Congres Abonneren
×

Voorsorteren op een gezamenlijke agenda in het belang van de patiënt

Zachte landing transitie zorg in Noord-Holland dankzij ervaring met overlegtafels. Bekijk het interview met ROS-directeur Van der Noordaa.

Begin 2011 nam de ROS Zorg Optimalisatie Noord-Holland (ZONH) het initiatief om per regio een Stuurgroep Regionale Agenda op te starten. Dit bracht de gemeenten, de georganiseerde eerstelijns groepen, de zorgverzekeraar en ZONH aan één tafel. Met de komst van de transitietafels, die nu onder de vlag van de Transitieautoriteit tot stand zijn gekomen, bleek dit een goede voorbereiding op de huidige transities in de langdurige zorg.

De ROS ZONH (Zorg Optimalisatie Noord-Holland) zag drie jaar geleden dat de relatie tussen zorg en gemeenten zou gaan veranderen. ‘We besloten gesprekken met de gemeenten binnen ons werkgebied aan te knopen middels zogenaamde overlegtafels en merkten dat we daarmee in een andere wereld terechtkwamen’, zegt ROS-directeur – en voorzitter van verschillende overlegtafels – Jeroen van der Noordaa. ‘De partijen moesten erg wennen aan elkaars taal en de zorgaanbieders moesten ook erg wennen aan hoe het proces van besluitvorming verloopt bij ambtenaren en wethouders. Wat die taal betreft denkt de gemeente bij een begrip als eerste lijn bijvoorbeeld primair aan opvoeding in plaats van aan de zorg van huisartsen of openbare apothekers. Ook wisten we over en weer niets over de wijze waarop financiering verloopt. Een presentatie van een gemeente over hoeveel geld daarin omgaat en in welke potjes dat verdeeld is, was erg leerzaam. Dat leer je alleen als je met elkaar aan tafel zit en dan ben je zo een jaar verder.’

Typisch voor zulke verkennende gesprekken is dat iedereen niet direct het achterste van zijn tong laat zien. ‘Daar komt bij dat we – tussentijdse contacten tussen individuele gemeentevertegenwoordigers en huisartsen daargelaten – maar eens in de drie maanden aan tafel zaten’, zegt Van der Noordaa. ‘Maar iedereen was wel steeds trouw aanwezig dus na verloop van tijd groeide het vertrouwen. Zo ontstond vanzelf een goed beeld van hoe gemeenten functioneren, hoe de eerste lijn werkt en hoe dit zich verhoudt tot de zorgverzekeraars.’

Hiermee is niet gezegd dat de overlegtafels één op één konden worden doorvertaald naar de transitietafels die vanuit het ministerie van VWS zijn ontstaan in het kader van de Transitieautoriteit, die monitort of zaken in de gemeenten wel of niet goed gaan en die zo nodig ingrijpt. ‘De opzet van de transitietafels is breder’, legt Van der Noordaa uit. ‘Neem het onderdeel wonen dat erbij komt, maar ook de hele thuiszorg en VVT. Elke regio deelde de transitietafels bovendien anders in. Maar toch zorgde de ervaring die we al met de overlegtafels hadden bij de introductie van de transitietafels voor een zachte landing. De uitwerking verliep in iedere regio anders, afhankelijk van de manier waarop per regio het beste overlegklimaat kon worden gecreëerd, maar het versnelde het proces wel. Wat ook hielp, was dat de vanuit VWS gefaciliteerde regiosecretaris zich echt tot zijn secretariële rol kon beperken omdat ZONH het voorzitterschap van de transitietafels op zich nam. Hiervoor bestond draagvlak bij de gemeenten en bij de zorgverzekeraars, omdat ZONH grote kennis heeft van de regio’s. Zo kwam snel een koppeling tot stand met de activiteiten die al in de regio’s bestonden en kon ook de regiosecretaris een vliegende start maken.’