Berichten

ZonMW: Zelfredzaamheid heeft de toekomst

Alex Burdorf, afdelingshoofd Maatschappelijke Gezondheidszorg bij Erasmus MC Rotterdam, is er zeker van: zelfredzaamheid en eigen kracht van individuen gaan in de toekomst een steeds grotere rol spelen. Hij vindt wel dat professionals in zorg en preventie scherper in het oog moeten houden bij wie zelfmanagement kans van slagen heeft en bij wie niet. Want het is niet alleen het individu die dat bepaalt. En als het onverhoopt niet lukt, ben je geen loser.

Burdorf is de laatste wetenschapper die in deze ZonMw-serie over zelfmanagement aan het woord komt. Hij stelt dat zelfmanagement complexer is dan het vaak gepresenteerd wordt. “Eigen verantwoordelijkheid is geen probleem van het individu, maar van het individu in zijn omgeving. En op die omgeving kun je als individu vaak weinig invloed uitoefenen.”

Burdorf vertelt over een onderzoek onder reumapatiënten. “We zagen dat mensen zelf aan de slag gingen met de consequenties van hun ziekte voor hun leven en hun werksituatie. Ze probeerden activiteiten in de vrije tijd en op het werk als het ware om hun ziekte heen te plannen. Dát is zelfmanagement. Maar om het op hun werk echt goed te kunnen regelen, hadden ze de infrastructuur van het bedrijf nodig, hun collega’s, de leidinggevende en de bedrijfsarts. Lang niet overal kun je zomaar zeggen: ik heb vandaag veel pijn, ik begin twee uur later.”

Grenzen aan zelfredzaamheid

Waarom zijn wetenschappers terughoudender dan politici? “Als meer verantwoordelijkheid voor het individu een politieke keuze is – en dat heeft het kabinet met verve uitgedragen – dan moet je zelfredzaamheid en eigen kracht stimuleren. Ik ben ook voor eigen verantwoordelijkheid, maar de omgeving moet zelfmanagement toelaten en stimuleren. En – heel belangrijk – je moet accepteren dat sommige mensen er gewoon niet goed in zijn. Houd nou toch eens op met roepen dat iedere burger op basis van zelfredzaamheid en eigen kracht zijn eigen verantwoordelijkheid kan invullen!”

Is zelfmanagement dan iets voor mensen die zich toch al aardig weten te redden in het leven? “Als je je zaakjes goed voor elkaar hebt, is dat inderdaad een illustratie van goed zelfmanagement. Maar als de omstandigheden veranderen, als een dierbare je ontvalt of je verliest je werk, kan het zelfmanagement een zware klap krijgen. In veel studies zien wij dat als de leefomstandigheden in ongunstige zin veranderen, het zelfmanagement min of meer ondergeschikt raakt en ongezond gedrag de overhand krijgt.”

Rol voor de overheid

Er zijn lichtpuntjes. De groeiende aandacht voor het werk van patiënten in de eerste lijn en in de klinische zorg, bijvoorbeeld. Om in de ruimere omgeving, de wijk, het dorp, de stad iets te veranderen, is volgens Burdorf een overheid nodig die het voortouw neemt.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

ZonMw: Zelfmanagementondersteuning: van theorie naar praktijk

“Patiënten noch zorgprofessionals kunnen zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning uit een boek leren, je maakt het je eigen door het te dóén.” Een opvallende uitspraak van AnneLoes van Staa, die redacteur is van het verpleegkundige leerboek over zelfmanagement en eigen regie dat binnenkort verschijnt.

Leren van ervaringen in de praktijk staat centraal bij zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning, stelt Van Staa. Reflectie is een belangrijk onderdeel: wat doe ik en wat is het effect? “Natuurlijk is er wel een aantal vaardigheden die je kunt verwerven. Zorgprofessionals denken vaak dat ze het wel weten en kunnen, zelfmanagementondersteuning, maar er bestaat een discrepantie tussen kunnen en doen. Ze vinden het vaak lastig om zelfmanagementondersteuning echt in de praktijk te brengen.” Een oorzaak is volgens Van Staa het theoretisch niveau waarop de discussie over zelfmanagement zich afspeelt. Binnen haar onderzoeksprogramma is een curriculumscan uitgevoerd bij opleidingen verpleegkunde. Daar kwam die theoretische insteek duidelijk naar voren. “Achtergronden, concepten en ideaalsituaties. Over hoe het hoort, maar niet over het handelen in alledaagse werksituaties.” Dat was de aanleiding om een leerboek te ontwikkelen voor hbo-verpleegkundigen, waarin de nadruk ligt op concrete toepassing bij uiteenlopende ziektebeelden.”

5A-model

Een van de hulpmiddelen die ontwikkeld zijn om professionals beter toe te rusten voor zelfmanagementondersteuning, is een lijst van benodigde competenties. Het zogenoemde 5A-model is een verzameling van vijf werkwoorden die de professional in een circulair proces zou moeten hanteren. Het begint met achterhalen wat voor de patiënt belangrijk is. De tweede stap behelst het op maat adviseren over bijvoorbeeld de voordelen van verandering. De derde stap is het afspreken, het samen stellen van doelen, geleid door de behoeften van de patiënt. Dit is gezamenlijke besluitvorming, een essentieel onderdeel van zelfmanagementondersteuning. De vierde stap is het assisteren, bijvoorbeeld bij de omgang met persoonlijke barrières. De vijfde stap is het arrangeren, het samen opstellen van een vervolgplan.

Oplossingsgericht

Het Zelfmanagement Web is een andere tool die samen met verpleegkundigen is ontwikkeld. Een interventie voor alle zorgverleners die op een open manier met de patiënt in gesprek willen gaan over wat hem of haar bezighoudt. “Het gaat niet louter om in kaart brengen, maar vooral om het hanteren van een kortdurende, oplossingsgerichte gesprekstechniek. Met de solution focused brief therapy, een gespreksmethode uit de psychologie, ga je de problemen van de patiënt niet uitdiepen, maar zoek je samen naar oplossingen. Die moeten van de patiënt komen, de professional helpt om haalbare doelen te stellen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

eHealth: de stuwende kracht bij zelfmanagementondersteuning

Voor zelfmanagementondersteuning met eHealth-interventies is een cultuurverandering bij leidinggevenden en zorgprofessionals essentieel, stelt verpleegkundig onderzoeker Betsie van Gaal van IQ healthcare in het zesde deel van de serie Zelfmanagement in samenwerking met ZonMw. Ze is projectleider van Self-Made & Sound, een langlopende onderzoekslijn waarin eHealth-zelfmanagementprogramma’s worden ontwikkeld en geëvalueerd.

“Mijn ouders, mensen van eenvoudige komaf, meten thuis zelf hun bloeddruk. Mijn moeder had hypertensie en wilde niets weten van medicatie. Toen heb ik een doodgewoon Excel-bestandje gemaakt waarop ze kunnen zien wat de normale waarden zijn voor mensen van hun leeftijd en daarna zijn ze gaan meten en registreren. Gaandeweg kregen ze plezier in het simpele grafiekje. Het wordt een soort spelletje, maar intussen gaan de pillen er wel in en blijft de bloeddruk binnen de grenzen.”

Betsie van Gaal wil maar zeggen: zelf monitoren, zelf registreren, zelf interpreteren, kan een krachtige impuls geven aan het zelfmanagement van mensen. Momenteel evalueert Van Gaal bij IQ healthcare in het Radboudumc de resultaten van vier online zelfmanagementprogramma’s. Ze houdt een slag om de arm omdat de evaluatie nog niet is afgerond. “Wat er telkens uitspringt, is de invloed van persoonlijkheidskenmerken. Enerzijds zien we deelnemers die echt profijt hebben van het programma, zonder dat ze ook maar enigszins positief gestimuleerd worden door een verpleegkundige of door anderen. Anderzijds zijn er deelnemers die het niet voor elkaar krijgen zonder face-to-face-aanmoediging. eHealth geeft geen warme schouderklopjes!”

Oefenen

Van Gaal is ervan overtuigd dat zowel patiënten als artsen en verpleegkundigen profijt kúnnen hebben van eHealth-interventies en technologische oplossingen bij zorgmanagementondersteuning. Maar de zorg moet dan wel anders ingericht worden. “En daarbij gaat het niet alleen om technologie, maar ook om een cultuurverandering. Een voorbeeld: artsen hebben de neiging om de resultaten van thuismetingen op het spreekuur te negeren, ze gaan bij voorkeur af op gegevens die ze zelf verzamelen. Het zou heel normaal moeten zijn dat een arts of verpleegkundige informeert naar wat de patiënt heeft bijgehouden en die gegevens dan samen doorneemt. Maar bovenal moeten artsen en verpleegkundigen paternalisme vaarwel zeggen, de patiënt als expert zien en aansluiten bij wat hij of zij wil. Die houding moeten wij oefenen. Pas dan kan eHealth een goede plek krijgen in de zorgketen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Ontwikkelen van eigen kracht

Gemeenten, zorgaanbieders en onderwijs moeten er sinds 2015 samen voor zorgen dat jongeren veilig en gezond kunnen opgroeien. Het ontwikkelen van eigen kracht en eigen regie is daarbij een kernbegrip. ST-RAW brengt enerzijds wetenschap dichter bij praktijk en beleid en zet anderzijds praktijk en beleid aan tot reflectie. Coördinator Wilma Jansen brengt de lijntjes bij elkaar. 

In de artikelenserie Zelfmanagement van ZonMw en De Eerstelijns presenteren wetenschappers een breed palet aan inzichten en visies. De vierde aflevering gaat in op de vraag welke kennis gemeenten en praktijkinstellingen nodig hebben bij hun nieuwe rol in het jeugdstelsel. ST-RAW (www.st-raw.nl) brengt die partijen samen.

Jansen en haar collega’s gebruiken het woord zelfmanagement overigens zelden. Zij spreken doorgaans over de eigen kracht van jongeren en gezinnen, over eigen regie en zelf verantwoordelijkheid nemen. Of zelf bepalen hoe je hulptraject eruitziet. Dat gebeurt ook bij ‘Mijn Pad’, een begeleidingsmethodiek voor jongeren met ernstige gedragsproblemen in de residentiële jeugdzorg. Jansen: “In feite is het een vragenboekje en een app die eigendom zijn van de jongere zelf. Waar willen ze het met hun hulpverlener over hebben? Wat willen ze veranderen? En welke stappen zijn daarvoor nodig?”

Het is een van de talrijke projecten die bij wijze van spreken onder de academische werkplaats hangen, legt Jansen uit. “Wij hebben veertien kennispartners, die samen veel onderzoek hebben gedaan en over veel kennis beschikken. Die kennis brengen we samen en delen we om zo het werkveld verder te helpen.”

Kansrijk

De transformatie in de jeugdzorg moet ertoe leiden dat zoveel mogelijk kinderen in de regio Rijnmond zich kansrijk ontwikkelen. Om de transformatie te ondersteunen stroomlijnt ST-RAW zijn werk via vijf projecten. Eén daarvan is ‘De kracht van preventie’. De eerste drie artikelen van deze serie lieten zien hoe belangrijk steun van de omgeving is bij zelfmanagement. Ook bij ‘Ouders in actie’, ontwikkeld door het Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond, komt dat naar voren.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Zelfmanagement en arbeidsparticipatie

In acht artikelen verkennen we verschillende aspecten van zelfmanagement. ZonMw deelt hierin de resultaten van onderzoek en ontwikkelprojecten. In deel twee staat het groeiend aantal werknemers met een chronische ziekte centraal. Waar lopen ze tegenaan? En hoe kunnen ze optimaal meedoen op de arbeidsmarkt? Yvonne Heerkens onderzoekt hoe zelfmanagement kwetsbare mensen kan helpen om met plezier aan het werk te blijven, nu en in de toekomst.

In het eerste artikel over zelfmanagement vertelde UMCU-onderzoeker Jaap Trappenburg hoe het concept zelfmanagement omstreeks de eeuwwisseling uit Amerika kwam overwaaien. Ook het lectoraat Arbeid & Gezondheid van de HAN richtte de blik op Amerika. Aan Stanford University ontwikkelde Kate Lorig een zelfmanagementprogramma voor mensen met een chronische aandoening. Het lectoraat pakte dit programma op en paste het aan voor werkenden met een chronische ziekte en later specifiek voor mensen met klachten van arm, nek en schouder onder de naam Grip op KANS. Momenteel wordt het programma verbreed naar kwetsbare werkenden met andere aandoeningen. Zo deed BijnierNET, een platform van en voor mensen met ziekten aan de bijnieren, een beroep op Heerkens. Het platform kreeg signalen dat werkenden met een chronische endocriene ziekte te maken krijgen met (zorg)professionals die onvoldoende zicht hebben op de specifieke problemen die zij op hun werk ervaren. BijnierNET heeft ook een project voor jongeren die op de drempel van volwassenheid merken dat hun bijnierziekte opleiding en werk in de weg staat. In het onderzoek van het lectoraat gaat veel aandacht uit naar stress. Stress kan ontstaan door het werk, door privéomstandigheden of door een combinatie van beide. Ervaren stress kan grote invloed hebben op het werk.

Uitval voorkomen

Momenteel zijn er 5,3 miljoen Nederlanders met een chronische ziekte, onder wie 2,3 miljoen werkenden. Eén op de vijf werkenden heeft een of meer chronische ziekten. Het in maart 2016 uitgebrachte SER-advies Werk: van belang voor iedereen, stelt de actuele vraag hoe je mensen aan het werk houdt nu werkenden met een chronische ziekte steeds langer actief blijven. Het wegwerken van obstakels is huiswerk voor alle betrokkenen, luidt het antwoord. In de eerste plaats voor de werkende zelf. Maar hoe? Heerkens legt uit dat zelfmanagement een belangrijk hulpmiddel kan zijn. “De werknemer moet de symptomen begrijpen, hoe die zijn werk kunnen beïnvloeden en omgekeerd: hoe het werk van invloed kan zijn op de symptomen.” Door zelfmanagement krijgen mensen niet zozeer minder klachten, zegt Heerkens, maar weten ze beter hoe ze ermee om moeten gaan.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Zelfmanagement ontrafeld

In acht artikelen verkennen we verschillende aspecten van zelfmanagement. ZonMw deelt hierin de resultaten van onderzoek en ontwikkelprojecten. In deel één ontrafelt Jaap Trappenburg het begrip. Hij legt uit dat zelfmanagement geen haarlemmerolie is en signaleert toekomstige ontwikkelingen. Trappenburg is senior onderzoeker bij het Julius Centrum Utrecht en projectleider van de onderzoekslijn TASTE (Tailored Self-management & eHealth).

Een jaar of vijftien vormt zelfmanagement al de rode draad in het onderzoek van Jaap Trappenburg en het onderwerp intrigeert hem nog altijd. “Amerikaanse gedragswetenschappers hebben het concept zelfmanagement ontwikkeld. Het programma (Stanford Chronic Disease Self-management Program) bleek in Amerika zeer succesvol. Vervolgens zijn in verschillende landen aan de lokale zorgcontext aangepaste versies ontwikkeld. In Canada bijvoorbeeld, bleek Living Well With COPD zeer succesvol. In Nederland, rond het millennium, had het programma echter beduidend minder effect. Hoe kan dat? Die vraag vormt de aanleiding voor de ‘ontrafelende’ onderzoekslijn TASTE.”

Herschikking

Als je uitspraken wilt doen over de meerwaarde, moet je wel weten wáár je het over hebt, zegt Trappenburg. Dat is lastig, want interpretaties en perspectieven buitelen over elkaar heen. Beleidsmakers en overheid die zelfmanagement omarmen, interpreteren het volgens de onderzoeker vaak als verschuiving in verantwoordelijkheid. Taken die eerst door een zorgverlener of andere partij uitgevoerd worden, gaan naar de patiënt. Niet zozeer omdat dat goed is voor de patiënt, maar om de zorg betaalbaar te houden. “Tegelijkertijd sluit zelfmanagement goed aan bij de tijdgeest. Burgers vinden het fijn om meer autonomie en eigen regie te hebben.”

Maar, die interpretatie is niet in lijn met het oorspronkelijke Amerikaanse concept, benadrukt Trappenburg. “Daar ging het primair om het actief bevorderen van competenties en kennis bij de chronische patiënt om zijn eigen ziekte te managen. Vanuit een therapeutische stimulus.”

Massale investering

Iedereen doet aan zelfmanagement, maar niemand is automatisch een goede zelfmanager van zijn ziekte. Dat moet je van anderen leren, benadrukt Trappenburg. “Wanneer ik een aandoening krijg, moet ik in een leertraject competenties en kennis opdoen om mijn ziekte te monitoren en mijn leven met de ziekte in goede banen te leiden. Onderschat dit niet! Ik durf te stellen dat een groot deel van de Nederlandse chronisch zieken bij dit leerproces suboptimaal begeleid is.”

Het is een van de redenen waarom de vraag of zelfmanagement wérkt zo moeilijk te beantwoorden is. “Zelfmanagementprogramma’s waarbij patiënten zes maanden lang een didactische ‘stootkuur’ krijgen met multidisciplinaire ondersteuning om alles te leren wat ze nodig hebben om zelfmanagend te kunnen zijn, blijken in de literatuur en in experimentele settings effectief. Maar die programma’s komen in de dagelijkse praktijk niet voor.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Publicatie ter afsluiting van het ZonMw-programma Op één lijn

Het ZonMw-programma Op één lijn is afgerond. Er ligt een resultaat om trots op te zijn, vindt programmavoorzitter Hans Simons. De samenwerking in de eerste lijn krijgt steeds meer vorm en is sterk geprofessionaliseerd sinds de start van het programma in 2009. Bovendien ligt er een document, Op één lijn, schetsen voor een betere eerste lijn, dat goede voorbeelden in kaart brengt en lijnen naar de toekomst uitzet.

Hans Simons, voormalig staatssecretaris voor wat toen nog het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur heette, was vanaf het begin programmavoorzitter van Op één lijn. ‘In die begintijd waren ketensamenwerking en de financiering ervan al in opkomst’, vertelt hij. ‘Er werden al programma’s ontwikkeld op het gebied van diabetes en astma/COPD. En al in mijn tijd in de Tweede Kamer, 1989 tot 1994, bestond de Nationale Commissie Chronisch Zieken, omdat we zagen dat er veel “stille” ziekten waren, chronische ziekten dus, die meer aandacht verdienden en waarvoor een samenhangend zorgbeleid meerwaarde had. In het verlengde hiervan is de aandacht voor chronische ziekten enorm toegenomen in de eerste lijn en met de komst van de Zorgverzekeringswet in 2006 zijn hiervoor ook andere financieringsmodellen ontstaan.’

Toch kan Simons niet ontkennen dat sommige ontwikkelingen gewoon een heel lange adem hebben. ‘In de jaren zeventig zagen we bij het ontstaan van de gemeente Almere al dat daar een model voor geplande eerstelijnszorg werd ontwikkeld’, vertelt hij. ‘Iets soortgelijks zagen we vervolgens ook in Rotterdam ontstaan in de periode dat ik daar wethouder was, in de jaren tachtig. Maar in de loop van de jaren tachtig zagen we ook weer dat de aandacht voor programmatische eerstelijnszorg wegzakte en die lijn zette zich in de jaren negentig voort. Juist in de periode dat ik als programmavoorzitter voor Op één lijn aan de slag ging, zag ik weer een opleving in de aandacht hiervoor.’

Inmiddels staat de ontwikkeling van geïntegreerde eerstelijnszorg veel steviger op de agenda in zowel politiek Den Haag als bij de professionals zelf. ‘We zien nu een paar feiten die de verdere ontwikkeling hiervan heel kansrijk maken’, zegt Simons. ‘In de eerste plaats is het zelfbewustzijn van de eerstelijns zorgaanbieders enorm toegenomen en is ook de kwaliteit van hun werk sterk geprofessionaliseerd. Daarnaast is op dit moment sprake van een enorme decentralisatie, deels op het gebied van welzijn en deels zorggerelateerd, die nieuwe kansen biedt voor gemeenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. En er is de forse herschikking van het ziekenhuislandschap in de komende tien jaar, waarin een goede kans ligt om daadwerkelijk zorg te substitueren. Dat zijn omstandigheden die er tien jaar geleden nog niet waren en die nu écht perspectief bieden voor verdere ontwikkeling en versterking van die geïntegreerde eerste lijn. De kansen om overmedicalisering en het aanbieden van onnodige zorg tegen te gaan, zijn nog nooit zo groot geweest als nu.’

Daar komt nog bij dat ook preventie echt een onderwerp is geworden waarmee de eerste lijn zich kan profileren, stelt Simons. ‘Eigenlijk zou iedere huisarts eens in de zoveel tijd alle kwetsbare mensen uit zijn bestand een uurtje moeten spreken’, zegt hij.

Download het volledige artikel hier:

ZonMw-pilot zet mensen in de wijk aan tot gezondere leefstijl

De pilot Persoonlijke preventie in de wijk heeft veel mensen in Leidsche Rijn de aanzet gegeven tot een gezondere leefstijl. De pilot is dus een succes gebleken. Ook voor de professionele partijen, die hiermee elkaar beter hebben leren kennen en daardoor beter kunnen profiteren van elkaars expertise.

Bewoners van Leidsche Rijn die gezonder willen leven en op zoek zijn naar geschikt aanbod zagen door de bomen het bos niet meer. Ook was er op het punt van gezondheid en preventie onvoldoende aansluiting tussen zorgaanbieders en gemeenten. Om in deze situatie verandering te brengen, is het project Persoonlijke preventie in de wijk opgezet, een door ZonMw gefinancierd Op één lijn-project. Alle projecten die in dit kader worden gedaan, hebben als doel te komen tot geïntegreerde eerstelijnszorg, om zo het vermogen van zorg dichtbij huis te vergroten.

Doel van dit specifieke project was om met partners in de eerste en nulde lijn en private partners een op elkaar afgestemd en geïntegreerd aanbod aan preventiediensten te organiseren en implementeren in de wijk Leidsche Rijn. De online gezondheidsrisicoanalyse PreventieKompas (zie www.preventiekompas.nl) speelde in de uitvoering een belangrijke rol.

Karolien van de Brekel, huisarts en intern consulent preventive in Leidsche Rijn Julius Gezondheidscentra, locatie Terwijde, vertelt: ‘Niped, dat deze tool op de markt heeft gebracht, is een partner in dit project. Als mensen die tool doorliepen volgden online al gezondheidsadviezen en werden verder op maat professionele partijen in de eigen wijk of regio gematched met de opgegeven voorkeuren zoals online, individuele- of groepsbegeleiding. Dat kon bijvoorbeeld een sportcentrum zijn of een aanbieder van een stoppen met roken cursus, en was dus niet altijd een zorgaanbieder.’ Toen alle beoogde partijen voor het eerst bij elkaar werden gebracht om te brainstormen over de vraag wat ze op preventiegebied voor elkaar konden betekenen, werd gevreesd dat partijen elkaar als concurrenten zouden zien.

Download het volledige artikel hier:

Webtool helpt bij samenwerking tussen eerstelijns zorgaanbieders

In de roep om vernieuwing van de eerste lijn speelt samenwerking tussen eerstelijns zorgaanbieders een grote rol. De door TNO – in opdracht van ZonMw – ontwikkelde webtool www.businesscase-eerstelijn.nl kan zorgaanbieders helpen die samenwerking gericht gestalte te geven.

Van Dale, die van de woordenboeken, houdt ieder jaar een “woord van het jaar”-verkiezing. Niemand zal verbaasd zijn als veel zorgaanbieders in de eerste lijn hierbij kiezen voor het woord samenwerking. ‘En gelukkig wordt er ook al enorm veel samengewerkt’, zegt Marian Schoone van TNO, die invulling gaf aan de vraag van ZonMw om een webtool te ontwikkelen voor eerstelijns zorgaanbieders en in het verlengde hiervan begeleidingstrajecten te organiseren voor hen. ‘Veel samenwerkingsprojecten worden gestimuleerd door ZonMw of door zorgverzekeraars. Ook vindt heel veel plaats buiten het gesubsidieerde traject. Combinatie van huisartsen- en fysiotherapiepraktijken bijvoorbeeld, lijnen naar de thuiszorg. De huisarts is vaak de initiator of de spil, maar vaak gaat het initiatief ook uit van paramedici die zien dat ze samen meer kunnen bereiken voor patiënten. Ook zien we voorbeelden van geïntegreerde samenwerking waarbij veel meer partijen betrokken zijn: zorg en welzijn, gemeente, politie et cetera.’

Waarom dan toch een webtool? ‘Omdat veel initiatieven nu tamelijk ad hoc zijn’, zegt Schoone. ‘Grotere organisaties – bijvoorbeeld in welzijn of thuiszorg – hebben hiervoor soms gerichte kennis in huis.’ Huisartsen, fysiotherapeuten, diëtisten, verpleegkundigen en dergelijke kunnen hier minder ervaring mee hebben. De webtool kan hen helpen om de juiste vragen te stellen, zoals: “Welke waarde breng ik aan voor de klant?” of “Hoe zet ik het in de markt op een zodanige manier dat het interessant is voor zorgverzekeraar of zorgkantoor?”. Schoone: ‘Vaak blijft de aanpak gebrekkig of doen de deelnemers dubbel werk. Het zit niet in de opleiding van deze mensen om te denken in termen van een businesscase of een businessmodel. Toch vraagt de huidige marktsituatie wel van hen dat ze marktgerichter worden.

Download het volledige artikel hier:

ZonMw-project: coöperatie verbindt kleine, zelfstandige eerstelijns praktijken

Onder de naam Zelfstandigheid in verbondenheid is in Ede een project afgerond voor organisatieontwikkeling van een themagericht zorgcentrum voor geïntegreerde psychologische en (para)medische zorg. Subsidie van ZonMw bood de ruimte en ondersteuning om tot een professionele opzet te komen.

Een aantal solopraktijken op het gebied van psychologische en (para)medische zorg in Ede heeft elkaar gevonden voor samenwerking in de vorm van een coöperatie, die inmiddels de naam De Binnenplaats heeft gekregen. Het doel: een organisatiemodel ontwikkelen en implementeren dat kleine, zelfstandige eerstelijns praktijken verbindt tot een geïntegreerd samenwerkend geheel. Initiatiefnemer was Jolande Zewuster, gz-psycholoog met een eigen praktijk in Ede. ‘Toen ik vanuit de tweede lijn als zelfstandige aan het werk ging in de eerste lijn, was ik bang dat ik heel eenzaam zou worden in mijn werk’, vertelt ze, ‘maar ik heb nog nooit eerder zo mooi met anderen samengewerkt. Ik wilde graag met jonge ouders werken en dat kun je per definitie niet alleen.’

De beschikbaarheid van subsidie vanuit ZonMw voor het opzetten van samenwerkingsverbanden in de eerste lijn was voor Zewuster de trigger om haar wens tot verdergaande samenwerking om te zetten in realiteit. Ze bracht alle professionals bij elkaar aan tafel waarvan zij dacht dat die hierbij meerwaarde konden hebben. ‘Sommigen kenden elkaar al jaren, anderen helemaal niet’, vertelt ze. ‘De eerste vraag was of ze commitment hadden voor samenwerking op de inhoud, wat immers meer is dan alleen over en weer naar elkaar verwijzen.’

In samenwerking tussen degenen die “ja” zeiden, werd een projectplan ontwikkeld. ‘Inhoudelijk doel werd gezamenlijke zorgprogramma’s opzetten waarin de problematiek van onze cliënten vanuit verschillende disciplines en vanuit meerdere invalshoeken kan worden behandeld’, vertelt Zewuster. ‘We willen een nadrukkelijke verbinding maken tussen somatische en psychologische zorg en tussen de zorg voor volwassenen en kinderen en jeugd. Subsidie van ZonMw maakte het mogelijk ons te laten begeleiden door externen met verstand van organisatieontwikkeling. Dit maakte een professionaliseringsslag mogelijk.’
Gaandeweg kwamen er wat nieuwe professionals bij, terwijl enkele andere afhaakten. Zewuster: ‘Het blijkt best ingewikkeld om elkaar echt te vinden in samenwerking.’

Download het volledige artikel hier: