Berichten

Longzorg gestuurd op uitkomsten

De zorgverleners in Nijkerk waren pioniers toen ze drie jaar geleden samen met zorgverzekeraar Zilveren Kruis besloten om in de eerstelijnslongzorg niet langer te sturen op productie, maar op uitkomsten. De resultaten van de pilot, die eind 2017 is afgesloten, zijn positief.

Afgerekend worden op uitkomsten, niet op productie, dat is de crux bij de pilot Innoverend contracteren in de eerstelijnslongzorg bij de twee gezondheidscentra De Nije Veste en Corlaer in Nijkerk. Zo’n tweehonderd zorgverleners, zoals huisartsen, apothekers en fysiotherapeuten, zijn daarbij aangesloten. De pilot, die april 2015 van start ging, werd mogelijk door een shared savings-contract met resultaatafspraken, afgesloten tussen de zorggroepen in Nijkerk en zorgverzekeraar Zilveren Kruis. “Doel van de pilot is om goede zorg te leveren voor onze COPD-patiënten, zonder daarbij gehinderd te worden door schotten, domeinen of discussies over eigenaarschap, bijvoorbeeld tussen eerste en tweede lijn,” legt Sam Siemssen uit, directeur Gezondheidscentra Nijkerk. “Met dit contract konden we de transmurale samenwerking tussen de longartsen van de ziekenhuizen Meander en Sint Jansdal en de eerstelijnszorg in Nijkerk goed organiseren.”

Eind 2017 is de driejarige pilot afgerond en geëvalueerd. Drie doelstellingen stonden daarbij voorop: verbeterde gezondheid van de COPD-populatie, betere ervaren kwaliteit van zorg door de patiënten en kostenreductie van de zorg. Het zijn de bekende Triple Aim-doelstellingen, legt Siemssen uit. “Wij hebben dat verbreed naar Quadruple Aim, door er een verbeterd werkplezier van zorgverleners als doelstelling aan toe te voegen.”

Meer tijd en aandacht

Drie van de vier doelstellingen zijn ruimschoots behaald. Zo is het aantal patiënten dat zich benauwd voelt sterk afgenomen en is het aantal verpleegdagen voor patiënten die voor COPD in het ziekenhuis waren opgenomen in 2015 en 2016 duidelijk verminderd ten opzichte van 2014. De ervaren kwaliteit van zorg is eveneens flink verbeterd. “Patiënten geven aan meer tijd en aandacht te krijgen. Er wordt beter naar hen geluisterd en ze krijgen betere instructies. Patiënten hebben verder het gevoel dat ze een beter gesprek met zorgverleners kunnen voeren, doordat ze beter zijn geïnformeerd over de behandeling.”

En ook de zorgverleners zijn tevreden. De gevraagde kostenreductie is nog niet gerealiseerd. “De schaalgrootte van longzorg bleek niet voldoende om maximaal rendement en resultaat te kunnen bewerkstelligen op de investeringen. Vandaar dat we hebben besloten om de pilot per 1 januari 2018 uit te breiden naar de zorg voor alle patiënten met chronische aandoeningen in ons verzorgingsgebied.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

ZonMW: Zelfredzaamheid heeft de toekomst

Alex Burdorf, afdelingshoofd Maatschappelijke Gezondheidszorg bij Erasmus MC Rotterdam, is er zeker van: zelfredzaamheid en eigen kracht van individuen gaan in de toekomst een steeds grotere rol spelen. Hij vindt wel dat professionals in zorg en preventie scherper in het oog moeten houden bij wie zelfmanagement kans van slagen heeft en bij wie niet. Want het is niet alleen het individu die dat bepaalt. En als het onverhoopt niet lukt, ben je geen loser.

Burdorf is de laatste wetenschapper die in deze ZonMw-serie over zelfmanagement aan het woord komt. Hij stelt dat zelfmanagement complexer is dan het vaak gepresenteerd wordt. “Eigen verantwoordelijkheid is geen probleem van het individu, maar van het individu in zijn omgeving. En op die omgeving kun je als individu vaak weinig invloed uitoefenen.”

Burdorf vertelt over een onderzoek onder reumapatiënten. “We zagen dat mensen zelf aan de slag gingen met de consequenties van hun ziekte voor hun leven en hun werksituatie. Ze probeerden activiteiten in de vrije tijd en op het werk als het ware om hun ziekte heen te plannen. Dát is zelfmanagement. Maar om het op hun werk echt goed te kunnen regelen, hadden ze de infrastructuur van het bedrijf nodig, hun collega’s, de leidinggevende en de bedrijfsarts. Lang niet overal kun je zomaar zeggen: ik heb vandaag veel pijn, ik begin twee uur later.”

Grenzen aan zelfredzaamheid

Waarom zijn wetenschappers terughoudender dan politici? “Als meer verantwoordelijkheid voor het individu een politieke keuze is – en dat heeft het kabinet met verve uitgedragen – dan moet je zelfredzaamheid en eigen kracht stimuleren. Ik ben ook voor eigen verantwoordelijkheid, maar de omgeving moet zelfmanagement toelaten en stimuleren. En – heel belangrijk – je moet accepteren dat sommige mensen er gewoon niet goed in zijn. Houd nou toch eens op met roepen dat iedere burger op basis van zelfredzaamheid en eigen kracht zijn eigen verantwoordelijkheid kan invullen!”

Is zelfmanagement dan iets voor mensen die zich toch al aardig weten te redden in het leven? “Als je je zaakjes goed voor elkaar hebt, is dat inderdaad een illustratie van goed zelfmanagement. Maar als de omstandigheden veranderen, als een dierbare je ontvalt of je verliest je werk, kan het zelfmanagement een zware klap krijgen. In veel studies zien wij dat als de leefomstandigheden in ongunstige zin veranderen, het zelfmanagement min of meer ondergeschikt raakt en ongezond gedrag de overhand krijgt.”

Rol voor de overheid

Er zijn lichtpuntjes. De groeiende aandacht voor het werk van patiënten in de eerste lijn en in de klinische zorg, bijvoorbeeld. Om in de ruimere omgeving, de wijk, het dorp, de stad iets te veranderen, is volgens Burdorf een overheid nodig die het voortouw neemt.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

“Binnen een virtueel verzorgingshuis is het contact intensiever”

De groep kwetsbare ouderen wordt steeds groter en er is meer aandacht en budget voor de zorg aan en begeleiding van deze groep. Tegelijkertijd verbrokkelen traditionele structuren. Dat kan worden opgevangen door digitaal aangestuurde netwerkzorg, mits die goed is georganiseerd én daadwerkelijk aansluiting heeft op systemen van professionals. Kernpunten daarin zijn goede beveiliging van gegevens en efficiënte communicatie met andere zorgsystemen. Dat blijkt uit een bijzonder project voor kwetsbare ouderen in Zuidoost-Brabant.

Ouderenzorg gaat niet meer alleen over het voorkomen, genezen of behandelen van aandoeningen. Het draait vooral om zo gezond en gelukkig mogelijk leven. Vroeger gebeurde dat in een verzorgingshuis. Tegenwoordig wil men zo lang mogelijk thuis blijven wonen en dat wordt ook van overheidswege gestimuleerd. Hierdoor worden veel verzorgingshuizen uitgekleed of zelfs gesloopt. Dat laatste gebeurde ook met het Sint Jozefshuis in Nederweert. En dat is jammer, zo redeneerde oud-huisarts Thieu Heijltjes. Want een traditioneel verzorgingshuis kent een managementlaag die toeziet op welzijn en welbevinden en nauw samenwerkt met huisartsen, apothekers, wijkverpleegkundigen en maatschappelijk en sociaal werk. Signalen worden opgevangen en gecommuniceerd op het moment dat dat nodig is. Dat kan toch niet verdwijnen? Zijn oplossing was: het Sint Jozefshuis nabootsen, maar dan virtueel. Het virtuele verzorgingshuis is opgezet in 2014 door burgerinitiatief Stichting Coördinatie Zorg en Welzijn (SCZW) samen met de Cliëntenvereniging Virtueel Zorghuis (CVZ).

Pilot

Het doel van het zorgplatform was om oudere, mantelzorger, professional en vrijwilliger beter te laten samenwerken. Belangrijk was dat ouderen en/of mantelzorgers inzicht krijgen in hun eigen zorgdossier, net als alle partijen die deelnemen in het zorgproces. Het initiatief bleek goed te werken. Maar technisch gezien was er een uitdaging. Er was verbinding nodig met de huisartsenpraktijken van Zorggroep PoZoB. Daar is met hulp van Care2U een oplossing voor gevonden. Sinds oktober loopt er een pilot waarin het individueel zorgplan (IZP) via MijnGezondheidsPlatform (MGP) wordt gedeeld met oudere/mantelzorger, wijkverpleegkundige, zorgtrajectbegeleider dementie en praktijkondersteuner ouderenzorg, legt huisarts en stafarts kwetsbare ouderen Cora van der Velden uit. “Er loopt nu een pilot bij twee praktijken in Maarheeze. Daar doen zo’n veertig a vijftig ouderen of mantelzorgers aan mee. Na de zomer gaan we het uitbreiden naar zeven praktijken in heel Cranendonck.” Het past helemaal binnen het zorgprogramma voor kwetsbare ouderen dat de zorggroep heeft opgezet, aldus Van der Velden.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Vier netwerkperspectieven op organiseren in de eerste lijn

Eerstelijnszorgverleners werken steeds meer in samenwerkingsverbanden en netwerken. Door de decentralisaties en extramuralisering wonen er meer complexe patiënten thuis. Ook wordt maatschappelijk een beroep gedaan op alle zorgaanbieders om ‘meer gezondheid voor de schaarse euro’s’ te leveren. Dat betekent dat zorgaanbieders in wijken, buurten, steden en regio’s meer moeten samenwerken. In dit artikel beschrijft bestuursadviseur Wilfrid Opheij hoe dat vorm kan krijgen.

Het samenwerkingsmodel heeft Opheij’s nadrukkelijke voorkeur om in de complexe context van de eerstelijnszorg meer effect te sorteren voor patiënten, populaties en de maatschappij. Omdat er sprake is van wederzijdse afhankelijkheid in een complexe context kan het beste gewerkt worden in ‘de logica van het netwerk’. Dit in tegenstelling tot ‘de logica van de hiërarchie’, waarbij een partij een leidende rol claimt. Samenwerken is in zijn visie nodig, maar daarmee niet vanzelfsprekend.  In dit artikel geeft hij aan wat de vier typen netwerken zijn waarin eerstelijnszorgverleners samenwerken. Ook behandelt hij de essentie van het samenwerken in netwerken.

Vier netwerkperspectieven op organiseren

In de praktijk zijn er op vier terreinen samenwerkingsvraagstukken, die in de wijk of op grotere schaal in de regio’s spelen. Vervolgens zijn er verschillende onderwerpen voor samenwerking. Het kan gaan om het organiseren van reguliere zorg of het in gang zetten van innovaties. Bijvoorbeeld gericht op de samenhang tussen zorg en welzijn, samenwerking tussen disciplines en ‘lijnen’, de inzet van technologie of de wijze van financiering. Deze vier terreinen leiden tot vier verschillende invullingen van samenwerking in netwerken die Opheij in het artikel verder uitwerkt:

  • Netwerken rond de patiënt in de wijk
  • Netwerken rond specifieke vraagstukken in de wijk
  • Netwerken rond populaties in steden en regio’s
  • Netwerken rond schaalthema’s
Aandacht noodzakelijk

In de netwerkperspectieven die Opheij schetst, zijn huisartsen sleutelspelers. Werken in netwerken vraagt iets anders van zorgverleners dan reguliere zorg en ketenzorg, benadrukt hij. Hiervoor geldt een aantal cruciale aandachtspunten, zoals het zoeken naar de gedeelde ambitie, het echt leren kennen van elkaars kwaliteiten en belangen en het goed organiseren van mandaat, eigenaarschap en verbinding.

Samenwerken in netwerken vraagt afstemming met de ander vanuit een positie van gelijkwaardigheid en wederzijdse afhankelijkheid, aldus Opheij. Het gaat altijd om het besef dat je samen meer kunt bereiken dan ieder apart en dat je daarvoor een stuk autonomie moet inleveren in het vertrouwen dat dit voor patiënt, populatie, maatschappij én jezelf meerwaarde oplevert. Het is aan eerstelijnszorgaanbieders die handschoen van het netwerkleiderschap op te pakken en er zo aan bij te dragen dat het voor patiënten en populatie beter gaat en we samen meer gezondheid voor de beperkte euro’s leveren.

Auteur: Wilfrid Opheij

Download het volledige artikel hier:

Vroege aandacht voor jeugd-GGZ kan verwijzingen voorkomen

De inzet van scharnierconsulten en de betrokkenheid van een POH-jeugd biedt huisartsenpraktijken de ruimte om een proactieve rol te spelen in de jeugd-GGZ op het gebied van lichte psychosociale problemen bij kinderen en jongeren. Initiatieven op dit gebied laten een positief voorlopig resultaat zien.

Hoe kan de jeugd-GGZ op verantwoorde wijze vorm krijgen binnen de huisartsenpraktijk? Die vraag stelden zorggroep Huisarts en Zorg en gemeenten uit de regio Alblasserwaard-Vijfherenlanden zichzelf tegen de achtergrond van de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten op 1 januari 2015. Het gevolg was een pilot, uitgevoerd tussen mei 2014 en januari 2015 en vastgelegd in het NIVEL-rapport ‘Evaluatie huisarts in de praktijk van de jeugdzorg’. In de pilot konden huisartsen uitgebreide consulten (zogenoemde scharnierconsulten) inzetten bij jeugd met psychische problematiek. Ook was per huisartsenpraktijk een POH-jeugd inzetbaar voor vier tot acht uur per week. Daarnaast was er tijdens de pilot de mogelijkheid van consultatief advies van een psychiater of gezinstherapeut. Volgens het NIVEL-rapport is de gekozen werkwijze binnen de pilot in potentie een verrijking van het zorgaanbod.

Meer initiatieven

Zorggroep Huisarts en Zorg is niet uniek met deze aanpak. Eerder al ontstond het Eureka-project voor eerstelijns jeugd-GGZ, een initiatief van de huisartsen in Medisch Centrum Eudokia in Enschede, waarover in 2014 een NIVEL-rapport verscheen. Soortgelijke ervaringen worden nu ook opgedaan bij Twentse Huisartsen Onderneming Oost Nederland (THOON) in Hengelo. Projectmanager Henk-Jan de Winter vertelt: “Met de komst van de Jeugdwet wilde de gemeente weten wat de huisartsen op het gebied van jeugdzorg boden. Zowel de gemeente Hengelo als de huisartsen wilden de samenwerking intensiveren en onderzoeken of door een grotere rol voor de huisartsenpraktijk in de jeugd-GGz medicalisering en onnodige verwijzing kunnen worden voorkomen. Besloten werd samenwerkingsafspraken te ontwikkelen met de hele keten: huisartsen, gemeente, jeugdartsen en onderwijs. Er werd een project opgezet voor de jeugd-GGz, met dezelfde opzet van scharnierconsulten en inzet van de POH-jeugd als in Enschede. Inmiddels kunnen we vaststellen dat dit project behoorlijk succesvol is verlopen.”

Download het volledige artikel hier: