Selectieve inkoop eerstelijns hulpmiddelen: winst in portemonnee, verlies van klanttevredenheid?

Selectieve inkoop eerstelijns hulpmiddelen in het belang van de klant?

Steeds meer hulpmiddelen worden selectief ingekocht. Op basis van algemene specificaties die in het beste geval tot stand zijn gekomen met inspraak van patiëntenorganisaties. Maar hoe zit het met de individuele patiënt en samenhang in zorgprocessen? Is one size fits all de oplossing?

Er is een aantal overwegingen bij selectieve zorginkoop van hulpmiddelen. Toetreding tot de zorgmarkt is over het algemeen (veel) eenvoudiger dan bijvoorbeeld medicijnen. Er is al sinds 2014 discussie over de Europese goedkeuring medische hulpmiddelen. In het werkplan van IGZ 2015 staat dat het toezicht op hulpmiddelen verscherpt zal worden. Voldoen de huidige geselecteerde hulpmiddelen aan de strengere normen?

Diabetesvereniging Nederland (DVN) luidde in 2014 al de noodklok toen CZ als eerste de inkoop van diabetesglucosemeters en teststrips heeft opgepakt. Achmea heeft hierop in 2015 nog een stringenter beleid gevoerd en nog slechts één leverancier gecontracteerd, maar daarnaast nog wel de mogelijkheid geboden aan apotheken om diabetes-teststrips te blijven leveren. Een deel van de apotheken heeft – onder andere vanwege de prijsstelling – besloten dit niet meer te doen.

Daarnaast zijn aan de levering, service en toepassing allerlei randvoorwaarden toegevoegd. Een opmerkelijke randvoorwaarde is de CQ-meting, de klantwaardering: patiënten zijn gedwongen overgestapt en worden vervolgens bevraagd op hun klantwaardering. Bij een lage score krijgt de leverancier een malus op de prijs… Inmiddels is er een meldpunt ingesteld door DVN over problemen met hulpmiddelen. Er lopen inmiddels diverse rechtszaken tussen zorgverzekeraars en leveranciers.

Naast zorgverzekeraars worden ook apothekers beschuldigd van het switchen van diabetes-testmateriaal. Onduidelijk is of dit uit vrije wil gebeurd of dat er contractuele voorwaarden van zorgverzekeraars zijn. Apothekers stellen dat zij door de prijsstelling feitelijk gedwongen worden om andere middelen af te leveren. Dat standpunt lijkt niet geheel uit de lucht gegrepen. De prijsstelling is zo laag dat de partij die de aanbesteding voor levering van diabetes-testmaterialen had gewonnen, zelf een kort geding heeft aangespannen om van de deal af te komen, omdat hij het voor die prijs niet kan leveren. Achmea vindt dat zorgaanbieders patiënten niet tegen hun wil mogen omzetten, hetgeen in lijn zou zijn met de overeenkomst die zij met zorgaanbieders heeft gesloten. Maar in de praktijk zal een apotheek om rond te komen op zoek moeten naar alternatieven, en niet alleen voor nieuwe patiënten. Dat is inherent aan de prijsdruk. De druk om goedkopere teststrips af te leveren betekent dat ook de bijbehorende bloedglucosemeter een andere – goedkopere – variant wordt.

VGZ heeft gekozen voor selectieve inkoop bij een aantal landelijke leveranciers, maar juist niet bij openbare apotheken. Hierdoor moeten patiënten de teststrips afnemen van een landelijke leverancier en de insuline van de apotheek. Uiteraard kan de patiënt er ook voor kiezen de teststrips bij de apotheek te halen, maar dan krijgt de patiënt een lagere restitutievergoeding. Dit betekent een korting in de vergoeding die bij de budgetpolissen tot wel vijftig procent van het gecontracteerde tarief kan oplopen, een niet onbelangrijke financiële prikkel.

Download het volledige artikel hier: