Berichten

Regel de netwerkaansprakelijkheid in de zorg

Wie is civielrechtelijk aansprakelijk nadat fouten zijn gemaakt en schade is ontstaan bij de behandeling binnen een zorgnetwerk? Voor de patiënt of nabestaanden is dat vaak lang niet zo duidelijk als wanneer slechts één zorgverlener zich over de zieke heeft ontfermd. “Terwijl dat helemaal geen verschil zou moeten maken”, zegt rechtswetenschapper Charlotte Zegveld.

Bij steeds meer aandoeningen heeft de patiënt te maken met een netwerk van zorgaanbieders. Denk onder meer aan kwetsbare ouderen die ketenzorg krijgen. Eist een patiënt of nabestaande een schadevergoeding na fouten in de behandeling binnen zo’n zorgnetwerk, dan is de kans groot dat hij vastloopt op basis van het huidige medische aansprakelijkheidsrecht. De reden: er kan niet altijd een aansprakelijke partij worden aangewezen. Dit concludeert mr. Charlotte Zegveld in het onderzoek waarop zij in mei promoveerde aan de Tilburg University. Zij bepleit opname van netwerkaansprakelijkheid in de wet. “En tot die tijd zouden netwerkpartners zelf al actie moeten ondernemen om de leemte te vullen”, zegt ze.

Ze vervolgt: “Mijn indruk is dat hulpverleners veelal erg hun best doen om goede zorg te verlenen. Toch kan de totale zorg die is geboden onder de maat zijn, omdat de afstemming en samenwerking tussen zorgverleners onvoldoende zijn. Vergelijk het met een groep demonstranten op een grasveld. Los van elkaar handelen deze demonstranten niet onrechtmatig door daar te staan, maar alle individuen samen zorgen ervoor dat het veld geruïneerd wordt.”

Verschillende verschijningsvormen

Zegveld bracht in haar onderzoek de verschillende verschijningsvormen van zorgnetwerken in kaart. “Ik heb gesproken met zorgaanbieders uit netwerken. Met behulp van netwerkanalyse heb ik de netwerken in mijn onderzoek nader omschreven en afgebakend. Ik omschrijf verschillende typen netwerken, bijvoorbeeld acute-zorgnetwerken, netwerken die worden ondersteund door een zorggroep en netwerken die voor uitvoering van een programma worden gefaciliteerd door een zorg-ondersteunende organisatie. Ik heb ook eerstelijnsgezondheidscentra geanalyseerd. ‘Een eerstelijnsgezondheidscentrum’ klinkt als één juridische entiteit, maar het gaat veelal om zelfstandig opererende huisartsen, fysiotherapeuten, tandartsen en andere zorgverleners binnen één gebouw.”

Regel het!

Als het gaat om het aansprakelijkheidsrecht bij netwerken concludeert Zegveld: “Op zorgaanbieders in een netwerk rust enige zorgplicht ten aanzien van samenwerking en afstemming. Maar de reikwijdte van de zorgplicht is niet altijd even duidelijk en concreet. Het is dus maar de vraag of de zorgplicht de patiënt helpt; vaak zijn er onvoldoende aanknopingspunten om een zorgaanbieder civielrechtelijk aansprakelijk te stellen.”

Om dat op te lossen adviseert Zegveld de wetgever om aansprakelijkheid voor het hele zorgnetwerk op te nemen in het civiele medische aansprakelijkheidsrecht: netwerkaansprakelijkheid.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Goed Thuiskomen begint met goede inschatting kwetsbaarheid

Ondanks de inspanning van ziekenhuis en huisartsenpraktijk is voor de groep kwetsbare ouderen vaak veel onduidelijk bij thuiskomst na ontslag. Welke medicijnen moeten ze nou wel en niet slikken? En wat voor type zorg hebben ze thuis nu eigenlijk écht nodig? De VWS-proeftuin Pelgrim ondersteunde het project Goed Thuiskomen van Medische Centrum Malburgen, met als doel de zorg na thuiskomst te verbeteren en heropnames te  voorkomen.

Als ouderen na een ziekenhuisopname thuiskomen kan dat knap tegenvallen. Zij zijn dan vaak tijdelijk kwetsbaar door hun ziekte en hospitalisering, weet Agaath Vreeling uit ervaring. Ze is kaderhuisarts ouderengeneeskunde bij Onze Huisartsen en huisarts bij Medisch Centrum Malburgen. “In het ziekenhuis voelen mensen zich vaak een hele Piet. Eenmaal thuis blijkt een boodschapje, koken, of zelfs naar het toilet gaan toch niet helemaal te lukken. Vaak komt daar nog onduidelijkheid over medicatie en nazorg bij. Die onzekerheid maakt thuiskomende ouderen extra kwetsbaar. Het herstel zal daardoor minder goed verlopen, soms met excessen als gevolg.”

Het is bekend dat door medicatiefouten, ondervoeding en valpartijen veel heropnames plaatsvinden in de groep 65-plussers. Ouderen kunnen onomkeerbaar kwetsbaar worden, soms komen ze zelfs te overlijden, terwijl dat volgens Vreeling met de juiste zorg thuis wellicht niet nodig was geweest. “Om heropnames of erger te voorkomen is goede voeding, heldere medicatie-overdracht en het activeren van ouderen cruciaal”, zegt Vreeling.  Dat blijkt onder meer uit het praktijkgericht onderzoek ‘Goed Thuiskomen’.

Triple Aim

Het project Goed Thuiskomen ging in de zomer van 2014 van start om de zorg voor 65-plussers na ziekenhuisopname te verbeteren en heropnames terug te dringen. Onze Huisartsen in Arnhem en ROS Proscoop zijn nauw bij het project betrokken. Stefanie Mouwen is projectleider vanuit de huisartsenzorggroep, Karen van der Steen kartrekker van het praktijkgerichte onderzoek vanuit de ROS. Goed Thuiskomen is georganiseerd binnen de VWS-proeftuin Pelgrim. In de proeftuin werken onder andere  zorgverleners, gemeenten en verzekeraars samen aan het Triple Aim-concept.

Centrale zorgverlener

Goed Thuiskomen begint in letterlijke zin met een juiste inschatting van de kwetsbaarheid en dus ook zorgbehoefte van de patiënt direct na ontslag. De inzet van één centrale zorgverlener met overzicht in de eerste zes weken na thuiskomst is daarbij cruciaal. Vanuit dat ideaal stelde Agaath Vreeling een nieuw zorgpad op voor Medisch Centrum Malburgen. Met succes, zo blijkt uit het onderzoek.

Auteur:  Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Longzorg gestuurd op uitkomsten

De zorgverleners in Nijkerk waren pioniers toen ze drie jaar geleden samen met zorgverzekeraar Zilveren Kruis besloten om in de eerstelijnslongzorg niet langer te sturen op productie, maar op uitkomsten. De resultaten van de pilot, die eind 2017 is afgesloten, zijn positief.

Afgerekend worden op uitkomsten, niet op productie, dat is de crux bij de pilot Innoverend contracteren in de eerstelijnslongzorg bij de twee gezondheidscentra De Nije Veste en Corlaer in Nijkerk. Zo’n tweehonderd zorgverleners, zoals huisartsen, apothekers en fysiotherapeuten, zijn daarbij aangesloten. De pilot, die april 2015 van start ging, werd mogelijk door een shared savings-contract met resultaatafspraken, afgesloten tussen de zorggroepen in Nijkerk en zorgverzekeraar Zilveren Kruis. “Doel van de pilot is om goede zorg te leveren voor onze COPD-patiënten, zonder daarbij gehinderd te worden door schotten, domeinen of discussies over eigenaarschap, bijvoorbeeld tussen eerste en tweede lijn,” legt Sam Siemssen uit, directeur Gezondheidscentra Nijkerk. “Met dit contract konden we de transmurale samenwerking tussen de longartsen van de ziekenhuizen Meander en Sint Jansdal en de eerstelijnszorg in Nijkerk goed organiseren.”

Eind 2017 is de driejarige pilot afgerond en geëvalueerd. Drie doelstellingen stonden daarbij voorop: verbeterde gezondheid van de COPD-populatie, betere ervaren kwaliteit van zorg door de patiënten en kostenreductie van de zorg. Het zijn de bekende Triple Aim-doelstellingen, legt Siemssen uit. “Wij hebben dat verbreed naar Quadruple Aim, door er een verbeterd werkplezier van zorgverleners als doelstelling aan toe te voegen.”

Meer tijd en aandacht

Drie van de vier doelstellingen zijn ruimschoots behaald. Zo is het aantal patiënten dat zich benauwd voelt sterk afgenomen en is het aantal verpleegdagen voor patiënten die voor COPD in het ziekenhuis waren opgenomen in 2015 en 2016 duidelijk verminderd ten opzichte van 2014. De ervaren kwaliteit van zorg is eveneens flink verbeterd. “Patiënten geven aan meer tijd en aandacht te krijgen. Er wordt beter naar hen geluisterd en ze krijgen betere instructies. Patiënten hebben verder het gevoel dat ze een beter gesprek met zorgverleners kunnen voeren, doordat ze beter zijn geïnformeerd over de behandeling.”

En ook de zorgverleners zijn tevreden. De gevraagde kostenreductie is nog niet gerealiseerd. “De schaalgrootte van longzorg bleek niet voldoende om maximaal rendement en resultaat te kunnen bewerkstelligen op de investeringen. Vandaar dat we hebben besloten om de pilot per 1 januari 2018 uit te breiden naar de zorg voor alle patiënten met chronische aandoeningen in ons verzorgingsgebied.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Incident melden over muren heen

Heeft een huisarts niet vanuit het ziekenhuis vernomen dat de medicatie voor een patiënt is gewijzigd sinds de opname? In Utrecht kunnen zorgverleners dit soort – mogelijk riskante – zaken kenbaar maken via transmuraal incident melden. Het doel: leren van elkaar en zo komen tot betere en veiligere zorg.

Van de tien patiënten die de overgang maken van de eerste naar de tweede lijn of vice versa, is er bij twee tot vijf sprake van een transmuraal incident. Deze zorgwekkende cijfers worden bevestigd in nog lopend onderzoek door de afdeling Huisartsgeneeskunde van het UMC Utrecht in het Transmuraal Incident Preventie Programma (TIPP). Een van de interventies hierbinnen was het instellen van transmuraal incident melden (TIM), dat van start ging in 2016. De initiatiefnemers zijn het UMC Utrecht, het Diakonessenhuis en de coöperatie Huisartsen Utrecht Stad (HUS). Het TIM-proces is geautomatiseerd en geborgd met behulp van een applicatie die is ontwikkeld in samenwerking met softwareleverancier The Patient Safety Company. Angelien Borgdorff, bij HUS actief als programmamanager ouderen- en transmurale zorg, is een van de grondleggers. Zij heeft er ook de functie van TIM-regisseur.

Leren van incidenten

Borgdorff: “Het hoofddoel van TIM is dat de patiënt betere en veiligere zorg krijgt. Als bijvoorbeeld een huisarts of apotheker meldt dat hij geen geactualiseerd medicatieoverzicht heeft ontvangen na het ziekenhuisontslag van een patiënt, kunnen we actie ondernemen om ervoor te zorgen dat hij er voortaan wél van op de hoogte wordt gebracht door het ziekenhuis. We willen leren van incidenten en op basis van stuurinformatie komen tot betere zorgkwaliteit.”

HUS is in januari 2016 begonnen met meldingen door huisartsen en praktijkondersteuners over incidenten tussen ziekenhuis en thuis. Later is dat uitgebreid met VVT-instellingen, apothekers en een huisartsenlaboratorium. Sinds dit jaar hebben ook zorgverleners uit ziekenhuizen de mogelijkheid meldingen te doen.

Hoe werkt het?

Een zorgverlener in de eerste lijn is ongeveer vijf minuten kwijt aan het doen van een digitale melding. Als TIM-regisseur bij HUS ontvangt Angelien Borgdorff de melding, waarna zij een samenvatting maakt en deze doorstuurt naar de TIM-regisseur van de betreffende zorginstelling. Afhankelijk van het risico van de melding wordt bepaald of een analyse nodig is. Laag-risico-meldingen worden gebruikt voor trendanalyses; op hoog risico-meldingen wordt een analyse uitgevoerd.

Zijn er al resultaten te melden? Borgdorff: “Het is te vroeg om te beoordelen of TIM leidt tot betere en veiligere zorg. Maar we kunnen al wel zeggen dat het bewustzijn vergroot is onder zorgverleners.”

Auteurs: Gerben Stolk

Klik hier voor de link naar TPSC

Download het volledige artikel hier:

Privacy-expertise voor de eerstelijnspraktijk

Sinds 1 januari 2016 moet iedere zorgverlener voldoen aan de Meldplicht Datalekken. Is de informatiebeveiliging niet afdoende geregeld en belanden patiëntgegevens op straat, dan kan dat een hoge boete opleveren. Vanaf 2018 zijn alle publieke instanties bovendien verplicht om een Functionaris Gegevensbescherming aan te stellen. ZorgConnect Noord-Oost Brabant en Stichting Privacyzorg ontwikkelden samen een collectieve en betaalbare oplossing voor eerstelijnspraktijken.

ZorgConnect Noord-Oost-Brabant is een platform van 275 huisartsenpraktijken en zo’n 70 apotheken, dat is opgericht om digitale trajecten af te stemmen. In eerste instantie ging het om de digitale ondersteuning van ketenzorg, nu om het voldoen aan privacywetgeving, secure mail en toedienregistratie. “We helpen de leden keuzes maken waarmee de digitale deur voor andere partijen open blijft”, aldus kwartiermaker Martijn Kijkuit.

Externe Functionaris Gegevensbescherming

Na de introductie van de Meldplicht Datalekken ging ZorgConnect Noord-Oost-Brabant op zoek naar collectieve ondersteuning. Bij voorkeur ondersteuning die ook invulling zou geven aan de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die publieke organisaties vanaf 2018 verplicht om een Functionaris Gegevensbescherming (FG) te  hebben.

Via Ziekenhuis Bernhoven maakte Kijkuit kennis met Stichting Privacyzorg, een non-profit organisatie die ziekenhuizen en zorginstellingen al jaren ontzorgt bij het voldoen aan privacywetgeving. De stichting fungeert als een externe Functionaris Gegevensbescherming. Samen met ZorgConnect werd het succesvolle analyse- en beheermodel ook ingericht voor de eerstelijnszorg. Peter Schell, initiatiefnemer en voorzitter van Privacyzorg: “Onze inzet daarbij is dat de kosten laag blijven. Dat kan doordat we geen winstoogmerk hebben en doordat zorggroepen en regionale samenwerkingsverbanden de dienstverlening collectief inkopen.”

Privacy op zorggroepniveau

Dat deed ook Zorggroep BeRoEmD. Manager Monique Weise: “Voor de screening en ondersteuning van de huisartsenpraktijken nemen we in ieder geval voor dit jaar de kosten van het collectief abonnement voor onze rekening. Alle praktijken die dat willen kunnen een eerste inventarisatie doen en inzicht krijgen in wat er goed gaat en wat nog geregeld moet worden. Zo willen we voorkomen dat er problemen ontstaan. Mocht er ondanks alle voorzorgsmaatregelen iets gebeuren, dan kunnen we terugvallen op de experts van de stichting.”

Weise heeft Privacyzorg gevraagd om ook de knelpunten op zorggroepniveau te analyseren en prioriteren.  De eerste intake is achter de rug. “Dat ging bijvoorbeeld over de bewerkers die toegang hebben tot patiëntdata, zoals de leveranciers van HIS en KIS. Maar ook over het feit dat we in de cloud werken en over wie, wanneer en waarom toegang heeft tot gepersonaliseerde data.”

Risico’s bij apotheken

Apothekerszorggroepen Concordant en BrabantFarma maken gebruik van het collectieve abonnement dat via ZorgConnect Noord-Oost Brabant wordt aangeboden. Jan Andeweg van Concordant: “Alle leden krijgen een screening aangeboden binnen hun eigen apotheek. De eerste stap daarin is gezet, die bestond uit het invullen van een online vragenlijst. Voor apotheken verwacht ik de meeste risico’s bij de lokale verwerking van data. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met informatie die voor een medicatiereview uit het apotheekinformatiesysteem wordt gehaald en lokaal wordt opgeslagen?”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Ouderen en alcohol: maak het bespreekbaar

Het is een sluimerend maatschappelijk probleem: het alcoholgebruik onder ouderen blijft toenemen. Veel senioren zijn zich niet bewust van de gevolgen. Tot zij daarop worden gewezen, door ludieke acties of in de huisartsenpraktijk.

Ouderenbond Unie KBO greep de vastentijd tot Pasen aan om een oproep te doen aan 55-plussers: ‘Veertig dagen geen druppel’. De bond vroeg ouderen om veertig dagen helemaal geen alcohol te drinken. Nou ja, op zondag mocht een glaasje wel. Want ze zijn niet van de blauwe knoop, maar van de zilveren druppel: senioren die zich uitgedaagd voelden tot de actie kregen een speldje met een druppel. Dat opent het gesprek en zet zo anderen aan het denken over hun alcoholgebruik, zo redeneerde Unie KBO. De actie werd een daverend succes, vertelt directeur Manon Vanderkaa.

En de mensen die meededen waren al snel overtuigd. “Ze merkten resultaat. Ze vielen drie tot vijf kilo af. De bloeddruk daalde en de cholesterolwaarden verbeterden. Dat motiveert om in de toekomst het alcohol te blijven beperken.”

Cijfers en de praktijk

De ouderenbond koppelde aan de veertig dagen actie een onderzoek naar alcoholgebruik onder 950 mensen van 65 jaar en ouder. Acht van de tien ouderen drinkt al sinds hun 28ste levensjaar regelmatig alcohol. Bijna de helft drinkt zelfs behoorlijk veel. Drie van de tien senioren kennen mensen in hun omgeving met een drankprobleem.
Beppie ten Broeke werkt vanuit Tactus Verslavingszorg drie dagen per week als POH in een huisartsenpraktijk. “Van de 150 personen die per week naar de huisarts komen, zijn er zo’n vijf met alcoholproblemen”, legt ze uit. “Dat wordt niet altijd opgemerkt. In de verslavingszorg zie je drie doelgroepen voorbijkomen. Allereerst de ouderen die altijd al dronken en zich, nu ze ouder zijn en soms ook nog meer zijn gaan drinken, niet bewust zijn van de gevolgen. Dit is de groep die je in de huisartsenpraktijk tegenkomt, vaak ook in relatie met somatische of onduidelijke klachten. Bij de online behandeling Alcoholdebaas.nl komen we naar verhouding een grotere groep ouderen tegen dan in face-to-face behandeling. Daarnaast komen er cliënten met chronische alcoholproblematiek in de verslavingszorg. En bij bemoeizorg komen cliënten met multiproblematiek via de huisarts. Bij deze groep is vaak de vraag: wat zijn de gevolgen van ouderdomsziekten en wat is terug te leiden op alcoholgebruik? En hoe ver ga je in het terugdringen van alcoholgebruik? De norm voor verantwoord alcoholgebruik is hiervoor een goede leidraad.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Stefan Meinema, HZD: ‘Terugkeer naar aloude kerntaak van huisartsen is juist van deze tijd’

Bedrijfskundige Stefan Meinema werkte bijna tien jaar bij biofarmaceutisch bedrijf AstraZeneca. Hij had veel contact met zorggroepen en zo werd de zorg bekend terrein voor hem. En eerlijk is eerlijk, soms jeukten zijn handen om de eerstelijnszorg efficiënter te maken. Sinds januari 2014 kan Meinema zijn invloed laten gelden als operationeel verantwoordelijke bij Huisartsenzorg Drenthe. 

Stefan Meinema (38) kan er geen romantisch verhaal van maken, zegt hij lachend. Tijdens zijn studie bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen droomde hij echt niet van een carrière in de zorg. Hij begon als rayonmanager bij het internationaal opererende AstraZeneca en groeide snel door naar salesmanager. ‘Ik zag hoe traag, onlogisch en inefficiënt sommige processen in de zorg zich voltrokken. Bedrijfskundige kennis kon hierin een verschil maken, bedacht ik. Als procesdenker zou ik daar iets aan kunnen toevoegen. In mijn huidige functie bij Huisartsenzorg Drenthe (HZD) kan ik de klantgerichtheid en de snelheid van een commercieel bedrijf combineren met de kennis van de mededirecteur, een huisarts. Een fijne match, wij vullen elkaar uitstekend aan.’

Veel discussies gaan over geld, over de hoogte van het tarief. Volgens Meinema leidt dat de aandacht af van waar het eigenlijk om draait. ‘Hoe kun je je zorgproces zo inrichten dat je zo veel mogelijk overhoudt? Als er niet meer in het vat zit, kun je twee dingen doen. Blijven klagen dat het te weinig is of de praktijk efficiënter inrichten. In de eerste lijn denken niet veel mensen op procesniveau; veel zorgprocessen kunnen doelmatiger georganiseerd worden. Daar liggen nog veel kansen.’

Hoe stimuleer je ondernemerschap in de zorg?

‘Daarvoor ligt de vraag óf je dat wel moet doen. Dat hangt af van wat de huisarts zelf wil. Een huisarts bijvoorbeeld, die drie dagen per week dokter wil zijn, daarnaast tijd wil hebben voor zijn gezin en voor een sociaal leven en die bovendien niets ziet in ondernemerschap, is beter af met een gelijkgestemde collega met wie hij samen de praktijk kan draaien. Een praktijkmanager kan dan het ondernemerschap organiseren. Met zo’n trio is een praktijk goed te runnen. Wie is dan degene die de bedrijfsvoering bepaalt? De huisarts natuurlijk, zal vrijwel iedereen zeggen. Ik weet niet of dat wel zo is. Een praktijkmanager die begrijpt wat er speelt in een praktijk zou in staat moeten zijn de belangen van de huisarts te dienen en te vertegenwoordigen.’

Meinema is er geen voorstander van om onder druk van het tijdsgewricht koste wat het kost talenten te ontwikkelen die er in aanleg soms niet zijn. ‘Liggen je ambities op het medisch-inhoudelijke vlak, houd het dan daarbij.’

Download het volledige artikel hier:

Apotheker als volwaardig eerstelijns zorgverlener

De apothekers hebben zware jaren achter de rug. Vanaf 2008 is de goodwill verdampt, zijn er gedwongen overnames en soms zelfs sluitingen geweest en is er veel gediscussieerd over de toegevoegde waarde van de apotheker in het zorgproces.

In 2012 is de prestatiebekostiging van start gegaan. Apothekers vinden dat er nog een te lage vergeoding voor de zorg is. En van de 11 uitgeschreven prestaties worden momenteel slechts vier gecontracteerd in de eerste lijn bij de openbare farmacie.

In februari 2013 hebben de verkenners Rinnooy Kan & Reibestein over de stand van extramurale farmacie gerapporteerd. De 3 belangrijkste conclusies: vrije prijsvorming heeft tot een betere prijs/kwaliteit verhouding gezorgd. In de logistiek en distributie zijn er belangrijke innovaties gerealiseerd. Patiënten zijn over het algemeen tevreden met de extramurale farmaceutische zorg. Daarnaast zijn er ook aandachtspunten: de zorginkoop & contractering door zorgverzekeraars geeft onvrede aan de kant van de apothekers. Het preferentiebeleid daarin is het belangrijkste knelpunt en bedreigt het bedrijfsmodel van de apotheken. De bijbehorende administratieve lasten verhogen de werkdruk, evenals de communicatie bij wijziging naar de patiënt. Ook de substitutie van bepaalde medicijnen vanuit extramuraal naar de ziekenhuizen; een merkwaardige beslissing die tegen de reguliere substitutie indruist. Tot slot werd geconstateerd dat er een gemeenschappelijk toekomstperspectief was: de apotheker als zorgverlener in een geïntegreerde eerstelijnszorg.

Het vervolg op de analyse van de verkenners heeft plaatsgevonden in het bestuurlijk overleg farmacie. Hier zijn enkele belangrijke beleidslijnen uitgezet.

Download het volledige artikel hier: