Berichten

Diabetes Innovatie Prijs maakt verschil

Zorgverleners hebben geregeld innovatieve ideeën die kunnen bijdragen aan betere zorg voor patiënten. Vaak ontbreekt het aan financiële middelen om deze uit te voeren. Daarom organiseert Sanofi sinds 2015 de Diabetes Innovatie Prijs. Doel hiervan is het stimuleren en uitwisselen van goede, vernieuwende, creatieve en bruikbare initiatieven op het gebied van diabeteszorg. Het beste idee kan rekenen op 5.000 euro voor de uitvoering van het project.

De winnaar van vorig jaar was Health4you2 met het project ‘100 dagen diabetes challenge’. Karen Plantinga en Patricia Vermeulen van Health4you2, praktijk voor dieet- en leefstijladvisering, zijn gespecialiseerd in de behandeling van diabetes. “De 100 dagen diabetes challenge is een programma waarbij mensen met diabetes en overgewicht 100 dagen lang worden begeleid om meer regie te krijgen over hun leven met de ziekte en een gezondere levensstijl tegemoet te gaan, waardoor zelfs medicijngebruik voorkomen of verminderd kan worden. De cursus bestaat uit een combinatie van twee ontmoetingsdagen in groepsverband en intensieve, online begeleiding.”

Verbetering

“De mensen die de cursus inmiddels hebben doorlopen, zijn onverminderd enthousiast en enorm blij dat ze het hebben gedaan. Ze hebben allemaal een flinke verbetering in hun gezondheid bereikt en zijn blij met het resultaat. Via een test die aan het begin en aan het eind wordt afgenomen, zien we daadwerkelijk een verbetering van kwaliteit van leven.”

Diabetes Innovatie Prijs 2018

Meer informatie over de 100 dagen diabetes challenge is te vinden op www.health4you2.online. Sanofi biedt ook dit jaar de kans om mee te doen aan de Diabetes Innovatie. Wie wil meedingen naar de Diabetes Innovatie Prijs 2018, kan een project indienen via www.diabetesinnovatieprijs.nl.

Download het volledige artikel hier:

Project Patient Empowerment verbetert gesprek met COPD-patiënt

Longfonds, Zilveren Kruis en AstraZeneca hebben recent een implementatieonderzoek Patient Empowerment voor COPD-patiënten afgerond. Dat betrof de invoering van handvatten en hulpmiddelen om te motiveren meer te bewegen en sneller te reageren op klachten om zo longaanvallen te voorkomen. Conclusie: de communicatie is opener en het aantal longaanvallen neemt af.

Het is een unieke samenwerking. Al vanaf 2010 zetten een patiëntenvereniging (het Longfonds), een zorgverzekeraar (Zilveren Kruis) en een farmaceut (AstraZeneca) zich in voor een betere kwaliteit van leven bij COPD-patiënten. Daarin speelt ‘Patient Empowerment’ een cruciale rol. In 2014 is een pilotproject Patient Empowerment (PE) succesvol afgerond. Er zijn voorlichtingsmaterialen en programma’s voor patiënten en zorgverleners ontwikkeld. Het vervolgtraject, de implementatie daarvan bij vijf zorggroepen, is geëvalueerd door onderzoeksbureau Rescon. Hun rapport ‘Patient Empowerment, Onderzoek naar zelfmanagement van COPD patiënten’ verscheen eind vorig jaar. Een van de meest opvallende resultaten: PE heeft geen significant effect op kwaliteit van leven, de ernst van de beperking in het dagelijks leven en ervaren zelfmanagement. Toch werpt de nieuwe aanpak zijn vruchten af. Zo bieden de middelen hulp bij een opener communicatie tussen zorgverlener en patiënt. En heel concreet: door een beter besef neemt het aantal exacerbaties en prednisonkuren af.

Materialen

De voorlichting voor patiënten bestaat uit duidelijke folders, filmpjes op longfonds.nl, een formulier gespreksvoorbereiding en een longaanval-actieplan. Er zijn stappentellers ingezet. Voor zorgprofessionals was er scholing in motivational interviewing, de mogelijkheid tot coaching on the job en gaandeweg de implementatie is er een placemat ontwikkeld voor het bespreken van bewegen bij COPD.

Oprecht geïnteresseerd

Het onderzoek vond onder meer plaats bij Huisartsengroep Drenthe (HZD). Jeanet Scheper werkt daar als POH in drie praktijken. Zij is zeer te spreken over de hulpmiddelen. “Een voorbeeld: een van mijn patiënten is een oud baasje. Hij vertelde mij dat hij op de site van het Longfonds had gekeken en van tevoren goed had bedacht wat hij mij wilde vragen. En ja, dan merk je: met een goede voorbereiding kom je sneller over persoonlijke doelen te spreken.” Het longaanval-actieplan met de codes maakt duidelijk waar de patiënt staat en inzichtelijk wat beter kan, zegt Bert van Bremen. Hij is kaderhuisarts astma/COPD i.o. bij HZD. “Daarna ga je in gesprek over de stappen om het beter te maken. Zo kun je samen iemands kracht versterken en dat is uiteindelijk toch waar het bij PE om draait!”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Vilans: Met patiënten werken aan betere zorg

In de wijk Kersenboogerd in Hoorn wonen relatief veel laaggeletterden en mensen uit verschillende culturen. Daar kun je geen standaard aanpak op loslaten. De beste weg naar betere zorg is een persoonsgerichte aanpak, besloot het managementteam van het gelijknamige gezondheidscentrum halverwege 2015. Met ondersteuning van Vilans en ZONH werd een driejarig project opgetuigd, dat nu zijn vruchten begint af te werpen.

De basis voor het project in Hoorn is het ‘Huis van Persoonsgerichte Zorg’. Een model dat kenniscentrum Vilans ontwikkelde om persoonsgerichte zorg voor mensen met chronische ziekten systematisch op te zetten. De essentie ervan is dat je met meer aspecten tegelijk aan de slag moet om persoonsgerichte zorg tot een succes te maken. “Je moet patiënten helpen om meer regie te nemen en professionals helpen om het in te passen in de dagelijkse drukte. Tegelijkertijd moet je de organisatie zo inrichten dat de nieuwe werkwijze wordt gefaciliteerd”, vat Joris Arts, bestuurder van het gezondheidscentrum, samen. Er zijn inmiddels twee jaar verstreken en mede dankzij een subsidie van zorgverzekeraar VGZ en de inzet van Paulien Vermunt van Vilans en Will Molenaar van ZONH is er veel bereikt.

Eerste stappen

“In 2015 zijn eerst de ervaringen en belangrijke thema’s voor verandering opgehaald bij alle betrokkenen: zorgverleners, managers, patiënten en mantelzorgers. In de tweede fase zijn we gaan kijken welke overstijgende thema’s we daaruit konden halen”, vertelt Paulien Vermunt. “Die zijn tegen de pijlers van het Huis van Persoonsgerichte Zorg gelegd en op basis daarvan zijn werkgroepen ingericht.”

Een van de werkgroepen ging aan de slag met het thema ‘naar één digitaal portaal’. Arts: “We hebben met behulp van het Vilans-project ‘Ken je klant’ in kaart gebracht wat de wensen zijn. Daarbij is met patiënten van verschillende leeftijden gesproken. Zowel zorgverleners als patiënten vonden het belangrijk dat relevante informatie makkelijk en veilig kan worden gedeeld tussen alle betrokkenen. De conclusie was dat we naar één systeem moeten waar alle zorgverleners en de patiënt makkelijk op kunnen inloggen. Een afvaardiging van patiënten en zorgverleners heeft inmiddels een platform gekozen waarmee we op kleine schaal gaan experimenteren.”

Kritisch durven kijken

De belangrijkste winst van het project tot dusver is volgens Vermunt dat professionals kritisch durven kijken naar hun eigen werkproces. “Het enthousiasme waarmee iedereen aan de slag ging met de vraag wat anders kan en hoe, was opvallend. Er is nog veel te doen, maar de wil om te veranderen is er.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Vroeg zicht op boezemfibrilleren

Huisartsen in Friesland hebben in de afgelopen twee jaar 140 keer vroegtijdig boezemfibrilleren helpen constateren. Daarmee is de kans op een beroerte voorkomen en zorg in de tweede lijn vermeden. Initiatiefnemer Geert Tjeerdsma, cardioloog in ziekenhuis Tjongerschans te Heerenveen, vertelt.

Wat was de aanleiding voor het project Atriumfibrilleren Eerstelijns Diagnostiek (AED)?

“Soms is er sprake van boezemfibrilleren, maar is dat onbekend omdat de persoon in kwestie niet of nauwelijks de bijbehorende klachten heeft. Dit wordt ‘stil boezemfibrilleren’ genoemd. Onderzoek heeft een aantal jaren geleden uitgewezen dat huisartsen hierdoor dikwijls de diagnose niet stellen. Dit wekte mijn nieuwsgierigheid en leidde tot een ambitie: ik wilde proberen huisartsen te faciliteren om wél boezemfibrilleren te kunnen diagnosticeren, zodat tijdig kan worden overgegaan tot behandeling.”

Binnen het project wordt de ‘Mydiagnostick’ gebruikt. Wat is dat precies?

“Een staaf-achtig voorwerp dat de patiënt ongeveer twee minuten in beide handen vasthoudt. Het heeft hetzelfde principe als een elektrocardiogram (ECG). Ook hier wordt een hartfilmpje gemaakt, maar dan met behulp van slechts één kanaal: de staaf tussen de handen. Als de stick rood kleurt, is er een groot risico op boezemfibrilleren. De huisarts kan de verzamelde data via de PC digitaal doorsturen ter beoordeling van de cardioloog.”

Als de symptomen van boezemfibrilleren vaak niet aan de oppervlakte komen, hoe weet de huisarts dan bij wie hij een hartfilmpje moet maken?

“Door alert te zijn bij mensen met risicofactoren. Stil boezemfibrilleren komt relatief vaak voor bij 65-plussers met diabetes, een hoge bloeddruk, eerder hartfalen, een eerder hartinfarct of een eerdere beroerte. Dat werd bevestigd tijdens een pilot die we eind 2014 deden bij een Friese huisarts. Tijdens een griepvaccinatieavond gaven we de stick aan 400 mensen. Bij twintig toonde het apparaat boezemfibrilleren aan. Van tien van hen was dat al bekend, maar van de tien anderen niet.”

Na die bevestiging kon de volgende stap worden gezet?

“Toen zijn we daadwerkelijk van start gegaan met het project. Veertig huisartsen uit de regio Heerenveen, Joure, Wolvega en Akkrum gingen begin 2015 werken met de Mydiagnostick.

Zowel in 2015 als in 2016 stuurden huisartsen ongeveer honderd keer een rode uitslag naar een cardioloog. Bij zeventig procent, ofwel 140 patiënten, bleek het na analyse door de cardioloog daadwerkelijk om stil boezemfibrilleren te gaan.”

Wat zijn de voordelen voor de patiënt?

“Een snellere diagnose. Dat is belangrijk, want soms manifesteert de ritmestoornis zich wel en soms niet. Het is mogelijk dat een patiënt zich een paar dagen of weken na de klachten in het ziekenhuis meldt en dat een ECG dan niets ernstigs aan het licht brengt. Er is ook een financieel voordeel voor de patiënt. De huisarts blijft hoofdbehandelaar, dus de zorg gaat niet ten koste van het eigen risico.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Ieder zijn eigen recept voor persoonsgerichte zorg

Twaalf huisartspraktijken van zorggroep Synchroon zetten in de eerste helft van 2017 de volgende stap in persoonsgerichte zorg, ondersteund door Vilans. Iedere praktijk stelde zijn eigen doelen op, passend bij de eigen ambities en ervaringen. De rode draad was de introductie van een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem. Wat is er bereikt en geleerd? De projectleiders, een POH en een patiënt blikken terug.

Jeroen Havers, senior adviseur persoonsgerichte zorg bij Vilans:

Een blijvende verandering in werken

“Het ging om een project van een half jaar bij twaalf huisartspraktijken. We hebben zoveel mogelijk de analogie van zelfmanagement gevolgd, ook naar de zorgverleners toe. Vanuit iedere praktijk namen een huisarts en POH deel. Zij stelden een eigen teamplan op. De menukaart persoonsgerichte zorg* was daarbij een handig hulpmiddel. Het ene team koos bijvoorbeeld voor het uitbouwen van de coachende rol, terwijl het andere de nadruk legde op het uitwisselen van zelfgemeten bloedwaarden. De zorgverleners waren enthousiast, al was het ook even zoeken. Protocollen geven houvast bij het implementeren van nieuwe zorgtrajecten. Bij dit project lieten we de protocollen juist los. Samen met projectleider Frank van Summeren ben ik bij de praktijken langsgegaan om de plannen met de teams aan te scherpen. Als je helder hebt wat de meerwaarde is van een nieuwe werkwijze, kun je dat ook uitleggen aan patiënten. Ter ondersteuning van persoonsgerichte zorg is e-Vita uitgerold. Een patiëntenportaal dat gekoppeld is met het keteninformatiesysteem en dat het berichtenverkeer tussen zorgverlener en patiënt ondersteunt.

In bijeenkomsten met alle deelnemers zijn de plannen en ervaringen uitgewisseld, is geoefend met een acteur en een spiegelgesprek georganiseerd met patiënten. Dat was een schot in de roos. POH’s en huisartsen vonden het fijn om te horen hoe patiënten de nieuwe aanpak ervaarden. Daar zaten wel verschillen in. De kunst is om te blijven luisteren en de zorg af te stemmen op de persoon die tegenover je zit. We wilden met dit project een blijvende verandering in werken in gang zetten en ik denk dat we daarin zijn geslaagd.”

Lees ook de ervaringen van projectleider Frank van Summeren, POH Bianca Dobbelsteen en hartpatiënt Ger van den Akker in het volledige artikel.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

“Binnen een virtueel verzorgingshuis is het contact intensiever”

De groep kwetsbare ouderen wordt steeds groter en er is meer aandacht en budget voor de zorg aan en begeleiding van deze groep. Tegelijkertijd verbrokkelen traditionele structuren. Dat kan worden opgevangen door digitaal aangestuurde netwerkzorg, mits die goed is georganiseerd én daadwerkelijk aansluiting heeft op systemen van professionals. Kernpunten daarin zijn goede beveiliging van gegevens en efficiënte communicatie met andere zorgsystemen. Dat blijkt uit een bijzonder project voor kwetsbare ouderen in Zuidoost-Brabant.

Ouderenzorg gaat niet meer alleen over het voorkomen, genezen of behandelen van aandoeningen. Het draait vooral om zo gezond en gelukkig mogelijk leven. Vroeger gebeurde dat in een verzorgingshuis. Tegenwoordig wil men zo lang mogelijk thuis blijven wonen en dat wordt ook van overheidswege gestimuleerd. Hierdoor worden veel verzorgingshuizen uitgekleed of zelfs gesloopt. Dat laatste gebeurde ook met het Sint Jozefshuis in Nederweert. En dat is jammer, zo redeneerde oud-huisarts Thieu Heijltjes. Want een traditioneel verzorgingshuis kent een managementlaag die toeziet op welzijn en welbevinden en nauw samenwerkt met huisartsen, apothekers, wijkverpleegkundigen en maatschappelijk en sociaal werk. Signalen worden opgevangen en gecommuniceerd op het moment dat dat nodig is. Dat kan toch niet verdwijnen? Zijn oplossing was: het Sint Jozefshuis nabootsen, maar dan virtueel. Het virtuele verzorgingshuis is opgezet in 2014 door burgerinitiatief Stichting Coördinatie Zorg en Welzijn (SCZW) samen met de Cliëntenvereniging Virtueel Zorghuis (CVZ).

Pilot

Het doel van het zorgplatform was om oudere, mantelzorger, professional en vrijwilliger beter te laten samenwerken. Belangrijk was dat ouderen en/of mantelzorgers inzicht krijgen in hun eigen zorgdossier, net als alle partijen die deelnemen in het zorgproces. Het initiatief bleek goed te werken. Maar technisch gezien was er een uitdaging. Er was verbinding nodig met de huisartsenpraktijken van Zorggroep PoZoB. Daar is met hulp van Care2U een oplossing voor gevonden. Sinds oktober loopt er een pilot waarin het individueel zorgplan (IZP) via MijnGezondheidsPlatform (MGP) wordt gedeeld met oudere/mantelzorger, wijkverpleegkundige, zorgtrajectbegeleider dementie en praktijkondersteuner ouderenzorg, legt huisarts en stafarts kwetsbare ouderen Cora van der Velden uit. “Er loopt nu een pilot bij twee praktijken in Maarheeze. Daar doen zo’n veertig a vijftig ouderen of mantelzorgers aan mee. Na de zomer gaan we het uitbreiden naar zeven praktijken in heel Cranendonck.” Het past helemaal binnen het zorgprogramma voor kwetsbare ouderen dat de zorggroep heeft opgezet, aldus Van der Velden.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Innovatief platform verbindt COPD-zorg

Gelre Ziekenhuizen nam in 2016 het initiatief voor het project Gezonde Longen in de regio Zutphen/Apeldoorn. Door hechte transmurale samenwerking wil Gezonde Longen de keten rondom de patiënt beter op orde krijgen en zo de COPD-zorg beter en goedkoper maken.

COPD is in Nederland een koploper qua ziektelast en kosten. Jaarlijks komen er 53.000 nieuwe patiënten bij. De kosten van astma en COPD lopen op tot 1,5 miljard per jaar. De zorgvraag stijgt harder dan de capaciteit en het budget van het ziekenhuis, de huisarts en de apotheek.

Reden voor actie, vindt longarts Martijn Goosens. Maar er is meer. “Ik werk nu tien jaar binnen Gelre Ziekenhuizen en ik merk dat ik onvoldoende gereedschap heb om de populatie met COPD goed in beeld te krijgen en behandeladvies op maat te geven. Dat komt onder andere door de informatiekloof die ontstaat doordat huisarts, apotheker en longarts hun informatie niet delen. Elke zorgprofessional focust op zijn eigen gebied binnen zijn eigen systeem. Zo krijgen we blinde vlekken.”

Goosens is initiatiefnemer van het project Gezonde Longen. “De tweede lijn wordt vaak als kenniscentrum beschouwd. Natuurlijk heeft de longarts de kennis en kunde die bij het ziektebeeld horen. Maar in de eerste lijn zit ook veel andersoortige kennis over diezelfde patiënt. Hoe gaat het thuis bij de patiënt? Wat is de samenhang met andere aandoeningen? Idealiter breng je die kennis samen.”

Transmurale database

Het project is in 2016 gestart, maar Goosens bracht al tweeënhalf jaar geleden alle zorgpartners en stakeholders in werkgroepen bijeen. Ook patiënten dachten mee. Dat leverde een nieuw medisch-inhoudelijk concept op, met onder andere behandelprotocollen rondom de interventies stoppen met roken, meer bewegen en medicatietrouw.

In de stuurgroep zitten de apothekersorganisaties, de huisartsenorganisaties en Gelre Ziekenhuizen. Daaronder functioneren vijf werkgroepen die problemen identificeren en vervolgens per zorgverlener doelstellingen omschrijven. Een huisarts kan bijvoorbeeld in zijn praktijk kampen met een laag succespercentage van stoppen met roken. Zijn doelstelling is dan het verhogen van het slagingspercentage van het stoppen-met-roken-programma. Een longarts die slechts een beperkt inzicht heeft in de interventies die de eerste lijn inzet en hoe het daarmee gaat, heeft als doelstelling het dichten van de informatiekloof.

Medworq, een digitale zorgvernieuwer, ontwikkelde de transmurale database. Het écht innovatieve deel van het project, benadrukt Goosens. Daarnaast nemen drie farmaceutische bedrijven deel. Ze bieden het project financiële ondersteuning en zijn als mede-ontwikkelaar betrokken bij verschillende domeinen als eHealth, beweegmodule en exacerbatiemanagement.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

“WeHelpen.nl is straks net zo gewoon als Marktplaats”

“WeHelpen.nl is een briljant idee, maar ook een enorm avontuur”, zegt Jo Maes, directeur van de Limburgse zorgvragersorganisatie Huis voor de Zorg. Op de site kan iedereen hulp vragen en bieden. Maes zet zich binnen de CZ-proeftuinen Mijn Zorg en Anders Beter in om van WeHelpen.nl een succes te maken. Alles met het oog op meer zelfredzaamheid en burgerkracht.

“De volgende generatie zal de site WeHelpen.nl net zo gemakkelijk gebruiken als wij Marktplaats nu.” Daarvan is Jo Maes overtuigd. “Het heeft tijd nodig voordat burgers over hun aarzelingen heen stappen en gebruikmaken van een site als WeHelpen.nl voor vraag en aanbod van eenvoudige hulp. Die hulp varieert van een boodschapje doen tot wekelijkse ondersteuning van bijvoorbeeld mantelzorgers.”

In 2012 is de coöperatie WeHelpen.nl opgericht door onder andere zorgverzekeraar CZ, PGGM en Rabobank. Doel is onder meer om zelfredzaamheid van mensen te vergoten. Provincie Limburg steunde WeHelpen.nl tijdens de opstartfase in het kader van Positieve Gezondheid, binnen de Zuid-Limburgse proeftuinen Anders Beter, Mijn Zorg en Blauwe Zorg. Dat loopt nu af, maar binnen de proeftuinen blijven alle partijen zich sterk maken voor een goede doorstart.

Sterke burgers

Maes licht toe: “WeHelpen.nl past goed binnen de nieuwe visie van Huis voor de Zorg die is gericht op zelfredzaamheid en burgerkracht. Voorheen focuste onze organisatie alleen op zorg en het versterken van de macht van patiënten. Nu beschouwen we onze achterban niet meer enkel als mensen die kwetsbaar en zorgbehoeftig zijn. Maar als sterke burgers, die veel meer rollen vervullen dan die van patiënt. We zetten in op hun kracht.”

Met burgerkracht bedoelt Huis voor de Zorg ook nadrukkelijk: een sterkere zeggenschap van burgers binnen zorg- en welzijnsinstellingen. Maes: “Om de zorg beter en betaalbaar te maken, moeten we mét burgers praten. Zowel in als buiten de spreekkamer. Daar hoort transparantie bij over de manier waarop zorg betaalbaar kan blijven. Wij praten en beslissen op bestuurlijk niveau mee over regioprojecten in de Limburgse proeftuinen.”

Project Patiëntgerichtheid

Naast WeHelpen.nl noemt Maes ook het project Patiëntgerichtheid binnen de proeftuinen Anders Beter en Mijn Zorg als mooi voorbeeld van burgerkracht. Maes: “Waar het op neerkomt: artsen moeten minstens twee minuten onafgebroken luisteren naar wat de patiënt eigenlijk te vertellen heeft. Klinkt vanzelfsprekend he? Maar luisteren betekent ook écht contact maken. En niet stiekem op je beeldscherm kijken of alleen focussen op het orgaan of de kwaal.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier: