“Je kunt niet in de eerste lijn werken zonder geriatrische kennis”

Hoge tevredenheid van ouderen, partners en mantelzorgers, enorme kostenbesparingen, de eerstelijnsouderenzorg van Ester Bertholet, specialist ouderengeneeskunde in Velp, is een voorbeeld voor de rest van het land. De levensvatbaarheid van haar aanpak staat of valt echter bij de wijze van financiering van de eerstelijnsouderenzorg.

In 2011 was Bertholet de eerste specialist ouderengeneeskunde in Nederland die een zelfstandige praktijk Ouderengeneeskunde oprichtte in de eerste lijn. Haar praktijk, gevestigd in Gezondheidscentrum Velp, biedt zorg aan ouderen met complexe en hoog-complexe problematiek die thuis wonen.

MESO-zorg

Multidisciplinaire ouderenzorg met een specialist ouderengeneeskunde, oftewel MESO-zorg, dat is de naam die ze samen met directeur Herma Barnhoorn voor haar werkwijze heeft bedacht. MESO-zorg kent een aantal succesfactoren. Bertholet heeft deze samengevat in veertien kernpunten. “In het gezondheidscentrum zit ik dicht bij de huisartsen”, licht ze er enkele toe. “Ik kan meteen schakelen als zij een patiënt bij me aanmelden. Binnen twee dagen na verwijzing, nemen we contact op met de patiënt. Daarna gaan we altijd op huisbezoek. Je ziet de patiënt dan in zijn eigen setting en weet wie de partner of mantelzorger is. We nemen ook contact op met de verzorgende of wijkverpleegkundige die bij de zorg is betrokken en maken gebruik van het bestaande zorgnetwerk. Tot slot organiseren we een multidisciplinair overleg met alle betrokken zorgverleners. Vervolgens komen we tot een plan van aanpak.”

De MESO-aanpak scoort hoog op Triple Aim: betere gezondheid, beperking van zorgkosten en betere kwaliteit van leven voor de patiënt.

Directe en indirecte zorg

De kostenbesparingen door de MESO-methodiek zijn enorm, stelt Bertholet. Onder meer doordat opnames in het verpleeghuis worden uitgesteld: 745.000 euro voor 56 patiënten. Daarnaast wordt bespaard op polibezoeken bij de ziekenhuisgeriater of andere tweedelijnsspecialisten.

Door de financiering krijgt de MESO-methodiek nog geen brede navolging in het land. “Wij doen dit met gelden van het Innovatiefonds Zorgverzekeraars, dat we samen met Menzis hebben aangevraagd. Dat stopt eind van het jaar, al hoop ik op een jaar overbrugging tot er een betaaltitel is voor de specialist ouderengeneeskunde. Per 2020 komt onze zorg in de Zorgverzekeringswet en valt onze zorg onder de basisverzekering. Aan de bekostiging van die eerstelijnsouderenzorg wordt momenteel hard gewerkt.” Bertholet hoopt op een DBC-bekostiging met plaats voor bekostiging van directe én indirecte zorgverlening. “Als er wordt gekozen voor een DBC waarin alleen de directe zorg bekostigd wordt, kan ik mijn praktijk sluiten. Dan wordt de eerstelijnsouderenzorg onbetaalbaar.”

Auteurs: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier:

Hoogleraar Rudi Westendorp: “We moeten af van de dokter als god”

De huisarts van vroeger nam de tijd, hij informeerde naar de patiënt, de familie, zijn werk en zijn zorgen. Hij kwam gewoon langs als de patiënt te ziek was om te komen. Hij wist veel en legde allerlei verbanden. Volgens hoogleraar ouderengeneeskunde Rudi Westendorp moeten we terug naar deze generalist. Maar het primaat, dat gaat naar de patiënt.

De geneeskundige heeft grote sprongen voorwaarts gemaakt, maar gek genoeg helpt meer van hetzelfde ons niet meer vooruit, zegt Rudi Westendorp. “We kennen steeds meer specialisatie. Niets mis mee. Het is goed meer te weten over het hart of het gedrag van de mens. Maar blijven we specialiseren, dan wordt de patiënt steeds verder uiteengereten in allerlei fragmenten. En die fragmenten horen toch bij elkaar? We hebben generalisme nodig. Dat wordt te weinig onderkend. De patiënt is hier de dupe van.”

Ook de huisarts specialiseert zich steeds meer, volgens Westendorp. “Hij wil wel generalist zijn, maar het is verdraaid moeilijk. De problematiek stijgt hem boven het hoofd. Ik praat over het totale mensbeeld. Het integraal verantwoordelijk zijn voor de patiënt. Niet alleen voor zijn buikpijn. Ook weten of de patiënt net gescheiden is, want misschien heeft de patiënt daarom wel die buikpijn.”

Geen primaat

Dertig jaar geleden was de huisarts wel een generalist. Hij kende zijn patiënten en zijn familie van het wieg tot het graf. “In die integrale visie van toen zitten nu grote scheuren, zegt Westendorp. “We moeten terug naar de generalisatie. Maar wegblijven van het paternalistisch model. Het primaat dat de huisarts dacht te hebben, is hem nu niet meer gegeven. De beslissingsbevoegdheid moet weg bij de dokter. Wie dat bepaalt? De patiënt natuurlijk!”

Maar wat blijft er dan over voor de huisarts? “Een heleboel”, reageert Westendorp. “Een patiënt die bij hem komt met fragmentarische informatie van Google en de hele rataplan, heeft een professional nodig om deze informatie te duiden en in een groter geheel te plaatsen.”

Complexe situatie

Rudi Westendorp vervolgt: “De problemen van vandaag de dag zijn complex. Vroeger werden jonge kinderen oud totdat er iets faliekant misging; blijkbaar een fout in het systeem. Dat soort problemen worden tegenwoordig door preventieve maatregelen voorkomen of opgelost. De geneeskunde wordt geconfronteerd met oude mensen die steeds langer leven en bij wie het overal begint te rammelen. Hier iets fout, daar iets fout. Maak daar maar eens een goede afweging over. Hiervoor hebben we een generalistisch denkende huisarts nodig.”

Auteur: Betty Rombout

Download het volledige artikel hier:

Hoogleraar Maria van den Muijsenbergh: “Zet in op positieve benadering in spreekkamer”

Ze zet zich al haar hele loopbaan in voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Ieder mens telt, is de diepe overtuiging van Maria van den Muijsenbergh, de bevlogen bijzonder hoogleraar Gezondheidsverschillen en persoonsgerichte, integrale eerstelijnszorg aan de Radboud Universiteit/Radboudumc in Nijmegen die op 9 maart van dit jaar haar oratie hield.

Een rijk land als Nederland waar de gezondheidsverschillen tussen arm en rijk zo groot zijn, waar de armoede oploopt. Hoogleraar Maria van den Muijsenbergh windt zich erover op. De nieuwe leerstoel geeft haar de kans de groeiende gezondheidsverschillen in Nederland over het voetlicht te brengen. Ze wil zich vooral richten op oorzaak en aanpak.

De tijd is er rijp voor, stelt Van den Muijsenbergh. De kloof tussen arm en rijk krijgt ook politiek steeds meer aandacht. “Veel professionals in de eerste lijn herkennen gezondheidsverschillen wel, maar voelen zich machteloos. Vaak kunnen ze op microniveau veel meer doen dan ze denken.”

Chronische stress

Kennis en vaardigheden zijn daarbij van groot belang. “We weten bijvoorbeeld dat chronische stress een belangrijke factor is bij het ontwikkelen van chronische ziektes. Je lichaam maakt voortdurend hormonen aan die ervoor zorgen dat je hart sneller gaat kloppen en dat je gaat zweten. Dan staat het hele systeem onder druk. Die ‘allostatische belasting’ kan leiden tot bijvoorbeeld suikerziekte of aderverkalking.”

Daarbij zorgt chronische stress er ook voor dat mensen niet meer zo goed kunnen nadenken over langetermijneffecten. Ook het gebrek aan zelfwaardering en zelfvertrouwen speelt een rol. “Onderzoek laat zien dat dit kan leiden tot hoge bloeddruk, suikerziekte en depressies.”

Syndemie

Van den Muijsenbergh introduceert nog een nieuwe term: syndemie. Dit houdt in dat verschillende ziektes vaak samen voorkomen in bepaalde bevolkingsgroepen die te maken hebben met armoede en sociale achterstelling. “Het is daarom belangrijk dat een individuele hulpverlener ook kijkt naar de achterliggende sociale factoren. “Iedereen weet dat roken slecht voor je is, waarom lukt het dan niet om te stoppen? Uit onderzoek blijkt dat gebrek aan zelfvertrouwen hierbij een belangrijk factor is.”

Positieve benadering

Eerstelijnsprofessionals hoeven sociale problemen niet op te lossen, stelt Van den Muijsenbergh, “maar ze kunnen er in de spreekkamer wel actiever naar vragen en doorverwijzen. Ze kunnen ook meer inzetten op een positieve benadering, op het versterken van zelfvertrouwen.”

Auteur: Jessica Maas

Download het volledige artikel hier:

“In het digitale GGZhuis vind je snel en makkelijk de juiste psychische zorg”

Het kan knap lastig zijn om patiënten met psychische klachten naar de juiste zorgprofessional door te verwijzen. De GGZ is complex en verwijzingen leveren sneller discussie op dan binnen de somatiek. Huisarts Erik van Gijssel startte vanuit Huisartsenvereniging Regio Zwolle (HRZ) het GGZhuis waarin huisartsen en GGZ-professionals samenwerken. Via een online platform vinden huisartsen nu snel en gemakkelijk de juiste gespecialiseerde psychische zorgverlener. Ook voor overleg.

Sinds huisarts Erik van Gijssel (57) in 1999 zijn eigen praktijk startte in het gereformeerde Hanzestadje Hasselt, ontwikkelde hij een bovengemiddelde interesse voor psychiatrie. “Het aantal suïcides in deze regio was in die tijd vier keer zo hoog als het landelijk gemiddelde. Dat is als huisarts heel pittig en intensief om mee te maken”, vertelt Van Gijssel.

In zijn werkgebied heerste toen, en nog steeds, veel schaamte over psychische ziekten als een depressie of angststoornis. Van Gijssel: “Zo bleek de vrouw van een van mijn patiënten al twintig jaar binnen te zitten. Ze durfde de deur niet uit vanwege straatangst. Als huisarts ontdekte ik het per toeval. De weg naar passende zorg wist het echtpaar kennelijk al die jaren niet te vinden. Het zijn dit soort schrijnende casussen waardoor ik besloot: hier moet ik als huisarts iets mee doen.”

Om de drempel voor psychische hulp in zijn regio te verlagen, startte Van Gijssel al tien jaar geleden het project GGZ Van Het Gewone leven. Behandelmogelijkheden van psychische klachten in de eerste lijn werden via dit project vergroot nog voordat de herinrichting van de GGZ zijn intrede deed. Inmiddels is Van Gijssel kaderhuisarts GGZ en voorzitter van de GGZ-commissie van Huisartsenvereniging Regio Zwolle (HRZ) en in die hoedanigheid ook grote kartrekker van het nieuwe GGZhuis. Medebouwers van het GGZhuis zijn de Regionale Ondersteuningsstructuur ProScoop en huisartsenorganisatie Medrie.

Betere samenwerking

Kort gezegd is het GGZhuis een organisatie die de samenwerking tussen huisartsen en zorgprofessionals in de GGZ-zorg bevordert. Met als doel elke patiënt snel naar de juiste behandeling te krijgen. “Het GGZhuis online platform is een nieuw en prachtig hulpmiddel voor huisartsen om met regionale GGZ-hulpverleners te communiceren”, aldus Van Gijssel. “Ze vinden er snel en makkelijk de juiste GGZ-professionals voor doorverwijzingen. Huisartsen en GGZ-professionals kunnen elkaar vragen stellen, werkafspraken maken en er is informatie te vinden over allerhande bijscholingen voor huisartsen en POH’s op het gebied van GGZ.”

Auteur: Ingrid Beckers

Download het volledige artikel hier:

Stepped eHealth voor seksuele gezondheid bij jongeren

Jongeren tussen 12 en 25 zijn ‘digital natives’. Ze gebruiken hun smartphone voor van alles en nog wat. Om hen te bereiken moet je in hun online wereld stappen, zegt Filippo Zimbile, eHealth-coördinator seksuele gezondheid bij het RIVM. Samen met de GGD’en ontwikkelt hij een stepped care model.

“Veilig vrijgedrag, seksualiteit, dat kun je niet sturen met wetgeving of handhavingsinstrumenten. Het gebeurt allemaal in de slaapkamer. Je kunt condooms wat goedkoper maken, maar waar het vooral om gaat is het creëren van bewustzijn en het makkelijk maken van gezond gedrag. Een van de weinige instrumenten die je daarvoor kunt inzetten, is communicatie.” En dat is voor communicatiewetenschapper Filippo Zimbile een boeiende vakinhoudelijke uitdaging die zo’n vijftien jaar geleden startte met de Vrij veilig campagne van SOA Aids Nederland. Sinds een klein jaar is Zimbile voor een paar dagen per week vanuit Soa Aids Nederland gedetacheerd bij het RIVM. Daar zorgt hij voor de landelijke coördinatie en doorontwikkeling van eHealth voor Sense: de aanvullende seksuele gezondheidshulpverlening voor jongeren tussen 12 en 25 jaar. De belangrijkste uitvoeringspartners zijn de GGD’en, Soa Aids Nederland en Rutgers.

Online tenzij

Vanuit Soa Aids Nederland was Zimbile vier jaar geleden betrokken bij het ontwikkelen van een eHealth-visie voor Sense. “Die visie werd: alles online tenzij. We hebben bij Sense te maken met een generatie die veelal online is opgegroeid en over een smartphone beschikt die voor van alles en nog wat wordt gebruikt. Als je die doelgroep goed wil bereiken en zo laagdrempelig mogelijk wil bedienen, moet je in hun online wereld stappen. Bovendien combineert online uitstekend met de gewenste anonimiteit en gevoeligheid van seksuele gezondheid.”

Stepped care model

Op verschillende plekken gingen mensen enthousiast aan de slag met de visie, maar het kwam toch niet echt van de grond. Een landelijke coördinator vanuit het RIVM moest daar verandering in brengen. Zimbile werd geselecteerd om die functie namens de GGD’en in te vullen. Met de partners in Sense geeft hij de eHealth-visie gestalte op basis van een stepped care model.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Positieve Gezondheid stimuleert domeinoverstijgende samenwerking in Meppel

Positieve Gezondheid is een van de belangrijkste pijlers van gezondheidszorg in de toekomst. Vanuit die overtuiging realiseerde huisarts Carola Penninx met drie collega huisartsen, een fysiotherapeut en een apotheker een multidisciplinair gezondheidscentrum in Meppel. “Het geeft ons een ingang om op een andere manier met zorg bezig te zijn”, vertelt ze enthousiast.

Het initiatief voor een nieuw gezondheidscentrum in Meppel ontstond vier jaar geleden. Na een college transitiekunde van Jan Rotmans zochten de initiatiefnemers contact met Machteld Huber. Vervolgens trokken ze zich letterlijk terug op de hei om te brainstormen over gezondheidszorg in de toekomst en de uitgangspunten van hun nieuwe multidisciplinaire gezondheidscentrum. “Het aantal ouderen en mensen met chronische ziekten neemt toe en er komt steeds meer zorg naar de eerste lijn”, constateert Penninx. “Het vak van huisarts wordt hierdoor breder. We krijgen meer taken waarvoor we buiten ons eigen domein moeten treden en moeten samenwerken met welzijn en preventie. Positieve Gezondheid verbindt de domeinen en biedt mij als dokter een ingang om breed naar mensen te kijken.”

Letterlijke integratie

Een voormalige bouwmarkt bleek de ideale ruimte om de geïntegreerde zorg voor ‘de mens als geheel’ vorm te geven. Penninx: “Om invulling te geven aan Positieve Gezondheid moeten de eerste lijn, maatschappelijk werk en welzijn echt samenwerken. Dankzij de grote oppervlakte van ons pand konden we de disciplines allemaal op de begane grond huisvesten, rondom een plein waar we elkaar tegenkomen.”

Regie bij de patiënt

Het mooie van Positieve Gezondheid is dat je de regie teruglegt bij de mensen zelf, vindt Penninx. “Ik kan als dokter wel vinden dat iemand meer moet bewegen, maar waar wil hij of zij zelf mee aan de slag? Dat ontdek je wanneer je gebruikmaakt van het spinnenweb voor Positieve Gezondheid. De oplossing ligt vaak op maatschappelijk vlak. Aan chronische artritis kun je niet zoveel doen, maar de beleving van pijn kan positief beïnvloed worden wanneer iemand afleiding zoekt bij welzijnsactiviteiten in de buurt.”

Verbindingen

De samenwerking met andere zorgverleners en domeinen heeft een impuls gekregen door de nieuwe aanpak. “Er zijn 120 professionals verbonden aan het centrum en iedereen is er enthousiast mee aan de slag. Binnenkort komen we weer een avond bij elkaar om Positieve Gezondheid in workshops verder uit te diepen. Dat levert enorm veel inzichten en verbindingen op, bijvoorbeeld met initiatieven gericht op beweging, de ouderenpoli, de stresspoli, verloskundige zorg, de ADHD-poli. Deze aanpak zorgt ervoor dat we geïntegreerd blijven samenwerken en niet terugvallen in ons eigen kunstje.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Utrechts zorgprogramma voor psychiatrische patiënten in de basiszorg

In Nederland heeft ongeveer 1,3 procent van de totale patiëntenpopulatie te maken met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA). Door de transities worden zij sneller terugverwezen vanuit de specialistische GGZ (SGGZ) en generalistische basis GGZ (GBGGZ).  Dat is mooi, maar vraagt wel om goede begeleiding en samenwerking tussen betrokken partijen als huisartsen, gemeenten, buurtteams en de GGZ in de tweede lijn. Het zorgprogramma ‘EPA in de huisartsenpraktijk’ dat Krissie Aerts ontwikkelde, biedt daar handvatten voor.

Krissie Aerts werkt sinds juni 2014 als POH-GGZ in Gezondheidscentrum Binnenstad in Utrecht. Vorig jaar stelde zij een zorgprogramma voor mensen met chronische psychiatrische problematiek binnen de basiszorg op. Daarnaast werkt zij als verpleegkundig specialist GGZ bij Huisartsen Utrecht Stad (HUS), waar zij onder meer het zorgprogramma ‘EPA in de huisartsenpraktijk’ ontwikkelt. “Het is geen protocol”, zegt Aerts daarover. “Het is niet de bedoeling om te zeggen: dit is de manier waarop we het moeten doen. Het gaat er meer om dat je nadenkt over de beste manier van samenwerken en wie daarbij de regie in handen neemt. Dat is vaak de POH-GGZ of de huisarts.”

De wil is er

Steeds meer mensen worden vanuit de SGGZ terugverwezen naar de huisartsenpraktijk. Daarover is nog weinig vastgelegd, stelt Aerts. “Het zorgprogramma dient ook als een uitwerking naar de terugverwijzers, om te laten zien wat we van hen nodig hebben. Aan de hand daarvan kunnen we met alle partijen regionale afspraken maken. Zo kunnen we voorkomen dat patiënten te lang in de SGGZ of GBGGZ blijven hangen óf te snel worden terugverwezen.” Het gaat om korte lijntjes tussen alle partijen, zo betoogt ze: elkaar kennen en weten wat er waar te halen valt. Het zorgprogramma is dan ook ontwikkeld in nauwe samenwerking met de SGGZ en GBGGZ. Aerts: “De wil om samen de zorg voor mensen met EPA aan te pakken is er wel, de samenwerking op het gebied van depressiezorg toont dat aan.”

Korte lijntjes, dat is ook de basis voor de samenwerking met de andere betrokken partijen, zoals de gemeente en het sociaal domein – denk aan mantelzorgers, woonbegeleiding  en buurtteams.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Zorgbestuurder Dick Herfst over afbouwen en voorsorteren op de toekomst

Ervaren bestuurder Dick Herfst kijkt terug en, wat veel beter bij hem past, blikt naar de toekomst en ziet hoe zorgprofessionals zich meer en meer gaan richten op datgene wat er werkelijk toedoet voor cliënten. De voorzitter van de raad van bestuur van ZZG zorggroep is van plan om over enkele jaren afscheid te nemen, de weg daarnaartoe vult hij op een bijzondere manier in.

Herfst begon zijn loopbaan in de jaren zeventig als leerling-verpleegkundige in wat toen het Kennemer Gasthuis heette. Vervolgens werkte hij in verschillende ziekenhuizen in allerlei rangen en functies. Ook in de eerste lijn en in verpleeg- en verzorgingshuizen verdiende hij zijn sporen. Zijn professionele lijn getuigt van een sterke drive om iets te betekenen in de zorg. “Ik heb mijn ervaring opgebouwd op een manier die past bij mij en mijn capaciteiten. Uit ervaring weet ik wat belangrijk is voor mensen die zorg nodig hebben en dat heeft mijn rol als bestuurder mede vormgegeven.”

Herfst springt naar de huidige tijd. “Structuren en processen zijn voor een organisatie belangrijk en noodzakelijk, maar het zijn slechts hulpmiddelen om doelen te bereiken. Als ze niet langer bijdragen aan het bereiken van je doel, moet je ze afschaffen. Structuren en processen die niet geschraagd worden door bepaalde waarden zijn lege hulzen.”

Kwaliteit van leven

Herfst, die zijn organisatie de afgelopen jaren door een belangrijke transitie leidde, geeft een sprekend voorbeeld: de ZZG zorggroep bouwde vanaf 2009 zijn verpleeg- en verzorgingshuizen om tot kleinschalige woonvoorzieningen. “Als ik cliënt zou zijn en ik krijg te horen dat ik zelf de regie in handen moet nemen, dan stel ik eisen aan mijn woonomgeving, dan laat ik me niet langer wegstoppen op vijfentwintig vierkante meter. Door anders te denken, door de vraagstukken niet te benaderen vanuit de zorg maar vanuit kwaliteit van leven, krijg je andere uitkomsten, andere zorgvormen of zorgvoorzieningen. En die zijn best te financieren. We kunnen nu appartementjes bouwen van zestig vierkante meter binnen de sociale woningbouw. Ook mensen met dementie kunnen hun familie dan in hun eigen huis ontvangen.” De keuzes die een bestuurder maakt, moeten altijd een inhoudelijke legitimering hebben, zodat ze maatschappelijk te verantwoorden zijn, benadrukt Herfst.

Fysiek afwezig

Ten tijde van zijn start bij ZZG in 2003 bij ZZG dacht Herfst op zijn zestigste te stoppen. Toen hij de 65 naderde kwam de vraag of hij nog enkele jaren wilde blijven. De weg naar zijn afscheid geeft hij op een bijzondere manier vorm. Er is een overgangssituatie gecreëerd waarbij de ZZG-voorman één week per maand niet fysiek aanwezig is. “Maar als je het aan m’n vrouw vraagt, ben ik er via e-mail wel.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Huisarts Marcia de Krom verbindt partijen rond jeugdigen in Rotterdam Zuid

Een pilot in Rotterdam Zuid moet ervoor zorgen dat jeugdigen die zorg nodig hebben niet te maken krijgen met een groot aantal partijen die onvoldoende op de hoogte zijn van elkaars handelen. Initiatiefnemer is huisarts Marcia de Krom. “We willen een blijvend effect zien”, vertelt ze.

In de Tarwewijk in Rotterdam Zuid is bij veel jeugdigen en gezinnen sprake van problemen in ontwikkeling, gedrag en sociale situatie. “Bij de zorg voor jeugdigen zijn al snel heel veel partijen betrokken en de ervaring leert dat die niet altijd van elkaars betrokkenheid en inspanningen op de hoogte zijn”, zegt Marcia de Krom, huisarts in gezondheidscentrum Zuidplein in Rotterdam. “Denk  aan wijkteams, Centra voor Jeugd en Gezin, huisartsen, school, logopedie, tweedelijns GGZ en kinderartsen.” Na een eerdere vruchteloze poging, bracht ze het probleem opnieuw ter sprake bij de gemeente. “En nu lukte het wél: ook de gemeente zag het belang van betere communicatie tussen de partijen die bij de zorg voor jeugdigen betrokken zijn.”

Klein beginnen

Sterker nog, De Krom moest het enthousiasme van de gemeente een beetje beteugelen, want die wilde meteen een pilot voor de hele gemeente optuigen. “Hoe meer partijen betrokken zijn, hoe moeilijker het is om tot afspraken te komen. Dus zijn we bewust begonnen met een pilot in één wijk, met samenwerking tussen de drie meest direct betrokken partijen: het wijkteam, het Centrum voor Jeugd en Gezin en de huisartsen.”

De pilot, gestart op 1 september 2016, heeft een duidelijk doel: de samenwerking tussen de partijen verbeteren om zo te komen tot passende zorg voor de jongere en het gezin waarin deze woont. Het project bestaat uit een maandelijks multidisciplinair overleg tussen het Centrum voor Jeugd en Gezin, het wijkteam, het consultatie- en diagnoseteam en de huisarts. Zij voeren hun overleg op basis van een convenant waarin de privacy van de patiënten is gewaarborgd.

Complexe problemen

“Tarwewijk is een achterstandswijk, dus het gaat vaak om complexe problematiek”, vertelt De Krom, “werkeloosheid, psychiatrische problemen bij de ouders, gedragsproblemen bij de kinderen. We zien nogal eens dat een jeugdige snel bij de jeugd-GGZ terechtkomt, terwijl een directe rol van het wijkteam misschien waardevoller kan zijn. Juist daarom is het multidisciplinair overleg zo belangrijk. Alle partijen in de pilot zijn overtuigd van de meerwaarde daarvan.”

De Krom wordt voor haar inspanningen als projectleider van de pilot en haar deelname aan het multidisciplinair overleg gefinancierd vanuit het Fonds Achterstandswijken. Als de pilot slaagt en de werkwijze wordt uitgerold, is structurele financiering nodig.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Daar is de huisarts 3.0

Een nieuwe generatie huisartsen staat te popelen om het bestuurdersstokje over te nemen. Christian de Groot en Anniek Sonnenschein over de moderne bestuurder en de huisarts 3.0.

Toen ze begonnen met de studie geneeskunde wilden ze vooral huisarts worden. En zeker geen bestuurder in de zorg. Tien jaar later kijkt een groep huisartsen daar toch een beetje anders naar: voor de toekomst van het vak huisarts is het goed dat een nieuwe generatie huisartsen steeds harder aan de poorten rammelt.

Neem Christian de Groot, huisarts bij medisch centrum De Linden en huisarts Anniek Sonnenschein, werkzaam bij medisch centrum De Plataan. Beide centra zijn onderdeel van zorggroep DOH in de regio Eindhoven.

Na tien jaar als huisarts te hebben gewerkt en net de veertig te zijn gepasseerd, hebben De Groot en Sonnenschein de huisartsenpraktijk wel op orde. En dan begint het te kriebelen: ga ik me meer inhoudelijk specialiseren of kies ik voor de bestuurlijke kant van het vak? Toen beiden zich actief gingen bezighouden met het strategisch jaarplan van de zorggroep en zich inschreven voor de postdoctorale Masterclass Eerstelijnsbestuurders wisten ze het zeker: nieuwe tijden vragen om nieuwe bestuurders. En dat zouden zij weleens kunnen zijn, want willen huisartsen ook in de toekomst zorg dicht bij de patiënt blijven leveren, dan moet er volgens het koppel het een en ander veranderen. Sonnenschein: “Ik neem mijn verantwoordelijkheid. Huisartsen kunnen heel goed commentaar leveren op de zorg en hoe dingen georganiseerd zijn, maar het wordt tijd dat we ook iets gaan doen. Niet zeuren maar aanpakken!”

Visie op het vak

De twee hebben een visie op de toekomst van de eerste lijn. “Het sociaal domein, wijkgericht werken en ga maar door. Huisartsen zullen veel meer op het niveau van de wijk en zelfs regionaal moeten acteren en samenwerken. Een enkele praktijk die afspraken wil gaan maken met zorgverzekeraars, dat gaat niet werken. Huisartsen die regionaal de handen ineen slaan, staan veel sterker richting zorgverzekeraars en zorgpartners”, zo stelt De Groot.

“Neem de Wmo en de jeugdzorg. Nu moet de gemeente met drie verschillende zorggroepen aan tafel. Beter is het als de gemeente één aanspreekpunt heeft. Misschien moeten zorggroepen wel gaan fuseren op termijn. Want alleen door samenwerking sta je sterk”, vult Sonnenschein aan.

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier: