Berichten

Gezondheidszorg en telemedicine zijn booming business

Gezondheidszorg wordt vaak gezien als een kostenpost, maar is ook een van de drivers van de Nederlandse economie. Technologische producten of concepten zijn steeds vaker ook succesvolle “exportproducten”. Tegelijkertijd zijn er in de interne Nederlandse zorgmarkt nog de nodige obstakels voor een grootschalige uitrol.

April 2014. Professor dr Nico van Meeteren houdt zijn oratie als hoogleraar fysiotherapie en fysiek functioneren met een chronische ziekte aan de Universiteit van Maastricht. Inmiddels is hij ook directeur van Health~Holland, de opvolger van de topsector lifescience and health en bouwt in opdracht van het ministerie van Economische zaken aan de public private health-samenwerking. Gezondheidszorg is big business geworden. Meer dan een miljoen mensen werken in de Nederlandse zorg. Ruim 35 duizend mensen werken in gezondheidszorg-gerelateerde bedrijven. Nederland is wereldmarktleider in mobiele apparatuur en bedrijven hebben een wijdvertakt netwerk over de gehele wereld.

Stimuleren of niet. Voor Jos de Blok van Buurtzorg, VitalHealth Software, Daan Dohmen van Focus Cura of Lucien Engelen van REshape Center for Innovation is er al sprake van een global market. Nederland is op vele gebieden een ideaal experimenteerland. Veel innovatieve (zorg)technologie, een uitstekende infrastructuur en een afgebakend ecosysteem.
April 2015. Professor dr Leonard Witkamp houdt zijn oratie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn thema is telemedicine. Hiervan is sprake als er een afstand wordt overbrugd door gebruikmaking van informatietechnologie als telecommunicatie én er tenminste twee actoren zijn betrokken bij het zorgproces, waarvan minimaal een BIG-geregistreerde zorgverlener. Anno 2013 wordt naar schatting minder dan een procent van het totale macrokader zorg besteedt aan telemedicine.

Download het volledige artikel hier:

 

Worden huisartsen straks “verslagen” door smartphone?

In 2009 won een smartphone een grootmeester-schaaktoernooi in Buenos Aires. De app heette Pocket Fritz, en met een geschatte ELO-rating van 2550 is hij op papier beter dan vrijwel alle Nederlandse schakers.

Ben je als schaker minder waard wanneer je niet eens van een app kunt winnen? Of liever gezegd: als mens? Het lijkt een belachelijke vraag. Wij zijn er aan gewend geraakt dat computers in de vorm van laptops, tablets en smartphones veel zaken beter en sneller kunnen dan wij. De weg vinden bijvoorbeeld, of de jaarprognose doorrekenen wanneer de inflatie 0,1 procent stijgt.

Dat is niet altijd zo geweest. Ook toen de computer al was uitgevonden, dachten veel mensen dat dit apparaat nooit goed zou kunnen worden in “echt menselijke” taken. De grens van wat menselijk is, bleek in de praktijk steeds op te schuiven naarmate software meer bleek te kunnen.

En toen de menselijke wereldkampioen schaken door het programma Deep Blue van IBM werd verslagen in het vorige decennium, hadden we al geaccepteerd dat dit er aan zat te komen. We waren niet bang dat computers de aarde zouden overnemen. Waarom krijg je dan van die stekelige reacties wanneer iemand vaststelt dat een smartphone met eventueel wat accessoires over tien tot vijftien jaar waarschijnlijk betere diagnoses zal stellen dan de meeste huisartsen?

Er zal vast een groep huisartsen zijn die het stomweg niet gelooft. De tijd zal leren of ze gelijk krijgen. Maar in veel reacties zit ook een schrikreflex opgesloten. Alsof de huisarts opeens minder waardevol zou worden wanneer de patiënt zelf met een smartphone voor de meest gangbare aandoeningen betrouwbare diagnoses kan stellen (en waarschijnlijk ook juist voor zeldzame ziekten die huisartsen voor problemen stellen).

Download het volledige artikel hier:

 

De digitale huisarts is niet bekend bij de burger

In oktober publiceerden Nictiz en NIVEL in opdracht van het ministerie van VWS de tweede editie van de eHealth-monitor. Dit grootschalige onderzoek laat de status van e-health toepassing in Nederland zien. Die inzet is sinds de eerste meting in 2013 in de meeste zorgsectoren niet echt toegenomen.

De monitor laat zien dat zorggebruikers en -aanbieders veel gebruikmakenvan internet, en in toenemende mate ook van apps,wanneer het om het opzoeken van gegevens gaat. Met de onlinecommunicatie tussen huisarts en burger loopt het echter nog nietzo hard. Dat zal iedere huisarts zelf kunnen beamen, maar er is hierook iets vreemds aan de hand.Veel van de ondervraagde artsen geven aan dat bepaalde dienstenwel degelijk mogelijk zijn. Zo meldt 69 procent dat de patiëntenherhaalrecepten kunnen aanvragen via internet, en geeft 49 procentaan dat je via e-mail of de website een vraag kunt stellen. De ondervraagdeburgers zeggen echter vooral dat dit nog niet mogelijkis bij hun huisarts, slechts dertig procent zegt een herhaalrecept tekunnen aanvragen, en slechts veertien procent meent dat de eigenhuisarts via e-mail of internet te bereiken is voor een vraag. Bij hetinzien van medische gegevens via Internet (dat kan overigens slechtsbij twaalf procent van de praktijken), meent slechts drie procent vande burgers dat dit bij de eigen praktijk kan.Het curieuze is dat in een andere vraag een groot deel van de ondervraagdeburgers zegt dat men dit soort diensten wel graag zouwillen gebruiken. De Nictiz-onderzoekers concluderen dat de patiëntniet op de hoogte is van al het digitale fraais dat nu al in deetalage van de huisarts staat.

Download het volledige artikel hier:

 

Schaalgrootte geen voordeel voor e-health innovatie

Er was een tijd dat je schaalgrootte nodig had om te kunnen concurreren met gevestigde spelers in een willekeurige branche. Je had bijvoorbeeld veel geld nodig voor je eigen ICT-infrastructuur, compleet met rekencentrum en systeembeheerders.

Die tijd is voorgoed voorbij. Vijftien jaar geleden had een serieuze startup in Silicon Valley minimaal 50 tot 100 miljoen dollar nodig, een man of honderd personeel en een voorbereidingsperiode van een jaar of twee tot drie voordat een eerste product op de markt kwam.

Toen Facebook eerder dit jaar berichtendiensten Whatsapp overnam voor 14 miljard euro, had het bedrijf 55 mensen in dienst om honderden miljoenen gebruikers te bedienen. En dan is Whatsapp een relatief groot bedrijf: in april 2012 kocht Facebook de fotodienst Instagram met zijn twaalf personeelsleden op voor rond ongeveer een miljard euro in contanten en aandelen.

Dit wil niet zeggen dat elke ondernemer met een aardig idee binnen een jaar miljonair kan zijn. Maar het is een goede illustratie van een cruciale trend: een groot deel van de dienstverlening die je nodig hebt om een onderneming op te bouwen is voor een bedrag per maand te huur via de cloud.

Download het volledige artikel hier: