Zorggroepen zetten structuur om in coöperatie

De eerste huisartsenzorggroepen in Nederland bestaan tien jaar. De rechtsvorm en juridische structuur van zorggroepen is divers: zo zien wij bijvoorbeeld coöperaties, maatschappen en stichtingen. Ook een zorggroep als B.V. met daarboven een STAK (Stichting Administratiekantoor) komt regelmatig voor. Het STAK blijkt aan populariteit in te boeten ten gunste van de coöperatie aan het hoofd van de structuur. Welke overwegingen spelen hierbij een rol en waar loopt men tegenaan bij een dergelijke structuurverandering?

In het verleden zijn zorggroepen met aan het hoofd een STAK opgezet om slagvaardig van start te kunnen gaan en de huisartsen te binden door mogelijk financieel gewin. De aangesloten huisartsen zijn certificaathouder van de B.V. en het STAK is de aandeelhouder. De zeggenschapsrechten verbonden aan de aandelen berusten bij het bestuur van het STAK. De inspraak van de huisartsen is over het algemeen beperkt tot de benoeming van de bestuurders van het STAK. Voor het overige hebben zij in de regel geen inspraak en is het bestuur van het STAK ook niet verplicht om jaarlijks verantwoording af te leggen aan de certificaathouders.

De certificaathouders zijn gerechtigd tot de financiële rechten verbonden aan de aandelen. Dit betekent dat een eventuele uitkering van winst uit de B.V. toekomt aan de certificaathouders. Winstuitkeringen komen echter niet veel voor. Wel zien wij dat huisartscertificaathouders die met pensioen gaan de mogelijkheid wordt geboden hun certificaten aan de zorggroep te verkopen tegen de intrinsieke waarde van die certificaten.

Download het volledige artikel hier: