Schotten weg in de zorg voor hartpatiënten

Het is snel en gemakkelijk gezegd: wij stellen de patiënt centraal en stappen over de lijnen van de gezondheidszorg heen. Niet zelden verwaaien de goede voornemens in de praktijk van alledag. Het Nederlands Hart Netwerk, een samenwerkingsverband in Zuidoost-Brabant, is aan het bewijzen dat het wél mogelijk is.

Cardiologen in Zuidoost-Brabant die een patiënt met boezemfibrilleren via ZorgDomein krijgen verwezen door een huisarts, gaan binnenkort eerst na of al een bloedonderzoek is gedaan en ECG’s zijn gemaakt in de eerste lijn. Zo ja, dan hoeven deze procedures niet nogmaals te worden uitgevoerd. De patiënt blijft extra belasting bespaard en krijgt niet te maken met korting op zijn eigen risico. Bovendien worden kosten voor een onnodige dubbele handeling voorkomen.

Dit is een van de lessen die zijn voortgekomen uit het kwaliteitsmodel van het Nederlands Hart Netwerk (NHN). Het samenwerkingsverband in Zuidoost-Brabant tussen zorgprofessionals uit de eerste, tweede en derde lijn beoogt – op basis van value-based healthcare – de zorgkwaliteit te optimaliseren voor patiënten met een hartaandoening en wil verder de zorgkosten verlagen.

Continu verbeteren

“Het NHN is opgericht in 2014 en operationeel sinds 2016”, zegt projectleider Paul Cremers. “Ons doel is de gezamenlijke zorg voor de patiënt met een hartaandoening continu te verbeteren. De gedachte hierbij is: het kan altijd beter. Daarom hebben we een kwaliteitsmodel ontwikkeld. Twee componenten zijn hierbij belangrijk: multidisciplinaire overleggen – in de vorm van netwerken per ziektebeeld – en de plan-do-check-act-cyclus.”

Pascale Voermans is voorzitter van de raad van bestuur bij SGE, één van de vier betrokken zorggroepen. “Telkens formeren we een werkgroep, ofwel netwerk, rondom een hartaandoening, bijvoorbeeld boezemfibrilleren. De deelnemende zorgverleners bespreken hoe de zorg voor deze patiënten er volgens hen idealiter uitziet. Hoe zouden zij het proces over de lijnen heen willen vormgeven? Welke patiënten kunnen bijvoorbeeld bij de huisarts blijven en welke moeten worden verwezen naar een cardioloog? We betrekken ook patiënten bij de planvorming. Is het vanuit hun perspectief bijvoorbeeld logisch wat de zorgverleners willen? Uiteindelijk beschrijven we de gewenste aanpak in een transmurale zorgstandaard, waarbij rekening wordt gehouden met de NHG-Standaarden en nationale en internationale landelijke richtlijnen voor cardiologen. De zorgstandaard bestaat onder meer uit uniforme definities, uitkomstindicatoren, initiële condities, beschrijving van het zorgproces en protocollen.” Cremers: “Na ‘plan’ volgen, ‘do’, ‘check’ en ‘act’. We implementeren de afgesproken zorgstandaard, de zorgverleners gaan die uitvoeren en vervolgens worden de uitkomsten gemeten.”

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Prikkelende visies op de zorg in 2030

Onder de noemer ‘Building the future by building bridges’ organiseerde ABN AMRO een ronde tafel waarin twee teams van jonge zorgprofessionals hun visie op de zorg in 2030 belichtten. Het bleek voer voor stevige discussie over hoe onze zorg er dan uit zal zien.

Hoe ziet onze wereld er in 2030 uit? Mark Schipper van creatief bureau Freshmark signaleerde in een korte introductie een aantal trends die in het antwoord op die vraag nu al richtinggevend zijn. Polarisering bijvoorbeeld. “Er is meer dat ons uit elkaar speelt dan dat ons bindt”, zei hij. Maar ook een groeiende roep om samenredzaamheid door de terugtredende overheid. En: feminisering, flexibilisering van ons leven dankzij internet, robotisering en duurzaamheid. Van de twee teams van jonge zorgprofessionals wilde hij horen welke gevolgen dit voor de zorg van 2030 zou hebben.

Vergaande digitalisering

In de eerste pitch, gepresenteerd door neuroloog in opleiding Shanice Beerepoot – stond digitalisering centraal. Ze vertelde: “In 2030 heb ik lange werkdagen, congressen, een gezin met twee kleine kinderen en dus veel stress. Ik word ‘s nachts wakker met pijn op de borst en wil nú weten wat er aan de hand is. Ik zet mijn VR-bril op en open mijn virtual digital doctor app. Mijn virtuele coach vertelt mij precies hoe ik ervoor sta. Hij geeft mij een gezondheidsprofiel, een leefstijladvies en verwijst mij naar een arts. Die ziet digitaal mijn gegevens en kan ter plaatse beslissen of hij mij live wil zien of kan volstaan met een persoonlijk behandeladvies op afstand.”

Community care

In de tweede pitch, gepresenteerd door Nitika Chouhan, klonk een heel ander geluid. Zij stelde dat de gemeenschap bepaalt hoe de zorg er in de eigen wijk uitziet. “Die zorg moet bottom-up tot stand komen, afhankelijk van wat er in die wijk nodig is. Er ontstaat een vorm van community care waarin de burger ook wordt aangespoord tot een gezonde leefstijl. Het menselijk contact blijft de basis, met ondersteuning van technologie.”

Aan de hand van stellingen werd stevig gediscussieerd over beide pitches.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Data als sleutel voor populatiemanagement

Als de huisarts een sleutelrol wil blijven vervullen in de eerstelijnszorg, is een doorbraak in digitalisering onontkoombaar. HuisartsenOrganisatie Oost-Gelderland (HOOG) is al druk doende om praktisch invulling te geven aan deze waarschuwing uit een recent rapport van Nictiz. HOOG werkt langs diverse lijnen aan populatiemanagement en begrijpt de cruciale rol van ICT – in het bijzonder het huisartsinformatiesysteem – daarin.

Wat gebeurt en verandert er in mijn werkomgeving en hoe krijg ik daar als huisarts zicht op? Deze vraag stelde huisarts Marcel Kerkhoven uit Brummen zichzelf toe hij hoorde van het kabinetsbeleid gericht op het langer thuis laten wonen van ouderen bij toenemende kwetsbaarheid. Kerkhoven kreeg subsidie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten om de patiëntdata uit zijn eigen huisartsinformatiesysteem (HIS) van de afgelopen vijf jaar – leeftijd, ziektebeelden, meetwaarden en medicatiegebruik – te verrijken met open data over de inwoners in zijn werkgebied. Doel hiervan is geanonimiseerd inzicht te krijgen in de kwetsbare populatie. “Een proof of concept”, noemt hij het. “Vraag is nog wel of het met het oog op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogelijk is om die gegevens op postcodeniveau over meerdere huisartsenpraktijken heen bij elkaar te brengen om de mensen in de wijk beter in beeld te brengen, de zorg voor die doelgroep te verbeteren en de zorgkosten te verlagen. Ook moeten we nog onderzoeken hoe we die data kunnen koppelen aan de werkvloer en tot gespreksonderwerp voor de huisarts en wijkverpleegkundige kunnen maken. Dan kunnen we die verrijkte data gebruiken om de samenwerking van de huisartsen met de andere zorgaanbieders voor de doelgroep kwetsbare ouderen op wijkniveau verder vorm te geven.”

Inzicht in elkaars data

Die samenwerking is hard nodig, stelt Kerkhoven. “De eerste lijn is versnipperd en er komen steeds meer aanbieders. Dit maakt het lastig om tot afstemming te komen om deze mensen de zorg te bieden die zij nodig hebben.” Zorgverzekeraar Zilveren Kruis financierde een pilot in de regio Zutphen voor veilige digitale communicatie tussen huisartsen en thuiszorg. “Als we dat bewerkstelligen, kunnen we stappen zetten”, zegt Kerkhoven. “Zetten we dan in samenspraak met de huisartsen wijkverpleegkundigen in en zorgen we voor bedden in de wijk in samenwerking met het verpleeghuis, dan hebben we een team dat kwetsbare ouderen kan opvangen als dat nodig is.”

De regio Zutphen, waar Kerkhoven werkt, is een van de regio’s waarin de huisartsen samenwerken binnen HOOG. De andere twee zijn Apeldoorn en Oost-Achterhoek. “Wat Marcel Kerkhoven voor zijn eigen praktijk aan het doen is, proberen wij voor alle aangesloten huisartsen te realiseren”, zegt Jeroen Frequin, directeur van HOOG.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Online apothekersassistent SARA maakt astma- en COPD-zorg compleet

Hoe zorg je ervoor dat een patiënt de juiste informatie krijgt, zonder dat hij of zij het gevoel heeft overvoerd te worden? Dat is de kernvraag waarop Service Apotheek met het SARA-project een antwoord wil bieden. Sinds vorig jaar loopt er een pilot onder patiënten met astma en COPD. Het merendeel van de doelgroep gebruikt de medicatie niet zoals het bedoeld is. Stapsgewijze informatie – online en offline – moet daar verandering in brengen.

De letters SARA staan voor ‘Service Apotheek Raad en Advies’. “Zie het maar als een online assistent”, zegt Petra Hoogland, apotheker en clinical pharmacist bij Service Apotheek. “We hebben gezien dat informatie bij een patiënt het beste overkomt als er een gezicht bij hoort.” Maar de eHealth-toepassing is niet bedoeld om het apothekersproces te vervangen, de kracht zit ‘m juist in de combinatie van face-to-face informatie, telefonisch contact en online hulp. Of zoals Hoogland zegt: “Een apothekersassistent in je broekzak. Niet als stand-alone, maar als ondersteuning van de huidige flow en met input van de patiënt.”

Zorg op maat

Petra Hoogland legt uit: “Patiënten krijgen bij uitgifte in de apotheek uitleg over hun inhalator en hun medicatie. Na vijftien dagen krijgen ze via de mail zeven korte vragen over hun ervaringen, twijfels of eventuele bijwerkingen. Op basis daarvan kan worden bepaald welk contact er verder nodig is. Soms wordt gevraagd of een patiënt nog eens langskomt in de apotheek, sommige vragen kunnen telefonisch beantwoord worden en soms bieden we digitale ondersteuning. Zo kunnen we zorg op maat bieden.” De online omgeving van SARA biedt mogelijkheid tot contact, maar er staan bijvoorbeeld ook inhalatie-instructiefilmpjes in, informatie over gebruik en bijwerkingen van medicijnen, video’s over astma en COPD of de pollenverwachting voor de komende dagen.

Uit het werken met SARA en de zeven mailvragen blijkt dat ongeveer twintig procent van de patiënten moeite heeft met de inhalatie van corticosteroïden en behoefte heeft aan contact met de apotheker. Het handige van SARA is dat het uitfiltert met welke patiënten meer contact nodig is. Je pikt de juiste patiënten eruit en precies op het juiste moment, zo vindt Boudien Mulder-Galama, farmaceutisch consulent bij Service Apotheek Sasburg.

Patiënten reageren positief op het project, vertelt Petra Hoogland. “De pilot is begin 2017 begonnen. Toen deden dertig apotheken mee. Sinds april 2018 werken vierhonderd Service Apotheken met SARA. Nu zijn er achtduizend patiënten geïncludeerd en dat aantal groeit nog steeds.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Het regionaal longformularium in Maastricht-Heuvelland

Op 1 juli 2016 werd vanuit de proeftuin Blauwe Zorg het transmurale, regionale longformularium geïmplementeerd in de regio Maastricht-Heuvelland. Een voor Nederland uniek formularium dat bestaat uit voorkeursmedicatie geselecteerd op kwaliteit èn prijs. Wat hebben wij geleerd en welke adviezen hebben wij voor anderen?

Vanuit de proeftuin Blauwe Zorg worden verschillende interventies ingezet om kwalitatief goede en doelmatigere farmacie te bewerkstelligen. Eén van deze interventies betrof het ontwikkelen van een regionaal longformularium. Aanleiding was de constatering dat er veel verschillende middelen op de markt zijn met een grote diversiteit aan toedieningsvormen. Het voordeel van een kleiner formularium dat alle therapeutische opties dekt, is ten eerste dat het leidt tot een meer eenduidige inhalatie-instructie van praktijkverpleegkundigen en apothekersassistenten. Ten tweede, dat de arts hetzelfde middel én device voorschrijft en instrueert dat de patiënt mee naar huis krijgt in de apotheek. Verondersteld wordt dat beide punten leiden tot een beter geïnstrueerde en therapietrouwe patiënt. Ten derde de mogelijkheid om in samenwerking met de verzekeraar te komen tot een inkooptraject, hetgeen de kosten naar beneden heeft gebracht. De opbrengsten worden doorgegeven aan de patiënt, omdat de voorkeursproducten niet ten laste van het eigen risico vallen. Het formularium bestaat uitsluitend uit medicamenten die voldoen aan een aantal kwaliteitseisen én waarvan de inkoopprijs concurrerend is. Voor meer informatie over de totstandkoming van het formularium en de betrokkenheid van de verschillende stakeholders, zie www.blauwezorg.nl/farmacie.

Implementatie in de regio

Er zijn verschillende acties ondernomen om het longformularium te implementeren in de regio. De betrokkenen werden geïnformeerd via nieuwsbrief, mail en informatiebijeenkomsten. Bovendien zijn materialen verspreid, namelijk de zogenaamde ‘placebokit’. Dit is een doos met de placebo-devices uit het longformularium, inclusief een ‘formulariumkaart’ waarop (op de voorzijde) het medicamenteus stappenplan conform NHG en (op de achterzijde) de voorkeursgeneesmiddelen worden afgebeeld. Bovendien is aangestuurd op het maken van lokale samenwerkingsafspraken tussen huisarts en apotheek.

Naast de aandacht voor inhoudelijk keuzes was er aandacht voor optimalisatie van het zorgproces. In 2018 kregen apotheker en apothekersassistent een grotere rol in de zorg. Zij overhandigen niet enkel het geneesmiddel bij vervolguitgiftes, maar vragen actief naar ervaringen en problemen en herhalen de inhalatie-instructie. Doel is de therapietrouw, het effect van de behandeling en de kwaliteit van het geleverde zorgproces te verbeteren. De apotheek registreert de zorg in het regionale ketenzorginformatiesysteem (MediX), waarin ook de medewerkers van de huisartsenpraktijk werken. Doordat men in hetzelfde dossier registreert, is de informatie-uitwisseling efficiënter.

Meer lezen over de rol van de patiënt, ervaringen en tips voor andere regio’s? Download het artikel.

Auteurs: Maud van Hoof (ZIO), dr. Anna Huizing (ZIO & Universiteit Maastricht),

July Kroeg (Universiteit Maastricht), dr. Guy Schulpen (ZIO)

Download het volledige artikel hier:

Waardegedreven zorg in de praktijk

Als de patiënt de maatstaf is voor waardegedreven zorg, zou die ook het uitgangspunt moeten zijn voor het meten van het succes ervan. Dat is kortweg waar het om gaat bij het in kaart brengen van de patient journey. Qualizorg en PharmaPartners werken samen om huisartsen en huisartsorganisaties te ondersteunen bij het toevoegen van waarde voor patiënten en het inzichtelijk maken van het resultaat daarvan. 

“Er zijn verschillende interpretaties van waardegedreven zorg. Als je het plat slaat gaat het om de vraag wat de waarde van geleverde zorg is voor een patiënt”, legt Rutger van Zuidam, directeur van Qualizorg uit. “En dat verschilt van patiënt tot patiënt. De ene zorgorganisatie neemt Triple Aim als uitgangspunt, de ander steekt in op value-based healthcare. Vanuit Qualizorg proberen we het resultaat daarvan aan de kant van de patiënt transparant te maken. Dat lukt het beste als je de patiënt verschillende keren op zijn pad door de zorg kort vraagt naar de ervaren uitkomsten. Als je de patient journey in kaart brengt dus.”

Op dit moment worden de uitkomsten van geleverde zorg meestal per silo bekeken. Van Zuidam: “De zorgdiscipline of het zorgpad staat centraal, terwijl de ervaring en uitkomsten van de zorg worden bepaald door de totale route die de zorgconsument aflegt. Als je de patiënt als uitgangspunt neemt voor het verzamelen van uitkomsten op het gebied van gezondheid, ervaren kwaliteit en kosten, krijg je een beeld van de effectiviteit van die hele ‘ketting’ van zorg.”

Samen waarde creëren

De omslag naar het verzamelen van outcome op basis van de patient journey stimuleert Qualizorg door met zorgorganisaties ervaring op te doen, maar ook door samenwerking te zoeken met partijen zoals PharmaPartners. Van Zuidam: “In het huisartsinformatiesysteem Medicom wordt bijvoorbeeld vastgelegd wanneer een patiënt langskomt en hoe het met hem of haar is. Dat zijn de triggers op basis waarvan we vanuit Qualizorg de patiëntbeleving kunnen gaan meten.”

“Medicom helpt huisartsenpraktijken bovendien bij het creëren van een beter ervaren kwaliteit van zorg en betere uitkomsten”, vult Suzanne van Aarle, manager sales & marketing bij PharmaPartners Huisartsenzorg aan. “Dat doen we door goede informatie-uitwisseling met andere partijen tot stand te brengen, zodat zorg op de juiste plek ondersteund wordt met volledige informatie. Daarnaast ontwikkelen we in nauwe samenwerking met huisartsen en zorggroepen functionaliteit om goed invulling te kunnen geven aan multidisciplinaire, persoonsgerichte zorg.”

Rutger van Zuidam: “PharmaPartners Huisartsenzorg en Qualizorg hebben veel dezelfde klanten. Als grote systeempartijen in de zorg hebben we de verantwoordelijkheid om te verbinden en een holistisch beeld van de patiënt en de uitkomsten van zorg tot stand te brengen.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Diagnose Transformatie: beginpunt van echte verandering in de zorg

Dat het in de zorg fundamenteel anders moet, daar is iedereen het over eens. Betere kwaliteit tegen lagere kosten en de patiënt centraal, we horen het iedere dag. Maar hoe pak je transformatie in de zorg daadwerkelijk aan? Om daar antwoord op te geven, nam BeBright twee jaar geleden het initiatief tot Diagnose Transformatie. Het leidde tot een nuttig boekwerk en een toolkit, die in april werden gepresenteerd tijdens het Zorgtransformatiecongres op de Zorg & ICT-beurs.

“Diagnose Transformatie is het vierde diagnoseprogramma. De beweging bestaat al sinds 2009”, zegt initiatiefnemer Philip Idenburg van BeBright, die samen met Monique Philippens het boek schreef. De ‘need to change’ is nog steeds groot en daarom startte in 2016 een zoektocht naar het DNA van transformatie. Philip Idenburg: “Het werd een wereldwijde gang langs zorgorganisaties om te kijken wat de belemmeringen waren en wat de succesfactoren.”

Gereedschapskist

Diagnose Transformatie heeft vier strategische partners: KPN, Noaber Foundation, PinkRoccade en Promedico. Egbert van Gelder, manager innovatie bij Promedico: “Wij zien sterk de wil om te veranderen, maar men heeft moeite om daadwerkelijk een slag te maken. Daar kunnen ze handvatten bij gebruiken. Een van de mooie dingen die uit Diagnose Transformatie ontstonden, is een set met hulpmiddelen voor het zorgveld. Een toolkit waarmee organisaties zelf aan de slag kunnen.”

De gereedschappen zijn bijvoorbeeld scenarioplanning, storytelling, SROI-analyse, de patiëntreis of design thinking. Philip Idenburg: “Ze zijn verdeeld in zeven elementen: visie en ambitie, leiderschap, cultuur, samenwerking, bedrijfsinrichting, innovatie en business modellen. Dat zijn ook de zeven bestanddelen van elke duurzame transformatie.”

Vier fasen

“Als je wilt dat een transformatie in de hele organisatie verankerd is, dan moet het vier fasen doorlopen. Die vormen samen de Transformatie Twister”, aldus Idenburg. “De eerste fase is die van Doorzoeken. Waarom is verandering nodig? Wat zijn belemmeringen? Wat is de werkelijke vraag? Dat begint bij een klein groepje. Daarna volgt de fase van Doorzien. Dan haken er steeds meer mensen aan en begint de reis. De richting is duidelijk, maar waar de reis naartoe gaat, weet nog niemand.” Daarna volgt de fase van Doorzetten: het vertalen van transformatie binnen de organisatie. Dan gaat het bijvoorbeeld om procesinrichting, belonings- en bekostigingsbeleid. De laatste fase is Doorleven: het borgen binnen de hele organisatie en zorgen dat je iedereen meeneemt.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Uitslagenportaal leidt tot meer zelfregie en minder zorgkosten

Om patiënten meer te betrekken bij hun eigen zorgproces ontwikkelde diagnostisch centrum Saltro samen met huisartsen het digitale uitslagenportaal. Daarin kunnen patiënten zelf hun bloeduitslag met laagdrempelige uitleg inzien. Zowel gebruikers als huisartsen zijn tevreden over het portaal. Uit een Social Return on Investment analyse blijkt bovendien dat de dienst uiteindelijk leidt tot minder zorggebruik en zorgkosten in de tweede lijn.

“Patiënten een week lang laten wachten op een bloeduitslag? Nee, dat is echt niet meer van deze tijd”, vindt Annelijn Goedhart, Adviseur/Coördinator Innovatie van Saltro. Het diagnostisch centrum voorziet zo’n 1.350 huisartsen in Midden-Nederland van laboratoriumuitslagen. “Wij merken dat de vraag van patiënten toeneemt om hun eigen bloeduitslag in te zien. Mensen wensen een actieve rol in hun persoonlijke zorgproces, daarvoor moeten ze goed geïnformeerd zijn. Daar hebben ze ook recht op. ”

In 2013 ontwikkelde Saltro in samenwerking met huisartsen het uitslagenportaal. Patiënten kunnen de uitslag van hun bloedonderzoek inzien via het patiëntenportaal van de huisarts. In de toekomst wil Saltro ook uitslagen tonen van microbiologie en functieonderzoeken zoals ECG’s. Goedhart: “Het mooie is dat de uitslagen ook worden geduid in begrijpelijke taal. Zo staat bijvoorbeeld bij de T.S.H waarde dat dit een stof is die de werking van de schildklier controleert. En dat een lage T.S.H. kan duiden op een te hard werkende schildklier. Patiënten krijgen op deze manier meer inzicht in hun eigen gezondheid, zo raken ze meer betrokken bij het zorgproces en gaan ze ook beter voorbereid in gesprek met de huisarts.”

Waardevolle service

Zo’n driehonderd huisartsen, verdeeld over 65 praktijken bieden de digitale dienst inmiddels via het patiëntenportaal aan. In deze praktijken wordt gemiddeld 25 procent van de bloeduitslagen online bekeken. Dat aantal ligt aanzienlijk hoger, tot wel vijftig procent, in praktijken met een uitgebreid pakket aan eHealth-services. Uiteraard blijven huisartsen altijd via de gebruikelijk weg alle uitslagen ontvangen. In urgente situaties belt Saltro de uitslag door. “Zorgverleners zien het uitslagenportaal als een waardevolle service aan patiënten”, weet Goedhart uit eigen evaluatieonderzoek.

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Pilot onderzoekt succesvoorwaarden thuismeten bloeddruk

Patiënten met stabiele laagcomplexe CVRM komen gemiddeld vier keer per jaar op consult, in hoofdzaak om hun bloeddruk te laten meten. Is dat nou zinvol?, vroegen zorgverleners van Gezondheidscentrum Dillenburg in Alphen aan den Rijn zich af. Binnen de proeftuin Gezonde zorg, Gezonde regio startten zij een pilot waarbij patiënten hun bloeddruk zelf meten en delen met huisarts en POH.

Thuismeten scheelt tijd en kosten en de zorgverlener kan focussen op patiënten die wél aandacht nodig hebben, is de conclusie uit de succesvolle pilot. Tegelijkertijd maakt het deelnemers meer bewust van hun bloeddruk en gezondheid. Het succes van de pilot is te danken aan het naleven van een aantal voorwaarden, vertellen huisarts Frank den Heijer en projectleider Huib Hoogendijk van Zorgbelang.

Een van die voorwaarden is draagvlak, zowel bij zorgverleners als bij patiënten. Een tweede voorwaarde is dat de groep deelnemers voldoet aan drie criteria: medisch laagcomplex, digitaal vaardig en sociaal stabiel. De huisartsenpraktijk heeft iets meer dan zevenhonderd CVRM-patiënten. Ongeveer driehonderd voldeden aan de criteria. Die werden in september uitgenodigd voor twee informatieavonden. “We wilden minimaal zestig deelnemers hebben”, legt Huib Hoogendijk uit. “Dan heb je een relevante grootte, zodat je je processen echt moet reorganiseren. Na de informatieavonden wisten we dat het raak was. We kregen honderd aanmeldingen.”

Snelle communicatie

Het programma E-vita zorgt ervoor dat de thuismetingen op de goede manier in het keteninformatiesysteem en huisartsinformatiesysteem terechtkomen en dat patiënten en zorgverleners kunnen communiceren via een portaal. Daarom werd geselecteerd op digitale vaardigheid. Technologie is belangrijk, maar niet doorslaggevend. Het draait vooral om snelle communicatie, betogen Hoogendijk en Den Heijer. “Als patiënten hun metingen en eventuele vragen insturen en het duurt lang voordat er antwoord komt, dan zijn ze binnen no-time afgehaakt”, zegt Frank den Heijer. “Dus moet je iemand vrijmaken die dagelijks metingen en andere meldingen bekijkt en ingaat op vragen van patiënten. Dat is best een investering, maar die betaalt zich op lange termijn uit in tijdwinst.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Parnassia Groep portaal draagt bij aan transparantie in de GGZ

Begin 2017 lanceerde GGZ-aanbieder Parnassia Groep in samenwerking met softwareontwikkelaar Calculus een revolutionair online platform, het ‘Parnassia Groep portaal’, direct vanuit het huisartsinformatiesysteem (HIS). Via dit platform hebben huisartsen onder andere direct inzage in de status van hun patiënt wanneer deze in behandeling is bij een van de onderdelen van Parnassia Groep. Het streven is om de transparantie binnen de GGZ te vergroten.

Jordaan, bestuurder van Indigo (Parnassia Groep), begeleidde de ontwikkeling van het portaal. “Parnassia Groep biedt jaarlijks aan 150.000 patiënten geestelijke gezondheidszorg. Ruim vijfentachtig procent daarvan wordt verwezen via de huisartsen. De huisarts is voor de patiënt en voor ons een belangrijke partner. Wij zijn er om patiënten die zorg nodig hebben zo vroeg en zo licht mogelijk te behandelen. Dat betekent preventie en online zelfhulp voor de patiënt, begeleiding door POH-GGZ of generalistische behandeling door GZ-psycholoog in de basis-GGZ als het kan en meer specialistische zorg als meer nodig is. Goede samenwerking tussen huisartsenzorg en specialist helpt dat te overbruggen. We moeten elkaar in de zorgketen meer opzoeken. Transparantie is daarbij essentieel.”

Directe koppeling HIS

Het ontwikkelen van het portaal was een secuur werk. Jordaan: “We ontwikkelden eerst een bèta versie. Een tweede versie ontwikkelden we samen met softwareontwikkelaar Calculus, bekend van VIPLive. Het voordeel daarvan is dat vrijwel alle huisartsen VIPLive al kennen en er al een directe koppeling met hun HIS is. Ons portaal biedt niet alleen de mogelijkheid tot inzage in de status van een behandeling, maar huisartsen kunnen een psychiater of GZ-psycholoog ook online consulteren of een patiënt direct digitaal verwijzen. Sinds april 2018 kunnen huisartsen bovendien hun patiënten aanmelden voor een online zelfhulpmodule en een preventiecursus.”

Patiënt leidend

Het delen van informatie gebeurt veilig en met inachtneming van de privacywetgeving. “De patiënt is leidend”, zegt Jordaan beslist. “Wanneer de patiënt niet wil, wordt de informatie niet inzichtelijk voor de huisarts.” Huisarts Barbara de Doelder gebruikt het portaal vanaf het begin. “Boven alles is het een prijzenswaardige poging om de GGZ en de huisarts meer bij elkaar te brengen”, zegt ze. “Dat is ook hard nodig. Een landelijk onderzoek in het tijdschrift De Dokter eind vorig jaar wees uit dat contact met GGZ-instellingen door een wezenlijk deel van de ondervraagde huisartsen in Nederland als problematisch wordt ervaren. Parnassia Groep doet daar wat aan.”

Auteur: Ludo de Boo

Download het volledige artikel hier: