Berichten

Integraal zorgplan voor kwetsbare mensen in Etten-Leur

Elke huisarts heeft te maken met kwetsbare patiënten die de deur plat lopen bij de huisartsenpraktijk, SEH en welzijnsinstanties. Ze melden zich met onduidelijke gezondheidsklachten, de oorzaak daarvan ligt vaak op sociaal-maatschappelijk terrein. In Etten-Leur ontwikkelden huisartsen en het Sociaal Wijkteam een persoonsgerichte, integrale zorgaanpak voor mensen met multiproblematiek. Huisarts Jan-Frans Mutsaerts: “Een vrijwilligersbaan kan beter werken dan medicijnen.”

Zestien huisartsenpraktijken en het Sociaal Wijkteam in Etten-Leur zijn ervan overtuigd dat hun integrale, persoonsgerichte aanpak de levenskwaliteit van kwetsbare mensen op termijn zal verbeteren. “Dat is hard nodig”, aldus huisarts en kartrekker Jan-Frans Mutsaerts. “We hebben het over mensen die extreem veel zorg en energie consumeren. Ze lopen drie keer per week de praktijk binnen zonder dat wij ze goed kunnen helpen. Dat is frustrerend voor de patiënt en de huisarts voelt zich machteloos omdat er medisch weinig aan de hand is. Ons doel is om deze mensen gerichter en béter te helpen en tegelijkertijd de hoge zorgkosten te temperen.”

Zingeving

Huisartsen en wijkteams startten in maart met de uitvoering van het project Multiprobleem Aanpak Kwetsbare Burgers. Gemeentecoördinator Marthe van Berkel schudt de ‘leuke successen’ nu al zo uit haar mouw. Jan-Frans Mutsaerts, tevens voorzitter van het regionaal samenwerkingsverband Verbonden in Zorg (ViZ): “Het goede aan dit project is dat huisartsen en gemeente de nieuwe aanpak samen hebben bedacht. Voordeel is dat ik daardoor nu weet wie wat doet binnen het sociaal domein. Ik ken de gezichten, compleet met 06-nummer erbij. Dat alleen is al enorme winst in allerhande situaties.”

Sneller juiste zorg

Multiprobleem Aanpak Kwetsbare Burgers vloeit voort uit het samenwerkingsverband ViZ in regio West-Brabant. Zorgverleners, gemeenten en zorgverzekeraar CZ werken daarin samen aan de Triple Aim-doelstelling: verbetering van de algemene gezondheid, verbetering van kwaliteit van zorg en verlagen van zorgkosten. Bedoeling van de Multiprobleem Aanpak is dat de groep kwetsbare mensen met multiproblematiek eerder en voornamelijk in zorg komt bij Sociaal Wijkteam Etten-Leur, dat snel en preventief hulp kan bieden vanuit alle denkbare disciplines binnen het sociaal domein. Daarvoor is één Centrale Coördinator Wijkteam aangesteld, die contact heeft met de huisarts. Van Berkel: “De natuurlijke gang van mensen met multicomplexe casuïstiek was tot nu toe: hup, direct naar de huisarts. Maar huisartsen weten minder goed de weg binnen het sociaal domein. De juiste hulp komt mede daardoor vaak laat op gang. We verwachten dat mensen door de nieuwe aanpak sneller de juiste zorg krijgen.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Uitslagenportaal leidt tot meer zelfregie en minder zorgkosten

Om patiënten meer te betrekken bij hun eigen zorgproces ontwikkelde diagnostisch centrum Saltro samen met huisartsen het digitale uitslagenportaal. Daarin kunnen patiënten zelf hun bloeduitslag met laagdrempelige uitleg inzien. Zowel gebruikers als huisartsen zijn tevreden over het portaal. Uit een Social Return on Investment analyse blijkt bovendien dat de dienst uiteindelijk leidt tot minder zorggebruik en zorgkosten in de tweede lijn.

“Patiënten een week lang laten wachten op een bloeduitslag? Nee, dat is echt niet meer van deze tijd”, vindt Annelijn Goedhart, Adviseur/Coördinator Innovatie van Saltro. Het diagnostisch centrum voorziet zo’n 1.350 huisartsen in Midden-Nederland van laboratoriumuitslagen. “Wij merken dat de vraag van patiënten toeneemt om hun eigen bloeduitslag in te zien. Mensen wensen een actieve rol in hun persoonlijke zorgproces, daarvoor moeten ze goed geïnformeerd zijn. Daar hebben ze ook recht op. ”

In 2013 ontwikkelde Saltro in samenwerking met huisartsen het uitslagenportaal. Patiënten kunnen de uitslag van hun bloedonderzoek inzien via het patiëntenportaal van de huisarts. In de toekomst wil Saltro ook uitslagen tonen van microbiologie en functieonderzoeken zoals ECG’s. Goedhart: “Het mooie is dat de uitslagen ook worden geduid in begrijpelijke taal. Zo staat bijvoorbeeld bij de T.S.H waarde dat dit een stof is die de werking van de schildklier controleert. En dat een lage T.S.H. kan duiden op een te hard werkende schildklier. Patiënten krijgen op deze manier meer inzicht in hun eigen gezondheid, zo raken ze meer betrokken bij het zorgproces en gaan ze ook beter voorbereid in gesprek met de huisarts.”

Waardevolle service

Zo’n driehonderd huisartsen, verdeeld over 65 praktijken bieden de digitale dienst inmiddels via het patiëntenportaal aan. In deze praktijken wordt gemiddeld 25 procent van de bloeduitslagen online bekeken. Dat aantal ligt aanzienlijk hoger, tot wel vijftig procent, in praktijken met een uitgebreid pakket aan eHealth-services. Uiteraard blijven huisartsen altijd via de gebruikelijk weg alle uitslagen ontvangen. In urgente situaties belt Saltro de uitslag door. “Zorgverleners zien het uitslagenportaal als een waardevolle service aan patiënten”, weet Goedhart uit eigen evaluatieonderzoek.

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Eenvoudige handleiding helpt huisartsen om onnodig ICS-gebruik te stoppen

Veel patiënten met lichte tot matige COPD gebruiken onnodig inhalatiecorticosteroïden (ICS). Het gebruik in deze groep is niet altijd effectief, maar kan wel leiden tot onnodige bijwerkingen en zorgkosten. Een groep longzorg experts bundelde de krachten in een samenwerkingsverband en bouwde een handleiding om onnodig ICS-gebruik af te bouwen. Deze ICS-reductietool wordt nu getest.

De NHG-standaard is helder: inhalatiecorticosteroïden schrijf je als huisarts alléén voor aan patiënten die vaak COPD-exacerbaties hebben ondanks goede luchtwegverwijders. Dat is zo’n twaalf procent van alle COPD-patiënten. “In de praktijk zien we dat ongeveer zestig procent van de COPD-patiënten vaak jaren, of zelfs levenslang ICS gebruikt”, aldus Niels Chavannes, hoogleraar huisartsgeneeskunde en COPD-deskundige van het LUMC.

Het probleem van overmatig ICS-gebruik bestaat al lang. Huisartsen schreven veel pufjes voor vanuit eerdere COPD-richtlijnen. En vanaf dat moment is een groot deel van de patiënten ze blijven gebruiken. Huisartsen schatten de preventieve werking van ICS op exacerbaties nog onterecht hoog in. Chavannes: “Inzichten zijn veranderd. Zo weten we sinds kort dat ICS naast relatief milde bijwerkingen zoals keelschimmel, blauwe plekken en osteoporose de kans op longontsteking vergroot. Als je het immuunsysteem onterecht plat legt, bereik je een tegenovergesteld effect. Los daarvan kost medicatie voor COPD en astma de maatschappij veel geld dat niet altijd doelmatig wordt gebruikt.”

Veilig stoppen

Maar stoppen met ICS is niet gemakkelijk, zorgvuldige begeleiding is daarom belangrijk. Met steun van het farmaceutisch bedrijf Boehringer Ingelheim ontwikkelden onderzoekers op basis van recente wetenschappelijke inzichten en kennis een handleiding voor huisartsenpraktijken om patiënten veilig te laten stoppen met ICS. Er werd op toegezien dat de ICS-reductietool voor álle huisartsen en POH’s begrijpelijk is.

De tool bestaat uit een stroomschema waarin twee belangrijke hoofdvragen worden gesteld. Is er sprake van astma? Zo ja, continueer ICS. Was er afgelopen jaar sprake van twee lichte exacerbaties of één ernstige? Zo niet, dan kan ICS worden stopgezet. De handleiding bevat naast het stroomschema ook een monitoring-gedeelte waarin staat hoe vaak en wanneer een patiënt die gestopt is met ICS moet worden gezien, wat er gedaan moet worden als er klachten zijn en wanneer ICS gebruik heroverwogen moet worden. Chavannes: “Monitoring is belangrijk. We hebben het over mensen die vaak levenslang hun pufjes namen. Twintig tot dertig procent krijgt toch klachten terug. Ook ligt het nocebo-effect op de loer. Mensen missen hun pufjes en kunnen in paniek raken zonder.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Streven naar klachtenvrij leven met astma

Slechts dertig procent van de astmapatiënten heeft de ziekte onder controle en is volledig klachtenvrij. Maar dat kunnen er veel en veel meer zijn. “Gestructureerde transmurale zorg kan de levenskwaliteit van astmapatiënten enorm verbeteren”, zegt huisarts en onderzoeker Janwillem Kocks van het Universitair Medisch Centrum Groningen. “Vooral van de patiënt die daar zelf niet om vraagt.”

Het gros van de astmapatiënten vindt zelf dat het goed met ze gaat. “Wat ze zich vaak niet realiseren, is dat het zoveel beter kan. Op een kleine groep van ongeveer vijftien procent na horen astmapatiënten klachtenvrij te zijn. Slechts dertig procent heeft de ziekte écht onder controle. De rest neemt met minder genoegen.”

Die conclusie trekt Janwillem Kocks, programmaleider longziekten binnen het UMCG, onder meer uit de gegevens van de Astma-/COPD-dienst van het huisartsenlaboratorium in Groningen en uit het Europese REALISE onderzoek onder achtduizend astmapatiënten. Kocks roept huisartsen dan ook op om astma binnen de eerste lijn beter in kaart te brengen en gestructureerd te behandelen. “De levenskwaliteit van astmapatiënten kan daardoor écht aanzienlijk verbeterd worden. En je voorkomt dat astma tot problemen leidt zoals depressie, vermoeidheid, werk- en leermoeilijkheden of bijwerkingen door prednisonkuren.”

Gewend aan ongemak

Astma wordt vaak onderbelicht doordat de patiënten gauw tevreden zijn. Vaak hebben ze niet door dat hun ziekte niet optimaal onder controle is. Twee of meer prednisonkuren per jaar of veelvuldig gebruik van salbutamol is volgens Kocks een teken aan de wand. Als een patiënt dat nodig heeft, zou de huisarts moeten onderzoeken waarom de astma niet onder controle is. Blijft een helder antwoord achterwege na zorgvuldig nalopen van oorzaken, dan is verwijzing naar de longarts op zijn plaats. Dat gebeurt te weinig, volgens Kocks, omdat huisartsen patiënten niet altijd gestructureerd nakijken of niet op de hoogte zijn van nieuwe behandelmogelijkheden, zoals het toedienen van biologicals.

Game changer

“Zonde, want bij de juiste patiënt met een goede respons kunnen biologicals een game changer zijn”, licht longarts Annelies Beukert toe. Zij is specialist op het gebied van astma in het Martini Ziekenhuis Groningen. “Het aantal astma-aanvallen neemt af, prednison wordt afgebouwd. Mensen voelen zich gauw een stuk beter.” Biologicals zijn alleen geschikt voor een selecte groep ernstige astmapatiënten. Beukert: “Daarom is het wel belangrijk de juiste groep te selecteren. En we kunnen ook bij patiënten die niet in aanmerking komen voor een biological aanzienlijke verbeteringen behalen.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Goed Thuiskomen begint met goede inschatting kwetsbaarheid

Ondanks de inspanning van ziekenhuis en huisartsenpraktijk is voor de groep kwetsbare ouderen vaak veel onduidelijk bij thuiskomst na ontslag. Welke medicijnen moeten ze nou wel en niet slikken? En wat voor type zorg hebben ze thuis nu eigenlijk écht nodig? De VWS-proeftuin Pelgrim ondersteunde het project Goed Thuiskomen van Medische Centrum Malburgen, met als doel de zorg na thuiskomst te verbeteren en heropnames te  voorkomen.

Als ouderen na een ziekenhuisopname thuiskomen kan dat knap tegenvallen. Zij zijn dan vaak tijdelijk kwetsbaar door hun ziekte en hospitalisering, weet Agaath Vreeling uit ervaring. Ze is kaderhuisarts ouderengeneeskunde bij Onze Huisartsen en huisarts bij Medisch Centrum Malburgen. “In het ziekenhuis voelen mensen zich vaak een hele Piet. Eenmaal thuis blijkt een boodschapje, koken, of zelfs naar het toilet gaan toch niet helemaal te lukken. Vaak komt daar nog onduidelijkheid over medicatie en nazorg bij. Die onzekerheid maakt thuiskomende ouderen extra kwetsbaar. Het herstel zal daardoor minder goed verlopen, soms met excessen als gevolg.”

Het is bekend dat door medicatiefouten, ondervoeding en valpartijen veel heropnames plaatsvinden in de groep 65-plussers. Ouderen kunnen onomkeerbaar kwetsbaar worden, soms komen ze zelfs te overlijden, terwijl dat volgens Vreeling met de juiste zorg thuis wellicht niet nodig was geweest. “Om heropnames of erger te voorkomen is goede voeding, heldere medicatie-overdracht en het activeren van ouderen cruciaal”, zegt Vreeling.  Dat blijkt onder meer uit het praktijkgericht onderzoek ‘Goed Thuiskomen’.

Triple Aim

Het project Goed Thuiskomen ging in de zomer van 2014 van start om de zorg voor 65-plussers na ziekenhuisopname te verbeteren en heropnames terug te dringen. Onze Huisartsen in Arnhem en ROS Proscoop zijn nauw bij het project betrokken. Stefanie Mouwen is projectleider vanuit de huisartsenzorggroep, Karen van der Steen kartrekker van het praktijkgerichte onderzoek vanuit de ROS. Goed Thuiskomen is georganiseerd binnen de VWS-proeftuin Pelgrim. In de proeftuin werken onder andere  zorgverleners, gemeenten en verzekeraars samen aan het Triple Aim-concept.

Centrale zorgverlener

Goed Thuiskomen begint in letterlijke zin met een juiste inschatting van de kwetsbaarheid en dus ook zorgbehoefte van de patiënt direct na ontslag. De inzet van één centrale zorgverlener met overzicht in de eerste zes weken na thuiskomst is daarbij cruciaal. Vanuit dat ideaal stelde Agaath Vreeling een nieuw zorgpad op voor Medisch Centrum Malburgen. Met succes, zo blijkt uit het onderzoek.

Auteur:  Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

“In het digitale GGZhuis vind je snel en makkelijk de juiste psychische zorg”

Het kan knap lastig zijn om patiënten met psychische klachten naar de juiste zorgprofessional door te verwijzen. De GGZ is complex en verwijzingen leveren sneller discussie op dan binnen de somatiek. Huisarts Erik van Gijssel startte vanuit Huisartsenvereniging Regio Zwolle (HRZ) het GGZhuis waarin huisartsen en GGZ-professionals samenwerken. Via een online platform vinden huisartsen nu snel en gemakkelijk de juiste gespecialiseerde psychische zorgverlener. Ook voor overleg.

Sinds huisarts Erik van Gijssel (57) in 1999 zijn eigen praktijk startte in het gereformeerde Hanzestadje Hasselt, ontwikkelde hij een bovengemiddelde interesse voor psychiatrie. “Het aantal suïcides in deze regio was in die tijd vier keer zo hoog als het landelijk gemiddelde. Dat is als huisarts heel pittig en intensief om mee te maken”, vertelt Van Gijssel.

In zijn werkgebied heerste toen, en nog steeds, veel schaamte over psychische ziekten als een depressie of angststoornis. Van Gijssel: “Zo bleek de vrouw van een van mijn patiënten al twintig jaar binnen te zitten. Ze durfde de deur niet uit vanwege straatangst. Als huisarts ontdekte ik het per toeval. De weg naar passende zorg wist het echtpaar kennelijk al die jaren niet te vinden. Het zijn dit soort schrijnende casussen waardoor ik besloot: hier moet ik als huisarts iets mee doen.”

Om de drempel voor psychische hulp in zijn regio te verlagen, startte Van Gijssel al tien jaar geleden het project GGZ Van Het Gewone leven. Behandelmogelijkheden van psychische klachten in de eerste lijn werden via dit project vergroot nog voordat de herinrichting van de GGZ zijn intrede deed. Inmiddels is Van Gijssel kaderhuisarts GGZ en voorzitter van de GGZ-commissie van Huisartsenvereniging Regio Zwolle (HRZ) en in die hoedanigheid ook grote kartrekker van het nieuwe GGZhuis. Medebouwers van het GGZhuis zijn de Regionale Ondersteuningsstructuur ProScoop en huisartsenorganisatie Medrie.

Betere samenwerking

Kort gezegd is het GGZhuis een organisatie die de samenwerking tussen huisartsen en zorgprofessionals in de GGZ-zorg bevordert. Met als doel elke patiënt snel naar de juiste behandeling te krijgen. “Het GGZhuis online platform is een nieuw en prachtig hulpmiddel voor huisartsen om met regionale GGZ-hulpverleners te communiceren”, aldus Van Gijssel. “Ze vinden er snel en makkelijk de juiste GGZ-professionals voor doorverwijzingen. Huisartsen en GGZ-professionals kunnen elkaar vragen stellen, werkafspraken maken en er is informatie te vinden over allerhande bijscholingen voor huisartsen en POH’s op het gebied van GGZ.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

“Specialisten moeten huisartsen-minded zijn”

Na minister Schippers zet ook het nieuwe kabinet in op verschuiving van tweede- naar eerstelijnszorg om kosten te beheersen en de kwaliteit van zorg te verbeteren. Hoe werkt substitutie in de praktijk? Wat levert het op? In de proeftuinen MijnZorg en Anders Beter werken huisartsen en specialisten al een tijd samen vanuit een anderhalvelijnscentrum of via anderhalvelijnsproducten. “Belangrijkste  voorwaarde voor succes is dat specialisten huisartsen-minded zijn”, aldus Bem Bruls, directeur van Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL).  

Al in 2014 startte in Heerlen het anderhalvelijnscentrum PlusPunt MC binnen de proeftuin MijnZorg. HOZL, Zuyderland Medisch Centrum, zorgverzekeraar CZ en patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg trekken binnen deze proeftuin samen op om de Triple Aim doelstelling te realiseren: betere zorg en een betere algemene gezondheid tegen lagere kosten.

PlusPunt MC focuste de eerste twee jaar op het specialisme cardiologie met als doel een snelle, one stop shop diagnostiek van patiënten met hartklachten. Diagnostiek in PlusPunt MC valt onder eerstelijnszorg en heeft geen consequenties voor het eigen risico. Begin 2016 zijn de specialismen KNO, dermatologie, laagcomplexe chirurgie en interne geneeskunde aan het PlusPunt toegevoegd. Orthopedie en ouderengeneeskunde volgen.

Eerlijkheid gebiedt HOZL-medisch directeur en huisarts Bem Bruls te zeggen: “Het PlusPunt is maatwerk en succes verschilt per specialisme. Belangrijke voorwaarde is dat een specialisme zich goed leent voor substitutie van tweede- naar eerstelijnszorg. De betrokken specialisten moeten huisartsen-minded zijn.”

Onderzoek

De vraag is of substitutie zorgkosten ook écht afremt en de kwaliteit van zorg en gezondheid aantoonbaar verbetert. Maastricht UMC brengt de effecten in beeld, zodat tussentijds kan worden bijgestuurd. Gevraagd naar de ervaren kwaliteit van zorg scoort de interventiegroep van PlusPunt op 25 van de 27 variabelen voorlopig hoger dan de controlegroep. “Maar conclusies over kosten vergen longitudinaal onderzoek”, aldus gezondheidswetenschapper-epidemioloog Dirk Ruwaard in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Dat neemt niet weg dat huisartsen op lokaal niveau wel degelijk spreken over verschuivingen. Het aantal verwijzingen naar de tweede lijn is volgens Bem Bruls duidelijk verminderd.

Meer anderhalvelijnsproducten

Ook in de proeftuin Anders Beter in de Westelijke Mijnstreek zijn volgens Zuyderland MC-internist Mariëlle Krekels en huisarts Paul Bergmans succesvolle ‘anderhalvelijnsproducten’ ontwikkeld om laagcomplexe zorg in de eerste lijn te houden. Krekels en Bergmans zijn tevens directeur van MMC Omnes, een regionale organisatie die onder meer samenwerking tussen huisartsen en specialisten bevordert. Gevraagd naar de eerste successen van substitutie noemen zij onder meer e-meedenkconsulten, het osteoporosespreekuur en tele-dermatologische consulten.

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Proactieve samenwerking voorkomt oneigenlijke opnames ouderen

Zorgbehoevende ouderen wonen langer thuis en verhuizen alleen in het uiterste geval naar een verzorgingshuis. Dat voert de druk op de gezondheidszorg behoorlijk op. Wachtkamers zijn overvol; op piekmomenten raken SEH’s verstopt. In de proeftuin MijnZorg in Oostelijk Zuid-Limburg lukt het specialisten, huisartsen en wijkverpleegkundigen de ouderenzorg te verbeteren door intensieve samenwerking. “We streven allemaal hetzelfde doel na: de juiste zorg op de juiste plek.”

“Soms kan met geringe inspanning zo’n grote verbeterslag worden gemaakt”, vertelt kaderhuisarts ouderengeneeskunde Frank Guldemond met zichtbaar genoegen op het kantoor van Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL). “Hier in Heerlen zijn de dienstdoende avond- en nachtwijkverpleegkundigen van MeanderZorggroep sinds kort gekoppeld aan de Huisartsenpost en de SEH in Zuyderland Medisch Centrum. Het blijkt een wonderbaarlijke quick win, die niet voor niets landelijk navolging krijgt. Voorheen reed de Ambulante Nachtzorg nog standaard vanuit Verpleeghuis Lückerheide door de regio om ouderen thuis te verzorgen. Contact met huisartsen en specialisten was er nauwelijks. Door deze wijkverpleegkundigen simpelweg een werkplek te geven op de HAP in Heerlen leerden ze elkaar kennen. Met alle positieve gevolgen van dien.”

Paul Kuipers, Senior Beleidsmedewerker Transmurale Zorg van Zuyderland vult aan. “Men vond elkaar al snel in hetzelfde streven: de juiste zorg op de juiste plek. Er is onderling veel waardering. De vraag wie het best op huisbezoek kan gaan, huisarts of wijkverpleegkundige, vormt nu een vast onderdeel van de triage op de huisartsenpost.”

Guldemond: “En geloof me, die wijkverpleegkundige kan echt wonderen verrichten. Goede basiszorg voorkomt onnodig huisbezoek van de huisarts, zelfs oneigenlijke ziekenhuisopnames.”

Kuipers: “En stel, een 86-jarige alleenstaande vrouw komt ’s nachts wél met een gebroken arm op de SEH terecht. Voorheen lag opname in een ziekenhuisbed al snel voor de hand. Waar moest de patiënt anders heen? Nu merken we: als de wijkverpleegkundige goede nazorg biedt, kan zo’n dame vaak toch veilig naar huis. In de eerste plaats beter voor haar. Ziekenhuisopname kan mensen op hoge leeftijd behoorlijk ontwrichten. Blijkt opname alsnog nodig, dan heeft de wijkverpleegkundige de zorg ook heel snel opgeschaald.”

Zorgcontinuüm

De koppeling van Ambulante Nachtzorg aan SEH en HAP is een eerste succes van het Project Zorgcontinuüm voor ouderen. Dit project loopt binnen de proeftuin MijnZorg Oostelijk Zuid-Limburg. Betrokken zorgpartners – Huisartsen OZL, Zuyderland Medisch Centrum, zorgverzekeraar CZ, patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg, VVT-organisaties Meander, Cicero en Sevagram, en de gemeenten Heerlen en Kerkrade – werken intensief samen om ouderenzorg kwalitatief goed, toegankelijk en toch betaalbaar te houden.

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Zuid-Limburgse huisartsen en specialisten schrijven met één pen voor

Om zo doelmatig en goedkoop mogelijk medicatie voor te schrijven zonder in te boeten aan kwaliteit, werken huisartsen, specialisten en apothekers in de Zuid-Limburgse Mijnstreek sinds begin 2017 met één regionaal formularium. Dit MIJNstreek formularium is opgezet binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg, met als doel: het realiseren van betere en betaalbare zorg.

“De belangrijkste winst is dat huisartsen, specialisten en apothekers samen doelmatig voorschrijven”, aldus apotheker Daphne van Limborgh. Vanuit Apotheek Kling Nullet in Kerkrade is Van Limborgh nauw betrokken bij de ontwikkeling van het MIJNstreek formularium. “Binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg hebben we als groep gediscussieerd over de best werkzame stoffen en vervolgens bepaald: dit zijn de eerste medicijnkeuzes in onze regio. Een goede zaak. Elk geneesmiddel heeft zoveel verschillende broertjes en zusjes dat het zelfs voor zorgprofessionals vaak lastig is om door de bomen het bos te zien. Huisartsen en specialisten schreven ook anders voor wat soms ook verwarring creëerde bij de patiënt. Dat wordt nu voorkomen.”

Shared savings

Via een Elektronisch Voorschrijf Systeem (EVS) stimuleert het MIJNstreek formularium artsen om vaker het eerste keuze middel voor te schrijven. “Want dat gebeurt nog steeds te weinig, meestal puur vanuit gewoonte of vertrouwdheid met een bepaald merk”, aldus CZ zorginkoper René Bekhuis. “Het MIJNstreek formularium moet een dam opwerpen tegen de sterke marketing en lobby vanuit de farmaceutische industrie om bepaalde merken ‘in de pen’ te krijgen.”

Bijzonder aan het MIJNstreek formularium is dat het tot stand kwam met ‘shared savings’ uit het eerdere geneesmiddelensubstitutieproject. Bekhuis: “Binnen de proeftuinen Anders Beter en MijnZorg maakten specialisten, huisartsen, apothekers, CZ en patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg eerder afspraken om te dure cholesterolverlagers en zuurremmers te vervangen door goedkopere, net zo effectieve varianten. Dat alles vanuit de Triple Aim gedachte om betere kwaliteit van zorg en gezondheid te realiseren tegen lagere kosten.”

Het inwisselen van dure cholesterolverlagers leverde een besparing op van enkele honderdduizenden euro’s. “Maar één zwaluw maakt nog geen zomer”, aldus Bekhuis. “Betrokken partijen besloten de winst daarom direct te investeren in het MIJNstreek formularium.”

Natuurlijk zijn formularia met een EVS met eerste keuze medicijnen niet nieuw . “Het probleem is alleen dat ze te weinig gebruikt worden”, meent Louis de Wolf, huisarts in Stein. De kracht van dit nieuwe MIJNstreek formularium is dat het door huisartsen, apothekers én specialisten tot stand kwam.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

“WeHelpen.nl is straks net zo gewoon als Marktplaats”

“WeHelpen.nl is een briljant idee, maar ook een enorm avontuur”, zegt Jo Maes, directeur van de Limburgse zorgvragersorganisatie Huis voor de Zorg. Op de site kan iedereen hulp vragen en bieden. Maes zet zich binnen de CZ-proeftuinen Mijn Zorg en Anders Beter in om van WeHelpen.nl een succes te maken. Alles met het oog op meer zelfredzaamheid en burgerkracht.

“De volgende generatie zal de site WeHelpen.nl net zo gemakkelijk gebruiken als wij Marktplaats nu.” Daarvan is Jo Maes overtuigd. “Het heeft tijd nodig voordat burgers over hun aarzelingen heen stappen en gebruikmaken van een site als WeHelpen.nl voor vraag en aanbod van eenvoudige hulp. Die hulp varieert van een boodschapje doen tot wekelijkse ondersteuning van bijvoorbeeld mantelzorgers.”

In 2012 is de coöperatie WeHelpen.nl opgericht door onder andere zorgverzekeraar CZ, PGGM en Rabobank. Doel is onder meer om zelfredzaamheid van mensen te vergoten. Provincie Limburg steunde WeHelpen.nl tijdens de opstartfase in het kader van Positieve Gezondheid, binnen de Zuid-Limburgse proeftuinen Anders Beter, Mijn Zorg en Blauwe Zorg. Dat loopt nu af, maar binnen de proeftuinen blijven alle partijen zich sterk maken voor een goede doorstart.

Sterke burgers

Maes licht toe: “WeHelpen.nl past goed binnen de nieuwe visie van Huis voor de Zorg die is gericht op zelfredzaamheid en burgerkracht. Voorheen focuste onze organisatie alleen op zorg en het versterken van de macht van patiënten. Nu beschouwen we onze achterban niet meer enkel als mensen die kwetsbaar en zorgbehoeftig zijn. Maar als sterke burgers, die veel meer rollen vervullen dan die van patiënt. We zetten in op hun kracht.”

Met burgerkracht bedoelt Huis voor de Zorg ook nadrukkelijk: een sterkere zeggenschap van burgers binnen zorg- en welzijnsinstellingen. Maes: “Om de zorg beter en betaalbaar te maken, moeten we mét burgers praten. Zowel in als buiten de spreekkamer. Daar hoort transparantie bij over de manier waarop zorg betaalbaar kan blijven. Wij praten en beslissen op bestuurlijk niveau mee over regioprojecten in de Limburgse proeftuinen.”

Project Patiëntgerichtheid

Naast WeHelpen.nl noemt Maes ook het project Patiëntgerichtheid binnen de proeftuinen Anders Beter en Mijn Zorg als mooi voorbeeld van burgerkracht. Maes: “Waar het op neerkomt: artsen moeten minstens twee minuten onafgebroken luisteren naar wat de patiënt eigenlijk te vertellen heeft. Klinkt vanzelfsprekend he? Maar luisteren betekent ook écht contact maken. En niet stiekem op je beeldscherm kijken of alleen focussen op het orgaan of de kwaal.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier: