Berichten

Chronische zorgprogramma’s op de schop

Krimpende budgetten en minder personeel leiden tot het veranderen van de zorg- en bedrijfsprocessen in de eerstelijnszorg. Daarnaast bieden technische applicaties de mogelijkheid om de inbreng van patiënten te vergroten. In dit artikel doen de auteurs een voorzet voor herontwerp van de chronische zorgprogramma’s, zoals diabetes, COPD, CVRM of astma.

De chronische zorgprogramma’s zijn ontwikkeld nadat in het begin van deze eeuw werd geconstateerd dat de coördinatie en afstemming in de diabetesketen niet goed georganiseerd was. De zorg was met name hierdoor niet adequaat. Er werd een Zorgstandaard Diabetes opgesteld en geïmplementeerd. Voor COPD en CVRM werd eenzelfde pad gevolgd. Het zorgprogramma Astma is later in een aantal regio’s als pilot toegevoegd. De extra aandacht voor betere samenwerking en coördinatie in deze chronische zorg heeft ertoe geleid dat Nederland qua zorguitkomsten in internationaal perspectief goed scoort. Tegelijk is vrijwel iedereen het erover eens dat de zorgstandaarden verworden zijn tot standaardzorg en wordt er steeds meer ingezet op persoonsgerichte zorg. Ook is duidelijk geworden dat wanneer er voor één patiënt meerdere zorgprogramma’s en eventueel nog andere relevante NHG- of andere richtlijnen worden ‘gestapeld’, dit niet automatisch tot de beste zorg leidt. Daarom is ingezet op persoonsgerichte zorg op basis van een individueel zorgplan.

Maatschappelijke veranderingen

In de afgelopen tien jaar is er nogal wat veranderd. We zien dat:

–          het aantal chronisch zieken blijft stijgen;

–          substitutie van budget uit de ziekenhuizen niet (voldoende) is gelukt;

–          De macro-economische zorgkosten blijven stijgen;

–          De technische mogelijkheden door inzet van eHealth en ICT-applicaties toenemen;

–          Het tekort aan arbeidskrachten verontrustende vormen aanneemt;

–          (een deel van de) patiënten meer betrokken wil worden in het zorgproces en 24/7 toegankelijkheid verwacht.

In aansluiting op deze veranderingen, moet er een nieuw perspectief worden geschetst voor de chronische zorgprogramma’s diabetes, COPD (en astma) en CVRM. Een concept dat ook toepasbaar is bij andere diagnoses, zoals GGZ of chronische beweegzorg. De auteurs schetsen een nieuwe opzet, waarbij een verschuiving plaatsvindt van standaard chronische zorg naar andere vormen van zorg. Daarbij wordt steeds meer gebruikgemaakt van zelfmanagement en ICT. Hierdoor kan de productiviteit van de professionele zorgaanbieder toenemen en worden ingezet voor patiënten die niet in staat zijn om digitaal te participeren in het zorgproces of waarbij fysieke consulten noodzakelijk zijn.

Auteurs: Jan Erik de Wildt, Ellen Huijbers, Renate Jansink, Jorien Sjoerdsma, Nathalie Eikelenboom (DOH)

Download het volledige artikel hier:

“Zorg voor patiënten met ernstig astma is ondergeschoven kindje”

Lange tijd was er in zorgverlenersland meer aandacht voor patiënten met COPD, dan voor patiënten met ernstig astma. Daar komt gaandeweg verandering in. Dit voorjaar verscheen er zowel een onderzoek naar het patiëntenperspectief bij patiënten met ernstig astma, als een verkenning naar de zorg en behandeling bij patiënten met ernstig astma. Beide onderzoeken brachten meerdere knelpunten aan het licht in de zorg voor deze kwetsbare groepen patiënten.

‘Ik moest stoppen met werken. Je lichaam laat je in de steek, je valt weg uit de maatschappij. Een heel raar gevoel.‘ ‘Nieuwe vrienden maak ik niet, doordat ik weinig buiten kom, maar ook omdat het vermoeiend is om steeds te moeten uitleggen wat je hebt en wat dat betekent.’

Dit zijn citaten van patiënten met ernstig astma. Zij namen deel aan het kwalitatief onderzoek ‘Patiëntenperspectief op ernstig astma: Inzicht in de patiëntreis van mensen met ernstig astma’. Zomer 2018 voerde onderzoeksbureau Beautiful Lives deze studie uit bij twaalf patiënten met ernstig astma en hun naasten, in opdracht van AstraZeneca. Doel is meer inzicht te krijgen in hoe patiënten ernstig astma beleven, op welke wijze zij meebeslissen over hun behandeling en in hoeverre ze op de hoogte zijn van ontwikkelingen in de zorg en behandeling van ernstig astma. Zo kan worden bijgedragen aan betere zorg voor deze patiëntengroep.

Meest opvallende conclusie uit het onderzoek is dat ernstig astma het leven van deze patiënten domineert. Ze ervaren veel ziektelast en hun wereld wordt in de loop der tijd kleiner. Het ziektebeloop is grillig en in vier fasen in te delen: zoeken naar een oplossing, erkenning & hoop, opgegeven zijn en acceptatie van de ziekte. Deze fasen gaan met uiteenlopende emoties gepaard. Zoals moedeloosheid, omdat het soms jaren kan duren voordat de huisarts doorverwijst naar de longarts of voordat de juiste diagnose wordt gesteld. Maar ook verlies van zelfwaardering, wanneer de patiënt noodgedwongen moet stoppen met werken en plotseling niet meer meetelt in de samenleving.

Onvoldoende (h)erkenning

De uitkomsten van het Beautiful Lives-onderzoek komen overeen met de verkenning ‘Zorgveld ernstig astma en moeilijk behandelbaar astma’, een initiatief van Long Alliantie Nederland (LAN) en de Vereniging Nederland Davos (VND). Marjo Poulissen, projectleider Zorg bij het Longfonds en VND, patiëntenverenigingen voor patiënten met (ernstig) astma, voert deze uit met Heleen den Besten van de LAN. Dit voorjaar presenteerden ze hun eerste bevindingen tijdens de LAN ledenvergadering.

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Online apothekersassistent SARA maakt astma- en COPD-zorg compleet

Hoe zorg je ervoor dat een patiënt de juiste informatie krijgt, zonder dat hij of zij het gevoel heeft overvoerd te worden? Dat is de kernvraag waarop Service Apotheek met het SARA-project een antwoord wil bieden. Sinds vorig jaar loopt er een pilot onder patiënten met astma en COPD. Het merendeel van de doelgroep gebruikt de medicatie niet zoals het bedoeld is. Stapsgewijze informatie – online en offline – moet daar verandering in brengen.

De letters SARA staan voor ‘Service Apotheek Raad en Advies’. “Zie het maar als een online assistent”, zegt Petra Hoogland, apotheker en clinical pharmacist bij Service Apotheek. “We hebben gezien dat informatie bij een patiënt het beste overkomt als er een gezicht bij hoort.” Maar de eHealth-toepassing is niet bedoeld om het apothekersproces te vervangen, de kracht zit ‘m juist in de combinatie van face-to-face informatie, telefonisch contact en online hulp. Of zoals Hoogland zegt: “Een apothekersassistent in je broekzak. Niet als stand-alone, maar als ondersteuning van de huidige flow en met input van de patiënt.”

Zorg op maat

Petra Hoogland legt uit: “Patiënten krijgen bij uitgifte in de apotheek uitleg over hun inhalator en hun medicatie. Na vijftien dagen krijgen ze via de mail zeven korte vragen over hun ervaringen, twijfels of eventuele bijwerkingen. Op basis daarvan kan worden bepaald welk contact er verder nodig is. Soms wordt gevraagd of een patiënt nog eens langskomt in de apotheek, sommige vragen kunnen telefonisch beantwoord worden en soms bieden we digitale ondersteuning. Zo kunnen we zorg op maat bieden.” De online omgeving van SARA biedt mogelijkheid tot contact, maar er staan bijvoorbeeld ook inhalatie-instructiefilmpjes in, informatie over gebruik en bijwerkingen van medicijnen, video’s over astma en COPD of de pollenverwachting voor de komende dagen.

Uit het werken met SARA en de zeven mailvragen blijkt dat ongeveer twintig procent van de patiënten moeite heeft met de inhalatie van corticosteroïden en behoefte heeft aan contact met de apotheker. Het handige van SARA is dat het uitfiltert met welke patiënten meer contact nodig is. Je pikt de juiste patiënten eruit en precies op het juiste moment, zo vindt Boudien Mulder-Galama, farmaceutisch consulent bij Service Apotheek Sasburg.

Patiënten reageren positief op het project, vertelt Petra Hoogland. “De pilot is begin 2017 begonnen. Toen deden dertig apotheken mee. Sinds april 2018 werken vierhonderd Service Apotheken met SARA. Nu zijn er achtduizend patiënten geïncludeerd en dat aantal groeit nog steeds.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Werken aan betere therapietrouw van patiënten met astma en COPD

Stoppen met medicatiegebruik, zich niet goed geïnformeerd voelen, het gevoel dat ze onvoldoende kunnen meebeslissen over de behandeling, de zorg voor patiënten met astma en COPD is nog lang niet optimaal. Dat blijkt uit de recente Longmonitor naar therapietrouw bij patiënten met astma en COPD van Longfonds en NIVEL. Monique Heijmans (NIVEL) en Hendrien Witte (Longfonds) over de bevindingen.

Eén op de drie patiënten met astma en één op de vier patiënten met COPD neemt hun medicatie niet in volgens voorschrift van de arts. Ruim de helft van de patiënten met astma (56%), en bijna de helft van de patiënten met COPD (45%) heeft behoefte aan extra hulp bij het omgaan met medicijnen. Het zijn opmerkelijke cijfers, komend uit de dit jaar gepubliceerde Longmonitor van NIVEL en Longfonds.

Monique Heijmans, senior-onderzoeker van het NIVEL: “De helft van de patiënten met astma heeft hun klachten slecht onder controle. Dat houdt in dat ze er ondanks hun medicatie hinder van blijven ondervinden in het dagelijks leven. Denk aan kortademigheid, benauwdheid, er ‘s nachts wakker van worden. De voornaamste oorzaak is dat ze de voorgeschreven ontstekingsremmers niet goed innemen.”

Voorlichten én navragen

De voorlichting over goed medicatiegebruik schiet tekort, stelt Heijmans. “We zien dat terug in de uitkomsten van de Longmonitor. 43 procent van de COPD-patiënten geeft aan onvoldoende informatie te hebben over waarom ze bepaalde medicijnen moeten gebruiken of niet. En 34 procent van de mensen met astma vindt dat ze onvoldoende zijn geïnformeerd over wanneer ze medicijnen wel of juist niet moeten inhaleren.”

Wat hierbij een rol speelt, is dat zorgverleners onvoldoende controleren of patiënten het medicatieadvies begrepen hebben en of ze hun medicatie wel daadwerkelijk innemen. Heijmans vindt het een taak van de huisarts om bij de patiënt uit te vragen waarom deze zijn medicatie niet inneemt.

Betere inhalatie-instructie

Hendrien Witte, directeur Patiënt, Zorg en Participatie van het Longfonds, opdrachtgever van de Longmonitor, is het met Heijmans eens. Ze zou daarom graag zien dat er tenminste twee keer per jaar een controle op medicatiegebruik zou plaatsvinden bij patiënten met astma en COPD. Patiënten willen vooral zorg op maat, stelt Witte. “Ze willen een motiverend gesprek met hun behandelaar over wat de ziekte voor hen betekent. Het is belangrijk dat zorgverleners rekening houden met persoonlijke omstandigheden.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Streven naar klachtenvrij leven met astma

Slechts dertig procent van de astmapatiënten heeft de ziekte onder controle en is volledig klachtenvrij. Maar dat kunnen er veel en veel meer zijn. “Gestructureerde transmurale zorg kan de levenskwaliteit van astmapatiënten enorm verbeteren”, zegt huisarts en onderzoeker Janwillem Kocks van het Universitair Medisch Centrum Groningen. “Vooral van de patiënt die daar zelf niet om vraagt.”

Het gros van de astmapatiënten vindt zelf dat het goed met ze gaat. “Wat ze zich vaak niet realiseren, is dat het zoveel beter kan. Op een kleine groep van ongeveer vijftien procent na horen astmapatiënten klachtenvrij te zijn. Slechts dertig procent heeft de ziekte écht onder controle. De rest neemt met minder genoegen.”

Die conclusie trekt Janwillem Kocks, programmaleider longziekten binnen het UMCG, onder meer uit de gegevens van de Astma-/COPD-dienst van het huisartsenlaboratorium in Groningen en uit het Europese REALISE onderzoek onder achtduizend astmapatiënten. Kocks roept huisartsen dan ook op om astma binnen de eerste lijn beter in kaart te brengen en gestructureerd te behandelen. “De levenskwaliteit van astmapatiënten kan daardoor écht aanzienlijk verbeterd worden. En je voorkomt dat astma tot problemen leidt zoals depressie, vermoeidheid, werk- en leermoeilijkheden of bijwerkingen door prednisonkuren.”

Gewend aan ongemak

Astma wordt vaak onderbelicht doordat de patiënten gauw tevreden zijn. Vaak hebben ze niet door dat hun ziekte niet optimaal onder controle is. Twee of meer prednisonkuren per jaar of veelvuldig gebruik van salbutamol is volgens Kocks een teken aan de wand. Als een patiënt dat nodig heeft, zou de huisarts moeten onderzoeken waarom de astma niet onder controle is. Blijft een helder antwoord achterwege na zorgvuldig nalopen van oorzaken, dan is verwijzing naar de longarts op zijn plaats. Dat gebeurt te weinig, volgens Kocks, omdat huisartsen patiënten niet altijd gestructureerd nakijken of niet op de hoogte zijn van nieuwe behandelmogelijkheden, zoals het toedienen van biologicals.

Game changer

“Zonde, want bij de juiste patiënt met een goede respons kunnen biologicals een game changer zijn”, licht longarts Annelies Beukert toe. Zij is specialist op het gebied van astma in het Martini Ziekenhuis Groningen. “Het aantal astma-aanvallen neemt af, prednison wordt afgebouwd. Mensen voelen zich gauw een stuk beter.” Biologicals zijn alleen geschikt voor een selecte groep ernstige astmapatiënten. Beukert: “Daarom is het wel belangrijk de juiste groep te selecteren. En we kunnen ook bij patiënten die niet in aanmerking komen voor een biological aanzienlijke verbeteringen behalen.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Adviezen uit Maastricht-Heuvelland voor ketenzorg bij astma

Per 1 oktober 2013 is in regio Maastricht-Heuvelland de ketenzorg astma van start gegaan. Gelijktijdig is een uitvoerige evaluatie gestart om zicht te krijgen op verandering in gezondheidstoestand van de patiënten, de kwaliteit van zorg vanuit patiënt- en zorgverlenersperspectief en in patiënttevredenheid. Hoe ziet het ketenzorgprogramma astma er uit? Wat is er geleerd? En hoe luiden de adviezen voor andere zorggroepen?

Het ketenzorgprogramma astma in de regio Maastricht-Heuvelland is bedoeld voor mensen vanaf 16 jaar met de diagnose astma, die onder behandeling zijn van de huisarts. De zorg binnen de keten wordt door praktijkondersteuners en huisartsen geleverd. Astmapatiënten worden gemiddeld tweemaal per jaar gezien door de praktijkondersteuner. Tijdens het consult wordt naar klachten, leefstijl en (problemen met) medicatiegebruik gevraagd, de inhalatietechniek gecontroleerd, educatie gegeven en lichamelijk onderzoek verricht. Binnen de ketenzorg valt ook begeleiding bij stoppen met roken en consultatie van longarts en longverpleegkundige. Door alle betrokken zorgverleners wordt geregistreerd in het regionale Keten Informatie Systeem, dat voor uitwisseling van een deel van de gegevens is gekoppeld aan het huisartsinformatiesysteem.

Voorafgaand aan implementatie is een zorgprotocol opgesteld waarin het traject van diagnosestelling tot behandeling staat beschreven. Dit zorgprotocol is gebaseerd op de NHG-standaard en de Zorgstandaard Astma bij volwassenen en wordt continu gemonitord en geëvalueerd. Op 1 januari 2016 hebben 46 (van de in totaal 55) huisartsenpraktijken in de regio een contract bij de zorggroep voor ketenzorg astma. In totaal zijn dan 829 patiënten in zorg binnen deze keten.

Resultaat

Uit onderzoek blijkt dat ketenzorg voor astmapatiënten haalbaar is, tot verbeteringen in de gezondheidsstatus van astmapatiënten en, volgens zorgverleners, tot positieve veranderingen in de kwaliteit van zorg leidt. Het organiseren van astmazorg in ketenverband leidt tot meer gestructureerde zorg ten aanzien van de verschillende elementen uit het CCM.

Adviezen

Op basis van de ervaringen zijn een aantal adviezen geformuleerd voor zorggroepen die astmaketenzorg willen inrichten:

  • Ondersteun zorgverleners bij het leveren van persoonsgerichte astmazorg die aansluit bij de behoeften van de patiënt.
  • Registreer de uitgangssituatie van de patiënt en het beloop.
  • Geef patiënten een actieve rol bij het managen van astma.
  • Begeleid de implementatie van een ketenzorgprogramma intensief en ondersteun op maat.
  • Garandeer dat patiënten voorlichting over omgaan met astma en instructie van de inhalatietechniek ontvangen.
  • Vervolgonderzoek naar de effecten in meerdere regio’s en op langere termijn wordt aanbevolen.

Auteur: Maud van Hoof

Download het volledige artikel hier:

DSW weigert astma ketenzorgcontracten

Zorgverzekeraar DSW weigert contracten af te sluiten met zorggroepen of gezondheidscentra en preferente zorgverzekeraars te volgen. Waarom is dat erg en wat is eraan te doen?

De Longalliantie Nederland heeft in 2012 de Zorgstandaard Astma Volwassenen vastgesteld. Hiermee bestaat unanimiteit bij patiëntenorganisaties, wetenschappelijke organisaties, zorgaanbieders en zorgverzekeraars over de inhoud en organisatie van de astmazorg in Nederland. Vrijwel alle zorgverzekeraars contracteren of experimenteren met ketenzorgcontracten vanuit segment 3 huisartsen of multidisciplinaire zorg. DSW erkent astmazorg echter niet als chronische multidisciplinaire zorg en wil deze alleen via de reguliere tarieven bekostigen. Ondanks aandringen van InEen en de CAHAG volhardt DSW tot nu toe in haar opstelling. Dat valt om meerdere redenen te betreuren.

Ten eerste is de astmapatiënt aangewezen op versnipperde zorg. Omdat de zorg niet integraal wordt ingekocht, moet de patiënt zelf alles regelen met de individuele zorgaanbieders en is de afstemming tussen deze zorgaanbieders niet gecoördineerd, zoals bij ketenzorg wel het geval is.
Ten tweede is het voor huisartsenpraktijken en zorggroepen vrijwel ondoenlijk en in ieder geval absoluut onwenselijk om in de dagelijkse praktijk bij de behandeling van astma onderscheid tussen patiënten te maken op basis van de zorgverzekering. Dit zou leiden tot het doorbreken van protocollen en routines in de dagelijkse praktijk en zelfs tot gezondheidsrisico’s. Daarom wordt deze zorg ook voor DSW-verzekerden vaak uitgevoerd op basis van de zorgstandaard, ook al wordt er niet voor betaald. Voor zorggroepen betekent dit dat DSW een free rider is ten opzichte van andere zorgverzekeraars.
Ten derde betekent dit extra bureaucratie, administratie en gedoe. DSW lijkt erop te gokken dat de meeste zorggroepen en huisartsenpraktijken het er maar bij laten zitten en heeft dan een free lunch op kosten van de andere zorgverzekeraars en/of de zorgaanbieders. Opmerkelijk voor een zorgverzekeraar die anderen graag de maat neemt.

Wat is hieraan te doen?

Auteurs Jan Erik de Wildt en Lex Geerts schetsen in hun artikel een aantal acties die zorggroepen/gezondheidscentra en huisartsenpraktijken kunnen ondernemen.

Auteurs: Jan Erik de Wildt & Lex Geerts

Download het volledige artikel hier:

Een DBC voor astma en COPD

De DBC COPD uitbreiden met astma. Dat is beter voor de patiënt, de huisarts en het ziekenhuis. De Arnhemse huisarts en medisch adviseur Richard Linders pleit dan ook voor een gezamenlijke DBC voor astma en COPD. “Maar zorgverzekeraars willen er niet aan.”

Minder ziekenhuisopnamedagen en een verbeterde kwaliteit van leven voor COPD-patiënten. Daar moet het landelijk zorgpad COPD longaanval met ziekenhuisopname van de Long Alliantie voor gaan zorgen. Door betere zorg te leveren aan COPD-patiënten tijdens en na een ziekenhuisopname en een goede afstemming tussen de eerste, tweede en derde lijn, hoeven patiënten met een hoge kans op herhaling minder vaak naar het ziekenhuis. Acht pilotregio’s werken inmiddels aan de implementatie van het zorgpad. Eind 2017 moet de definitieve versie van het zorgpad klaar zijn.

Te grote investering

Een van deelnemende regio’s is Arnhem. Medisch adviseur en huisarts Richard Linders is een van de initiatiefnemers, samen met verpleegkundig specialist Els Fikkers van het Rijnstate Ziekenhuis. Uit de eerste resultaten valt Linders iets op: “Huisartsen werken steeds vaker met DBC’s. Dan moeten we bewijzen dat ons werk effect heeft en dat de keten efficiënt werkt. Dat gaat prima bij diabetespatiënten. Daarbij kunnen we onze meerwaarde goed aantonen. Bij COPD is er echter iets opvallends aan de hand. Als we de eerste resultaten na 65 patiënten evalueren, springen twee zaken in het oog. Op de eerste plaats dat de DBC COPD inderdaad besparing oplevert door minder opnames in het ziekenhuis. Ten tweede dat vijftig procent van de heropnames van COPD-patiënten in het ziekenhuis komt van patiënten van huisartsen die niet meedoen aan dit zorgpad. Dat is een opvallend hoog percentage. Kennelijk leveren de huisartsen die wel deelnemen aan het zorgpad betere zorg. Maar het is natuurlijk heel jammer dat een deel van de huisartsen geen onderdeel uitmaakt van de samenwerking en patiënten niet laat deelnemen aan deze werkwijze. Maar ik begrijp die huisartsen wel. Veel huisartsen vinden deelname aan een zorgpad met uitsluitend COPD een te grote investering met te weinig rendement.”

Linders heeft ook een mogelijke oplossing: maak deelname voor huisartsen aan het zorgpad aantrekkelijker. Dat kan op een eenvoudige manier. “Als het zorgpad COPD wordt uitgebreid met astmapatiënten in een gecombineerde DBC, wordt het voor huisartsen veel aantrekkelijker om deel te nemen.”

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier:

Gezamenlijke scholing inhalatiemedicatie voor huisartsen en apothekers

De zorggroepen Chronos (huisartsen) en Concordant (apothekers) in regio Den Bosch boden hun leden in februari een gezamenlijke nascholing inhalatiemedicatie aan. Beide ketenpartners beogen daarmee verbetering van de kwaliteit van zorg, meer doelmatigheid én reductie van de zorgkosten. De nascholing spitst zich toe op het kiezen van het juiste middel, het juiste toedieningsapparaat en de juiste inhalatie-instructie.

Op het gebied van inhalatiemedicatie voor mensen met astma/COPD zijn er van oudsher knelpunten. Krijgt de patiënt wel het juiste middel en de juiste inhalator? Dat is belangrijk, want de ene patiënt kan krachtiger inademen dan de andere en daar moet de inhalator op aangepast worden. Wie geeft de eerste instructie aan de patiënt: de apothekersassistente of de praktijkondersteuner? Weten ze dat van elkaar? En geven ze eensluidende adviezen aan de patiënt? Onderzoek bewijst dat er wat aan schort: bijna de helft van de patiënten gebruikt de inhalatiemedicatie niet op de juiste manier. Ook de therapietrouw is problematisch, bij astma/COPD-patiënten ligt die veel lager dan bijvoorbeeld bij mensen met diabetes.

Redenen genoeg om met elkaar naar verbetering te streven, vindt Regien Kievits, kaderhuisarts astma/COPD en medisch coördinator COPD van zorggroep Chronos. ‘Het lag voor de hand om de praktijkondersteuners en apothekersassistenten erbij te betrekken. Zij geven immers instructie aan de patiënt. Ze moeten elkaar kennen, elkaar kunnen vinden en ze moeten het op dezelfde manier aan de patiënt uitleggen.’

In Nederland wordt per jaar voor 400 miljoen euro voorgeschreven aan inhalatiemedicatie. Huisarts Jan Sessink was overdonderd toen hij het bedrag hoorde. ‘Verschrikkelijk veel geld! De cijfers van onze eigen zorggroep kregen we erbij. We vinden zelf dat we goed op de kosten letten. Maar we moesten erkennen dat we nog veel dure combinatiepreparaten voorschrijven, terwijl dat niet altijd nodig is. Het kan goedkoper!’

Download het volledige artikel hier: