Berichten

Jaar 2019 cruciaal voor regionale versterking van de eerste lijn

Al ruim vijf jaar wordt er gesproken en geschreven over de noodzakelijke versterking van de eerstelijnszorg. Door allerlei ontwikkelingen neemt de urgentie sterk toe, maar de geplande koerswijziging in 2018 is uitgebleven. De klok tikt, stelt zorgbestuurder Jan Erik de Wildt: “We praten nu al over het inkoopbeleid 2020.”

Vorig jaar had het moeten gebeuren: de concrete invoering van de module Organisatie & Infrastructuur (O&I). Het nieuwe bekostigingssysteem moet ervoor zorgen dat de organisatiekracht van de eerste lijn – met name de huisartsenzorg – een flinke boost krijgt. Een belangrijk onderdeel hiervan is regiomanagement. Door dit goed op te tuigen, inclusief het benodigde budget, kan de huisartsenzorg toekomstbestendig inspelen op tal van ontwikkelingen die een grote impact hebben op de dagelijkse praktijk.

Teleurstellend en onacceptabel

Die sterkere regionale organisaties zijn echter in 2018 nauwelijks van de grond gekomen, stelt Jan Erik de Wildt, directeur bedrijfsvoering van zorggroep DOH en scheidend uitgever van De Eerstelijns. “Er is vrijwel geen beweging zichtbaar. Dat is heel teleurstellend en eigenlijk onacceptabel. Er komt zoveel op de huisartsenpraktijken af, dat er écht stappen gemaakt moeten worden.”

De Wildt is een beetje klaar met alle overleggen, plannen en rapporten. “Als we zo doorgaan, komen we geen steek verder. 2019 wordt cruciaal, onder andere omdat er dit jaar 125 miljoen euro ICT-gelden beschikbaar komen voor de eerste lijn. Maar ook vanwege de verplichte invoering in 2020 van een persoonlijk gezondheidsportaal voor elke patiënt. Dit alles vergt een enorme inspanning en een regionale benadering.”

Toename zorgvraag

De belangrijkste structurele ontwikkeling die om actie vraagt, is de forse toename van de zorgvraag. “Ouderen wonen langer thuis, de GGZ ambulantiseert, de verschuiving vanuit ziekenhuizen blijft doorgaan en het aantal chronisch zieken neemt toe. Dit komt allemaal op het bordje van de huisarts. Bovendien wordt er vanuit het sociaal domein een groeiend beroep gedaan op de eerste lijn.” Deze trends gekoppeld aan het achterlopen op ICT-gebied en personeelskrapte in de zorg, maakt fundamentele organisatorische veranderingen noodzakelijk.

Samen aan zet

Om tot concrete resultaten te komen, zijn twee partijen aan zet, aldus de Brabantse zorgbestuurder: de zorgverzekeraars en de eerste lijn zelf. “Hun bestuurders moeten lef en leiderschap gaan tonen. Er spelen veel belangen. Mensen zullen over hun eigen schaduw moeten stappen. Er is nu te veel versplintering. Al die aparte clubs, met hun eigen besturen, gebouwen en overlegcircuits. Het is niet efficiënt en we werken te veel langs elkaar heen.”

Auteur: José van der Waerden

Download hier het artikel.

eHealth-ontwikkeling in e-Estonia

Een van de belangrijkste ontwikkelingen die de aandacht vragen van eerstelijnsbestuurders is eHealth en digitalisering. Daarom ging de studiereis van de negende Masterclass Eerstelijns Bestuurders naar Estland. In Estland is digitalisering namelijk al jaren een speerpunt en dat wordt gepresenteerd onder de naam e-Estonia. Wat betekent de door de overheid gestuurde ICT-ontwikkeling voor de eerstelijnszorg?

De digitale ontwikkeling in Estland is vanuit de historie ontstaan. Estland is sinds 1918 een zelfstandige republiek. Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot 1992 heeft Estland verschillende bezetters gehad. Pas daarna kon het land zich echt gaan ontwikkelen. Doordat Estland economisch nauwelijks ontwikkeld was en geen traditionele maatschappelijke-economische infrastructuur had, is digitalisering tot speerpunt gemaakt. In de volle breedte: van onderwijs en sociale zaken tot gezondheidszorg; alles wordt digitaal verwerkt en vastgelegd. Rond 2000 nam Estland het Nederlandse huisartsinformatiesysteem als voorbeeld voor het automatiseren van de huisartsenzorg. Op dit moment zijn nog drie huisartsinformatiesystemen (HIS’en) operationeel.

Infrastructuur

De digitalisering van de gezondheidszorg heeft enkele sterke aspecten, maar kent net als in Nederland de nodige uitdagingen. De X-Road – het communicatieplatform – verbindt alle applicaties en databases aan elkaar en wordt steeds verder uitgebreid met nieuwe functionaliteit. Het is deels een centrale en deels een decentrale infrastructuur. Patiënten en zorgprofessionals hebben één toegangspasje voor alle gegevens met dubbele authenticatie. Dat wordt de komende jaren vervangen door (mobiele) biometrische toegang (oog, vingerafdruk, enzovoort).

Tevreden ondanks tekortkomingen

Alle organisaties die zorg leveren zijn verplicht om informatie aan te leveren aan het nationale systeem, echter in praktijk is dat niet altijd het geval en de naleving is niet krachtig georganiseerd. Daarnaast is er geen Professionele Samenvatting zoals wij die kennen, zodat er 200 pagina’s platte tekst moeten worden doorgeworsteld om de noodzakelijke informatie te vinden. Dat gaat men trachten op te lossen door kunstmatige intelligentie in te zetten voor het maken van ‘samenvattingen’ van ongestructureerde data. De architectuur is goed,  maar de verbinding met de eindgebruikers laat volgens de zorgprofessionals te wensen over. Toch zijn zij tevreden met dit systeem, omdat zij zich realiseren dat zij anders nooit zo snel hadden kunnen innoveren. En er is perspectief op doorontwikkeling door een duidelijke sturing en regie. Over privacy maken Estlanders zich nauwelijks zorgen en er is veel vertrouwen in de veiligheidssystemen. ICT zien zij als een kans om welvaartswinst te boeken.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Chronische zorgprogramma’s op de schop

Krimpende budgetten en minder personeel leiden tot het veranderen van de zorg- en bedrijfsprocessen in de eerstelijnszorg. Daarnaast bieden technische applicaties de mogelijkheid om de inbreng van patiënten te vergroten. In dit artikel doen de auteurs een voorzet voor herontwerp van de chronische zorgprogramma’s, zoals diabetes, COPD, CVRM of astma.

De chronische zorgprogramma’s zijn ontwikkeld nadat in het begin van deze eeuw werd geconstateerd dat de coördinatie en afstemming in de diabetesketen niet goed georganiseerd was. De zorg was met name hierdoor niet adequaat. Er werd een Zorgstandaard Diabetes opgesteld en geïmplementeerd. Voor COPD en CVRM werd eenzelfde pad gevolgd. Het zorgprogramma Astma is later in een aantal regio’s als pilot toegevoegd. De extra aandacht voor betere samenwerking en coördinatie in deze chronische zorg heeft ertoe geleid dat Nederland qua zorguitkomsten in internationaal perspectief goed scoort. Tegelijk is vrijwel iedereen het erover eens dat de zorgstandaarden verworden zijn tot standaardzorg en wordt er steeds meer ingezet op persoonsgerichte zorg. Ook is duidelijk geworden dat wanneer er voor één patiënt meerdere zorgprogramma’s en eventueel nog andere relevante NHG- of andere richtlijnen worden ‘gestapeld’, dit niet automatisch tot de beste zorg leidt. Daarom is ingezet op persoonsgerichte zorg op basis van een individueel zorgplan.

Maatschappelijke veranderingen

In de afgelopen tien jaar is er nogal wat veranderd. We zien dat:

–          het aantal chronisch zieken blijft stijgen;

–          substitutie van budget uit de ziekenhuizen niet (voldoende) is gelukt;

–          De macro-economische zorgkosten blijven stijgen;

–          De technische mogelijkheden door inzet van eHealth en ICT-applicaties toenemen;

–          Het tekort aan arbeidskrachten verontrustende vormen aanneemt;

–          (een deel van de) patiënten meer betrokken wil worden in het zorgproces en 24/7 toegankelijkheid verwacht.

In aansluiting op deze veranderingen, moet er een nieuw perspectief worden geschetst voor de chronische zorgprogramma’s diabetes, COPD (en astma) en CVRM. Een concept dat ook toepasbaar is bij andere diagnoses, zoals GGZ of chronische beweegzorg. De auteurs schetsen een nieuwe opzet, waarbij een verschuiving plaatsvindt van standaard chronische zorg naar andere vormen van zorg. Daarbij wordt steeds meer gebruikgemaakt van zelfmanagement en ICT. Hierdoor kan de productiviteit van de professionele zorgaanbieder toenemen en worden ingezet voor patiënten die niet in staat zijn om digitaal te participeren in het zorgproces of waarbij fysieke consulten noodzakelijk zijn.

Auteurs: Jan Erik de Wildt, Ellen Huijbers, Renate Jansink, Jorien Sjoerdsma, Nathalie Eikelenboom (DOH)

Download het volledige artikel hier:

Van functionele naar geografische aansturing in de huisartsenzorg

De invoering van de module Organisatie & Infrastructuur (O&I) leidt tot verandering van de bestaande organisatieprincipes in de huisartsen- en multidisciplinaire zorg. De functionele indeling maakt plaats voor een geografische. Wat verandert er precies, wat is de achtergrond daarvan en is die verandering positief?

De huisartsenzorg is veelal functioneel en financieel gestuurd. Dat wil zeggen dat functies geclusterd zijn tot organisaties: huisartsenposten voor spoedzorg, zorggroepen voor chronische zorg en daarbinnen zijn er zelfs per ziekte georganiseerde ketens (S2). Daarnaast zijn er nog huisartsenkringen voor belangenbehartiging van huisartsen, eerstelijnsdiagnostiek, ROS’en voor ondersteuning van multidisciplinaire samenwerking en huisartsenpraktijken (S1) die veelal enkelvoudige zorg bieden. Lokaal zijn er bovendien HAGRO’s (huisartsengroepen) voor farmacotherapeutisch overleg en waarneming overdag. Deze verschillende organisaties kennen verschillende financiële stromen: budgetten, DBC’s, contributie, ION en variabele beloningen. Ze hebben eigen besturen of bestuurders, verschillende agenda’s en – ondanks dat men tot dezelfde ‘familie’ behoord – soms zelfs andere belangen.

Deze functionele benadering bij het organiseren van de eerstelijnszorg heeft voor- en nadelen. Gunstig is de focus op een of enkele functies, waardoor een hoge mate van specialisatie behaald kan worden. Er worden schaalvoordelen behaald bij verdeling van arbeid, bij investeringen en het werk kan efficiënt worden uitgevoerd. Deelresultaten kunnen vaak duidelijk gedefinieerd worden, maar totaalresultaten vanuit het perspectief van patiënten of inwoners zijn lastiger vast te stellen. Ongunstig is het ontbreken van een totaalvisie op de lokale en/of regionale zorgvraag, communicatie en afstemmingsvraagstukken met andere zorgorganisaties en een meer domeinoverstijgende benadering van een complexe omgeving.

Module O&I

Door de module O&I verschuift het organisatieprincipe van functioneel naar geografisch. Wijken en regio’s worden het uitgangspunt, waarbij de verschillende functies worden samengevoegd tot lokale- en regionale organisaties. Ook dit heeft voor- en nadelen. De korte communicatie naar de klant, de couleur locale met aanpassingsmogelijkheden en hoge betrokkenheid van medewerkers door afwisselende werkzaamheden, zijn voordelig. Deelresultaten zijn nu lastiger, totaalresultaten zijn logischer. De afstemming met overkoepelende landelijke organisaties wordt moeilijker (LHV, InEen). De nadruk ligt immers op de regionale belangen. Daarnaast kan de kleinschaligheid soms tot hogere directe kosten leiden. Dan kan een bovenregionale of landelijke aanpak geïndiceerd zijn.

Effect op eerstelijnszorg

De O&I leidt dus feitelijk tot een reorganisatie van de eerstelijnszorg. Verschil met een reorganisatie binnen een bedrijf is dat er geen vanzelfsprekende regisseur is in het proces. Dit betekent dat de reorganisatie zich af gaat spelen op basis van de wijze waarop de regionale spelers zich tot elkaar verhouden, de samenwerkings- of vertegenwoordigingsafspraken die zijn gemaakt, de machtsverhoudingen die zijn opgebouwd en wellicht op basis van sturing van belanghebbenden als zorgverzekeraars en gemeenten. Het is een onomkeerbaar proces dat logischerwijze voortvloeit uit de steeds sterkere regionale benadering. Realisatie vindt plaats binnen de komende één tot vijf jaar!

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg: bestuurlijk commitment voor ambitieuze beleidsagenda

‘The proof of the pudding is in the eating’, zeggen de Engelsen. En zo is het. Op 11 juli jongstleden ondertekenden InEen, LHV, Zorgverzekeraars Nederland, de Patiëntenfederatie Nederland en het ministerie van VWS het hoofdlijnenakkoord huisartsen 2019-2022. Wat de afspraken waard zijn, zal de toekomst uitwijzen. De Eerstelijns analyseert.

Waar in het hoofdlijnenakkoord 2014–2017 nog sprake was van ‘eerstelijnszorg’, is nu een duidelijke keuze gemaakt voor ‘huisartsenzorg’. Enerzijds handig, anderzijds staat het een integrale multidisciplinaire benadering in de weg.

Samenhang akkoorden

De regering heeft gekozen voor hoofdlijnenakkoorden. Was er anders besloten, dan was er waarschijnlijk geen huisartsenakkoord gekomen. Zorgverzekeraars waren namelijk niet zo’n voorstander van een hoofdlijnenakkoord met huisartsen, omdat men erop rekende toch wel contracten te kunnen sluiten.

Er zijn meer sectorale akkoorden en ook sector brede programma’s. Het is de vraag wie bij VWS hierover het overzicht bewaart. Door sommige alinea’s letterlijk overal op te nemen, wordt samenhang gesuggereerd. Komt dat ook terug in de uitvoering? Dat is de vraag, want het zorgveld en de zorgverzekeraars zijn verdeeld in afdelingen en worden als zodanig bekostigd. En wat gebeurt er als er ontwikkelingen zijn in een bepaald domein of op een thema die het akkoord sterk beïnvloeden? Bijna vijf jaar vooruit kijken is een heikele zaak. Zijn de partijen flexibel genoeg en hebben ze voldoende vertrouwen om dynamisch om te gaan met het hoofdlijnenakkoord als dat nodig is?

Thema’s huisartsenakkoord

De inhoudelijke basis voor alle zorgakkoorden is de Juiste Zorg Op de Juiste Plek. Dit rapport kan beschouwd worden als de zorgparagraaf in het regeerakkoord van Rutte III. Specifieke thema’s als meer tijd voor de patiënt, versterking organisatiegraad, zorg voor kwetsbare groepen, zorg in ANW-uren, verbetering samenwerking sociaal domein, kwaliteit en ICT-zorginfrastructuur zijn door InEen en de LHV ingebracht en komen terug in het huisartsenakkoord. Ook is er aandacht voor de arbeidsmarkt en acute zorg en zijn er toezeggingen over de compensatie van de loonstijging in de cao. De erkenning dat bestuurlijk commitment op landelijk niveau nodig is om de ambities te realiseren, is een belangrijk gegeven. Dit kan houvast geven aan de regionale agenda. En hoewel wordt vermeld dat er geen centrale regie of monitoring komt, zal de Nederlandse Zorgautoriteit wel periodiek rapporteren.

Het is aan de zorgverzekeraars om de uitgangspunten van dit akkoord toe te voegen aan het zorginkoopbeleid 2019, dat in april is gepubliceerd. In regio’s waar contracten tot 2020 zijn gesloten, is het aan partijen om samen te beoordelen hoe zij nu toch al kunnen inspelen op de uitkomsten van het hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg.

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Uitdagingen voor vakbekwame eerstelijnsbestuurders

De samenwerking tussen eerstelijnsprofessionals en binnen monodisciplinaire organisaties heeft de afgelopen tien jaar een flinke vlucht genomen. Voor het komend decennium is multidisciplinaire netwerksamenwerking met specialistische zorg en het sociale domein de grote uitdaging. Een mooie klus voor ambitieuze bestuurders van eerstelijnsorganisaties. De Masterclass Eerstelijns Bestuurders zorgt voor de benodigde kennis en kunde.

De toekomst van eerstelijnsbestuurders wordt bepaald door de toekomst van eerstelijnsorganisaties. De traditionele indeling in lijnen en domeinen zal steeds diffuser worden. De huidige en toekomstige gezondheidszorg- en maatschappelijke uitdagingen vergen steeds meer samenwerking tussen partijen. De focus verschuift van landelijke sturing naar een regionale aanpak. Technologie ondersteunt zorgprocessen, maar kan alleen effectief worden toegepast als bedrijfsprocessen gestandaardiseerd worden in combinatie met behoud van professionele autonomie. Dat is niet altijd wat professionals willen. In het perspectief van menig professional is behoud van de eigen kleinschalige praktijkcultuur gewenst. Deze verandering vraagt visie, lef en leiderschap van bestuurders.

Gemandateerde organisaties

De positie van de eerstelijnszorg kent grofweg twee mogelijke ontwikkelscenario’s. In het eerste scenario ontstaan er krachtige gemandateerde eerstelijnsorganisaties, die samenwerken in een netwerk met ziekenhuizen, GGZ, huisartsen, wijkverpleging, apothekers, paramedici en gemeenten. In het tweede scenario wordt eerstelijnszorg een verlengstuk van het ziekenhuis. De huidige ‘ziek tenzij’ en ziektespecifieke benadering, maakt dan plaats voor een transmurale, bredere maatschappelijke filosofie.

Eerstelijnsbestuurders

Bestuurders die afkomstig zijn uit het werkveld, de taal van collega’s spreken en de cultuur kennen, zijn in beide scenario’s nodig. Als de eerstelijnszorg in zijn geheel sterk genoeg is, kan deze de ontwikkelrichting sturen. De veelal monodisciplinaire eerstelijnsorganisaties zullen een gezamenlijke, regionale strategische koers moeten ontwikkelen, want een landelijke blauwdruk voor de ontwikkeling van de gezondheidszorg is vanwege de verschillen in populatie en vraagstukken als arbeidsmarkt en complexiteit niet te verwachten. De Masterclass Eerstelijns Bestuurders stoomt zorgprofessionals in negen maanden klaar om die taak te kunnen vervullen. In september 2018 start de tiende editie.

Auteur: Jan Erik de Wildt en Caroline Baan

Download het volledige artikel hier:

Ketenvorming biedt huisartsen perspectief

In diverse disciplines van de zorg is ketenvorming aan de orde. Hoe staat het met de huisartsen? Wat zijn de verwachtingen, wat valt te leren? Wat is er anders? De Eerstelijns analyseert in samenspraak met sectorspecialisten van kennispartner ABN AMRO.

Er zijn verschillende vormen van ketenvorming. Het gemeenschappelijke doel is toegevoegde waarde te creëren voor de patiënten, kwaliteit te bevorderen, inkoop- en verkoopmacht te vergroten en gezamenlijk gebruik te maken van faciliteiten. Oftewel ontzorgen.

In de eerstelijnszorg kennen we al verschillende vormen van monodisciplinaire ketens: apothekers, tandartsen, podotherapeuten, psychologen en fysiotherapeuten. Hoewel een zorggroep van huisartsen ook veel weg heeft van zo’n monodisciplinaire keten, beperkt deze zich tot een (klein) deel van de patiënten en is de samenwerking te vrijblijvend om van ketenvorming te kunnen spreken. Alleen bij sommige koepels van gezondheidscentra is sprake van ketenvorming. Sommige zorggroepen ontwikkelen zich in die richting.

Actueel

Een aantal ontwikkelingen die bij andere disciplines tot ketenvorming leidde, is ook aan de orde in de huisartsenzorg. Dat maakt het onderwerp ketenvorming actueel. De complexiteit, de werkdruk, het toekomstperspectief en de risico’s van het zelfstandig ondernemerschap leiden er bijvoorbeeld toe dat jonge huisartsen niet meer snel warmlopen voor een praktijkovername. Financieringsvraagstukken spelen ook een rol.

Door ketenvorming kan een bepaalde schaal worden behaald, waardoor diensten in eigen beheer kunnen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld diagnostiek of vastgoedbeheer. De innovatie- en implementatiekracht worden versterkt en de ketenorganisatie kan professionals ontzorgen in niet-medische bedrijfsprocessen en digitalisering, bij het naleven van wet- en regelgeving, bij de regionale afstemming met andere partijen en met de zorgverzekeraar. De bekostiging stuurt op regionale ketenvorming. Een belangrijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor de module Organisatie & Infrastructuur (O&I) is immers een gemandateerde organisatie.

Autonome ontwikkeling

De ervaring bij tandartsen en apothekers leert dat ketenvorming dichterbij komt naarmate de ‘pijn’ van het individuele praktijkhouderschap groter wordt. In die sectoren verliep het trapsgewijs. De initiatiefnemers bij de vorming van huisartsenketens zullen ondernemende huisartsen zijn. Pas daarna komen er investeerders die ketens opkopen vanwege geprognosticeerde omzet in een breder portfolio en dienstenpakket. Vervolgens biedt men binnen de keten ook eigen diensten en producten als centrale inkoop, opleiding of inkoop aan. Er zijn allerlei organisatievormen mogelijk om hieraan invulling te geven. Dit is een autonome strategische ontwikkeling die zeker zal gaan spelen. Het tijdpad is minder goed te voorspellen.

Auteurs: Jan Erik de Wildt en sectorspecialisten ABN AMRO

Download het volledige artikel hier:

Eerstelijnsakkoord of chaos?

In het Regeerakkoord staat dat er hoofdlijnenakkoorden komen, in de Tweede Kamer is een hoorzitting geweest, er zijn al meerdere bestuurlijke en kantoorloverleggen geweest. Desondanks is nog steeds niet zeker dat er een eerstelijnsakkoord komt. Wat is het probleem?

In 2013 en 2017 zijn hoofdlijnakkoorden gesloten met de eerste lijn. Mooie woorden, veel ambities, financiële kaders, maar deze zijn – op enkele aspecten na – niet gerealiseerd. Sommige zorgverzekeraars hebben zich gedistantieerd van de afspraken die door Zorgverzekeraars Nederland zijn gemaakt. Zij hebben op basis van eigen zorginkoopbeleid regionale contracten gesloten met zorggroepen, gezondheidscentra en huisartsenposten.

Geen onderhandelkracht

Kennelijk hebben zorgverzekeraars geen landelijke akkoorden nodig om te contracteren. Daaruit blijkt dat de onderhandelkracht van eerstelijnspartijen laag is. Dat wordt bevestigd door de (forse) jaarlijkse onderschrijding van het macrobudget in de periode 2014-2017. En door het feit dat – los van enkele best practices – veel organisaties zijn geconfronteerd met niet indexeren, inclusieplafonds, doorbehandelplicht, inzetten van weerstandsvermogen voor structurele zorguitgaven en een lagere vergoeding aan onderaannemers. Kortom; de eerstelijnszorg is niet sterk in onderhandelen en zorgverzekeraars weten dat. Daarom is een nieuw hoofdlijnenakkoord voor hen niet nodig. Echter, de werkdruk en weerstand van professionals in de eerstelijnszorg nemen toe en daarmee de kans op serieuze conflicten.

Onvoorstelbaar

Eigenlijk is het niet voorstelbaar dat er geen akkoord komt. Immers, het akkoord voor medisch-specialistische zorg staat bol van verwijzingen naar de eerste lijn. Het gaat over meer samenhang op gebied van ICT, substitutie, informatie-uitwisseling, afstemming tussen het medisch- en sociaal domein en – als apotheose – een domeinoverstijgend onderzoek van VWS naar de realisatie van de transformatie. De regering heeft hier vol op ingezet. Er is in diverse sectoren een set van afspraken en akkoorden in de maak. Het rapport van de taskforce Zorg op de Juiste plek wordt breed omarmd en biedt een transformatieperspectief. Dat zal toch prevaleren boven individueel inkoopbeleid van zorgverzekeraars?!

Tot slot

De besturen van LHV en InEen zullen in een ledenraadpleging eind mei/begin juni een mogelijk akkoord voorleggen. Huisartsen(prakijken) moeten in georganiseerd verband steeds meer gaan doen. Zonder landelijke kaders komt dit proces niet van de grond. De eerstelijnszorg zal haar verantwoordelijkheid nemen en geen vrijblijvende afspraken maken zonder trekkingsrechten op macrobudgetten, maar wel met terechte claims. De zomer met gegarandeerde continuïteitsproblemen voor kwetsbare groepen staat voor de deur: gaan de zorgverzekeraars en eerstelijnszorg er samen voor of wordt het chaos?

Auteur: Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Waardegedreven zorg: van hype naar hoop

Value-based healthcare (VBHC) en Triple Aim zijn dé buzz-woorden in de Nederlandse gezondheidszorg. Maar wat ligt nu eigenlijk ten grondslag aan deze hypes? En met welk concept moet je als zorggroep, gezondheidscentrum of huisartsenpost aan de slag gaan? Lees in dit artikel de theoretische uitgangspunten van VBHC en Triple Aim én welk concept het beste toepasbaar is in de eerstelijnszorg.

Toekomstige businessmodellen in de zorg zullen zich steeds meer richten op meervoudige waardecreatie, waarin economische, klinische en psychosociale waarden met elkaar in evenwicht zijn. Dus geen nadruk op enkel kosten besparen of bovenmatige aandacht voor ervaringsverhalen, maar een evenwicht waarin het draait om het realiseren van de beste zorg en gezondheid voor de patiënt, tegen de laagst mogelijke kosten. Hiervoor is een netwerk van organisaties nodig. In Nederland spreken we in dit verband meestal van waardegedreven zorg. Value-based healthcare (VBHC) en Triple Aim zijn uit de Verenigde Staten komen overwaaien en worden vaak in één adem genoemd onder de noemer waardegedreven zorg. Zowel VBHC als Triple Aim gaan over waarde toevoegen, maar beide met een compleet andere focus.

Value-based healthcare

In het boek ‘Redefining Health Care’ beschrijft managementexpert Micheal Porter dat VBHC gaat over het realiseren van de beste uitkomst voor de patiënt tegen de laagst mogelijke zorgkosten. Porter geeft aan dat het zorgpad van een patiënt als uitgangspunt genomen moet worden, zodat de toegevoegde waarde van de verschillende disciplines kan worden bepaald. Het concept van VBHC is eigenlijk een uitgewerkte kosteneffectiviteitsmethode uit de gezondheidseconomie. Het vernieuwende wat Porter naar voren brengt is een implementatiemodel om de kloof te overbruggen van een volume gestuurd naar een waarde gestuurd gezondheidszorgsysteem. Het VBHC-implementatiemodel model bestaat uit zes onderling samenhangende bouwstenen.

Triple Aim

De Triple Aim aanpak gaat een stap verder dan VBHC en stelt dat een populatieaanpak en multi-stakeholder samenwerking nodig zijn om waarde te creëren. Donald Berwick beschrijft dat de Triple Aim draait om een drieledige doelstelling die gelijktijdig moet worden nagestreefd. Ten eerste het verbeteren van de ervaren kwaliteit van zorg. Als tweede draait het om het verbeteren van de gezondheid van een populatie. Het derde doel is het verlagen van de zorgkosten. De organisatie van zorg is gericht op het hele netwerk van preventie, zorg en welzijn en richt zich op de behoefte en zorgvraag van een specifieke (deel)populatie. Het doel van deze integrale samenwerking is een optimale uitkomst te behalen op het gebied van kwaliteit, gezondheid en kosten (Triple Aim).

In Nederland worden beide concepten toegepast. Hoe verloopt dat en welke past het beste bij de eerstelijnszorg? Valentijn en De Wildt geven in dit artikel antwoord op deze vragen.

Auteur: Pim Valentijn, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier:

Zet zorg bovenaan de gemeente-agenda

Op 21 maart jongstleden heeft 53 procent van de stemgerechtigden een stem uitgebracht voor de gemeenteraadsverkiezingen. De uitslag is bekend. Wat gaat deze betekenen voor de eerstelijnszorg? De Eerstelijns analyseert.

In 2010 waren de gemeentelijke uitgaven circa € 1.000 per persoon per jaar, in 2016 was dat door de decentralisaties opgelopen tot € 3.300 per jaar. Met de decentralisaties is het zorg- en welzijnsdomein verreweg de grootste uitgavenpost in gemeenten geworden.

Belangrijkste thema’s

Gezien de omvang van de uitgaven lijkt het logisch dat zorg en welzijn een van de belangrijkste onderwerpen van de gemeenteraadsverkiezingen zouden zijn. Maar niets is minder waar. NRC onderzocht voorafgaand aan de verkiezingen in 335 van de 380 gemeenten welke thema’s het meest naar voren kwamen bij de inwoners van gemeenten. Dat waren wonen, herindeling, bereikbaarheid en energie en afval. Een opvallende uitkomst, waarvoor geen eenduidige verklaring te geven is. Als deze trend ook in de coalitieakkoorden wordt voortgezet, is dat op zijn zachtst gezegd zorgelijk.

Versnippering

In een groot aantal gemeenten is een lokale partij de grootste geworden. De invloed, maar ook de inhoudelijke kennis en ondersteuning van grote landelijke partijen, neemt hiermee steeds verder af. Er ontstaat in gemeenten een versnipperd politiek landschap. Voor de eerstelijnszorg lijkt dit geen goede ontwikkeling. Kennis van zorg, welzijn en jeugdhulp is immers noodzakelijk om op verantwoorde wijze beleid te kunnen maken. Het is te hopen dat de ambtenaren die de afgelopen drie jaar de zorg- en welzijnsdossiers voorbereidden en uitvoerden wel behouden blijven, zodat zij de nieuwe coalitie professioneel kunnen ondersteunen. Wat tegenwerkt, is dat de druk op het systeem verder toeneemt en wethouders eerder scoren met wonen, herindeling, bereikbaarheid, duurzame energie en afvalverwerking.

Voor zorg en welzijn is meer samenwerking en afstemming met zorgverzekeraars nodig. Mensen houden zich immers niet aan de grenzen van wettelijke kaders. Door de enorme versnippering is het voor zorgverzekeraars en zorgkantoren schier onmogelijk om generieke afspraken te maken met gemeenten. Dat gaat de komende vier jaar wringen.

Wat staat u te doen?

Samenwerking tussen eerstelijnszorg en gemeente is noodzakelijk. Nu de verkiezingsuitslag bekend is, worden colleges gevormd en in de meeste gemeenten wordt een coalitieakkoord opgesteld. Het lezen van dat akkoord, het zoeken naar aanknopingspunten in het beleid en het aangaan of hernieuwen van de relatie met de verantwoordelijke wethouder en ambtenaren is een must voor iedere zichzelf respecterende eerstelijnsorganisatie.

Auteurs: Bianca den Outer, Jan Erik de Wildt

Download het volledige artikel hier: