Congres Abonneren
×

Organisatorische uitdagingen in de huisartsenpraktijk

Organisatorische uitdagingen in de huisartsenpraktijk – De Eerstelijns analyseert

De organisatie van de huisartsenpraktijk verandert en professionals moeten daarin mee. Maar hoe verleid je hen om samen te werken in de zorg voor patiënten die niet genoeg hebben aan een incidentele benadering? De Eerstelijns analyseert.

De huisartsenzorg ontwikkelt zich in een rap tempo. De huisartsenzorg blijft in de basis generalistische, persoonsgerichte zorg, maar de profielen van patiënten veranderen door externe ontwikkelingen. Op basis van onderzoek door de Universiteit van Maastricht bij een zorggroep in Drenthe is vastgesteld dat ongeveer een derde van de patiënten van de huisarts een of meer van de 28 meest voorkomende chronische aandoeningen heeft. Dat betekent dat twee derde van de patiënten in principe met enkelvoudige klachten bij de huisarts komt.

Voor deze enkelvoudige of incidentele patiënten is het werk van de huisarts en doktersassistente het minst veranderd. De een derde complexe chronische patiënten in de huisartsenpraktijk vraagt echter steeds meer aandacht en neemt in omvang toe. De schotten tussen Zorgverzekeringswet (Zvw), Wlz en sociaal domein leveren bovendien coördinatie- en afstemmingsvraagstukken op. De organisatie van de huisartsenpraktijk staat hierdoor onder druk en dat blijft niet onopgemerkt: er is inmiddels consensus over de financiering voor Organisatie & Infrastructuur in de huisartsenzorg en eerstelijnszorg.

Organisatieniveau

Het belangrijkste criterium voor het inrichten van de organisatie en infrastructuur van eerstelijnszorg is het niveau waarop de ondersteuning van professionals vorm en inhoud krijgt. Op wijk- of op operationeel niveau is hierbij onderscheid te maken tussen de focus op monodisciplinaire huisartsenzorg en op multidisciplinaire wijkzorg. Hierbij gaat het primair om de afstemming rondom de patiënt. Een deel van die afstemming moet, vanwege de schaal of de wijze waarop andere belangrijke stakeholders georganiseerd zijn, op regionaal niveau worden afgestemd.

Bij de organisatie van de praktijkvoering is er een verschil tussen incidentele en complexe, chronische patiënten. Bij incidentele patiënt zijn de doktersassistent en de huisarts vooral betrokken. Voor complexe, chronische patiënten met comorbiditeit zijn de praktijkondersteuners het eerste aanspreekpunt en er zijn meerdere externe professionals betrokken. Het is voor de huisarts onmogelijk om alle voor de zorg relevante netwerken te kennen en onderhouden. Door de toename en complexe problematiek van deze groep patiënten, neemt de ervaren werkdruk van de huisarts toe.

Samenhang

Enerzijds is een huisarts erbij gebaat om de zorg voor twee derde van de patiënten traditioneel te organiseren. Anderzijds vragen de complexe en chronische patiënten meer afstemming en coördinatie. Daarbij moet een huisarts samenwerken met andere huisartsen en disciplines. In een dergelijk samenwerkingsverband (zorggroep, gezondheidscentrum of HAGRO) zal een evenwicht moeten zijn tussen de lusten en de lasten die men ervaart van deelname. Organisatie & Infrastructuur (O&I) zijn noodzakelijk en niet meer weg te denken uit de eerstelijnszorg. Dat de huisarts daarin centraal staat, is logisch: de huisarts is de spil in de zorg en de enige discipline die niet of nauwelijks concurreert. Andere disciplines zullen geleidelijk functioneel aansluiten in een regionaal netwerk. Het is bij de uitwerking van de module O&I de kunst om een goede samenhang op lokaal (operationeel) en regionaal (beleidsmatig) niveau te creëren.

Auteurs: Yvonne Guldemond, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier: