Congres Abonneren
×

Huisarts ondersteund in geven voedingsadvies aan patiënten

Voor mensen die voedingsadvies willen, is de huisarts vaak het eerste aanspreekpunt. Die wil dit advies ook beslist geven aan zijn patiënten, en de poh’er ook. Maar er kan wel sprake zijn van belemmerende factoren om dit te doen. Gebrek aan kennis een veel gehoorde. Voor dit laatste is het Voedingscentrum de huisartsen op verschillende manieren tegemoetgekomen.

Voor mensen die voedingsadvies willen, is de huisarts vaak het eerste aanspreekpunt. Die wil dit advies ook beslist geven aan zijn patiënten, en de poh’er ook. Maar er kan wel sprake zijn van belemmerende factoren om dit te doen. Gebrek aan kennis een veel gehoorde. Voor dit laatste is het Voedingscentrum de huisartsen op verschillende manieren tegemoetgekomen.

Het Voedingscentrum heeft recent veel geïnvesteerd in informatievoorziening die huisartsen helpt om beter onderbouwd voedingsadvies te geven aan patiënten. “We zagen dat de behoefte hieraan toenam”, vertelt Karen van Drongelen, senior projectmanager bij het Voedingscentrum. “Dit heeft te maken met een toename van het aantal mensen met een chronische ziekte die verband houdt met voeding en leefstijl. Ook is er steeds meer aandacht gekomen voor de relatie tussen voeding en ziekte. Voor veel mensen is de huisarts het eerste aanspreekpunt als het om dit soort zaken gaat.”

Het Voedingscentrum bood op haar website al de nodige informatie over voeding en ziekte, maar die was versnipperd.  “Die hebben we daarom op één plaats bij elkaar gebracht (1), als eerste stap om de huisarts te ondersteunen in zijn informatievoorziening hierover aan de patiënt. Maar we wilden ook een beeld van de kennis die de huisarts op dit gebied heeft. Vandaar dat we Nivel in 2020 hebben gevraagd om hierover een uitvraag te doen onder huisartsen.”

Vragenlijstonderzoek

Joke Korevaar, programmaleider huisartsgeneeskundige zorg bij Nivel, vertelt: “In een random steekproef hebben we van honderd huisartsen antwoorden verzameld op basis van de uitgangsvraag ‘Geeft u wel eens voedingsadvies?’. We hebben hierbij onderscheid gemaakt in drie typen patiënten: ketenzorg, niet-ketenzorg maar wel een verhoogd risico op cardiometabole aandoeningen en zonder ketenzorg maar wel met voedingsgerelateerde problemen.” Vervolgvragen waren: ‘Als u voedingsadvies geeft, komt u er dan op terug?’, ‘Wat hebt u nodig om voedingsadvies te geven?’, ‘Overlegt u over voedingsadvies met andere zorgverleners?’, ‘Welke informatiebronnen gebruikt u en geeft u aan de patiënt?’ en ‘Welke barrières ervaart u bij het geven van voedingsadvies?’.

“Vrijwel alle huisartsen gaven aan voedingsadvies te geven”, zegt Korevaar. “Maar ze gaven ook aan hierbij barrières te ervaren. Vooral gebrek aan kennis om het juiste advies te geven. Ook vinden ze het moeilijk de patiënt te motiveren om diens voedingspatroon aan te passen. In ketenzorg laten huisartsen het geven van voedingsadvies vooral over aan de poh’er. Is het geen ketenzorg, dan doet twintig procent dit.”

Informatieaanbod uitgebreid

De helft van de huisartsen gaf aan behoefte te hebben aan (meer) nascholing op het gebied van voeding. Voor zichzelf vooral, maar ook voor hun praktijkondersteuners. Van Drongelen: “Voor poh’ers hebben we via hun beroepsvereniging ook een behoeftepeiling gedaan en ook daar bleek sprake te zijn van een behoefte aan meer kennis op het gebied van voedingsadvies. We hebben daarom mailings met informatie verstuurd naar huisartspraktijken. Ook hebben we in samenwerking met Zorgorganisatie Eerste Lijn fysieke nascholing ontwikkeld voor de huisartsen.”

Dit laatste werkte twee kanten op: het was een manier om vanuit het Voedingscentrum kennis over te dragen aan de huisartsen, maar het bood het Voedingscentrum ook meer inzicht in de informatiebehoefte van de huisartsen, zodat het daar in haar verdere informatievoorziening op kon aansluiten. “We hebben samen met MedischeScholing.nl een aantal webinars opgezet en aangeboden aan huisartsen over diverse voedingsgerelateerde onderwerpen”, vertelt Van Drongelen. “Bovendien hebben we de contacten met Thuisarts.nl aangehaald en met de medische zoekmachine Artsportaal. We wilden weten of op beide kanalen in de beschikbaar gestelde informatie een relatie met voeding werd gelegd en welke informatie dan, zodat we op die plaatsen via een link konden verwijzen naar de daarbij passende informatie die wij zelf op onze website bieden. IIn samenwerking met Thuisarts.nl hebben we een aantal informatiefilmpjes gemaakt, en we hebben informatie verstrekt via de wachtkamerschermen die in huisartspraktijken beschikbaar zijn.”

Voorziet in behoefte

Sluit de kennisoverdracht die het Voedingscentrum in antwoord op de behoefte van huisartsen gericht aan hen is gaan aanbieden aan op het al bestaande nascholingsaanbod? “Daar hebben we een inventarisatie naar gedaan”, zegt Van Drongelen. “Er blijkt niet zoveel te zijn op dat gebied. De webinars die we hebben aangeboden, trokken zo’n vierhonderd bezoekers. Daaraan bleek dus duidelijk wel behoefte te bestaan. We lezen dit ook terug in de evaluaties die we aan de deelnemers hebben gevraagd. De webinars zijn voor huisartsen een laagdrempelige manier om hun kennis bij te spijkeren.”

Bij de eerdere fysieke nascholingen waren ook diëtisten betrokken, om uitleg te geven over de vraag in welke situaties het zinvol is voor de huisarts om naar hen te verwijzen. “Die verwijzing wordt door de patiënt nog wel eens als een belemmering gezien”, zegt Van Drongelen. “De beperkte vergoeding voor advies van de diëtist en het eigen risico spelen hierin een rol. Natuurlijk neemt dit niet weg dat de diëtist wel voor de patiënt een belangrijke informatiebron kan zijn op het gebied van voedingsadvies.”

Mogelijk vervolg

Op dit moment zijn gesprekken gaande tussen het Voedingscentrum en Nivel over een mogelijk vervolgonderzoek. “Je wilt weten of de informatie die je aanreikt zijn doel bereikt”, zegt Van Drongelen, “of die het juiste antwoord biedt op de vraag naar meer scholing om hun patiënten goed voedingsadvies te kunnen geven. Vergelijkbaar onderzoek op basis van de vragen die in het eerdere vragenlijstonderzoek zijn gesteld, kan hierin inzicht geven. Zien huisartsen nu minder belemmeringen om patiënten voedingsadvies te geven? Weten ze onze informatie beter te vinden nu we die gerichter aanbieden aan ze? Dit vervolgonderzoek kunnen we eventueel ook op de poh’ers richten.”

  1. Een diëtist wordt via alle zorgverzekeringen vergoed, 180 minuten in de basis. De tijd die besteed wordt is er! Er wordt meer besproken dan alleen voedingsadvies of dieetadvies. Gewoonten veranderen, beweging, alcohol gebruik, woon- en werksituatie, vitamine en mineralen inname zijn enkele gespreksonderwerpen. Gesprek over dieet en voeding vragen tijd en persoonlijke follow-up. Specifieke vragen over voeding van ouderen, zwangeren, kinderen, zieke mensen, mensen met kanker, dat vraagt andere expertise.
    Goed dat de huisarts ook de voeding bespreekt, fijn dat de diëtist er meer van weet;)

Comments are closed.