Berichten

“Goede zorg leveren we met elkaar”

In het ziekenhuis komen mensen op de polikliniek die vaak beter op een plek buiten het ziekenhuis voor controle hadden kunnen komen. Misschien hoeven zij zelfs helemaal geen fysieke locatie te bezoeken, maar kunnen zij prima online worden begeleid. En bij huisartsen blijven patiënten soms te lang onder behandeling, omdat verwijzing niet zinvol wordt geacht. De werkdruk in de huisartsenpraktijk neemt hierdoor verder toe. Een onwenselijke situatie. We praten erover met Renée van Snippenburg, longarts en specialist transmurale diagnostiek bij Saltro.

“Het denken in eerste en tweede lijn als afzonderlijke domeinen houdt verandering en optimalisering tegen. Pas als je verder kijkt dan je eigen spreekkamer kun je de ontwikkelingen en veranderingen zien aankomen,” zo begint zij haar betoog. “Het komt steeds vaker voor dat juist de mensen met de grootste ziektelast thuis zitten. Zij zijn niet mobiel en hebben in veel gevallen geen sociaal vangnet. Om hen te helpen moet de zorgprofessional zijn spreekkamer uit en naar de patiënt toe. Wat je ook vaak ziet is dat mensen de weg kwijtraken in de zorg: Wie moeten ze waarvoor hebben? En als het misgaat, wie moeten ze dan bellen? De zorg is op dit moment nog per lijn ingericht, op basis van de werkprocessen van de zorgprofessional. Dat is achterhaald! De zorgvráger moet centraal staan en de benodigde zorg dichtbij kunnen krijgen.”

Beter voor iederéén

In hoeverre gaat de zorgprofessional er hiermee op vooruit? Renée van Snippenburg: “De werkdruk in de zorg wordt de komende jaren door alle demografische, sociologische en technologische ontwikkelingen alleen maar hoger. Niet alleen de patiënt is er dus bij gebaat de juiste zorg op de juiste plek te krijgen. Ook de zorgprofessional zal dankzij een betere afstemming en intensievere samenwerking, over alle lijnen heen, gunstige effecten ondervinden. Iedereen die bij de zorg is betrokken is dan goed geïnformeerd en kan zich bezighouden met dat waarin hij goed is. Processen worden efficiënter, patiënten krijgen meer aandacht en zo brengen we met elkaar de kwaliteit van de zorg omhoog. Resultaat: een goed geholpen, tevreden patiënt.”

Samen zorg leveren

Hoe gaan we dat bereiken? Van Snippenburg: “Het begint ermee dat de zorgverleners in de eerste en tweede lijn elkaars expertise kennen en respecteren. Samenwerkingsinitiatieven zoals de wijkspecialist of bijvoorbeeld het ontwikkelen van regionale transmurale afspraken (RTA’s), dragen hier positief aan bij. Mijn visie is dat transmurale zorg álle processen betreft in het continuüm waarbinnen de patiënt zich begeeft. Van thuis tot aan opname in een instelling.”

Auteur: Cherelle de Graaf

Download het volledige artikel hier:

Diagnostiek op de huisartsenpost voorkomt verwijzingen

In oktober publiceerden huisarts/onderzoeker Martijn Rutten en collega’s de resultaten van een onderzoek naar directe toegang tot radiologie vanuit de huisartsenpost. Conclusie: wanneer de huisarts op de post toegang heeft tot röntgendiagnostiek worden minder patiënten onnodig naar de spoedeisende hulp verwezen. In Heerlen ervaren ze hetzelfde, vertelt Roger Eurelings, manager van de huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg.

Verhoudingsgewijs zien huisartsen op de huisartsenpost aanzienlijk meer mogelijke fracturen dan in de eigen praktijk. Toch hebben zij juist overdag direct toegang tot radiologie en moet daarvoor bij tachtig procent van de huisartsenposten doorverwezen worden naar de Spoedeisende Hulp (SEH). Kan dat zinniger en zuiniger? Met die vraag gingen Rutten en consorten aan de slag.

Het onderzoek

Uit een inventarisatie van de onderzoekers in 2015 bleek dat twintig van de destijds 117 Nederlandse huisartsenposten toegang hebben tot radiologie. Bij zes is dat ongelimiteerd, bij zeven alleen overdag en bij de andere zeven gedurende bepaalde tijdvensters. “Wij vergeleken in ons onderzoek zes huisartsenposten met verschillende modellen. We hebben gekeken naar het fractuurpercentage en het aantal mensen dat in de eerste lijn kon blijven binnen de diverse modellen. Daarnaast hebben we de huisartsen gevraagd om op te schrijven met welke indicatie ze de röntgenfoto nodig vonden.” Bij de posten waar voor radiologie moest worden doorverwezen naar de SEH, bleek de helft van de doorverwezen patiënten een breuk of luxatie te hebben. De andere helft had dus in de eerste lijn kunnen blijven. Op de posten waar deels of volledig toegang was tot radiologie werd veertig procent doorverwezen naar de SEH met een afwijkende foto en kon zestig procent onder behandeling blijven van de huisarts.

Voordelen

Bij directe toegang lijken huisartsen wel iets makkelijker een foto aan te vragen (55 procent meldt een hoge verdenking op afwijkingen/fracturen) dan wanneer er beperkt of geen toegang is (68 procent meldt een hoge verdenking). Maar volgens Rutten wegen de voordelen van directe toegang tot radiologie hier ruimschoots tegenop. “De huisarts kan zijn rol van poortwachter beter vervullen en de regie houden. Voor patiënten betekent het een kortere wachttijd en een beperktere aanslag op hun eigen risico. En de SEH profiteert ook: de drukte neemt af waardoor zij zich meer kunnen richten op complexere zorgvragen.”

Roger Eurelings, manager van Huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg (OZL) onderschrijft de voor- en nadelen. Bij hap OZL kunnen huisartsen mensen met een vermoedelijke breuk via ZorgDomein doorverwijzen voor een foto. Eurelings is heel tevreden over de samenwerking met het ziekenhuis en vindt directe toegang tot radiologie een aanrader voor andere huisartsenposten.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Hoogleraar Jan Warburg

Hoogleraar Jan Walburg: positieve psychologie helpt om mentaal fit te blijven

We kunnen er bewust voor zorgen dat we ook mentaal fit blijven, zegt Jan Walburg, hoogleraar positieve psychologie. Hij vindt het belangrijk dat de eerste lijn eigen instrumenten ontwikkelt om de basis-ggz uit te voeren.

We gaan naar de sportschool en eten verstandig om lichamelijk gezond te blijven. Hoe we psychisch in vorm blijven, is nauwelijks een thema. Dat verbaast Jan Walburg, voormalig bestuursvoorzitter van het Trimbos-instituut en sinds kort bijzonder hoogleraar positieve psychologie aan de Universiteit Twente.

‘Het huidige onderscheid tussen lichaam en geest is onzinnig. De mentale conditie bepaalt de fysieke gesteldheid, en andersom ook. Mensen besteden te weinig aandacht aan hun mentale gezondheid. Dat is gek, omdat we in de top van chronische ziekten een verschuiving van lichamelijke naar geestelijke ziekten zien. Depressie staat op nummer een, gevolgd door angst. Mensen staan onder een onvoorstelbare druk, op hun werk bijvoorbeeld door het werktempo, de reorganisaties of het nieuwe werken. Klachten op het werk zijn vaak angst en depressie. Er zijn al bedrijven met programma’s gericht op het versterken van de veerkracht van werknemers. De menselijke geest kan heel wat hebben, maar op een gegeven moment houdt het op.’

Steeds meer mensen kampen met psychosociale problemen. ‘Het is dus geen luxe maar noodzaak dat er meer aandacht is voor de mentale gezondheid.’

Download het volledige artikel hier:

Nieuwe richtlijn ‘diagnostiek acute buikpijn bij volwassenen’

Onlangs publiceerde de Nederlandse Vereniging van Heelkunde (NVvH) de nieuwe richtlijn ‘diagnostiek acute buikpijn bij volwassenen’. Deze richtlijn is bedoeld voor chirurgen, internisten, radiologen, spoedeisende hulp artsen, gynaecologen, urologen en huisartsen.

Hierin zijn onder meer de resultaten van de door ZonMw gefinancierde OPTIMA-studie opgenomen. Uit deze studie blijkt dat voor een optimale diagnostiek niet standaard een röntgenfoto van borst of buik gemaakt hoeft te worden. Dit leidt tot slechts 6% gemiste urgente diagnosen, kent een geringere stralingsbelasting en bespaart mogelijk  € 94,- per patiënt.

Financiële bijdrage

Vanuit het ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek is financieel bijgedragen aan de totstandkoming van de nieuwe richtlijn. Met de richtlijn wordt evidence-based handelen van artsen gestimuleerd.

Kostenbesparing

Onlangs concludeerde Onderzoeksbureau ZorgmarktAdvies in het rapport ‘Kostenbesparingen door onderzoek en innovatie in de zorg’ al dat elke euro die in het programma Doelmatigheidsonderzoek wordt geïnvesteerd, binnen tien jaar ruim 3 euro aan kostenbesparing oplevert. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van dit rapport.”

Meer informatie