‘vrijwilligers’ en ‘professionals’ wil ik bij deze een nieuwe groep introduceren: De ruilzorgers.
    Velen van ons kunnen geen mantelzorg leveren omdat we te ver weg wonen van degene die deze zorg nodig heeft. Het is dan aan de gemeente en zorgverzekeraar een oplossing voor deze zorg te vinden. Waarom stellen we hier niet als voorwaarde dat betrokkene die geen mantelzorg kan leveren aan eigen ouders, dat deze dat bij hem in de buurt voor andere ouders gaat doen ? Tot dat hij of zij zelf thuiszorg nodig heeft . Maar het is ook ruilzorg in die zin dat wat je nu aan anderen levert je later zelf weer terug krijgt. ‘Ruilzorgers’ zijn mensen zoals ik. Jong gepensioneerden die mentaal en fysiek nog fit zijn.
    Ik realiseer me dat aan ruilzorg haken en ogen zitten. Zeker ook om een goede match te realiseren tussen de ruilzorger en de zorgontvanger. Maar een experiment lijkt me zeker zinvol.
    De motivatie om ruilzorg te gaan doen kan verder ondersteund worden door fiscale voordelen. En fiscale nadelen als men niet mee doet. Ook wanneer men straks zelf thuis zorg nodig heeft.
    Het is hier uiteraard nodig dat deze’ ruilzorger’ wordt ondersteund. Organisatorisch en mentaal. Het is daarom verstandig per wijk een zelfsturend en informeel team van alle niet-professionele verzorgers bij elkaar te brengen. Het levert een verruiming en verdichting van de spitinomie in de wijk op. Met alle voordelen van dien. Uiteraard is samenwerking met de professionele zorg in de wijk voorwaarde.
    • Over ‘Continuïteit’.
    Bovenstaande punten alleen al leveren in de wijk een verhoogde continuïteit op van zorg en andere relevante activiteiten . Maar dit alleen is niet voldoende. Het is aan de gemeente dit beleid op wijkniveau vorm te geven en te blijven ondersteunen. En het is aan ‘Den Haag’ om de eerstelijnszorg snel uit de marktdwang van het huidige zorgverzekeringsstelsel te halen. Want dan wordt intensieve samenwerking in de wijk pas echt mogelijk.
    7. Conclusie.
    Er moet echt iets anders gebeuren om ouderen in Nederland de komende 20 tot 30 jaar zorg te kunnen (blijven) leveren. Niet-professioneel en professioneel. Het weer organiseren van spitinomie in de wijk is daartoe voorwaarde.

    Kreta, juni 2018.
    Hans van der Schaaf.
    Spitinoom.

    (*) Zie hiervoor met Google ‘Ken je dat land achter de regels, standaarden en protocollen ?’.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *