Op 21 december 2018 is nieuw beleid gepubliceerd rondom enkele subjectieve vrijstellingen in de vennootschapsbelasting. Ook de zogeheten zorgvrijstelling komt aan bod. In het besluit zorgvrijstelling vennootschapsbelasting is een aantal nieuwe beleidsstandpunten opgenomen, zijn bepaalde punten verduidelijkt en termen geactualiseerd. Kennispartner BDO licht de veranderingen toe. Een zorginstelling kan een beroep doen op de vrijstelling […]

De zorgvrijstelling onder druk

Op 21 december 2018 is nieuw beleid gepubliceerd rondom enkele subjectieve vrijstellingen in de vennootschapsbelasting. Ook de zogeheten zorgvrijstelling komt aan bod. In het besluit zorgvrijstelling vennootschapsbelasting is een aantal nieuwe beleidsstandpunten opgenomen, zijn bepaalde punten verduidelijkt en termen geactualiseerd. Kennispartner BDO licht de veranderingen toe.

Een zorginstelling kan een beroep doen op de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting wanneer voldaan wordt aan twee voorwaarden die nader worden uitgewerkt in het besluit:

  • De werkzaamhedeneis, die bepaalt dat minimaal 90 procent zorgactiviteiten moet worden verricht.
  • De winstbestemmingseis, die voorwaarden stelt aan de aanwending van winsten.

Werkzaamhedeneis

De zorgvrijstelling is slechts van toepassing indien minimaal 90 procent kwalificerende zorgwerkzaamheden worden uitgevoerd. De vraag in de praktijk is veelal wat onder deze ‘zorgwerkzaamheden’ valt. In het besluit wordt een algemeen toetsingskader gegeven. Aangegeven wordt dat er geen sluitende definitie te geven is van het begrip ‘genezen, verplegen en verzorgen’ zoals gehanteerd binnen de zorgvrijstelling. In het besluit wordt aangeven dat een belangrijk uitgangspunt is dat sprake is van een vorm van zorg waarvan de vergoeding voortvloeit uit collectief gefinancierde zorg (Wmo, Wlz, Zvw, Wpg).

In het vorige beleidsbesluit werd aangegeven dat de activiteiten van een gezondheidscentrum en een huisartsendienstenstructuur veelal als kwalificerend kunnen worden aangemerkt. Dit is vervallen. Reden hiervan is dat er volgens de staatssecretaris in toenemende mate sprake is van multidisciplinaire gezondheidscentra waarin een breed scala aan zorgverleners met elkaar samenwerken. Om deze reden kan volgens de staatssecretaris niet in zijn algemeenheid worden gezegd welke activiteiten kwalificeren.

De activiteiten van eerstelijnsinstellingen moeten getoetst worden aan de algemene kaders die blijken uit de wet en uit het besluit. Doordat het besluit op diverse punten geen uitsluitsel geeft en er ook enkele tegenstrijdigheden lijken te staan, verwachten wij dat er discussies met de Belastingdienst kunnen ontstaan over de kwalificatie van diverse werkzaamheden van eerstelijnsorganisaties en samenwerkingsverbanden.

Winstbestedingseis

Voor de winstbestedingseis is van belang dat behaalde winsten, kortgezegd, besteed dienen te worden aan de zorg. Eerstelijnszorgorganisaties, veelal gestructureerd via BV’s en/of coöperaties, voldeden aan dit vereiste door statutair te bepalen dat winsten van de vrijgestelde BV weer ten gunste komen aan de zorg en niet kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Volgens de staatssecretaris is hiermee echter onvoldoende gewaarborgd dat de winst van deze BV’s uitsluitend binnen de zorg blijven. In het besluit is opgenomen dat het mogelijk is om de zorgvrijstelling bij een BV toe te passen, hierbij worden echter aanvullende voorwaarden gesteld.

Auteur: BDO

Download hier het artikel.