Kostenreductie bij diabetes: van suikertax tot leefstijleducatie

De groei van het aantal diabetespatiënten leidt niet alleen tot enorme medische kosten, maar ook tot steeds hogere economische kosten. Die terugdringen vergt een interventie aan de basis, stelt internist-endocrinoloog Bruce Wolffenbuttel: we moeten bij de jeugd beginnen.

Volgens de jongste cijfers van het Diabetes Fonds hebben op dit moment 1,2 miljoen mensen in ons land diabetes en komen er iedere week 1.200 bij. In negentig procent van de gevallen gaat het om diabetes type 2. De ziekte kan vanwege talloze complicaties de levenskwaliteit van de patiënt enorm aantasten. Gelukkig worden hiervoor steeds betere behandelingen ontwikkeld, maar die dragen wel bij aan de toch al hoge medische kosten voor behandeling van deze chronische ziekte. Behalve deze medische kosten brengt diabetes type 2 een economic burden met zich mee. Deze economische kosten worden vooral veroorzaakt door productiviteitsverlies (ziekte-uitval wegens medische behandeling of arbeidsongeschiktheid) en uitkeringen.

Leefstijl en obesitas

Hoewel bij diabetes type 2 vaak sprake is van een erfelijke component, heeft de snelle groei van het aantal diabetespatiënten vooral andere oorzaken. Een daarvan is de vergrijzing, maar leefstijlproblematiek en de daaraan gekoppelde obesitas spelen minstens zo’n grote rol. “Nu al heeft dertig procent van de volwassen Nederlanders overgewicht en bijna vijftien procent is obees”, zegt Bruce Wolffenbuttel, hoogleraar endocrinologie en stofwisselingsziekten UMC Groningen. “Ook onder kinderen neemt obesitas toe. Maar onderzoek toont aan dat veel ouders – en ook hulpverleners – obesitas bij hun kinderen niet herkennen omdat een te hoog lichaamsgewicht normaal begint te worden.”

Groeiend urgentiebesef

De economische kosten van diabetes type 2 hebben lange tijd weinig aandacht gekregen. Dat verandert nu de grens van de beschikbare financiële middelen voor de zorg in zicht komt. Maar het is moeilijk om die economische kosten goed in kaart te krijgen. Wolffenbuttel: “De berekening ervan steunt voor een deel op educated guesses, want van de mensen met diabetes in de eerste lijn – het grootste deel – wordt in Nederland geen kostenregistratie bijgehouden. Het is wel belangrijk om die kosten in kaart te brengen, want daarmee ontstaat kennis waarmee kan worden voorgesorteerd op het bepalen van de waarde van nieuwe behandelingen en de economische impact van preventiemaatregelen.”

Rol voor de overheid

Helaas ontbreekt het nog aan een landelijk actieplan om de kosten van diabetes type 2 terug te dringen. De kern van zo’n actieplan zou moeten bestaan uit het bewegen van mensen tot het structureel aannemen van een andere, gezondere leefstijl. “Het is de overheid die hiervoor mede de randvoorwaarden moet scheppen”, stelt Wolffenbuttel.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Ondernemen in de huisartsenzorg: spagaat tussen zorg en centen

Huisartsen zijn zelfstandige beroepsbeoefenaren met een status als fiscaal ondernemer. Hoe staat het met het ondernemerschap van de huisartsen en waar krijgt de huisarts-ondernemer de komende jaren zoal mee te maken? De Eerstelijns analyseert.

Ondernemen als huisarts in de zorgsector is een vreemd fenomeen. Er is wet- en regelgeving die tegen het vrije ondernemerschap indruist. Op macroniveau zijn dat bijvoorbeeld hoofdlijnenakkoorden en budgettaire kaders, vaststelling van tarieven en een gemaximeerd norminkomen. Op microniveau wordt het vrije ondernemerschap ingeperkt door zorginhoudelijke sturing als watchfull waiting, doelmatigheidseisen vanuit de bekostiging op gebied van medicatie, diagnostiek of verwijzen en op individueel niveau door het eigen risico of het ontbreken van een aanvullende verzekering. Bovendien laten huisartsen regelmatig de belangen van patiënten prevaleren boven bedrijfsmatige afwegingen. Dat blijkt uit een representatieve steekproef uit 2007: 52 procent van de ondervraagden voelde zich uitsluitend huisarts, 41 procent voelde zich huisarts/ondernemer. Slechts 8 procent koos voor de optie ondernemer/huisarts en geen van de respondenten voelde zich uitsluitend ondernemer. Ondernemen is voor de meeste zelfstandige huisartsen geen hoofdzaak, maar wel een onmisbare randvoorwaarde. Hoe staat de huisartsonderneming ervoor? In dit artikel worden de drie bouwstenen van bekostiging belicht.

Stapeling ondernemersvraagstukken

Al eerder vroeg De Eerstelijns aandacht voor de driedubbele ondernemersklem; het macrokader, norminkomen en personeel in loondienst (juni 2015). Helaas zonder resultaat. Hoogleraar huisartsengeneeskunde Patrick Bindels van de Erasmus Universiteit pleit vanuit inhoudelijk perspectief om een betere afbakening van het medisch domein, omdat het sociaal domein steeds meer aandacht vergt. De LHV vraagt vanwege de stijgende zorgvraag, complexiteit en werkdruk om praktijkverkleining tot 1800 personen per normpraktijk. Echter, het aantal in opleiding zijnde en beschikbare huisartsen is niet genoeg om deze maatregel binnen vijf jaar uit te voeren. Het aantal huisartsen dat klaar is met de opleiding en praktijkhouder wil worden in het eerste jaar na afronden van de opleiding is slechts 2,3 procent.

Digitalisering zou enig perspectief kunnen brengen in het ondernemerschap, maar dat vergt tijd, innovatiekracht en extra investering . Juist de drie zaken waarop de huisartsenzorg en -opleiding te kort komen. Een laatste vraagstuk is het feit dat een aanzienlijk deel van de vaak fulltime mannelijke huisartsen zal uitstromen de komende jaren. Dit wordt niet gecompenseerd door de instroom van jonge huisartsen. Kortom een tekort aan praktijkhoudende huisartsen dreigt.

Conclusie

Het wordt voor alle partijen een enorme uitdaging om de voor ons zorgsysteem belangrijke huisarts-ondernemer te behouden, de 24/7 huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg van een goed fundament te voorzien en toekomstbestendig te maken.

Auteurs: Yvonne Guldemond, Anton Maes, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Zorginkoop voor asielzoekers vraagt om creativiteit

Tot 1 januari jl. was Menzis COA Administratie (MCA) verantwoordelijk voor de uitvoering van de Regeling Zorg Asielzoekers (RZA). Het stokje is nu overgedragen aan GZA (dochteronderneming van Arts en Zorg) in opdracht van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en in samenwerking met zorgverzekeraar DSW onder de naam RMA Healthcare. Wat heeft Menzis MCA bereikt en waar lagen en liggen de uitdagingen?

Menzis MCA is opgericht om als enige partij in Nederland het contract met het COA uit te voeren. Bep Snelder is manager van de afdeling en was verantwoordelijk voor het uitvoeren van het programma van eisen, dat hoorde bij het contract. Momenteel is ze druk doende met de overdracht aan de nieuwe zorginkoper. “We missen het werk verschrikkelijk”, zegt ze.

Maatwerk

Zorginkoop voor asielzoekers is iets anders dan reguliere zorginkoop. Snelder: “Het betreft alleen gecontracteerde zorg. Zonder contract is het voor een asielzoeker niet mogelijk naar een zorgaanbieder te gaan. Dat kan iemand in de reguliere zorg wel. En zorginkoop voor asielzoekers is vooral maatwerk. Stel een asielzoeker in het AC Ter Apel moet naar een verpleeghuis. Na overleg en afstemming kan het zijn, dat hij in een instelling in Goes geplaatst wordt. Een instelling waarmee we eerder nog geen contract hadden. Asielzoekers hebben vaak geen sociaal netwerk. Dus het maakt minder uit als zij elders in het land terecht komen. In tegenstelling tot reguliere zorg, zoeken we dus landelijk naar de juiste plek.”

In het voorbeeld van de asielzoeker uit Ter Apel die in Goes geplaatst wordt, gaat het om individuele zorginkoop. Andere zorg, zoals huisartsenzorg, werd door Menzis MCA collectief bij Menzis GCA ingekocht.

Creativiteit

Creativiteit is het toverwoord bij het organiseren van de zorg voor asielzoekers. Zo worstelde het team van Snelder met de schaarste aan tandartsen. “Het bleek erg lastig om mensen voldoende mondzorg te geven. Dus hebben we gezocht naar creatieve oplossingen in de vorm van mondzorgbussen op locaties.”

Aandachtspunt

Wat kan beter? Snelder: “We waren niet tevreden over de onderlinge samenwerking in de GGZ. Wachtlijsten, het niet uitwisselen van informatie, ontevredenheid over de verwijzingen naar de huisarts en dergelijke. Alle GGZ-gecontracteerde instellingen, maatschappelijk werk en jeugdgezondheidszorg GGD hebben we daarom samengebracht. In een convenant hebben we dertien uitspraken over samenwerking uitgewerkt. Het document ligt klaar om geïmplementeerd te worden.”

Auteur: Betty Rombout

Download het volledige artikel hier:

Longzorg gestuurd op uitkomsten

De zorgverleners in Nijkerk waren pioniers toen ze drie jaar geleden samen met zorgverzekeraar Zilveren Kruis besloten om in de eerstelijnslongzorg niet langer te sturen op productie, maar op uitkomsten. De resultaten van de pilot, die eind 2017 is afgesloten, zijn positief.

Afgerekend worden op uitkomsten, niet op productie, dat is de crux bij de pilot Innoverend contracteren in de eerstelijnslongzorg bij de twee gezondheidscentra De Nije Veste en Corlaer in Nijkerk. Zo’n tweehonderd zorgverleners, zoals huisartsen, apothekers en fysiotherapeuten, zijn daarbij aangesloten. De pilot, die april 2015 van start ging, werd mogelijk door een shared savings-contract met resultaatafspraken, afgesloten tussen de zorggroepen in Nijkerk en zorgverzekeraar Zilveren Kruis. “Doel van de pilot is om goede zorg te leveren voor onze COPD-patiënten, zonder daarbij gehinderd te worden door schotten, domeinen of discussies over eigenaarschap, bijvoorbeeld tussen eerste en tweede lijn,” legt Sam Siemssen uit, directeur Gezondheidscentra Nijkerk. “Met dit contract konden we de transmurale samenwerking tussen de longartsen van de ziekenhuizen Meander en Sint Jansdal en de eerstelijnszorg in Nijkerk goed organiseren.”

Eind 2017 is de driejarige pilot afgerond en geëvalueerd. Drie doelstellingen stonden daarbij voorop: verbeterde gezondheid van de COPD-populatie, betere ervaren kwaliteit van zorg door de patiënten en kostenreductie van de zorg. Het zijn de bekende Triple Aim-doelstellingen, legt Siemssen uit. “Wij hebben dat verbreed naar Quadruple Aim, door er een verbeterd werkplezier van zorgverleners als doelstelling aan toe te voegen.”

Meer tijd en aandacht

Drie van de vier doelstellingen zijn ruimschoots behaald. Zo is het aantal patiënten dat zich benauwd voelt sterk afgenomen en is het aantal verpleegdagen voor patiënten die voor COPD in het ziekenhuis waren opgenomen in 2015 en 2016 duidelijk verminderd ten opzichte van 2014. De ervaren kwaliteit van zorg is eveneens flink verbeterd. “Patiënten geven aan meer tijd en aandacht te krijgen. Er wordt beter naar hen geluisterd en ze krijgen betere instructies. Patiënten hebben verder het gevoel dat ze een beter gesprek met zorgverleners kunnen voeren, doordat ze beter zijn geïnformeerd over de behandeling.”

En ook de zorgverleners zijn tevreden. De gevraagde kostenreductie is nog niet gerealiseerd. “De schaalgrootte van longzorg bleek niet voldoende om maximaal rendement en resultaat te kunnen bewerkstelligen op de investeringen. Vandaar dat we hebben besloten om de pilot per 1 januari 2018 uit te breiden naar de zorg voor alle patiënten met chronische aandoeningen in ons verzorgingsgebied.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Teleconsultatie bij knie-, rug- en schildklierklachten scheelt kosten

Substitutie van medisch-specialistisch zorg door huisartsenzorg is een belangrijke pijler om de zorguitgaven te beperken. Teleconsultatie kan daarbij een belangrijke rol spelen, blijkt uit een pilot in de regio Nijmegen. Door teleconsultatie bij patiënten met knie-, rug- en schildklierklachten neemt het aantal verwijzingen naar de tweede lijn af. Grote kostenbesparingen zijn hierdoor mogelijk.

Het viel Guido Adriaansens, huisarts in Beuningen, en Marc ten Dam, internist-nefroloog en medisch manager transmurale zorg in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) Nijmegen, al langer op. Bij veel patiënten die door de huisarts worden verwezen, vindt op de polikliniek van het CWZ geen medisch-specialistische ingreep plaats, zoals een operatie. Patiënten krijgen een advies en na enkele polikliniekbezoeken gaan ze retour huisarts. Adriaansens: “Zelfs bij de orthopeed, een snijdend specialisme, komen patiënten met knieklachten die niet geopereerd worden. We dachten: dat kost veel geld, het belast de tweede lijn en voor patiënten is het gedoe om naar het ziekenhuis te komen. Bovendien kost het ook hen geld, doordat ze hun eigen risico moeten aanspreken.”

Voor deze patiënten, stelt Adriaansens, heeft de huisarts genoeg aan een advies van de medisch specialist. Daarmee kan hij verder. De LHV-kring Nijmegen en het CWZ besloten daarom tot een pilot teleconsultatie bij patiënten met knie- rug- en schildklierklachten. Adriaansens: “Het houdt in dat de huisarts zijn consultvraag via een format in ZorgDomein voorlegt aan de medisch specialist.”

Meer gerichte verwijzingen

De specialist beoordeelt vervolgens de consultvraag en geeft advies. Ten Dam: “Bij een patiënt met knieklachten kan hij bijvoorbeeld adviseren over pijnstilling, leefstijl of fysiotherapie. Vaak zijn dat opties die de huisarts nog onvoldoende heeft benut. Maar soms is de uitkomst dat de specialist de patiënt alsnog wil zien in de tweede lijn. Het teleconsult levert in dat geval een meer gerichte verwijzing op.”

Het prettige van teleconsultatie is dat de medisch specialist geen informatie mist. Ten Dam: “Hij kan het consult rustig bestuderen, op een door hemzelf gekozen tijdstip. Dat is een voordeel vergeleken met een telefonisch consult. Internetconsultatie is effectiever. Uit onze pilot blijkt ook dat we meer dan 50 procent van de verwijzingen die anders zouden plaatsvinden, hiermee kunnen voorkomen.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Hoofdlijnenakkoorden en macrobudgetten (2): consequenties voor wijkverpleging

Het demissionaire kabinet-Rutte II heeft een beleidsarme begroting gepresenteerd. De daadwerkelijke invulling wordt door een regeerakkoord mogelijk herzien. Eerder in het jaar is er een bestuurlijk akkoord overeengekomen voor de wijkverpleging, die als basis heeft gediend voor de rijksbegroting. Wat valt daaruit af te leiden en welk beleid gaan de grootste vier verzekeraars voeren?

De macrobudgetten 2018 voor de wijkverpleging zijn uiteengezet in het bestuurlijk akkoord ‘bouwen aan kwaliteit’. In 2018 is circa € 163 miljoen extra beschikbaar voor de wijkverpleging. De macrobudgetten worden vastgesteld op basis van prognoses over de ontwikkeling van de zorgvraag en vaststelling van zorgkosten. Deze worden afgezet tegen de algemene economische ontwikkeling en de inkomensontwikkeling, inclusief indexering van prijzen en lonen.

Voor de wijkverpleging resulteert dit voor 2018 in een kader van € 3.748 miljoen + € 30 miljoen substitutie. De groeiruimte voor de wijkverpleging is hiermee circa € 163 miljoen, exclusief de substitutiemiddelen.

Substitutie

Het streven is om zorg te substitueren en zo dicht mogelijk bij huis te leveren. Dit betekent voor de wijkverpleging een toename van de zorgvraag. Hiertoe wordt in dit akkoord (structureel) een bedrag van € 30 miljoen toegevoegd aan het macrokader wijkverpleging. Zorgverzekeraars zullen zich moeten inzetten om hier lokaal en regionaal afspraken over te maken en de beschikbare ruimte hiervoor optimaal te benutten.

Zorgkostenplafond

De inkoop van wijkverpleging kent een vast jaarlijks ritueel. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders sluiten in het najaar een contract voor het komende jaar over hoeveel zorg er mag worden geleverd en tegen welke prijs – het zogeheten zorgkostenplafond. Gedurende het jaar blijkt of de zorg binnen dit plafond kan worden uitgevoerd. Vaak is dit niet het geval. Vervolgens ontstaat een ingewikkeld spel met de zorgverzekeraars om de extra zorg (deels) betaald te krijgen.

Tarieven

De huidige tarieven zijn niet kostendekkend. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) stelt per jaar per prestatie een maximum vast. Door de druk van de zorgverzekeraars ontvangt niemand meer dit maximale tarief en worden zorgaanbieders gedwongen om onder kostprijs te werken. Op korte termijn levert dit misschien voor de verzekeraars voordeel op, maar de duurzame inhoudelijke prikkel om kwalitatief en doelmatig met een juiste mix van goed opgeleide HBO en MBO opgeleide (wijk)verpleegkundigen en verzorgenden te kunnen anticiperen op de steeds complexer wordende thuissituatie, wordt hier onvoldoende in meegenomen.

Verzekeraars over inkoop wijkverpleging

Om zicht te krijgen op de inzet van de zorgverzekeraars voor 2018 heeft de Eerstelijns de vier grote zorgverzekeraars vragen gesteld over hun inkoopbeleid. Lees hun reacties in dit artikel.

Auteurs: Marcel de Groot, Harold Oldejans (ZZG Groep)

Download het volledige artikel hier:

Transmurale winst in de regio

Iedere huisarts beschikt over de praktijkspiegel van Vektis. Bij wijze van pilot heeft Vektis een regiospiegel ontwikkeld, waarbij alle kosten in een regio worden afgezet tegen de verwachte kosten. Dit leverde voor de ZIO-regio voor het eerst een overzicht van alle kosten en verrassende inzichten op.

Al jarenlang houdt de verzekeraar de ZIO-regio voor dat deze duur is, gekoppeld aan een dringend verzoek om de kosten naar beneden te brengen. De regiospiegel van Vektis werpt een iets ander licht op die zaak. Deze laat zien dat de huisartsenkosten weliswaar hoger zijn dan verwacht (€ 22,- per ingeschreven patiënt), maar dat de ziekenhuiskosten flink lager uitvallen dan verwacht (€ 127,- per patiënt). Per saldo dus een besparing van € 105,- per inwoner en in totaal 17,8 mille per jaar voor de regio.

De extra kosten van de huisarts komen voornamelijk voort uit verrichtingen die specialistische zorg substitueren. Behalve bij chirurgie, zijn de besparingen aan de kant van het ziekenhuis gerealiseerd bij cardiologie, longziekten en interne geneeskunde. Gebieden die één op één aan de ketens gerelateerd zijn. Overigens komen de totale kosten in de regio nagenoeg overeen met de verwachte kosten.

Lessen

Wat valt hieruit te leren? Bovenal dat het bijzonder informatief is om zo’n regionaal Vektis-overzicht te hebben. Het brengt inhoudelijke focus op de regionale agenda.

Het leert ook dat cijfers per domein (alleen huisartsenzorg of alleen ziekenhuiszorg) slechts een deel van het verhaal vertellen. Juist de samenhang laat zien wat het financieel resultaat is op de keten. Het kader eerstelijnszorg is op ongeveer 3,5 miljard vastgesteld. Aangezien de ZIO-regio 1/100 van Nederland is, komt dit neer op 35 miljoen voor de regio. Hierop wordt bijna 18 miljoen aan transmurale besparingen gerealiseerd, waarbij de substitutie sterk samenhangt met de zorgketens. Hebben we dan nog steeds debat over de waarde van ketenzorg?

Hopelijk kan Vektis deze cijfers landelijk ter beschikking gaan stellen, zodat we weten waar we het over moeten hebben in de eerste lijn!

Auteur: Guy Schulpen (ZIO)

Download het volledige artikel hier:

Carrièrefases en vermogensontwikkeling huisarts

De overeenkomst tussen een huisartsenpraktijk opzetten, een huisartsenpraktijk tot bloei brengen en een huisartsenpraktijk overdragen? Er dienen zich tal van financiële vraagstukken aan. Van Lanschot Healthcare denkt in dergelijke fases financieel, fiscaal en strategisch mee, zowel zakelijk als privé. Huisartsen in loondienst hebben ook baat bij deze expertise, bijvoorbeeld wanneer zij willen verkennen welke hypotheek ze kunnen afsluiten voor een woning.

Iedere huisarts verkeert tijdens zijn carrière verschillende malen in een situatie die flink wat financieel en strategisch denkwerk vergt. Besluit de dokter bijvoorbeeld zich wel of niet in te kopen in een maatschap? Of wordt een overname overwogen? Of is een uitbreiding of verkoop van de praktijk aan de orde? De Eerstelijns heeft een partner die de zorgverlener kan bijstaan met deskundig advies op maat: Van Lanschot Healthcare.

Behoud levensstijl

Met grote regelmaat voorziet Petra van de Hoef huisartsen van advies. Dat doet zij in haar functie van Senior Healthcare Banker bij Van Lanschot Healthcare. Van de Hoef : “Wie zijn opleiding tot huisarts heeft afgerond, staat voor belangrijke keuzes. Ga je werken in loondienst of geef je er de voorkeur aan een eigen praktijk te starten? Het antwoord op deze vraag bepaalt voor welke financiële kwesties je komt te staan. Treed je in dienstverband, dan zullen je financiële behoeften vooral betrekking hebben op de privésituatie. Begin je een eigen praktijk, dan krijg je te maken met de financiële en fiscale aspecten van het ondernemerschap. Een voorbeeld: voor de oudedagsvoorziening bouw je in elk geval al vermogen op via het verplichte pensioenfonds. Maar is dit voldoende om na het pensioen de gewenste levensstijl te behouden? Misschien is het de moeite waard nu al extra voorzieningen te treffen, zoals sparen of een eigen beleggingsportefeuille.”

Toekomstbestendig?

Van de Hoef  benadrukt: beslissingen die de huisarts nu neemt, hebben impact op de toekomst. Zij zegt: “Van Lanschot Healthcare heeft als uitgangspunt dat de onderneming en de privésituatie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het is daarom essentieel op beide vlakken mee te denken. Wij doen dit in de vorm van vermogensregie. Zo krijgt de huisarts inzicht in zijn huidige en toekomstige financiële situatie. Het doel: niet alleen je droom van vandaag realiseren, maar ook je wensen voor later.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Uniek all-in tarief voor de huisartsenzorg

Nieuw en bijzonder: uiterlijk op 1 januari volgend jaar bieden de huisartsen van 25 gezondheidscentra zorg volgens een all-in tarief dat is overeengekomen met verzekeraar Menzis. Dit omvat de gehele huisartsen- en multidisciplinaire zorg: inschrijftarieven, consulten, verrichtingen, chronische ketenzorg, geïntegreerde eerstelijnszorg en zorgvernieuwing.

“Ik ben hier blij mee”, zegt Amon van den Borg. “Niet eerder zijn zóveel betaaltitels ondergebracht in één tarief. Uniek is dat ook betaaltitels voor chronische zorg erbij zijn betrokken.” Van den Borg is directeur van Arts en Zorg, de organisatie waarbij 25 eerstelijnsgezondheidscentra uit het hele land zijn aangesloten waarbinnen genoemde huisartsen werkzaam zijn.

Hij legt uit: “Huisartsen hebben te maken met een mozaïek van betaaltitels. Ze zijn veel tijd kwijt aan het afvinken van deze titels en aan het registreren en verantwoorden van hun behandelingen. Bovendien zijn ze doorgaans gebonden aan het 10-minutenconsult per patiënt. Onze huisartsen kunnen straks dankzij het all-in tarief rekenen op een grote mate van flexibiliteit en vrijheid. Zij bepalen zelf hoeveel tijd zij besteden aan een patiënt en hoe ze dat doen: fysiek of digitaal. We laten de stopwatchzorg achter ons en geven iedereen de benodigde tijd en aandacht. Tegelijkertijd daalt de administratieve lastendruk.”

Meer opties consult

Van den Borg noemt een ander voordeel. “Het all-in tarief maakt het beter mogelijk zorginnovaties te ontwikkelen en implementeren. Een voorbeeld: Arts en Zorg heeft een chat-instrument gemaakt waarmee een patiënt op afstand een vraag kan stellen aan een huisarts. Het is best lastig om een dergelijke nieuwigheid te laten landen in de bestaande tarievenstructuur. Waar valt een dergelijk consult onder? Welke betaaltitel hoort erbij? Met het all-in tarief hoef je je dergelijke vragen niet te stellen en kun je de chat-mogelijkheid onmiddellijk aanbieden aan de patiënt.”

Beter en goedkoper

Het all-in tarief vloeit voort uit een succesvolle pilot van de zorgverzekeraar en Arts en Zorg (zie De Eerstelijns 10, 2016). Het is gebaseerd op shared savings. Kort en goed komt dit erop neer dat een zorgverzekeraar zorgverleners beloont voor initiatieven en bijdragen die zowel leiden tot beheersing van zorgkosten als verbetering van zorgkwaliteit. Met deze extra financiële middelen kunnen zorgverleners bijvoorbeeld opnieuw investeren in kwaliteitsverbetering van zorg of in manieren om patiënten langer in de eerste lijn te houden of eerder patiënten uit de tweede lijn over te nemen. De voordelen voor de verzekerde: een lagere premie en kwalitatief goede en beter toegankelijke zorg.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Hoofdlijnenakkoorden en macrobudgetten: de consequenties in de praktijk

Het macrobudget voor huisartsen voor 2018 staat vast. Het hoofdlijnenakkoord is met een addendum voor een jaar verlengd. Maar wat betekent dit voor de kernfuncties in de eerste lijn? We vroegen het de vier grote zorgverzekeraars. In dit artikel zoomen we in op huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (MDZ). In de volgende Eerstelijns analyseren we de bekostiging van de wijkverpleging.

De macrobudgetten per deelsector worden gepubliceerd in de Rijksbegroting. Ze geven de ruimte aan die volgens de regering beschikbaar is voor zorg in 2018 . De macrobudgetten worden vastgesteld op basis van de prognoses over de ontwikkeling van de zorgvraag en vaststelling van zorgkosten. Deze worden afgezet tegen de algemene economische ontwikkeling en de inkomensontwikkeling en met indexering van prijzen en lonen. Het bepalen van de groeiruimte is dus een ingewikkeld proces.

Kader voor huisartsen

Voor 2018 bedraagt het budget voor huisartsenzorg (2999 miljoen) en multidisciplinaire zorg (495 miljoen) samen 3,5 miljard euro. De groeiruimte 2018 voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (MDZ) samen is 164,6 miljoen. Dit is exclusief de indexering 2018 en substitutieruimte (75 miljoen). Het is nu aan partijen om zorg te contracteren. De zorgvraag zal toenemen en de kosten worden bepaald door de prijs x het volume. De zorgverzekeraars kunnen met kaders te schuiven, bijvoorbeeld ziekenhuizen & medisch-specialistische zorg en huisartsen & multidisciplinaire zorg, maar in de praktijk gebeurt dit zeer beperkt. Ook binnen het macrokader huisartsen en multidisciplinaire zorg op het onderdeel innovatieve zorg (S3) zijn verzekeraars terughoudend. De redenen die zorgverzekeraars hiervoor geven zijn kleinschaligheid, onvoldoende onderbouwing, het ontbreken van een positieve business case vooraf, dubbele financiering en/of verschil van mening over het innovatief karakter van de aanvraag. Uit de jaarlijkse huisartsen contractering monitor van NIVEL in opdracht van InEen blijkt dat het niet contracteren van innovatieve projecten een belangrijk aandachtspunt is.

Om te weten wat zorgverzekeraars gaan doen, is het inkoopbeleid dat voor 1 april 2017 is gepubliceerd richtinggevend. De verfijning vindt vaak later plaats met steun van beleidsregels van de NZa (begin juli 2017). Ook geven de NZa- kostenonderzoeken input. Met gesprekken krijgt het zorginkoopbeleid verder vorm. Verder is er een landelijk

hoofdlijnenakkoord (1 juni 2017) waarin partijen de speerpunten van beleid overeenkomen. Ook is de module Organisatie & Infrastructuur met bijbehorende betaaltitels vastgesteld, waarmee partijen afspreken te investeren ter versterking van eerstelijnszorg per 2018.

Verzekeraars aan het woord

Om zicht te krijgen op de inzet van de zorgverzekeraars heeft de Eerstelijns de vier grote zorgverzekeraars vragen gesteld over hun inkoopbeleid. Lees hun reacties in dit artikel.

Auteur: Anton Maes

Download het volledige artikel hier: