Community Abonneren
×

Column Maarten Bergman: Single point of failure

Laatst stond ik ’s avonds buiten openingstijd bij de apotheek. Via een e-mail had ik de melding gekregen mijn medicijn met een 5-cijferige code uit de afhaalautomaat te halen. Helaas werkte de automaat niet. Iemand voor mij – die al lang was vertrokken – had zijn of haar pakket niet uit de afhaalautomaat gehaald. Daardoor was het hele apparaat geblokkeerd: code werkte niet, mijn medicijn viel niet in de vergaarbak, klep ging niet open. Het telefoonnummer dat bij storing gebeld kon worden, schakelde naar voicemail. Het mobiele telefoonnummer op de website van de beheerder van de afhaalautomaat werd niet opgenomen. Op een e-mail naar het vermelde e-mailadres (bij nood gebruiken) kwam geen antwoord.

De moed zonk mij in de schoenen. Ik heb een paar minuten in dubio voor de afhaalautomaat gestaan, niet meer wetende hoe aan mijn medicijn te komen. Intussen arriveerde een man op de fiets die zijn medicijn kwam ophalen. Na mijn korte relaas en gezamenlijk delibereren over een oplossing, keerden we beiden onverrichterzake huiswaarts.

Het cruciaal falen van een (deel)systeem heet in de automatiseringswereld een single point of failure. Dat refereert aan een onderdeel dat een hele operatie kan stilleggen als het niet meer werkt. Wanneer bijvoorbeeld een server of modem ermee stopt, kan dat grote gevolgen hebben voor een betaalsysteem of internetwinkel. Daarom streeft men ernaar een terugvalmogelijkheid in het systeem te bouwen – een alternatieve route of strategie – om fatale uitval van de ICT architectuur en verlies van functionaliteit te voorkomen.

In het systeem dat bestaanszekerheid in Nederland pretendeert te garanderen, zit al decennia een single point of failure: de definitie van het minimuminkomen. Preciezer geformuleerd: de verwarring tussen minimuminkomen en bestaansinkomen. Misschien nog preciezer: de politieke onwil om minimuminkomen gelijk te stellen aan bestaansinkomen.

Bijstandsbingo

De alternatieve route die door de overheid is bedacht, is een onoverzichtelijke lappendeken van (incidentele en structurele) inkomensondersteunende maatregelen. Deze bijstandsbingo (een term ooit gebezigd door een spreker tijdens een armoededebat) meent de gaten te vullen die door gebrekkig inkomensbeleid zijn gevallen. Pleisters, noodverbanden, doekjes voor het bloeden, potten en pannen onder lekkende regelingen. Dweilen met de kraan open. Waarschijnlijk meer dan een miljoen huishoudens in Nederland krijgt het budget niet sluitend.

Dat ligt in de overgrote meerderheid van de gevallen niet aan henzelf. De vele crises die ons bestaan teisteren (klimaat, energie, wonen, onderwijs, zorg en inflatie), hebben een schrijnend gebrek aan visie op het bestaan van armoede in Nederland duidelijk gemaakt. Het gebrek aan daadkracht zorgt voor toenemende segregatie langs de groeiende breuklijn tussen arm en rijk. Anders gezegd: het wordt steeds duidelijker dat de armen onder ons de rekening van de vele crises gaan betalen. Zij kunnen zich vanwege het ontbreken van financiële draagkracht niet uit de problemen kopen en zinken verder weg in het moeras. Het welvarende deel van de Nederlandse bevolking kan dat wel. Zij verwerven hun zelfredzaamheid door tegen vergoeding diensten of personeel in te schakelen. Dingen die ver buiten het bereik ligt van diegenen die in armoede leven.

Dit toont aan dat ook de alternatieve route van inkomensondersteunende maatregelen tot het single point of failure is gaan behoren. Ingegeven door de ontmanteling van de verzorgingsstaat (lees: een banale bezuinigingsmaatregel) is het nieuwe overheidscredo “penny wise, pound foolish” de nekslag voor velen geworden. De schade van die kortzichtige denkwijze valt niet langer te ontkennen. Zeker nu steeds meer ‘hulp’ achter de muur van de digitaliserende samenleving verdwijnt en voor een groeiende groep mensen onbegrijpelijk en onbereikbaar is geworden.

Fundamentele weeffout

Intussen wordt meer en meer gesproken over generatiearmoede, spreidstandburgers, grassroots initiatieven in combinatie met ervaringskennis, publiek-private financiering, crowdfunding, civil society, geldscripts en bureaucratievrij geld. Allemaal symptomen van het feit dat de overheid de bal heeft laten vallen en niets aan die fundamentele weeffout wenst te doen.

Dat we het zelf moeten oplossen, ligt steeds meer voor de hand. Het zou een prachtige eerste stap in de goede richting zijn wanneer alle eerdergenoemde initiatieven samen willen optrekken. Want zodra geldgebrek is geminimaliseerd door het oplossen van het single point of failure, wordt het aantal zogenaamd (financieel) kwetsbaren tot ware proporties teruggebracht en kan ondersteuning gericht (lees: tegen weinig kosten) ingezet worden. Spijtig genoeg is daar de komende kabinetsperiode geen sprake van, want het gepresenteerde hoofdlijnenakkoord maakt zonneklaar dat inkomensnivellering niet wordt voortgezet.

Overigens: de volgende dag bleek de afhaalautomaat het weer te doen. Ik ben niet teruggebeld en heb geen e-mail gekregen in antwoord op mijn noodkreet. Kennelijk is de automaatbeheerder ook niet geïnteresseerd in het bestaan en verhelpen van dat single point of failure.

Lees hier de eerste column van Maarten Bergman.

Maarten Bergman is zelfstandig docent schuldhulpverlening en armoedebestrijding, en geeft trainingen door het hele land voor gemeenten, opleidingsinstituten, detacheringsbureaus en bewindvoerders. Hij zet zich al ruim 25 jaar in voor een nieuwe visie op het ontstaan van schulden in relatie tot inkomensbeleid. Een aanpak die niet langer de symptomen van armoede en schulden bestrijdt, maar de oorzaak oplost, namelijk het fundamenteel tekort aan financiële draagkracht van honderdduizenden huishoudens in Nederland. Elke maand schrijft hij hierover een column voor platform De Eerstelijns.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *