GGZ dicht bij de burger

Het gaat goed met de GGZ in de huisartsenpraktijk. In 2015 had meer dan 83 procent van de huisartsen een POH-GGZ, volgens de Monitor Generalistische Basis GGZ. In Zuidoost-Brabant gaan ze nog een stapje verder. Huisartsen, eerstelijns GGZ en specialistische GGZ werken gebroederlijk samen in het eerstelijnsketenzorgproject GGZ. De huisarts is hoofdbehandelaar in een traject van matched care. En, als de voortekenen niet liegen, met succes.

Het programma gaat uit van de vraag van de patiënt en beantwoordt die zo dicht mogelijk bij huis. De huisarts of de POH doet een intake en gebruikt daarbij gestandaardiseerde vragenlijsten die ook worden gebruikt voor monitoring van de zorg. Uitgangspunt is matched care: de zorg wordt zo laagdrempelig mogelijk aangeboden, maar ook zo specialistisch als noodzakelijk, uitgaand van de vraag van de patiënt. Dat kan doordat niet de DSM-diagnose, maar de hulpvraag leidend is. Er is dus één betaaltitel per patiënt. Om de zorg te realiseren kunnen huisarts of POH een eerstelijnspsycholoog, verslavingsconsulent en een psychiater consulteren. Voorlopige aanwijzingen duiden op aanzienlijk minder verwijzingen naar de specialistische GGZ en goed herstel.

Kansen grijpen

De samenwerking tussen huisartsen en GGZe is gestart voor 2008. Een reeks gunstige omstandigheden kwam samen. GGZe wilde haar aanwezigheid in de eerste lijn verbeteren. Bovendien had de organisatie volgens GGZe-directeur Marileen Bouts te kampen met wachtlijsten. Bouts zocht contact met de drie grote huisartsengroepen in de regio: Praktijkondersteuning Zuidoost-Brabant (PoZoB), De Ondernemende Huisarts (DOH) en Stichting Gezondheidscentra Eindhoven (SGE). Samen brachten ze de ervaring van patiënten grondig in beeld.

De huisartsengroepen hadden om verschillende redenen speciale belangstelling voor GGZ. Toen de aanbieders gezamenlijk naar verzekeraars VGZ en CZ stapten, zagen die een kans voor versterking van integrale zorg en substitutie van de tweede naar de eerste lijn.

Integrale financiering

Ondanks de goede start was het financieren van de samenwerking een traject van lange adem. Via de Beleidsregel Innovatie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) werd een pilot van drie jaar opgezet zonder eigen bijdrage ten opzichte van reguliere bekostiging. Het experiment liep van december 2011 tot december 2014 en werd vervolgens verlengd.

De innovatiegelden maakten integrale financiering mogelijk. Een DBC per patiënt ondersteunt het matched care proces. De patiënten krijgen een geïntegreerd aanbod en betalen geen eigen bijdrage voor de GGZ of verslavingszorg.

Toekomst

Hoe moet ketenzorg op termijn worden gefinancierd? Zorginkoper Angelique Gillis (VGZ): “Je zou je kunnen voorstellen dat keten-GGZ onderdeel zou kunnen zijn van huisartsenzorg in segment 2. Alleen heb je dan wel onherroepelijk communicerende vaten tussen macrokader GGZ en macrokader huisartsenzorg nodig.” Bovendien zou de ketenzorg gevrijwaard blijven van eigen risico. De verzekeraars vinden het lastig om andere eerstelijnsaanbieders uit te leggen waarom voor dezelfde zorg in de ene praktijk wel eigen risico wordt gevraagd en in de andere niet. Dit sluit aan bij landelijke discussies over het eigen risico. Daarmee doet het experiment precies waar het voor bedoeld is: bestaande zorgpraktijken openbreken.

Auteurs: Susan Hommerson, Fleur Thomése, Piet de Bekker

Download het volledige artikel hier: