De zomer van preventie: Deel 4 | Gemeenten

Gemeenten en preventie: de decentralisatie in 2015 leidde tot financiële tekorten, maar heeft in praktische zin ook zaken verbeterd, zegt Eelco Eerenberg.

De zomer van preventie: Deel 4 | Gemeenten
Verder lezen? Hier kunt u inloggen.

De wethouder gaat apenkooien. Nee, dit is niet het format van een nieuw tv-programma, maar de mooie werkelijkheid waarnaar reikhalzend wordt uitgekeken in huize Eerenberg. Vader, in Utrecht onder meer verantwoordelijk voor volksgezondheid, jeugd & jeugdzorg, gaat vanaf september wekelijks met zijn 3-jarige dochter – en andere peuters en ouders – apenkooien in een gymzaal dichtbij huis. Dit doen zij via Stichting Aapjeskooi.

“En verder wil ik mijn oude hobby hardlopen weer oppakken”, zegt hij. “Op dit moment zijn wandelen en fietsen nog mijn belangrijkste vormen van beweging. Het zijn ideale manieren om de stad te leren kennen. In maart zijn we verhuisd vanuit Enschede, waar ik ook wethouder was.” Eerenberg vertelt dit alles na de openingsvraag hoe bewust hij zelf eigenlijk bezig is met zijn leefstijl. Voor de zomerserie over preventie benaderde De Eerstelijns hem met het oog op zijn werkzaamheden bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), waar hij lid is van de commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs. Het thema van het interview: welke verantwoordelijkheid zien gemeenten voor zichzelf op het gebied van preventie?

Breed aanvliegen

Eerenberg: “Gemeenten zijn de eerste overheid. Ze staan het dichtst bij inwoners en zitten het dichtst op preventie. Over preventie weten we dat het gaat over veel onderwerpen die vaak niet medisch zijn. Denk aan armoede, onderwijs, sporten, sociaaleconomische verschillen en de keuzes in voeding. Dit zijn thema’s waar de gemeente over gaat of waar ze een netwerk heeft. Willen we als gemeenten grote stappen maken met preventie, dan moeten we het dus aanvliegen met een brede blik. Veel facetten zijn van belang bij het voorkomen van ziekten of ongezond leven.”

Gezonde voedingskeuze

Kan Eerenberg concrete voorbeelden geven? “Veel gemeenten werken samen met scholen om leerlingen te bewegen tot gezonde voedingskeuzes. Sommige scholen hebben veel leerlingen uit families met een sociaaleconomische achterstand, families waar je niet automatisch meekrijgt wat gezonde en ongezonde voeding is. Als de gemeente en het onderwijs een pact sluiten, snijdt het mes aan verschillende kanten. Leerlingen wordt bijgebracht wat een goede maaltijd of goede snack is, wat in de ideale situatie bijdraagt aan een gezondere leefstijl. Tegelijkertijd krijgen ze onderwijs over waar voeding vandaan komt. Verder nemen veel gemeenten initiatieven om te komen tot rookvrije generaties. In Utrecht proberen we nu bijvoorbeeld een aantal speeltuinen rookvrij te maken. Een speeltuin is een openbare ruimte, dus dit is een juridisch uitdaging, maar we hopen dit doel te bereiken, onder meer omdat rokende ouderen een slecht voorbeeld zijn voor spelende jongeren.”

Versterkt en versneld

Was het vijf tot tien jaar geleden denkbaar dat gemeenten zoveel oog hadden voor preventie? Eerenberg: “In de hele maatschappij is tijdens de afgelopen periode het besef gegroeid dat preventie de sleutel is als je écht het verschil wilt maken. Specifiek voor gemeenten geldt dat dit proces is versterkt en versneld nadat ze in 2015 verantwoordelijk werden voor het brede sociale domein. Sinds dat moment worden ze met grote financiële tekorten geconfronteerd. Gemeenten zijn tot de conclusie gekomen dat ze dit probleem nauwelijks kunnen oplossen door hard te bezuinigen op de zorg zelf. De cruciale kwestie is: hoe voorkóm je die zorgvraag?”

Overkoepelend plan

Eerenberg wijst op de wijkteams, buurtteams en soortgelijke gezelschappen die zijn opgezet sinds 2015. “Juist omdat preventie aan zoveel thema’s raakt, zijn dit brede teams: teams met generalisten en specialisten die samen het hele sociaal domein kennen. Teams ook waarvan soms professionals uit de eerste lijn deel uitmaken of die in elk geval in nauw contact staan met de eerste lijn. Een team kan in één keer een overkoepelend plan maken voor een inwoner, zodat deze niet telkens wordt doorverwezen of te maken krijgt met een andere benadering.”

Gouden fundament

Hij vervolgt: “De VNG kijkt met een kritische blik naar de gevolgen van de decentralisatie, want veel gemeenten kampen hierdoor met een financieel tekort. Maar er gebeuren ook fantastische dingen dankzij de decentralisatie. Dankzij de integrale wijkteams kunnen bijvoorbeeld gezinnen sneller en beter worden geholpen. Daar mogen we best een beetje trots zijn. Hoewel er nog veel verbeteringen noodzakelijk zijn, hebben nu bijna alle gemeenten een fundament dat goud waard is als je wilt door-ontwikkelen op het thema preventie.”

Eerenberg vertelt over gemeenten waar ook de afdeling Werk & Inkomen heeft gekozen voor een breder perspectief. “Dan kijkt men niet alleen naar bijstand of een armoederegeling. Nee, de vraag is: is er meer aan de hand? In het bijzonder krijgt het thema gezondheid dan aandacht, mede omdat zorg flinke kosten met zich mee kan brengen voor een individu. Het is ongewenst dat iemand daardoor zorg gaat mijden.”

Praktijkondersteuner

Nog even terug naar de eerstelijnsgezondheidszorg: Eerenberg stipt een-tweetjes aan die gemeenten maken met bijvoorbeeld de huisartsenpraktijk. “Veel gemeenten investeren in een praktijkondersteuner. Dat ontlast huisartsen. Zij hebben een hoge werkdruk, moeten vaak complexe problemen oplossen in weinig tijd. Komt daar dan ook het thema armoede bij, dan is het fijn als je een beroep kunt doen op een andere professional. Het is toch prachtig als de huisarts tegen een patiënt kan zeggen dat een deur verder een praktijkondersteuner zit die denkt vanuit het sociaal domein?”

Gezondheidsverschillen

Hoe oud word ik? Hoeveel gezonde levensjaren heb ik? De antwoorden op deze vragen worden voor een flink gedeelte bepaald door de groep waartoe iemand behoort. Zo zijn er grote verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden. Eerenberg: “Deze ongelijke verdeling is een extra zorg. Vrijwel elke gemeente heeft wijken met een sociaaleconomisch zwakke structuur waar relatief veel inwoners minder gezonde keuzes maken. Het is een grote opgave voor ons allemaal om het eerlijker te doen in ons land. We moeten met preventie niet alleen de zorgvraag naar beneden brengen, maar ook de gezondheidsverschillen verkleinen. De VNG nodigt regelmatig leden uit om op een door ons ontwikkelde website de gezondheidsverschillen in de gemeente op te zoeken. Hierop kunnen ze vervolgens beleid maken.”

Wat is eigenlijk de verantwoordelijkheid van de burger? Wat mag een gemeente van inwoners verwachten op het vlak van een gezonde leefstijl? Eerenberg: “Veel gemeenten zeggen: wij moeten ervoor zorgen dat inwoners een gezonde keuze kunnen maken, dat er bijvoorbeeld genoeg goede fietspaden zijn. Maar uiteindelijk bepaalt de inwoner zelf of hij op de fiets stapt of de auto neemt.”

Verkeerde financiële prikkel

Gemeenten ‘kopen preventie in’. Hetzelfde geldt voor zorgverzekeraars en de landelijke overheid. Eerenberg pleit voor een integrale aanpak. “Het is een mooie klus voor de toekomst dat de partijen meer gaan samenwerken. Waarom? Omdat de financiële prikkel nu eigenlijk verkeerd is. Als bijvoorbeeld de zorgconsumptie daalt dankzij een investering van de gemeente, ligt de winst bij de verzekeraar. En als een verzekeraar de premiebetaling versoepelt voor cliënten met een kleine portemonnee, kunnen gemeenten daar baat bij hebben, omdat de inwoner dan misschien niet in aanmerking komt voor een armoederegeling. Hier ligt een uitdaging voor gemeenten, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS. Hoe kunnen we lusten en lasten eerlijker verdelen? Hoe kunnen we iedereen gemotiveerd houden te blijven investeren in preventie?”

Gemeenten en preventie

Preventie zou niet alleen moeten worden belicht vanuit de sociaal-medisch invalshoek, stelt Eerenberg. “Gemeenten kunnen ontwikkelingen ook positief beïnvloeden door aandacht te besteden aan het fysieke domein. Met bestemmingsplannen en bouwontwikkeling hebben we de mogelijkheid een gezond stedelijk leven te stimuleren. Een voorbeeld? Een gebouw dat zodanig is ontworpen, dat het uitnodigt om naar buiten te gaan. Maar ook: de luchtkwaliteit verbeteren, speeltuinen inrichten of sporttoestellen voor volwassenen plaatsen in de wijk. Ik denk dat we met het relatief nieuw uitgangspunt van het fysieke domein onder meer gezondheidsverschillen kunnen verkleinen.”

Preventieakkoorden

In het algemeen huldigt de VNG het standpunt dat samenwerking belangrijk is om een succes te maken van preventie. Zo heeft de vereniging het Nationaal Preventieakkoord ondertekend en stimuleert ze gemeenten lokale akkoorden af te sluiten met lokale partners, wat ook mogelijk is op regioniveau.

De VNG heeft hier een ondersteuningsproject voor ingericht. Er zijn inmiddels al vele voorbeelden van lokale of regionale preventieakkoorden.

Verder is er de Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020 – 2024. Deze is tot stand gekomen in bestuurlijk partnerschap tussen rijk en VNG/gemeenten. Rijk en gemeente gaan zich samen inzetten voor een aantal vraagstukken: gezondheidsverschillen, vitaal ouder worden (vergrijzing), gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving en mentale druk in het dagelijks leven op jeugd en jongvolwassenen. Rode draden zijn Health in All Policies en het concept van positieve gezondheid. VNG gaat samen met het rijk ook gezondheidsontwikkelagenda’s maken om doorbraken te forceren op hardnekkige vraagstukken. Het gaat om domein-overstijgende aanpak van gezondheid, want gezondheid is vaak de oorzaak of het gevolg van andere maatschappelijke problematieken, zoals armoede, schulden, onderwijsniveau, huisvesting en een ongezonde leefomgeving.

De VNG wil de beweging naar de ‘voorkant’ stimuleren. Het streven is meer in te zetten op preventie en minder druk op de zorg te realiseren. Hoe? Er is volgens de vereniging een preventieve infrastructuur nodig, er is structureel geld nodig voor preventie en de schotten tussen de domeinen moeten worden doorbroken. De VNG wil advies hierover neerleggen bij de volgende kabinetsformateur. Verder is de VNG met het ministerie van VWS in gesprek over deze input voor de Contourennota.

Lees hier deel 3 van de serie.

De hele serie lezen? Hier vindt u het dossier.