Utrechts zorgprogramma voor psychiatrische patiënten in de basiszorg

In Nederland heeft ongeveer 1,3 procent van de totale patiëntenpopulatie te maken met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA). Door de transities worden zij sneller terugverwezen vanuit de specialistische GGZ (SGGZ) en generalistische basis GGZ (GBGGZ).  Dat is mooi, maar vraagt wel om goede begeleiding en samenwerking tussen betrokken partijen als huisartsen, gemeenten, buurtteams en de GGZ in de tweede lijn. Het zorgprogramma ‘EPA in de huisartsenpraktijk’ dat Krissie Aerts ontwikkelde, biedt daar handvatten voor.

Krissie Aerts werkt sinds juni 2014 als POH-GGZ in Gezondheidscentrum Binnenstad in Utrecht. Vorig jaar stelde zij een zorgprogramma voor mensen met chronische psychiatrische problematiek binnen de basiszorg op. Daarnaast werkt zij als verpleegkundig specialist GGZ bij Huisartsen Utrecht Stad (HUS), waar zij onder meer het zorgprogramma ‘EPA in de huisartsenpraktijk’ ontwikkelt. “Het is geen protocol”, zegt Aerts daarover. “Het is niet de bedoeling om te zeggen: dit is de manier waarop we het moeten doen. Het gaat er meer om dat je nadenkt over de beste manier van samenwerken en wie daarbij de regie in handen neemt. Dat is vaak de POH-GGZ of de huisarts.”

De wil is er

Steeds meer mensen worden vanuit de SGGZ terugverwezen naar de huisartsenpraktijk. Daarover is nog weinig vastgelegd, stelt Aerts. “Het zorgprogramma dient ook als een uitwerking naar de terugverwijzers, om te laten zien wat we van hen nodig hebben. Aan de hand daarvan kunnen we met alle partijen regionale afspraken maken. Zo kunnen we voorkomen dat patiënten te lang in de SGGZ of GBGGZ blijven hangen óf te snel worden terugverwezen.” Het gaat om korte lijntjes tussen alle partijen, zo betoogt ze: elkaar kennen en weten wat er waar te halen valt. Het zorgprogramma is dan ook ontwikkeld in nauwe samenwerking met de SGGZ en GBGGZ. Aerts: “De wil om samen de zorg voor mensen met EPA aan te pakken is er wel, de samenwerking op het gebied van depressiezorg toont dat aan.”

Korte lijntjes, dat is ook de basis voor de samenwerking met de andere betrokken partijen, zoals de gemeente en het sociaal domein – denk aan mantelzorgers, woonbegeleiding  en buurtteams.

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

Zorgbestuurder Dick Herfst over afbouwen en voorsorteren op de toekomst

Ervaren bestuurder Dick Herfst kijkt terug en, wat veel beter bij hem past, blikt naar de toekomst en ziet hoe zorgprofessionals zich meer en meer gaan richten op datgene wat er werkelijk toedoet voor cliënten. De voorzitter van de raad van bestuur van ZZG zorggroep is van plan om over enkele jaren afscheid te nemen, de weg daarnaartoe vult hij op een bijzondere manier in.

Herfst begon zijn loopbaan in de jaren zeventig als leerling-verpleegkundige in wat toen het Kennemer Gasthuis heette. Vervolgens werkte hij in verschillende ziekenhuizen in allerlei rangen en functies. Ook in de eerste lijn en in verpleeg- en verzorgingshuizen verdiende hij zijn sporen. Zijn professionele lijn getuigt van een sterke drive om iets te betekenen in de zorg. “Ik heb mijn ervaring opgebouwd op een manier die past bij mij en mijn capaciteiten. Uit ervaring weet ik wat belangrijk is voor mensen die zorg nodig hebben en dat heeft mijn rol als bestuurder mede vormgegeven.”

Herfst springt naar de huidige tijd. “Structuren en processen zijn voor een organisatie belangrijk en noodzakelijk, maar het zijn slechts hulpmiddelen om doelen te bereiken. Als ze niet langer bijdragen aan het bereiken van je doel, moet je ze afschaffen. Structuren en processen die niet geschraagd worden door bepaalde waarden zijn lege hulzen.”

Kwaliteit van leven

Herfst, die zijn organisatie de afgelopen jaren door een belangrijke transitie leidde, geeft een sprekend voorbeeld: de ZZG zorggroep bouwde vanaf 2009 zijn verpleeg- en verzorgingshuizen om tot kleinschalige woonvoorzieningen. “Als ik cliënt zou zijn en ik krijg te horen dat ik zelf de regie in handen moet nemen, dan stel ik eisen aan mijn woonomgeving, dan laat ik me niet langer wegstoppen op vijfentwintig vierkante meter. Door anders te denken, door de vraagstukken niet te benaderen vanuit de zorg maar vanuit kwaliteit van leven, krijg je andere uitkomsten, andere zorgvormen of zorgvoorzieningen. En die zijn best te financieren. We kunnen nu appartementjes bouwen van zestig vierkante meter binnen de sociale woningbouw. Ook mensen met dementie kunnen hun familie dan in hun eigen huis ontvangen.” De keuzes die een bestuurder maakt, moeten altijd een inhoudelijke legitimering hebben, zodat ze maatschappelijk te verantwoorden zijn, benadrukt Herfst.

Fysiek afwezig

Ten tijde van zijn start bij ZZG in 2003 bij ZZG dacht Herfst op zijn zestigste te stoppen. Toen hij de 65 naderde kwam de vraag of hij nog enkele jaren wilde blijven. De weg naar zijn afscheid geeft hij op een bijzondere manier vorm. Er is een overgangssituatie gecreëerd waarbij de ZZG-voorman één week per maand niet fysiek aanwezig is. “Maar als je het aan m’n vrouw vraagt, ben ik er via e-mail wel.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Huisarts Marcia de Krom verbindt partijen rond jeugdigen in Rotterdam Zuid

Een pilot in Rotterdam Zuid moet ervoor zorgen dat jeugdigen die zorg nodig hebben niet te maken krijgen met een groot aantal partijen die onvoldoende op de hoogte zijn van elkaars handelen. Initiatiefnemer is huisarts Marcia de Krom. “We willen een blijvend effect zien”, vertelt ze.

In de Tarwewijk in Rotterdam Zuid is bij veel jeugdigen en gezinnen sprake van problemen in ontwikkeling, gedrag en sociale situatie. “Bij de zorg voor jeugdigen zijn al snel heel veel partijen betrokken en de ervaring leert dat die niet altijd van elkaars betrokkenheid en inspanningen op de hoogte zijn”, zegt Marcia de Krom, huisarts in gezondheidscentrum Zuidplein in Rotterdam. “Denk  aan wijkteams, Centra voor Jeugd en Gezin, huisartsen, school, logopedie, tweedelijns GGZ en kinderartsen.” Na een eerdere vruchteloze poging, bracht ze het probleem opnieuw ter sprake bij de gemeente. “En nu lukte het wél: ook de gemeente zag het belang van betere communicatie tussen de partijen die bij de zorg voor jeugdigen betrokken zijn.”

Klein beginnen

Sterker nog, De Krom moest het enthousiasme van de gemeente een beetje beteugelen, want die wilde meteen een pilot voor de hele gemeente optuigen. “Hoe meer partijen betrokken zijn, hoe moeilijker het is om tot afspraken te komen. Dus zijn we bewust begonnen met een pilot in één wijk, met samenwerking tussen de drie meest direct betrokken partijen: het wijkteam, het Centrum voor Jeugd en Gezin en de huisartsen.”

De pilot, gestart op 1 september 2016, heeft een duidelijk doel: de samenwerking tussen de partijen verbeteren om zo te komen tot passende zorg voor de jongere en het gezin waarin deze woont. Het project bestaat uit een maandelijks multidisciplinair overleg tussen het Centrum voor Jeugd en Gezin, het wijkteam, het consultatie- en diagnoseteam en de huisarts. Zij voeren hun overleg op basis van een convenant waarin de privacy van de patiënten is gewaarborgd.

Complexe problemen

“Tarwewijk is een achterstandswijk, dus het gaat vaak om complexe problematiek”, vertelt De Krom, “werkeloosheid, psychiatrische problemen bij de ouders, gedragsproblemen bij de kinderen. We zien nogal eens dat een jeugdige snel bij de jeugd-GGZ terechtkomt, terwijl een directe rol van het wijkteam misschien waardevoller kan zijn. Juist daarom is het multidisciplinair overleg zo belangrijk. Alle partijen in de pilot zijn overtuigd van de meerwaarde daarvan.”

De Krom wordt voor haar inspanningen als projectleider van de pilot en haar deelname aan het multidisciplinair overleg gefinancierd vanuit het Fonds Achterstandswijken. Als de pilot slaagt en de werkwijze wordt uitgerold, is structurele financiering nodig.

Auteur: Frank van Wijck

Download het volledige artikel hier:

Daar is de huisarts 3.0

Een nieuwe generatie huisartsen staat te popelen om het bestuurdersstokje over te nemen. Christian de Groot en Anniek Sonnenschein over de moderne bestuurder en de huisarts 3.0.

Toen ze begonnen met de studie geneeskunde wilden ze vooral huisarts worden. En zeker geen bestuurder in de zorg. Tien jaar later kijkt een groep huisartsen daar toch een beetje anders naar: voor de toekomst van het vak huisarts is het goed dat een nieuwe generatie huisartsen steeds harder aan de poorten rammelt.

Neem Christian de Groot, huisarts bij medisch centrum De Linden en huisarts Anniek Sonnenschein, werkzaam bij medisch centrum De Plataan. Beide centra zijn onderdeel van zorggroep DOH in de regio Eindhoven.

Na tien jaar als huisarts te hebben gewerkt en net de veertig te zijn gepasseerd, hebben De Groot en Sonnenschein de huisartsenpraktijk wel op orde. En dan begint het te kriebelen: ga ik me meer inhoudelijk specialiseren of kies ik voor de bestuurlijke kant van het vak? Toen beiden zich actief gingen bezighouden met het strategisch jaarplan van de zorggroep en zich inschreven voor de postdoctorale Masterclass Eerstelijnsbestuurders wisten ze het zeker: nieuwe tijden vragen om nieuwe bestuurders. En dat zouden zij weleens kunnen zijn, want willen huisartsen ook in de toekomst zorg dicht bij de patiënt blijven leveren, dan moet er volgens het koppel het een en ander veranderen. Sonnenschein: “Ik neem mijn verantwoordelijkheid. Huisartsen kunnen heel goed commentaar leveren op de zorg en hoe dingen georganiseerd zijn, maar het wordt tijd dat we ook iets gaan doen. Niet zeuren maar aanpakken!”

Visie op het vak

De twee hebben een visie op de toekomst van de eerste lijn. “Het sociaal domein, wijkgericht werken en ga maar door. Huisartsen zullen veel meer op het niveau van de wijk en zelfs regionaal moeten acteren en samenwerken. Een enkele praktijk die afspraken wil gaan maken met zorgverzekeraars, dat gaat niet werken. Huisartsen die regionaal de handen ineen slaan, staan veel sterker richting zorgverzekeraars en zorgpartners”, zo stelt De Groot.

“Neem de Wmo en de jeugdzorg. Nu moet de gemeente met drie verschillende zorggroepen aan tafel. Beter is het als de gemeente één aanspreekpunt heeft. Misschien moeten zorggroepen wel gaan fuseren op termijn. Want alleen door samenwerking sta je sterk”, vult Sonnenschein aan.

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier:

“Burgers gaan gemeenten uitdagen om zorg en welzijn slimmer te organiseren”

“Nu de eerste fase van transitie achter de rug is, richten veel meer gemeenten de aandacht op de kernopdracht van de decentralisatie: het slimmer inrichten van zorg en welzijn, samen met de burger. Met de huisarts, wijkverpleging en sociaal werker op de tandem. Ik pleit wel voor meer waardering voor de sociaal werker: die moet naast de huisarts functioneren.” Aan het woord is burgemeester en voormalig Tweede Kamerlid Otwin van Dijk.

Zijn enthousiasme vult tijdens het interview de burgemeesterskamer in het Achterhoekse Gendringen. Otwin van Dijk praat bevlogen over de transitie van zorg en welzijn. Net zoals hij dat deed als wethouder in Doetinchem en als lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Tussen 2012 en begin dit jaar was Van Dijk de beste nieuwkomer (Trouw), het meest effectieve kamerlid (NRC Handelsblad) en winnaar van menig politieke speech.

Toch verruilde Van Dijk in mei van dit jaar de blauwe stoeltjes van de Tweede Kamer voor een burgemeesterszetel in de Gelderse gemeente Oude-IJsselstreek. Om op lokaal niveau meer te betekenen. In zijn portefeuille als burgemeester geen zorg en welzijn.

Burger aan het roer

“Bij mijn start als lid van de Tweede Kamer heb ik een toer gemaakt langs tal van initiatieven die laten zien hoe zorg en welzijn beter en effectiever georganiseerd kunnen worden. Waarom moeten mensen verhuizen uit de regio als blijkt dat het verpleeghuis in de buurt de noodzakelijk zorg niet kan bieden? Dan nemen burgers zelf het initiatief, huren een pand en nemen verpleegkundigen in dienst om zo de zorg dicht bij huis en toegankelijk te houden. Zorgcoöperaties waarin de burger zelf aan het roer staat. Maar dat blijkt niet eenvoudig in te passen in de denkwijze en systemen van zorgverzekeraars, gemeenten of zorgkantoren. Om een voet tussen de deur te krijgen, moeten burgerinitiatieven gemeenten uitdagen.”

Recht van uitdagen

Zo kwam Otwin van Dijk in aanraking met het initiatief Right to Challenge (www.righttochallence.nl). Als burgers vinden dat het slimmer moet, hebben ze het recht om de gemeente uit te dagen. Het initiatief verschuift van de overheid naar de burgers en de burgers krijgen verantwoordelijkheid, geld en middelen voor de realisatie van hun plannen.

Auteur: Niels van Haarlem

Download het volledige artikel hier:

Zelfbewustzwanger.nl bouwt aan vertrouwen

Ga je voor vrouwelijk leiderschap, of voor vrouwelijk ‘lijderschap’? Vrouwen, maar ook mannen, staan vaak voor die keuze. In het werk en in het persoonlijk leven, vooral bij major life events. Zwangerschap is zo’n levensgebeurtenis waarbij vrouwen snel de regie uit handen geven aan verloskundigen, dokters of andere zorgverleners. Dat kan anders. Daarom nam Floor Molkenboer het initiatief voor Zelfbewustzwanger.nl, een platform om de inbreng van zwangeren te verbeteren.

Floor Molkenboer (1973) heeft bedrijfskunde gestudeerd en is moeder van twee kinderen. In 2010 startte zij haar eigen bedrijf in Driebergen-Rijssenburg, Tara.nu, waarmee zij als coach managers, teams en organisaties begeleidt. Haar specialiteit is leiderschap vanuit vertrouwen en de kracht om vanuit co-creatie te innoveren en te groeien. “Bouwen aan vertrouwen”, vat Molkenboer kernachtig samen.

Geboortezorg

Floor Molkenboer had en heeft veel opdrachten in de zorg, maar met geboortezorg maakte ze pas kennis tijdens de zwangerschap van haar eerste kind. De regie werd haar meteen uit handen genomen. “Het systeem drijft te veel op angst en onzekerheid. Er wordt vooral gekeken naar risico’s. Er wordt gegrepen naar protocollen en op het moment dat je zwanger bent, krijg je meteen allerlei ellendige vragenlijsten voor je kiezen.” Ze ontdekte dat ongeveer een kwart van de vrouwen drie jaar na dato negatief terugkijkt op de bevalling. Verlies van regie, gebrek aan keuzemogelijkheden en gebrek aan respect voor de vrouw en haar omgeving zijn enkele oorzaken. Ze besloot op onderzoek te gaan. Hoe kan dit beter?

Samenwerking

De crux zit ‘m in de samenwerking tussen zwangere en zorgverlener, zo stelt ze. Dat vraagt om een andere manier van denken bij beide partijen. Zo moeten bijvoorbeeld artsen en verloskundigen niet invullen en vóór de klant denken. En zwangeren moeten de eigen regie willen en kunnen pakken. Vanuit Zelfbewustzwanger.nl ondersteunt Floor Molkenboer beide groepen. Voor zwangeren maakte ze met experts bijvoorbeeld korte filmpjes over allerlei onderwerpen die zich voor, tijdens of na de zwangerschap voor kunnen doen. Voor zorgprofessionals organiseert Molkenboer scholing, bijvoorbeeld de workshop ‘Benut de kracht van co-creatie met de cliënt’, door de KNOV geaccrediteerd met zes punten. Daarin komen zaken aan bod als: omgaan met weerstand, bouwen aan vertrouwen en shared decision making. “Dat is wat Zelfbewustzwanger.nl doet aan verbetering op microniveau”, geeft Floor Molkenboer aan. “Op mesoniveau ondersteunen we Verloskundige Samenwerkingsverbanden (VSV’s) in het opzetten en laten functioneren van moederraden. En op macroniveau werken we mee aan de ontwikkeling van landelijk beleid en aan de Multidisciplinaire Richtlijn Vaginale Bevalling. Ook dat zie ik als vormen van bouwen aan vertrouwen.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier:

De lokale organisatiekracht van Stichting 1+ Samenwerking

In Velp en Rozendaal wonen verhoudingsgewijs veel ouderen. De zorgverleners verenigd in de Stichting 1+ Samenwerking spelen daarop in met ‘stepped care’ ouderenzorg. Een aanpak over disciplines heen, waarbij de kwaliteit van leven voorop staat. Resultaat: tevreden patiënten, betere zorg en lagere kosten. Volgens 1+-directeur Herma Barnhoorn is dat de kracht van het multidisciplinaire samenwerkingsverband in de eerste lijn.

Met elkaar samenhangende zorg leveren, afgestemd op de behoefte van de populatie. Dat is de missie van Stichting 1+ Samenwerking, het multidisciplinaire samenwerkingsverband van zelfstandige eerstelijnszorgaanbieders in Velp en Rozendaal. Directeur Herma Barnhoorn is ervan overtuigd dat lokale organisaties bij uitstek geschikt zijn voor het organiseren van persoonsgerichte zorg. “Onder meer omdat we ervoor zorgen dat zorgverleners op de hoogte zijn van elkaars aanbod en elkaars kracht.”

Expertise

Het vertrekpunt voor het organiseren van samenhangende zorg voor de inwoners van Velp en Rozendaal, zijn de specifieke kenmerken van de populatie. Barnhoorn: “Na Doorwerth is dit het dorp met relatief gezien de meeste ouderen. Dat merken alle zorgverleners, de huisarts voorop. Zeker nu er steeds meer ouderen met hoogcomplexe problematiek naar de eerste lijn komen.” Om de bekende crisissituatie op de vrijdagmiddag voor te zijn, ging Stichting 1+ Samenwerking meedenken in een pilot om de kennis en kunde uit verzorgings- en verpleeghuizen naar de eerste lijn te halen. “Specialisten ouderengeneeskunde werken nu vanuit een eigen eerstelijnspraktijk, samen met geriatrisch verpleegkundigen en een maatschappelijk werker.”

Stepped care

Ondersteund door de Stichting 1+ Samenwerking werd in Velp ‘stepped care’ ouderenzorg ontwikkeld. “Wanneer ouderen nog redelijk zelfredzaam zijn en met klachten bij de huisarts komen, kunnen zij dat prima zelf af. Zodra er wat meer zorg nodig is, komt de praktijkondersteuner ouderen in beeld. Die gaat bijvoorbeeld vaker thuis kijken of belt op na een ziekenhuisopname. Als POH en huisarts er samen niet uitkomen, consulteren zij een specialist ouderengeneeskunde. Blijkt de situatie te complex voor behandeling vanuit de huisartsenpraktijk, dan wordt er verwezen naar de specialist ouderengeneeskunde. Die gaat op huisbezoek en biedt persoonsgerichte zorg.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Bij Medisch Centrum Gorecht kan alles, altijd

Bij huisarts Gerben Lochorn stroomt het ondernemersbloed door de aderen. Hij praktiseert in Medisch Centrum Gorecht in Hoogezand, waar hij ook eigenaar van is. Daarnaast is hij (mede-)oprichter van Slimme Jongens dat investeert in online business, Medisch Centrum Nederland dat (startende) huisartsen ondersteunt, diëtetiekbedrijf Previtas, het ReisMedischCentrum en Testjebloed.nl. In juli nam hij de apotheekhoudende praktijk in Siddeburen over. We spraken met hem over marktwerking, keuzevrijheid en ICT.

Het zal niemand verbazen dat de ondernemende Lochorn groot voorstander is van privatisering van de zorg ten gunste van de patiënt. “Als er concurrentie ontstaat, gaan de service levels omhoog. Zo ben ik jaren geleden begonnen met avondspreekuren. Dan heeft de consument de keuze of hij bij die huisarts blijft waar hij alleen overdag terechtkan of niet. Als opleider bij de LHV Academy hoor ik huisartsen wel eens zeggen dat ze de patiënt op moeten voeden om hun regels en tijden te volgen. Onzin! Bij ons kan alles, altijd. Er staat nooit een bandje op.”

Keuzevrijheid

Als liberaal vindt Lochorn dat mensen zelf keuzes moeten kunnen maken, ook over hun gezondheid. “eHealth kan daarbij helpen. Niet als je zegt: ‘hier heeft u het linkje, redt u zich er maar mee’, maar wel als onderdeel van een bredere aanpak.” In de huisartsenpraktijk maakt hij gebruik van het patiëntenportaal MijnGezondheid.net. Daarnaast is hij betrokken bij het ontwikkelen van eHealth-oplossingen voor onder meer trombose, GGZ en diabetes.

Eén informatiesysteem

De apotheekhoudende praktijk in Siddeburen verruilt het huidige informatiesysteem per 1 oktober voor Pharmacom en Medicom. “Ik wil in mijn praktijken één systeem hebben. In Hoogezand werk ik al meer dan twintig jaar met Medicom en het is het enige HIS dat zo intuïtief is, dat iedere huisarts in opleiding na tien minuten doorheeft hoe het werkt. Bovendien kan ik als ondernemer alleen uit Medicom alle managementinformatie halen die ik nodig heb. Bijvoorbeeld wat mijn omzet in een bepaalde week is, zodat ik kan bijsturen.”

Binnenkort start in Siddeburen een osteoporoseproject waarmee in Hoogezand al resultaat is geboekt.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Fietsend naar een vitale organisatie

Staand of fietsend vergaderen, zit-stabureaus, bedrijfsfruit en lunchwandelen. Bij HKN Huisartsen in de Kop van Noord-Holland kijken ze er niet meer van op. Met het strategische beleidsplan ‘Positieve Gezondheid’ als leidraad werkt HKN aan een vitale organisatie. Directeur Leonie Steenvoorden legt uit hoe het werkt en dát het werkt.

HKN Huisartsen overkoepelt zowel de huisartsenposten in Den Helder, Schagen en op Texel, als de zorgprogramma’s voor diabetes mellitus, COPD en CVRM. Dat betekent heel wat vergaderen voor medewerkers, vaak een lange zit. Verbazing dus, misschien zelfs wat consternatie, toen de vertrouwde vergadertafel en bijbehorende stoelen dit voorjaar verdwenen uit het kantoor van directeur Leonie Steenvoorden. Ze maakten plaats voor sta-vergadertafels, actieve krukken en speciaal geïnstalleerde bureaufietsen. “Onder het motto Practise what you preach, doen waar je voor staat, werken we aan een fitte, productieve en op de toekomst berekende organisatie. Op verschillende manieren schenken we aandacht aan de gezondheid van onze medewerkers. In 2015 begon het met structureel lunchwandelen en bedrijfsfruit. Functioneringsgesprekken doen we meestal lopend. Medewerkers kunnen gratis gebruikmaken van stoppen-met-rokentrainingen. En iedereen die wil, kan aanhaken bij het fitplan van Its My Life. Dat is een erkende interventie van het RIVM-initiatief ‘Gezond leven’.”

De basis van het fitplan is minder zitten, meer bewegen, beter slapen en gezonder eten. De Nederlandse beroepsbevolking brengt gemiddeld zeven uur per dag zittend door, inclusief vrije tijd. In een kantooromgeving kan dat zelfs oplopen tot elf à veertien uur. Onderzoeken laten zien dat mensen die meer dan een uur of tien per dag zitten – alles bij elkaar opgeteld – een aanzienlijk hogere kans maken hun leven te bekorten dan mensen met minder zitvlees.

Kleine, slimme stappen

Aanvankelijk vonden medewerkers het wel raar dat ze in het kantoor van de directeur niet meer zittend konden vergaderen. “Tegelijkertijd vinden ze het nieuwe, dynamische meubilair leuk om uit te proberen. Krijgen wij dat ook, vragen de huisartsenposten.”

Van huis uit is Steenvoorden geen sportief type, vertelt ze. “Dat beetje handballen als kind mag geen naam hebben. Maar ook voor mij is het leuke en motiverende van het fitplan van Its My Life dat het uitgaat van kleine, haalbare doelen.”

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Danny Dubbeldeman (Amref Flying Doctors) gelooft in de kracht van Afrika

Danny Dubbeldeman maakte dit jaar een opmerkelijke carrièrestap: van een groot farmaceutisch bedrijf ging ze naar een organisatie voor ontwikkelingssamenwerking. Het werken bij Amref Flying Doctors bevalt goed, sterker nog, het is een droombaan.

“Ik vind het heel bijzonder om te werken met als doel het leven van de armsten op deze wereld beter te maken.” Danny Dubbeldeman is business development manager bij Amref Flying Doctors. “Ik ontwikkel samen met het Nederlandse bedrijfsleven programma’s die we in Afrika kunnen uitvoeren. Ik kijk ook of er ruimte is om innovaties die hier ontwikkeld zijn in Afrika toe te passen.”

De mensen die Dubbeldeman goed kennen, waren niet verbaasd over haar carrièreswitch, ze vonden het wel bij haar passen. Anderen vonden het vooral een dróómbaan. De ervaring die ze opdeed als healthcare innovation manager bij een internationaal farmaceutisch bedrijf kan ze bij Amref Flying Doctors uitstekend gebruiken. Ook de kennis van de Masterclass Eerstelijns Bestuurders komt als geroepen. De Masterclass is een postdoctorale leergang aan Tilburg University. “In mijn vorige functie was ik bezig om met complexe partnerships gezamenlijk proposities te ontwikkelen. Dat doe ik nu ook.”

Vergeet de populaire televisieserie The flying doctors uit de vorige eeuw, waarin blonde dokters vanuit Coopers Crossing naar afgelegen streken in de Australische outback vlogen. Amref, de belangrijkste gezondheidsorganisatie in Afrika, is een echt Afrikaanse organisatie: 97 procent van de artsen en andere programmamedewerkers is Afrikaans. Vliegtuigjes worden nog wel gebruikt om patiënten vanuit afgelegen gebieden te evacueren, maar daarnaast zijn eHealth en mLearning (mobiel leren via draadloze apparatuur) belangrijke middelen om afstanden te overbruggen.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier: